Cafés en kasteleins in Bakkum (Jaarboek 39 2016 pg 57-67)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Bakkum:
Bakkum, de Heerlijkheid en zijn ambachtsheren – Bakkum, einde gemeenteBakkum in de 18e eeuwBakkum omstreeks 1830Bakkum na 1930, de huizen en hun bewonersBakkum, vijftig jaar kerkBewoningsgeschiedenis Bakkum NoordBoenstraatje te BakkumCafés en kasteleins in BakkumKampeerterrein BakkumKermis in BakkumKlompenbuurt in BakkumKoninklijk Landgoed Bakkum (deel 1)Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 2)Ongevallen in Bakkum

Verschenen artikelen over middenstanders in Castricum: architectbakkersbioscoopbouwbedrijfcafé / hotelcafés en kasteleins in Bakkum –  drukkersexpeditiegasfabriekgroenteboerengroenteveilingkruideniersmelkboerenmelkfabriekmolenaarrestaurantschelpenvissersschilder – schildersbedrijf – slagerssmidsmederijstoomwasserijstrandvonderveldwachtersvrachtrijderijwereldwinkel


Jaarboek 39, pagina 57

Cafés en kasteleins in Bakkum

Net zoals de vele winkels die Bakkum heeft gekend, verdwenen er in deze dorpskern ook verschillende cafés. Alleen hotel-café-restaurant Borst wist zich 100 jaar te handhaven. Voor zover was na te gaan in archieven of via familieleden van vroegere eigenaren, passeren in dit artikel alle Bakkumse cafés de revue.

De vertrouwde kermis in de jaren 1980.
De vertrouwde kermis in de jaren 1980.

Kermis

Hoewel Bakkum ruim 100 jaar geleden een veel kleiner aantal inwoners had dan Castricum, werden er in Bakkum in verhouding meer drankvergunningen verleend. Ook de bouw van ‘Duin en Bosch’ (1904-1909) was aanleiding voor de opening van meer cafés. Een vestiging aan de Bakkummerstraat droeg zelfs enige tijd de naam van het provinciaal ziekenhuis.
Op basis van de drankwet van 15 oktober 1904, houdende bepalingen tot regeling van de kleinhandel in sterken drank en tot beteugeling van openbare dronkenschap, stelde de gemeenteraad van Castricum op 22 februari 1905 een verordening vast regelende het heffen van vergunningsrecht voor de uitoefening van de kleinhandel in sterke drank. Het recht bedroeg jaarlijks 12,50 gulden voor elke 50 gulden huurwaarde met een minimum van 25 gulden.

Bakkummer kermis in 1947 voor café Borst.
Bakkummer kermis in 1947 voor café Borst. V.l.n.r. Floor de Graaf, Jaap Borst, Ber van Benthem, Cees Cornelisse, Rie Strik, Cees Duijn, Han Brakenhoff en Jaap Tiebie.

Cafébezoek en kermisviering waren toen al nauw met elkaar verbonden. Een druk bezochte kermis betekende voor de kasteleins een aanzienlijke verhoging van hun inkomen. Vandaar dat de caféhouders er alles aan was gelegen om zoveel mogelijk publiek te trekken. En ondanks de bescheiden omvang van de Bakkummer kermis kon het er in die tijd, als het weer meezat, bijzonder druk zijn. De kermis was lange tijd berucht om de vechtpartijen en stond daarom bekend als ‘Bakkummer oorlog’. Het verhaal gaat ook dat er tussen de kasteleins ten noorden en ten zuiden van de Zeeweg tijdens de kermisdagen een felle concurrentiestrijd woedde. Dit was met name aan de orde toen Cees Castricum naast zijn zaak aan de Heereweg een grote feesttent liet zetten om de dansende kermisvierders wat ruimte te geven. De Zuid-kasteleins wisten burgemeester Mooij zodanig te bepraten dat de tent van Castricum werd verboden. Cees trok zich daar echter niets van aan en zette, volgens Rinus de Ruijter in zijn boek ‘Schippers van het Stet’, een nog grotere tent neer. De burgemeester is toen met de kermisdagen maar bij zijn dochter in Amsterdam gaan logeren en liet het handhaven van de openbare orde over aan veldwachter Koelewijn, die veel gezag had in Bakkum. Met veel tact wist hij de vrede te bewaren en de danstent kwam elk jaar terug …

Café De Hoop in 1905.
Café De Hoop in 1905.

