Bakkers (Jaarboek 34 2011 pg 36-43)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over middenstanders in Castricum: architectbakkersbioscoopbouwbedrijfcafé / hotelcafés en kasteleins in Bakkum –  drukkersexpeditiegasfabriekgroenteboerengroenteveilingkruideniersmelkboerenmelkfabriekmolenaarrestaurantschelpenvissersschilder – schildersbedrijf – slagerssmidsmederijstoomwasserijstrandvonderveldwachtersvrachtrijderij wereldwinkel


Jaarboek 34, pagina 36

De bakkers in ons dorp

Krimp aan de Heereweg.
Krimp aan de Heereweg.

De middenstand heeft sinds het begin van de vorige eeuw grote veranderingen meegemaakt. Buurtwinkels verdwenen meer en meer door de opkomst van de supermarkten. Vooral kruideniers en melkboeren gingen ten onder. Wel zijn de bakkers en slagers gebleven, maar hun aantal is sterk afgenomen.
Ons dorp telde zo’n vijftig tot honderd jaar geleden wel 20 bakkers. Daarom een kleine terugblik op de mensen die ons ‘dagelijks brood’ bakten of dat nu nog doen.

Juffermans op de hoek Mient - Brakenburgstraat.
Juffermans op de hoek Mient – Brakenburgstraat.

De bakkers vanaf circa 1910, die zich hier in de vorige eeuw hebben gevestigd en de straten waar zij waren of zijn gevestigd

  • Bakker, Burg. Mooijstraat
  • Bartels, Bakkummerstraat
  • Beerse,V an Oldenbarneveldweg
  • Bolten, Van Oldenbarneveldweg
  • Brakenhoff, Burg. Mooijstraat
  • Burgmeijer, Beverwijkerstraatweg / Van Egmondstraat / Burg. Lommenstraat / Kooiplein / Torenstraat
  • Bijman, Mr. Ludwigstraat
  • Duijn, Bakkummerstraat
  • Groot, Burg. Mooijstraat, Stetweg
  • Hemmer, Dorpsstraat / Ruiterweg
  • Hoogland, Dorpsstraat
  • Juffermans, Dorpsstraat
  • Huisman, Heereweg
  • Kaandorp, Bakkummerstraat
  • Kaper, Dorpsstraat
  • Keck, Bakkummerstraat
  • Kraakman, Dorpsstraat
  • Kuilboer, Dorpsstraat
  • Kuilman, Van der Mijleweg / Geesterduin
  • Krimp, Heereweg
  • Matze, Heereweg
  • Pronk, Van Oldebarneveldweg
  • Reinink, Van Oldebarneveldweg
  • Res, Dorpsstraat
  • Rotering, Van Oldebarneveldweg
  • Schekkerman, Mr. Ludwigstraat
  • Uljee, Dorpsstraat
  • Velzeboer, Bakkummerstraat
  • Wester, Heereweg
  • IJpelaan, Breedeweg
  • Zilt, van, Dorpsstraat
  • Zonjee, Dorpsstraat
Een kijkje in de bakkerij van Gerrit Res aan de Dorpsstraat.
Een kijkje in de bakkerij van Gerrit Res aan de Dorpsstraat. De naam van het kind links is onbekend. Verder v.l.n.r.: Co Res, Piet Res, Siem Wokke, Jan van Zijl, Cor Nijman en Gerrit Res.

Jaarboek 34, pagina 37

De winkel van Brakenhoff in de oude situatie (1956) rechts op de hoek Burg. Mooijstraat-Stationsweg. Het pand stond bekend als ‘De Spoorklok’.
De winkel van Brakenhoff in de oude situatie (1956) rechts op de hoek Burg. Mooijstraat-Stationsweg. Het pand stond bekend als ‘De Spoorklok’.

Brakenhoff bakt nog zoals vroeger

Het bakkerswerk was vroeger erg arbeidsintensief. Er werd ’s nachts gekneed en gebakken en een groot deel van de bereiding was handmatig. Naast het bakken en de verkoop in de winkels trokken de meeste bakkers er overdag op uit om te venten, zodat ze een zware en lange werkdag hadden.

