Baai Castricum (Jaarboek 34 2011 pg 64-66)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over het schip ‘Castricum’ of ‘Kastricum’:
Baai CastricumKaap Kastricum – Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC)


Jaarboek 34, pagina 64

Castricoms bay

Het eerste schip ‘Castricum’ van de Kamer Amsterdam van de Verenigde Oostindische Compagnie heeft na zijn aankomst in Batavia in juni 1639 de naam Castricum in twee opzichten een nieuwe plaats gegeven op de wereldkaart. De grote ontdekkingsreis van het fluitschip Castricum in 1643 heeft indirect geleid tot de vestiging van de naam ‘Kaap Castricum’ in de Koerillen. Tijdens de eerste etappe van die reis werd een baai aan de zuid- kust van het noordoostelijke schiereiland van Celebes (nu Sulawesi) ‘Castricoms bay’ genoemd.

Tocht naar Celebes

Begin februari 1643 waren in Batavia de voorbereidingen voor een nieuwe expeditie naar het Noorden en Oosten van Japan gereed. Doel was om het gebied ten noorden van Japan te verkennen, de noordelijke doorvaart naar Amerika te vinden en definitief een antwoord te geven op de vraag of de veronderstelde Goud- en Zilvereilanden ten oosten van Japan werkelijk bestonden. De reis werd ondernomen met twee schepen, de fluit ‘Castricumen het jacht ‘Breskens’. Commandeur was een man met jarenlange dienst in Oost-Azië en grote ervaring als schipper: Maerten Gerritsz de Vries uit Harlingen (1589-1646). Hij was al twintig jaar in Azië en daar opgeklommen van matroos tot schipper. Overal in de Aziatische wateren had hij gevaren en bovendien als landmeter, cartograaf op Taiwan gewerkt.

Door de problemen die met de heersende oostenwinden werden ondervonden op de reis van 1639 naar de mythische Goud- en Zilvereilanden werd dit keer voor de route via Ternate gekozen langs de zuid- en oostkust van Celebes. Tijdens de hele reis valt op hoe nauwgezet De Vries de gegeven richtlijnen van zijn opdrachtgevers volgde en in de praktijk bracht: hij moest alle landen, eilanden, hoeken, bochten, inwijkingen, baaien, rivieren, droogten, banken, zanden, reven, klippen en rotsen die hij op zijn ontdekkingsreis zou tegenkomen, zorgvuldig noteren, op welke hoogte en breedte ze lagen en hoe men de beste ankerplaatsen op redes en baaien kon herkennen: “Alle landen, eylanden, hoecken, bochten, inwycken, baeyen, rivieren, drooghten, bancken, sanden, reven, clippen et rotsen, die in dese ontdeckinge … bejegenen en passeren sult, moeten Ued perfect carteren en beschryven …sorghvuldigh noterende op wat hooghte ofte breedte … op wat mercken men de beste anckerplaetsen in reden en baeyen vindt …”

Over het eerste deel van de ontdekkingsreis van Batavia naar Ternate is geen geschreven verslag bewaard. Wel bewaard zijn de zeekaarten van nog niet goed in kaart gebrachte gebieden, getekend door de tekenaar die De Vries juist voor dit doel had meegekregen. In de ‘Atlas van Isaak de Graaf’ (ongeveer 1700) van alle vestigingen van de VOC, gedrukt voor de Heren Zeventien, staat de “Nieuwe kaart van de straat Bouton en de oostkust van Celebes met haare eilanden etc. … Gedaen ‘in fluytschip Castricum den 6 Maart 1643”. Het bijzondere van deze kaart is dat De Vries aan een baai aan de zuidkust van het noordoostelijke schiereiland van Celebes de naam ‘Castricoms bay’ heeft gegeven. Hier was een geschikte ankerplaats en kon uit de drie rivieren, die in de baai uitmonden, vers drinkwater worden ingenomen. Op het kaartje is de baai met de voor de scheepvaart belangrijke gegevens afgebeeld.

Kaartje Nederlands Indië. De stippellijn geeft de route aan van Batavia naar Ternate. Daar waar de kust van het eiland Celebes wordt aangedaan, ligt baai Castricum.
Kaartje Nederlands Indië. De stippellijn geeft de route aan van Batavia naar Ternate. Daar waar de kust van het eiland Celebes wordt aangedaan, ligt baai Castricum.

Jaarboek 34, pagina 65

Vanaf dat moment is deze baai onder de naam van Baai Castricum bekend. Op een iets nieuwere VOC-kaart, die de route van Arnold de Vlaming in 1651 aangeeft, is een inzetkaartje van dezelfde baai, ‘Castercoms bay’, op- genomen met iets meer gedetailleerde gegevens over de diepten naar de ankerplaats toe en de drie rivieren die in de baai uitmonden.

Kaartje met Castricums bay.
Kaartje met Castricums bay.