Borst, Van Oldenbarneveldweg 25

De voorganger van Hotel Borst was café ‘De Hoop’, waarmee Wub Joosten in 1903 startte. Eind 1904 verkocht hij het café aan zijn broer Jacobus Joosten, die bakker was in Beverwijk. In 1911 verkocht Jacobus het geheel weer door aan zijn broer Martinus, winkelier van beroep. Enige tijd later kocht Jacobus er nog een stuk grond bij, maar in 1915 had hij een grote betalingsachterstand opgebouwd en kwam daardoor in acute geldnood. Als gevolg daarvan werd hij gedwongen om zijn gehele bezit te verkopen. Op 16 september vond er in het lokaal van Van Benthem in Castricum een openbare verkoping plaats en kocht land-


Jaarboek 39, pagina 58

bouwer Willem Borst (1887-1974) voor een bedrag van 2.215 gulden het café dat toen het adres Duinbuurt 473 had, maar later werd omgedoopt in Van Oldenbarneveldweg 25. De volledige inventaris bestond uit 16 stoelen, vier houten tafeltjes, zes kelkjes en twee kop en schotels. De caféruimte was niet groter dan zes bij acht meter, dus alles paste er net in.

Willem Borst
Willem Borst

Willem, die in 1918 met Heintje de Winter trouwde, nam de exploitatie van het café zelf ter hand. Aanvankelijk woonde het gezin in een kleine kamer met keuken achter de schuifdeuren van het café. In 1921 werd er aan de zuidkant van het café een serre gebouwd en aan de westkant een veranda. Nadat er voor de serre een gezellige theetuin was ingericht, veranderde de naam café De Hoop definitief in café W. Borst.

Café Borst kreeg rond 1928 een theetuin en heette tijdelijk ‘Bondshotel Berg en Bosch’. Vader Willem poseert hiervoor met links op de foto zijn kinderen Dirk en Annie.
Café Borst kreeg rond 1928 een theetuin en heette tijdelijk ‘Bondshotel Berg en Bosch’. Vader Willem poseert hiervoor met links op de foto zijn kinderen Dirk en Annie.

Toen de jongste zoon Dirk in 1928 was geboren, werden zowel het woonhuis als het café verbouwd. In deze periode breidde Willem het aantal logeerkamers eveneens uit en presenteerde zijn hotel en theetuin trots als ‘Bondshotel Berg en Bosch’. Twee jaar later werd ook de open veranda aan de voorkant in een serre veranderd.
Het naastgelegen woonhuis van de familie Zonneveld werd door Willem in 1931 gekocht en afgebroken voor de bouw van een toneelzaal. Langzamerhand kreeg de zaak de aanblik die vele jaren in stand werd gehouden.

Vader Willem was een inventieve en handige man. Het bier bewaarde hij koel in de kelder onder de gelagkamer. Om niet steeds het trappetje af te moeten, ontwierp hij een stok met daaraan een haak, waarmee hij de flesjes achter


Jaarboek 39, pagina 59

de kroonkurk kon aanhaken en daarna ophijsen.
Tijdens een openbare verkoping tikte Willem een orgel met echte pijpen op de kop. Dat orgel kwam naast de grote kolenkachel te staan en zou jarenlang de dansliefhebbers begeleiden.
De vijf kinderen van Willem en Hendrika hielpen van jongs af aan mee in de zaak. Dochter Trien (1920-2006) en zoon Kees (1919-1996) assisteerden moeder in de bediening en zoon Dirk (1927-2004), die aanvankelijk voor aannemer Borst werkte, ruilde op een gegeven moment zijn troffel om voor het koksmes in de keuken. Later ging hij zich met zijn vrouw Corrie (1928) meer richten op het hotelbedrijf.

Tante Trien achter de bar.
Tante Trien achter de bar.

Trien Borst, die voor heel Bakkum bekend was als Tante Trien, vertelde in het Noord-Hollands Dagblad van 31 maart 1998:
“Vanaf mijn dertiende werkte ik mee en ik heb dat vijfenzestig jaar volgehouden. Sinds kort doe ik het wat rustiger aan. Ik ben een nachtmens. Het was in de kleine uurtjes voordat ik naar huis kon, want we hadden altijd wel een paar klanten die ook na sluitingstijd bleven zitten. Dan gingen de deuren op slot en praatten we na totdat soms de politie met grote zaklampen door de ramen scheen. Hoewel we dan buiten zicht trachtten te blijven door onder het biljart te kruipen of achter de bar, werden we wel eens gesnapt. Ik werd daarom verscheidene keren bij de burgemeester op het matje geroepen. Ook gebeurde het wel dat ik mijn echtgenoot Dirk, die veehandelaar was, ’s morgens vroeg op straat tegen kwam. Hij ging dan de ene kant op naar de veemarkt en ik de andere kant, naar bed…”

In het verleden heeft het nabijgelegen psychiatrisch ziekenhuis Duin en Bosch een flinke stempel gedrukt op de exploitatie van café Borst. Als de patiënten tussen de middag moesten eten, ging de familie vaak voor de lunch naar Borst. Daar zat het iedere zondag stampvol.