Wim Brakenhoff (1949) is de enige bakker in Castricum die nog op de oude manier bakt en midden in de nacht begint. Alleen hoeft hij niet meer te venten. Voor hij naar Castricum kwam, werkte hij in de bakkerij van zijn vader in Assendelft. Wim nam begin 1975 met zijn echtgenote Anneke Plukkel de bakkerij in de Burg. Mooijstraat over van bakker Bakker, die de zaak 19 jaar eerder van Groot had gekocht.

Vader en zoon Brakenhoff bewerken het deeg.
Vader en zoon Brakenhoff bewerken het deeg.

“Ik werk niet met een koelcel en tijdklok en heb 3 à 4 uur nodig voor de bereiding van het deeg. Dat betekent dat de eerste bakker bij ons om 2.00 uur ’s nachts begint, zodat je om 6.00 uur kan gaan bakken. Onze zoon Michael zit nu ook in de zaak. Zijn box stond in de bakkerij en hij is ‘gerezen’ tussen de deegmachines. Sinds kort heb ik er nog een kracht bij, zodat we elkaar kunnen afwisselen. Het is de bedoeling dat ik langzamerhand ga afbouwen, maar voorlopig ben ik ook vaak zondags nog aan het werk. Ach, je bent het ritme al zolang gewend, dat je eigenlijk een regelmatig leven hebt. Je hebt nu wel wat meer stress dan vroeger, omdat het vak veel commerciëler is geworden. We bewaren veel leuke herinneringen aan onze vaste klanten. Soms zat het ook tegen, zoals in de zomer van 1975, toen ik op een ochtend vergat mijn trouwring af te doen voor ik met bakken begon. Ik bleef met mijn ring haken achter een deeghaak, waardoor ik de vinger kwijt raakte. Het heeft maanden geduurd voordat de wond genezen was, maar zo lang kon ik niet wachten. Ik deed er dus maar een plastic zak omheen en ging gewoon weer aan het werk.”


Jaarboek 34, pagina 38

De bakkerij aan de Dorpsstraat, die Hendrikus Hemmer in 1902 kocht. In 1927 liet hij op deze plek een nieuw pand bouwen.
De bakkerij aan de Dorpsstraat, die Hendrikus Hemmer in 1902 kocht. In 1927 liet hij op deze plek een nieuw pand bouwen.

Hemmer, bakker en wethouder

Hendrikus Hemmer (1874-1941), die in 1902 een woning met winkel en bakkerij aan de Dorpsstraat kocht, werd als Castricumse bakker een begrip. Hij was een gerespecteerd man, opende een tweede zaak aan de Ruiterweg, werd raadslid en wethouder en vervulde verschillende maatschappelijke functies. Ook zijn zoon en opvolger Gerard Hemmer (1907-1973) toonde zich betrokken bij het verenigingsleven in ons dorp. De familie is uitgebreid beschreven in het artikel van Wim Hespe over de geschiedenis van de Dorpsstraat in het 32e jaarboek (2009).

Bakkerij ‘De Hoop’ aan de Ruiterweg, de tweede zaak van Hemmer.
De stoomtrein heeft plaats moeten maken voor de
elektrische trein. Let op de prachtige gaslantaarn voor het gebouw.
Bakkerij ‘De Hoop’ aan de Ruiterweg, de tweede zaak van Hemmer.
De stoomtrein heeft plaats moeten maken voor de
elektrische trein. Let op de prachtige gaslantaarn voor het gebouw.

In 1919 hebben Henk Hemmer, Johan Kuilboer en Adrianus Bolten gezamenlijk een bakkerij gesticht aan de Ruiterweg. De vennootschap werd enkele jaren later ontbonden, waarna Hemmer de bakkerij alleen heeft voortgezet. We hadden nog een kort gesprek met Jan (1933) en Henk (1943) Hemmer, zoons van Gerard:
“Door vader werd in de oorlog een klantenkaart verstrekt aan vaste klanten, die daarop een artikel kregen dat in die week in de aanbieding was. De bakkerij heette ‘De Hoop’ en in de hongerwinter werd hier veel rogge, die in Drenthe of Overijssel was opgescharreld, tot roggebrood gebakken in een grote oven. Het grootste probleem was om die warm te krijgen en te houden. Steenkool was er niet meer, dus moest met takkenbossen worden gestookt. Om twee uur ’s nachts ging men dan naar de bakkerij om nieuwe takkenbossen toe te voegen. Het roggebrood moest ongeveer twaalf uur in de oven, zodat de hongertrekkers het de volgende morgen aan hun proviand konden toevoegen.
Onze bakkerij stond vooral bekend om de ontbijtkoek, die ook werd geleverd aan de andere bakkers en kruideniers in het dorp. De slogan luidde: ‘Hemmers ontbijtkoek, altijd lekker, altijd vers!’ Als die gebakken was, werd de korstige rand er met een cirkelzaag vanaf gehaald. Het restant werd ‘kant- koek ’genoemd, die gratis werd weggegeven aan de kinderen die daarop voor de winkel stonden te wachten.”