De benaming kwam eerst alleen op de zeekaarten van de VOC voor, maar al gauw ook elders. De VOC probeerde wel het alleenrecht op de kaarten te houden, maar het illegaal kopiëren werd ook toen al toegepast. Nog geen 25 jaar na de reis van De Vries bleken ook de Engelsen al over een kopie te beschikken. In de verzameling kaarten van Alexander Dalrymple, waarschijnlijk uit 1807, is een Engelse kopie uit 1666 van de kaart opgenomen, zoals die door De Vries is getekend.

Kaartje met Castercoms Baij.
Kaartje met Castercoms Baij.

Ook na de ondergang van de VOC tot ver in de 19e eeuw komt de naam Castricums-Baai in reisbeschrijvingen van Nederlandse Gouverneurs Generaal en anderen en in atlassen voor. In stukken van het Nederlands bestuur uit de vorige eeuw komt de naam van de baai niet meer voor. Hij zal waarschijnlijk in de buurt van Kota Boena/Bunan gelegen hebben.

Een fluitschip is een snelle zeiler en kan veel vracht vervoeren.
Een fluitschip is een snelle zeiler en kan veel vracht vervoeren.

Het fluitschip Castricum

Het schip waarmee deze historische reis werd gemaakt, behoorde tot een konvooi van acht schepen dat op 12 januari 1639 van de rede van Texel naar de Oost vertrok voor rekening van de VOC. Het waren drie schepen van de Kamer Enkhuizen: de ‘Franeker’, de ‘Hert’ en de ‘Leeuwarden’ van respectievelijk 120, 200 en 550 ton. De vijf schepen van de Kamer Amsterdam hadden ongeveer dezelfde samenstelling: twee grote schepen, de ‘Amsterdam’ en de ‘Haarlem’ van 550 en 500 ton, het jacht ‘Lisse’ van 120 ton en de fluitschepen ‘Castricum’ en ‘Meerman’ van elk 200 ton.
Dit is het eerste VOC-schip dat de naam ‘Castricum’ draagt. In die tijd kwam het veelvuldig voor dat schepen die voeren voor rekening van de Kamer Amsterdam, werden genoemd naar plaatsen uit de omgeving. Zo vinden we ook de schepen ‘Gracht’ (Graft), ‘Heemskerk’, ‘Limmen’ en ‘Akersloot’.

Een fluitschip of kortweg fluit is een driemaster met een peervorm, heeft een breed ruim en een ronde achtersteven. Het heeft een lengte van ongeveer 40 meter en een breedte van 5 meter. Het schip is een snelle zeiler, kan veel vracht vervoeren en is ook geschikt voor heel ondiep water. Het heeft daarnaast het voordeel dat er een vrij kleine bemanning nodig is.


Jaarboek 34, pagina 66

Castricom's Bay van Celebes.
Castricom’s Bay van Celebes.

De Castricum vertrok met een bemanning van 53 zeelui en 25 soldaten en kwam al na ruim vijf maanden op 17 juni 1639, samen met de meeste andere schepen van dat konvooi, in Batavia aan. Het is een snelle en voorspoedige reis geweest. Het schip is daarna nooit meer naar Nederland teruggekomen, is al na een jaar of tien afgedankt en in 1651 in Amboina onttakeld. Fluitschepen blijken door hun ronde vorm niet goed bestand tegen het tropische klimaat; door de hitte barsten de sterk gebogen planken.
De eerste jaren van zijn verblijf in Azië maakte het schip als vrachtvaarder reizen naar Taiwan, Hirado in Japan, de voorloper van Deshima, en Cambodja. Pas uit die jaren is ook de eerste kapitein van het schip bekend. Symon Douwesz wordt in 1640 genoemd als de schipper van de Castricum op zijn reis van Cambodja naar Hirado.

De meest interessante reis die de Castricum vanuit Batavia heeft ondernomen, is toch die van 1643. In 1978 heeft Simon Zuurbier erover geschreven (1e jaarboekje Oud-Castricum) en dan vooral over dat deel van de ontdekkingsreis dat tot doel had het gebied ten noorden van Japan te verkennen, in kaart te brengen en eventueel op te eisen voor de VOC. Het dagboek van de stuurman van de Castricum, Cornelis Jansz Coen, geeft er een uitvoerig verslag van. Dankzij het gedegen werk van de kaarttekenaar tijdens die reis, zijn de namen van Castricoms Bay en Kaap Castricum aan de andere kant van de wereld voor het nageslacht bewaard gebleven.

Arnold van Gemert

Bronnen:

  • Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie / Comprehensive Atlas of the Dutch United East India Company. I. Atlas Isaak de Graaf (2006), III Indi- sche Archipel en Oceanië (2008);
  • Verseput, J., De reis van Mathijs Hendriksz. Quast en Abel Jansz Tasman ter ontdekking van de Goud- en Zilvereilanden (1639), ’s-Gravenhage 1954;
  • Zuurbier, S.P.A., Kaap “Kastrikum” deel van een Russisch eiland, 1e Jaarboekje Oud-Castricum (1978).
Print Friendly, PDF & Email