Een biljartgroep bij Borst in 1994.
Een biljartgroep bij Borst in 1994. V.l.n.r. achterste rij: Jan Castricum, Wil Castricum en René Glorie; tweede rij: René Hooijschuur, Jan Reijnders, Karel Glorie, William Borst, Nol van Wandelen, Erik Zonneveld en Rick Weerstand; geknield: Hans van der Himst, Nico Mooij, Dick Zonneveld, Wil Lute, René Hoogeboom en Jan Willem Zonneveld.

Omdat de inrichting jarenlang ouderwets knus was, werd Borst vaak ‘de grootste huiskamer van Bakkum’ genoemd. Talloze vergaderingen, optredens, bruiloften en andere feesten hebben in zaal Borst plaatsgevonden en deze fungeerde soms ook als bioscoop. Artiesten als Snip en Snap, Kees Stet, De Mounties, Rudi Carell en Tom Manders hebben er in de jaren 1950 en 1960 op het podium gestaan en ook de plaatselijke toneelverenigingen hadden hier jarenlang hun domicilie. Bovendien was de Castricumse popgroep The Frogs vanaf 1964 daar acht jaar lang elke zondag van 20.00 tot 23.00 uur goed voor een enorme publieke belangstelling. Hotel Borst werd in die tijd de belangrijkste poptempel in de regio genoemd (zie ook het artikel over de popmuziek in het 31e Jaarboek, 2008).

Een andere ‘artiest’ die opviel, zoals Trien Borst in een artikel in het Noord-Hollands Dagblad van 31 maart 1998 vertelt, was pater Henri de Greve. Hij was een gedreven man en goed verteller, die zeer bekend was geworden door zijn radio-praatjes in het programma ‘Lichtbakens’ van de KRO. De Greve richtte in 1938 de ‘Bond zonder Naam’ op, een beweging gericht op naastenliefde, los van geloofsovertuiging of levensbeschouwing. Toen hij in 1949 naar Borst kwam, liep heel Bakkum uit. Zowel de grote zaal als de kleine zijzalen zaten tot aan de nok toe vol. Er waren zelfs mensen die een ladder tegen het gebouw zetten en op het platte dak klommen om via de geopende ramen van de twee glazen koepels mee te kunnen luisteren naar de wondermooie moralistische verhalen van deze pater.

De naam Borst is sinds mensenheugenis gekoppeld aan de Bakkummer kermis. Op de tweede zondag van oktober ontmoeten jong en oud elkaar voor de terrassen en kan je spreken van een heuse reünie. Weer of geen weer, elk jaar is het een gedrang van jewelste en vloeit het bier rijkelijk.


Jaarboek 39, pagina 60

Vogelschieten bij Borst

Het ouderlijk huis van Cor Mooij, waar hij in 1920 is geboren, bevond zich vlak achter Hotel Borst. Zijn vader had daar zijn tuinderij.
Cor herinnerde zich dat in de (negentien)twintiger jaren achter het hotel twee keer per jaar schietwedstrijden werden gehouden:
“Op twee palen werd dan een houten vogel geplaatst. Die had een romp met een kop, een staart en twee vleugels. Er zat een klein blikken bandje aan. Als je meedeed met schieten betaalde je per schot. Dat geld kreeg je dan weer terug als je er wat vanaf schoot. Je moest het doel in het midden raken, anders draaide de vogel gewoon een slag in de rondte. Wij jongens zochten de loden kogels op en verkochten die dan weer voor een paar centen aan de schutters. Het zorgde voor aardig wat klandizie bij Borst. De schutters kwamen overal vandaan; eentje zelfs helemaal uit de Haarlemmermeer. De inleg werd verdeeld. Voor ieder onderdeel van de vogel was een bedrag bepaald. Het meeste geld kreeg de schutter die de romp eraf schoot.”
Nog niet zolang geleden vond iemand op het land bij de Van Tienhovenhoeve een bijzondere kogel. Natuurlijk wist Cor Mooij direct waar die vandaan kwam …

Na de kermis van oktober 2015 onderging het café-restaurant een metamorfose en verdween na een verbouwing van vijf weken Borst-in-oude-stijl voorgoed. Het nieuwe restaurant kreeg een eigentijdse uitstraling met veel hout en een bruinleren interieur. De twee zalen werden samengevoegd tot één, met in totaal 80 zitplaatsen. Dat het café verleden tijd was, deed de huidige eigenaars William Borst (1960) en zoon Fabian (1989) zeer. William reageerde in het Dagblad Kennemerland van 29 oktober 2015 als volgt:
“Toen ik vijf jaar was zag alles er al uit zoals het hier tot en met de kermis was. Dus het was wel even slikken. Ik ben opgegroeid in het café. Er was altijd gekkigheid, gasten die dansten op het biljart. Een heel breed publiek kwam hier. Van clochards tot miljonairs; een doorsnee van de bevolking van Bakkum. De hotelfunctie blijft en dat geldt ook voor evenementen als de kermis, popquiz, ringsteken en Jazz in Bakkum”.