Ber Kuilman in de jaren 1940.

Ber Kuilman in de jaren 1940.

Verboden voor 10.00 uur te venten

Ber Kuilman (1903-1959) vestigde zich in 1930 met een brood- en banketbakkerij annex lunchroom aan de Van Oldenbarneveldweg. Dochter Marianne (1937) hielp al vanaf haar elfde jaar mee in de zaak. “Op die leeftijd ging ik ook


Jaarboek 34, pagina 39

al venten. Daarmee mocht je pas om 10.00 uur beginnen, maar ik vertrok eerder en zo kon het gebeuren dat politieagent Schefferlie mij betrapte. Hij sommeerde me om terug te gaan naar de bakkerij, maar ik zei dan dat hij maar naar mijn vader moest gaan en ging gewoon door met venten. Ik heb nooit gehoord of mijn vader toen een waarschuwing of bekeuring heeft gekregen, dus het zal wel met een sisser zijn afgelopen!”
Na het overlijden van vader Ber stond de zaak eerst op naam van zijn vrouw Maria Lute en later namen Marianne, zus Joke (1940) en broer Ben (1945) deze over. De bakkerij in Bakkum werd in 2000 verkocht. Ook in winkelcentrum Geesterduin had de familie Kuilman lange tijd een winkel, die in 2003 werd verkocht.

De bakkerij annex lunchroom van Kuilman op de hoek Van der Mijleweg - Van Oldenbarneveldweg. Hierin is nu restaurant Apicius gevestigd.
De bakkerij annex lunchroom van Kuilman op de hoek Van der Mijleweg – Van Oldenbarneveldweg. Hierin is nu restaurant Apicius gevestigd.

Broodoorlog

Begin 1935 ontstond er in Bakkum een broodoorlogje. De bakkersbonden hadden in die tijd prijsafspraken gemaakt, in afwachting van een door het Rijk vast te stellen saneringsprijs en stelden de broodprijs op 16 cent. Dan te bedenken dat een gewoon brood tegenwoordig (in 2011) een kleine 2 euro kost. Ondanks dat er op naleving werd toegezien, ontdoken de zogenaamde koude bakkers uit Velsen deze prijsafspraak en verkochten hun brood voor 13 en 14 cent.

Hoewel ze concurrenten waren, gingen de bakkers gemoedelijk met elkaar om en maakten soms een uitstapje. Hier is het bakkersgilde bijeen in de (negentien)dertiger jaren.
Hoewel ze concurrenten waren, gingen de bakkers gemoedelijk met elkaar om en maakten soms een uitstapje. Hier is het bakkersgilde bijeen in de (negentien)dertiger jaren. V.l.n.r.: Gerard Hemmer, Piet Res, Piet Groot, Jan Kraakman, Doris Kaandorp, Henk Hemmer, Cor Juffermans, Gert Groot, Siem van Zilt, Ber Kuilman en Dirk Hoogland.

Bakker Keck aan de Bakkummerstraat verlaagde daarop zijn prijs tot 12 cent, tot grote woede van de overige 15 plaatselijke bakkers. Een van hen kon zich niet beheersen en gooide een steen door een ruit bij Keck. De gemoederen werden gesust in een spoedvergadering, belegd in hotel Broksma, waarin unaniem werd besloten om met de prijsdaling van Keck mee te gaan. Men hoopte echter spoedig op maatregelen van regeringswege, want het werd onmogelijk geacht om voor die lage prijs brood te blijven verkopen. Cor de Haan (1922), die knecht was bij Kuilman van 1938-1946, vertelde nog het volgende:
“Keck fietste ook naar het kampeerterrein aan de Zeeweg, waar hij bij de ingang niet mocht blijven staan, omdat er op het kamp een winkel aan een bakker was verpacht. Hij stapte dan razendsnel van zijn bakfiets af en verkocht toch zijn broden aan de kampeerders tegen de lagere prijs.”

Advertentie uit de jaren 1940.
Advertentie uit de jaren 1940.

Vermeldenswaard is ook dat er vroeger nog onderscheid werd gemaakt tussen de katholieke en niet-katholieke bakkers. Zo was het doorgaans gebruikelijk dat iemand met het katholieke geloof alleen zijn brood kocht bij een katholieke bakker en andersom gebeurde dat ook. Het verschil komt ook tot uiting in een advertentie uit de jaren 1940, waarin de gezamenlijke katholieke bakkers bekend maken dat zij op de feestdag ‘Maria Hemelvaart’ niet bakken, noch bezorgen.


Jaarboek 34, pagina 40

Een tekening van de eerste bakkerij van Burgmeijer aan de Beverwijkerstraatweg, die in de oorlog werd afgebroken.
Een tekening van de eerste bakkerij van Burgmeijer aan de Beverwijkerstraatweg, die in de oorlog werd afgebroken.

Burgmeijer, al drie generaties ambachtelijk brood

Ten tijde van de grote recessie liet Cor Burgmeijer (1907- 1978) in 1932 een bakkerij bouwen aan de Beverwijkerstraatweg en begon daar een jaar later met echtgenote Marie Teeling zijn bedrijf. Het pand, dat circa 350 meter van de spoorlijn en recht tegenover het toenmalige gereformeerde kerkje lag, behoorde tot de rij woningen die in 1943 door de Duitsers werd afgebroken. Nu liggen daar de velden van voetbalvereniging Vitesse ’22. In 1945 kon Burgmeijer zijn zaak voortzetten in de Van Egmondstraat en in 1949 werd het pand aan de Burg. Lommenstraat 2 betrokken. Daarop zou nog een aantal nieuwe vestigingen en uitbreidingen volgen.

De broers Burgmeijer met hun ouders begin jaren 1950 achter de winkel aan de Burg. Lommenstraat.
De broers Burgmeijer met hun ouders begin jaren 1950 achter de winkel aan de Burg. Lommenstraat. V.l.n.r.: Co, Ton, moeder Marie, vader Cor en Cees.

De zoons Ton (1935), Co (1937) en Cees (1939) stapten ook alledrie in het bakkersvak en intussen is de derde generatie aangetreden, waarmee in 2008 het 75-jarig bestaan kon worden gevierd. Burgmeijer is daardoor de oudste bakkersfamilie die nog in ons dorp actief is. De broers kunnen terugblikken op een interessante en soms woelige geschiedenis van deze oudste Castricumse bakkersfamilie:
“De eerste 15 jaar waren zeker niet de gemakkelijkste. Na de recessie kwam de oorlog en al gauw werd het magazijn in beslag genomen door de Duitsers om als gaarkeuken te dienen voor de soldaten. Wij woonden zelf in de Pernéstraat. Nadat de bakkerij was gesloopt, ging vader Cor bakken bij collega IJpelaan aan de Breedeweg, totdat deze bakkerij ook werd gesloten. Vervolgens kreeg hij met één knecht onderdak bij bakker Jan Putter in Uitgeest, van waaruit dagelijks met de trans
portfiets brood bezorgd werd bij de paar klanten die er nog in Castricum restten.”

Jan Beerse met ijsverkoop voor zijn winkel.
Jan Beerse met ijsverkoop voor zijn winkel.

IJsverkoop als bijverdienste

Het bakkersbestaan was vroeger geen vetpot en de meeste bakkers deden er iets bij. Dat weet Kees Beerse (1941) maar al te goed:
“Mijn vader Jan (1911-1982) kwam met zijn vrouw Bets Roobeek uit Oudorp en zij namen in 1940 de bakkerij met winkel aan de Van Oldenbarneveldweg over van Bolten. Die had trouwens het inmiddels gesloopte pand ernaast ook nog in gebruik als lunchroom. Zoals de meeste bakkers in Bakkum ging mijn vader er ’s zomers ijs bij verkopen, want van het brood alleen kon je niet leven. Ik was de enige zoon die interesse had om in de zaak te gaan, wat in 1972 ook gebeurde. Ook mijn vrouw Janny hielp altijd mee in de winkel. Gelukkig nam onze zoon Michel het weer van mij over begin 2000, zodat bakker Beerse is blijven bestaan in Bakkum.”
De bakkerij is overigens de oudste in ons dorp, waar nu nog wordt gebakken.