De familie- en personeelsleden van Fase Fier Eten & Drinken voor de opening in november 2015
De familie- en personeelsleden van Fase Fier Eten & Drinken voor de opening in november 2015. V.l.n.r. staand: Suzanne van de Ven, Jolanda Groot, Sharon Clarke, Thimo van der Meij, Ella Zijlstra, Connor Smith, Fabian Borst, Ranil Vergonet en William Borst; gehurkt: Tamara Molenaar, Ellen Borst, Nikki Groenheide en Saskia de Wit.

Per 23 november 2015 werd er nog een grote verandering ingevoerd. Sindsdien draagt de ruim een eeuw oude horecavestiging de naam ‘Fase Fier Eten & Drinken’. De betekenis hiervan werd op die dag door Fabian onthuld:
“Omdat het roer volledig is omgegaan, vonden we een nieuwe naam passend bij een nieuwe start. Fier staat niet alleen voor de vier generaties Borst, maar ook voor trots en zelfverzekerdheid die we graag willen uitdragen.”

Café De Duinstreek in 1937.
Café De Duinstreek in 1937.

De Duinstreek, Bakkummerstraat 75

Het pand Bakkummerstraat 75, dat tot 1930 alleen diende als brandstoffenhandel, liet Willem de Groot (1888-1959) in 1930 verbouwen tot café dat de naam ‘De Duinstreek’ kreeg. Achter het pand bleef de opslag van kolen, briketten en turf gehandhaafd.
Willem was getrouwd met Trijntje Borst (geen familie van Hotel Borst) en hun inmiddels overleden jongste dochter Agaath (1922-2016) wist nog veel over de zaak te vertellen:
“Mijn vader had een volledige vergunning. Dat hield in dat hij mocht tappen en tegelijkertijd sterke drank mocht verkopen. Wij woonden ernaast op nummer 75a. Met mijn broers en zuster heb ik altijd geholpen in de zaak. Dat begon met eenvoudige klusjes als glazen spoelen en later mocht ik ook serveren. Het café was niet groot en telde ongeveer 30 stoelen. Vooral in de winter was het er rustig. Vaak kwamen er vertegenwoordigers koffie drinken die hun eigen brood meenamen. Er werden ook veel vergaderingen gehouden van bijvoorbeeld de VVV, Vrouwenbond, Middenstandsvereniging en de Postduivenclub. We waren dagelijks open en gingen nooit op vakantie. Af en toe was er tijd voor een familiebezoekje, maar meer ook niet.


Jaarboek 39, pagina 61

Het bier, dat we inkochten bij drankenhandel Koop uit Beverwijk, werd in houten vaten geleverd en ’s zomers gekoeld met ijsblokken van de melkfabriek.
Van concurrentie met Borst was totaal geen sprake. Zij hadden een grote zaal en er kwam ook ander publiek. Het café was ook niet de grootste bron van inkomen voor ons gezin. In de eerste plaats hield vader de brandstoffenhandel aan en daarnaast vervoerde hij met paard en wagen aardbeien naar Beverwijk. Vader had trouwens wel een hekel aan schenken op de pof, want dat kostte klanten, zei hij altijd. Als iemand in het krijt stond, was hij namelijk bang dat die naar een ander café zou gaan.

In 1953 hield de VVV hield haar ledenvergadering in café W. de Groot te Bakkum.
In 1953 hield de VVV hield haar ledenvergadering in café W. de Groot te Bakkum.

We hadden veel vaste klanten die een kaartje kwamen leggen of een biljartje maakten. Ook zagen we steeds dezelfde gasten van kampeerterrein Bakkum. Dat waren rasechte Amsterdammers, waar je ontzettend mee kon lachen. Op een keer kwam eens een stel kampeerders binnen met een jongetje van een jaar of zes dat moest plassen. In die tijd legden we altijd een schijfje citroen in het urinoir voor de frissigheid. Toen het jongetje terugkwam zat hij lekker te sabbelen op het citroenschijfje …

Ik kan mij niet herinneren dat er problemen zijn geweest door dronkenschap of dat de politie erbij moest komen. Vader kon goed met mensen overweg en had bovendien handen als kolenschoppen. Vaak ging hij ’s morgens om een uur of tien met een bak koffie op de veranda zitten. Op een gegeven moment kwam er een man aanrennen die op weg was naar de kerk. Vader hield de man staande en zei tegen hem dat hij zich niet hoefde te haasten, omdat de kerk pas om 11.00 uur zou beginnen. Toen bleek dat de voorbijganger op weg was naar de gereformeerde kerk, waar vader natuurlijk nooit aan gedacht had!

Van de oorlogsjaren weet ik niet veel meer, alleen dat het café een aantal jaren werd gesloten en volgens mij was dat tijdens de evacuatieperiode. De kermistijd staat mij nog wel helder voor de geest. Dat betekende een hogere omzet, maar ook meer kosten. Zo hadden we speciaal voor die dagen twee kelners in dienst. Dat waren Ber Schermer en Joop Zentveld. Om de sfeer te verhogen hadden we ook de toen alom bekende kermisband ‘De drie musketiers’ van Cees Nat ingehuurd en dat kostte ook wel een paar centen. Nee, het was een onzeker avontuur, want de opbrengsten waren ook erg afhankelijk van het weer. Als het droog en zonnig was gingen de mensen een rondje lopen langs alle cafés en daar moest je het tenslotte van hebben.

Ook hebben we de nodige bruiloften en partijen meegemaakt. Die werden vanaf het begin in een bovenzaal gehouden, wat heel wat voeten in de aarde had. Tijdens het gebruik moest de zaal namelijk gestut worden om de vloer meer draagkracht te geven. Een nadeel was ook dat we steeds de trap op moesten met eten en drinken en dat was geen pretje. Mijn vader is na een jaar of zeven gestopt met de bovenzaal, omdat het toch praktischer was om alles beneden te houden. Maar dat had weer tot gevolg dat het loodzware biljart er elke keer uit moest om te worden opgeslagen in de schuur. Dat gebeurde dan met behulp van acht mannen.

De mensen konden overigens wel feesten in die tijd. Een bruiloft begon meestal na de kerk om een uur of elf met koffie en een broodmaaltijd. Daarna een borreltje, receptie en aan het eind van de middag een driegangendiner. De gasten leverden zelf het eten als groente, vlees, aardappelen, broodjes etc. en wij bereidden alles in onze keuken. Na het diner begon de feestavond en ging men weer vrolijk verder. We hebben zelfs op zaterdagavonden meegemaakt dat de mensen ’s nachts door wilden gaan tot de volgende morgen als het kerk- of melkerstijd was. In ieder geval werd elk feest afgesloten met koffie en broodjes. Daarna konden wij weer aan de gang om alles schoon te maken. Het afrekenen ging heel eenvoudig, want de borreltjes werden per fles betaald. De aangebroken flessen mocht men mee naar huis nemen. Het was zo’n andere tijd, je kunt je dat nu bijna niet meer voorstellen.

In 1955 koos De Groot voor de slijterij in plaats van een café.
In 1955 koos De Groot voor de slijterij in plaats van een café.

In 1955 splitste de gemeente alle drankvergunningen en moest vader kiezen waar hij mee door wilde gaan. Hij koos voor de slijterij, dus vanaf dat moment is het café opgeheven en werd het interieur verbouwd tot winkel.”

Agaath ging de slijterij samen met haar zus leiden. Zij stopten daarmee in 1970 en vanaf dat jaar verhuurden zij de zaak aan Paul Nolet, die het pand in 1980 kocht van de twee zusters. Nolet had daar zijn drankwinkel tot 1998 en verplaatste zijn slijterij toen naar de Stationsweg, waar Taxi Tervoort voorheen was gevestigd. Het pand heeft daarna nog tijdelijk een winkelfunctie gehad, maar die werd spoedig opgeheven en omgezet in een woonbestemming.

De Dukdalf, Van der Mijleweg 1

De Dukdalf is het jongste café dat Bakkum heeft gekend. Cees Lute was daarvan de eerste eigenaar. Hij kocht het


Jaarboek 39, pagina 62

pand rond 1975 van Niek Bakker, die er een kapperszaak annex sigarenwinkel runde. In de jaren 1930 en 1940 was daarnaast garage Dijkhuizen gevestigd. Lute verbouwde het pand tot cafetaria ‘De Vluchtheuvel’ en in het linkerdeel begon hij een bar onder de naam ‘De Dukdalf’.

De Dukdalf sponsorde in 1982 het B2-team van Vitesse ’22.
De Dukdalf sponsorde in 1982 het B2-team van Vitesse ’22. V.l.n.r. staand: Ron Scholten, Bob Res, reserveleider Jaap Veldt, Arend Koet, Jeroen Konijn, Dennis Lammers, Jeroen de Swart, Falco van der Miesen, Frans Schermer en trainer Peter Lambert; zittend: Marcel Zoontjes, Dave Jonker, Jeroen de Jonge, Otto Spaan, Sander van der Klei en leider Arie Glorie.