De familie Beerse met haar personeel in 1999.
De familie Beerse met haar personeel in 1999. V.l.n.r. Michel Beerse, Jerrie de Graaf, Josine van Sprang, Karin van der Eng, Kees en Janny.

Jaarboek 34, pagina 41

Smakken

Bij smakken denken we allereerst aan onsmakelijk eten, maar het betekent ook hard neergooien. Vandaar wellicht de naam van een plaatselijke traditie die zich rond het Sinterklaasfeest afspeelde. De bakkers maakten in hun bakkerijen ruimte vrij voor deze gebeurtenis. Ze plaatsten er een rad van avontuur, een schietschijf of een ringwerpspel en er werden kleine prijsjes uitgeloofd.
In december 1922 schreef het Weekblad voor Castricum:
“Dinsdagavond, smakkersavond, was het gezellig druk in het dorp. Wat liepen er een menschen met pakjes door het dorp en wat zagen we veel glunderende gezichten. Bij de bakkers was het druk met het z.g. smakken.”
Voor een paar centen probeerde men via een van de spellen een taaipop, speculaas of andere lekkernij te bemachtigen. De traditie van de smakkersavonden heeft tot de Tweede Wereldoorlog bestaan.

Cees Duijn.
Cees Duijn.

Jeugdherinneringen van Martien Duijn

Cees Duijn (1914-1987) leerde het vak bij bakker Res aan de Dorpsstraat. Hij runde met zijn echtgenote Truus Duijn vanaf 1945 een eigen bakkerij in het pand aan de Bakkummerstraat 89, dat bestond uit een winkel en een wat verouderde bakkerij.

Het papier van Duijn, waarin zijn producten werden verpakt.
Het papier van Duijn, waarin zijn producten werden verpakt.

Hun zoon Martien:
“Het bakken was in die tijd zuiver een gevoelskwestie en vereiste vakmanschap op diverse terreinen. In de beginjaren werd de oven met takkenbossen opgestookt. Later werden deze vervangen door een gasmondbrander, waar de gemetselde oven niet op berekend was. Deze ging op den duur door de hitte lekken, waardoor er zand op de bakproducten kwam. Geld voor een nieuwe oven was er echter niet. Mijn vader heeft nog een paar jaar zijn brood gebakken bij Groot aan de Stetweg en stopte rond 1956, nadat hij werk had gevonden bij de Hoogovens.
.Mijn ouders waren bijzonder blij dat ik op 7-jarige leeftijd al kon fietsen op mijn moeders fiets en zodoende moest ik iedere dag tussen de middag brood brengen naar de twee woningen bij het voormalige pompstation in het duingebied achter Johanna’s Hof. Het gebeurde wel eens dat het warme eten er ‘s middags bij inschoot en dan kreeg ik een cadet mee naar school. Ik kreeg ook regelmatig te horen dat ik mij op school netjes moest gedragen, want als ik na zou moeten blijven, kostte dat ons volgens mijn moe-


Jaarboek 34, pagina 42

der twee klanten. Ook toen mijn vader de laatste jaren bij bakkerij Groot bakte, moest ik per fiets ’s morgens de winkel met broden bevoorraden. Daarvoor reed ik vele malen heen en weer. In de wintertijd met sneeuw en ijzel gebruikten we de slee, waarop de broodmand van de transportfiets werd gezet. Rond 6.30 uur begon ik altijd met rijden, want we moesten ook nog voor schooltijd naar de kerk. Als je als misdienaar aan de beurt was, moest je nog vroeger je bed uit. Ik wist niet beter, het hoorde er immers bij. Ook vond ik het interessant, want ik wilde later toch ook bakker worden!”