In 1977 kregen de broers Jan en Ben Castricum het beheer over de horecavoorzieningen. Jan (1947), die getrouwd is met Marry, dochter van de vroegere caféhouder Jaap Tuin aan de Heereweg, vertelde over De Dukdalf:
“In 1980 hebben we het pand overgenomen van Cees Lute. Alles bij elkaar hebben mijn broer en ik met onze echtgenotes 27 jaar in de zaak gestaan. Het café is in de loop der tijd wel van functie veranderd. In het begin deed het alleen dienst als bar en discotheek. In 1983 hebben we de zaak verbouwd en is er een zaaltje bijgekomen voor feesten en partijen.

Een advertentie uit 1983.
Een advertentie uit 1983.

In de beginperiode hadden we veel vaste gasten, zoals de leden van de reddingsbrigade en een klaverjasclub. Ook kwamen vaak dezelfde mensen langs om een biljartje te maken. Tijdens het ‘eerste deuntje’ van de Bakkummer kermis was het extra druk en huurden we een muziekduo in. In de zomer hadden we ook bezoekers van de jeugdherberg en het kampeerterrein.
Onze biervaten, geleverd door de groothandel Noord-Holland Noord uit Alkmaar, werden in de kelder onder de voorbar opgeslagen.

Cafetaria De Vluchtheuvel met links café De Dukdalf begin jaren 1990.
Cafetaria De Vluchtheuvel met links café De Dukdalf begin jaren 1990.

De laatste jaren werd het darten populair en dat trok nogal wat publiek. We organiseerden toen een aantal keren een toernooi dat ging om het kampioenschap van Castricum. Per 31 december 2004 verkochten we de zaak aan snackbarketen Family. De vroegere caféruimte werd vanaf die tijd af en toe nog gebruikt voor feesten en klaverjassen, totdat het omstreeks 2009 werd opgeheven en de ruimte bij het cafetaria werd getrokken. Family is daar trouwens nog steeds gevestigd.
Natuurlijk hebben we in al die jaren een hoop leuke en gekke dingen meegemaakt. Ik herinner mij dat er een keer een jongen in De Vluchtheuvel zat en een taxi bestelde. In de auto vroeg de chauffeur waar hij naartoe moest, waarop het antwoord luidde: naar De Dukdalf …”


Jaarboek 39, pagina 63

Menno Twisk als diskjockey.
Menno Twisk als diskjockey.

Herinneringen van Menno Twisk

Menno Twisk (1957) was diskjockey in De Dukdalf van 1976 tot 2000. Bij hem kwamen de volgende her naar boven:
“De eerste DJ was Ron Lute. Daarna draaiden Co Wiendels en Uke Rorije platen en ben ik ‘aangeschoven’. We hebben vanaf midden (negentien)zeventiger jaren samen ook tijdens kermissen gedraaid voor de nieuwe eigenaren, de gebroeders Castricum. Daarnaast ben ik ook nog een aantal jaren in de Voem Voem als diskjockey gaan werken, maar bleef dat ook altijd doen (totaal meer dan 20 jaar) bij bruiloften en partijen in De Dukdalf.

In die tijd was het nog de kunst om niet te mixen maar de muziek ‘aan elkaar te praten’ om het zo maar te noemen en op die manier de bezoekers te ‘entertainen’. Met kermissen of grote feesten moest er altijd flink geïmproviseerd worden. De stoppen sloegen geregeld door of de vinylplaten op de draaitafels moesten ‘nat’ gedraaid worden. Met verzwaring van een voorwerp op de kop van de naald in de arm van de pick-up werd het ‘overslaan’ van de muziek in het feestgedruis voorkomen. De kermissen werden toen nog gevierd met drank in glas en het kon er wel eens om spannen als er een knokpartij uitbrak tijdens ‘de ‘Bakkummer oorlog’. Meestal konden we dit soort spanningen binnen De Dukdalf met de vaste bezoekers in de kiem smoren door trucjes als het draaien van ‘verkeerde’ muziek of het aandoen van de grote lichten. In tegenstelling tot wat sommigen denken was het juist de onrustige situatie buiten de horecagelegenheden en op het kermisterrein zelf dat het afschaffen van het eerste deuntje op de maandag in de hand werkte.

Kenmerkend voor onze manier van platen draaien in De Dukdalf was, dat bijvoorbeeld een bruiloft met een (stijl)dansavond gepaard kon gaan, zonder dat er een band ingehuurd hoefde te worden. Daar werden dan gelijk (dans)ruimte en budget mee gewonnen. Hiervoor moesten we wel noodgedwongen ook wat Engelstalige en modernere hitsingles gebruiken, waar men niet zo aan gewend was om op te stijldansen. Het kwam dan ook wel eens voor dat ik samen met Marry van Jan Castricum, of met de bruid een quickstep of Engelse wals op een stukje popmuziek moest voordansen, wat vaak tot grote hilariteit leidde. In veel gevallen hebben we naast het huwelijksfeest ook het 12,5-jarige huwelijksfeest voor hetzelfde echtpaar verzorgd en in twee gevallen werd zelfs nog het zilveren huwelijk gevierd.