Rieuwert en Iet Schekkerman op de binnenplaats van hun bakkerij, waar de broden staan uit te wasemen voordat ze in de kar werden geladen.
Rieuwert en Iet Schekkerman op de binnenplaats van hun bakkerij, waar de broden staan uit te wasemen voordat ze in de kar werden geladen.

Geregeld een bekeuring

Rieuwert Schekkerman (1923) verhuisde in 1952 van Bobeldijk naar Castricum en nam met zijn echtgenote Iet Mantel de bakkerszaak over van Bijman op de hoek van de Mr. Ludwigstraat – Breedeweg. Hij stopte in 1960 vanwege rugklachten en omdat de zaken terugliepen. Hij vertelt graag over zijn levensloop:
“Vanaf mijn veertiende zat ik al in het bakkersvak en leerde het van mijn vader, die ook een bakkerij had. Toen ik ermee ophield, kon ik bij Verkade aan de gang als beheerder van het grondstoffenmagazijn. Dat had ik te danken aan mijn vervolgopleiding in Ede.”

Voor de bakkerswinkel van Schekkerman in 1957.
Voor de bakkerswinkel van Schekkerman in 1957. Zijn echtgenote staat rechts met daarnaast twee Engelse leraressen, die een nachtje onderdak kregen. Verder links zoon Paul (1954) en rechts zoon Rob (1953).

Schekkerman pakt vervolgens een keurig bijgehouden familie-album en geeft toelichting bij een paar aardige foto’s die van zijn bakkersbestaan in Castricum getuigen.
“We hebben nog eens twee Engelse leraressen onderdak verleend, die met de fiets op vakantie waren in Nederland. Ze werden doorverwezen via het politiebureau, dat toen nog aan de Dorpsstraat zat bij de spoorwegovergang. Het gekke was dat ik goed contact had met de politie, alhoewel ik geregeld een bekeuring kreeg. Dat was omdat ik vaak voor 5.00 uur begon met bakken of te vroeg ging venten …”


Jaarboek 34, pagina 43

Theo Velzeboer in zijn bezorgwagentje in 1982. Tot de (negentien)zeventiger jaren werd er nog heel veel bezorgd, eerst met een handkar of bakfiets, wat later kwamen er bestelwagens en elektrokarren.
Theo Velzeboer in zijn bezorgwagentje in 1982. Tot de (negentien)zeventiger jaren werd er nog heel veel bezorgd, eerst met een handkar of bakfiets, wat later kwamen er bestelwagens en elektrokarren.

Grote veranderingen

Er is in het bakkersvak veel veranderd in de loop der jaren. Tot de jaren 1950 kende men weinig broodvariatie. Je had bruin en wit brood, beschuit en dan nog het grauwe ‘regeringsbrood’. Tegenwoordig worden er naast banket en gebak dagelijks meer dan 40 soorten groot en klein brood gebakken.
De meeste bakkers in ons dorp verdwenen na de jaren 1970 geleidelijk aan.
In 2011 zijn er in ons dorp nog drie warme bakkers te vinden. Dat zijn Beerse in Bakkum en Brakenhoff en Burgmeijer in Castricum. Ze hebben allemaal nog een winkel en Burgmeijer heeft er zelfs twee. De bakkers kunnen de concurrentie met de fabrieksbakkers en supermarkten nog steeds aan en zorgen nog altijd voor brood op de plank!

Hans Boot
Arend Bron

Interieur van de bakkerij Hendrik Hemmer genaamd De Hoop aan de Ruiterweg.
Interieur van de bakkerij Hendrik Hemmer genaamd De Hoop aan de Ruiterweg.

Bronnen:

  • Edities Alkmaarsche Courant en Nieuwsblad voor Castricum;
  • Heideman H., De oude generatie van Bakkum en Castricum (1900-1940), 1982;
  • Jaarboeken Oud-Castricum: 26e (2003), 28e (2005), 30e (2007) en 32e (2009).

Met dank aan: Kees en Janny Beerse – Hollenberg, Wim en Anneke Brakenhoff – Plukkel, Ton Burgmeijer, Martien Duijn, Dick Groot, Cor de Haan, Henk Heideman, André Hemmer, Jan Hemmer, Henk Hemmer, Ben Kuilman, Marianne Kuilman, Hans Schekkerman, Rieuwert Schekkerman en Martin Vaalburg.


Print Friendly, PDF & Email