De fijnste herinneringen heb ik aan de belevenissen tijdens de lange samenwerking met de altijd optimistische en humoristische Dirk Heintzberger die op feestavonden als barkeeper of ober werkte. In mijn ogen een geboren entertainer die helaas in 2015 plotseling en te vroeg overleden is. Wat hebben wij met hem veel meegemaakt en enorm kunnen lachen. Daarover zouden we een boek op zichzelf kunnen schrijven. Misschien komt dat er nog een keertje van. Dirk zou dat in ieder geval verdienen.”

Café 'De Goede Verwachting' van Willem Castricum aan de Heerweg 38 te Bakkum in 1920.
Café ‘De Goede Verwachting’ van Willem Castricum aan de Heerweg 38 te Bakkum in 1920.

De Goede Verwachting, Heereweg 36

aldus een verhaal van Jan Castricum, dat is opgetekend in De Castricummer van 30 juni 1999.

Van oorsprong was het pand Heereweg 36 een boerderij, waarin Lammert Hageman een herberg annex café begon. In 1859 werd deze uitspanning, die ‘De Roskam’ heette, voortgezet door Dirk de Winter sr. (1828-1902). Volgens het boek ‘Historie van Castricum en Bakkum’ van Derk van Deelen zou de herberg op 2 juli 1860 door brand geheel verloren zijn gegaan. Na de herbouw werd Dirk de Winter jr. (1859-1937), onder andere jachtopziener en tuinder van beroep, eigenaar van de zaak van 1902 tot 1905. Het café werd vanaf 1905 gerund door Dieuwertje Stroomer, die getrouwd was met schelpenvisser en vrachtrijder Cees Castricum (1861-1925). Het echtpaar woonde vanaf dat jaar aan de Heereweg. Cees, later ook bekend als kastelein, kocht het pand in 1905 en gaf het de naam ‘De Goede Verwachting’. Na zijn overlijden verkocht Dieuwertje het in 1926 aan Johan van der Velden, een caféhouder uit Leiden. Een jaar later kwam hij in financiële problemen en kocht Dieuwertje het café alweer terug tijdens een openbare verkoping. Het pand kwam in 1928 in handen van haar zoon Willem (1887-1953), die achter het café een transportbedrijf had.

De familie Castricum met personeel voor De Goede Verwachting rond 1915.
De familie Castricum met personeel voor De Goede Verwachting rond 1915. In het midden met donkere blouse Dieuwertje Stroomer en geheel rechts haar man Cees Castricum.

De crisis trof ook de familie Castricum. ‘De kamers boven het café werden in die tijd verhuurd, waardoor de gezinsleden soms op het biljart in slaap moesten zien te raken’,


Jaarboek 39, pagina 64

Een foto uit de jaren 1930, nu met duidelijk de speeltuin in beeld en daarachter de theetuin.
Een foto uit de jaren 1930, nu met duidelijk de speeltuin in beeld en daarachter de theetuin.

Bij het café hoorden ook een open terras en een speeltuin. Op een aangrenzend landje kon men tijdens de kermis ‘katknuppelen’. Dit oude volksvermaak was toen echter al niet zo wreed meer als de naam doet vermoeden. Tussen twee palen hing een vat, waarin zich – in plaats van oorspronkelijk een kat – een stukje hout bevond dat ‘de kat’ werd genoemd. Naar dit vat werd gegooid met knuppels of staven. Winnaar werd degene die de kat losgooide van het vat. Tijdens dit spel ging de fles kwistig rond en als toeschouwer kon men maar het beste op een flinke afstand blijven. Tijdens de kermis werd er uiteraard volop gedanst. Dat gebeurde op de klanken van een bijzonder mooi elektrisch pierement. Er stond dan rechts van het café een grote tent en de kermisgangers liepen heen en weer tussen café Borst en De Goede Verwachting.

Een ploeg die tijdens de kermis meedeed aan het katknuppelen naast De Goede Verwachting.
Een ploeg die tijdens de kermis meedeed aan het katknuppelen naast De Goede Verwachting. Namen voor zover bekend: staand vierde van links Dirk Koppes en vijfde van links Cor de Winter; zittend tweede van links Piet Borst.

Jaarboek 39, pagina 65

Siem Castricum (1926-1992), een van de elf kinderen van Willem en echtgenote Mien Mors, zwaaide met echtgenote Ans Swart de scepter over het café van 1948 tot 1960. Wij spraken met hun oudste zoon Piet (1951), die zich nog een en ander wist te herinneren:
“Mijn vader werkte ook voor het transportbedrijf van de familie, totdat de zaak in 1977 failliet ging. Moeder stond er dus vaak alleen voor, maar zij werd wel met allerlei werkzaamheden geholpen door haar schoonzusters. Als het Bakkummer kermis was moest ik vanwege de drukte met mijn oudste zus Ria uit logeren naar familie in Zijdewind. Voor de muziek huurde mijn vader dan een duo in. Dat pakte elk rondje graag aan, met als gevolg dat de muzikanten aan het eind van de avond zo lam waren dat ze nog maar één nummertje konden spelen. Toen heeft vader ze voorgesteld om de jenever maar stiekem achter zich met behulp van een trechtertje in flessen te gieten. Zodoende gingen ze met een aardige voorraad naar huis toe …

Ik weet ook nog goed dat wij een van de eerste waren die televisie hadden die in het café stond. Op woensdag- en zaterdagmiddag kwamen de kinderen uit de buurt dan kijken, terwijl hun ouders gezellig aan de bar gingen zitten. Omdat ik boven het café sliep en het erg gehorig was, hoorde ik regelmatig bijzondere geluiden als de gemoederen beneden soms wat verhit werden. Er waren in die tijd al gasten die met de auto kwamen. Als die te veel hadden gedronken, eiste mijn moeder hun sleutels op en vervolgens werd taxi ‘Jan Pret’ gebeld om ze naar huis te brengen. Ook mijn ouders hadden het niet breed en daarom gingen we niet echt op vakantie, maar soms wel dagjes weg, bijvoorbeeld naar de Julianatoren in Apeldoorn.
Verder kan ik mij herinneren dat mijn vader onbreekbare glazen had gekocht. Dat was iets nieuws, maar het werd een fiasco want als er een koud biertje in de zon stond spatte het glas in duizenden stukjes uiteen.

Mijn ouders stopten met het café in 1960, aangezien mijn moeder het niet meer aankon. Toen werd de zaak overgenomen door de familie Tuin en verhuisde ons gezin naar Heereweg 15. Vanaf die tijd stond het café bekend als ‘Café Tuin’. Jaap Tuin haalde het biljart eruit en plaatste er een grote bar in.”

Een suikerzakje van café Tuin.
Een suikerzakje van café Tuin.

Henk Snabilie werd in 1973 de laatste eigenaar, die het café verwaarloosde en gebruikte voor de opslag van speelautomaten. In augustus 1998 werd het pand gesloopt om plaats te maken voor de bouw van een restaurant met bovenwoningen. In 1999 opende barbecuerestaurant Gonzales daar haar deuren. Sinds 2008 was hier restaurant ’t Mirakel van Bakkum’ gevestigd, waarvan Renato Holshuijsen de uitbater was.
Per 1 april 2016 ging de huur van het pand over op Arnold Nijen Twilhaar, die het restaurant voortzette onder de naam ‘De Heerlijkheid van Bakkum’.

Gert van Egmond voor zijn herberg annex café De Onderneming in 1920.
Gert van Egmond voor zijn herberg annex café De Onderneming in 1920.

De Onderneming, Heereweg 12

Over dit pand is aan de hand van verkoopaktes bekend dat er sinds 1905 een ‘koffiehuis’ was gevestigd, waarmee toen ook een café werd aangeduid. Uitbaters, die in vergunningen uit die periode worden genoemd, waren Johannes Kamp en Klaas Brantjes. Jo Borst, een broer van Willem Borst, werd in 1913 eigenaar van de woning met winkel en koffiehuis op dit adres. Zijn zwager Gert van Egmond, een tuinder uit Heemskerk, kocht het geheel in 1917 en runde vanaf die tijd samen met zijn vrouw de herberg annex café ‘De Onderneming’. Gert werkte op het land en hield zich vooral met de aardbeienteelt bezig.

In 1925 verkocht Van Egmond het huis aan de achterzijde aan Jan Wester, die er een bakkerij begon.
Het horecabedrijf werd beëindigd in 1928. Vanaf 1930 tot 1974 woonden hier achtereenvolgens de bakkers Jan Wester, Toon Huisman en Harry Matze.


Jaarboek 39, pagina 66

Café Duin en Bosch is nog net links achteraan zichtbaar.
Café Duin en Bosch is nog net links achteraan zichtbaar.

Duin en Bosch, Bakkummerstraat tussen 98 en 100

Aan de Bakkummerstraat, op de plaats waar nu de Van der Mijleweg begint, werd in 1905 een café gebouwd dat ‘Duin en Bosch’ heette. De eigenaar was Leonardus Burgering, die in de notariële stukken koffiehuishouder en melkverkoper werd genoemd. Leonardus kreeg al in 1906 financiële problemen, want op 28 december van dat jaar vond op verzoek van een bank de openbare verkoop van het pand plaats tengevolge van wanbetaling. Het bezit, dat bestond uit een koffiehuis, woonhuis met erf, een doorrijstal en een perceel bouwterrein, werd voor een bedrag van 4.885 gulden gekocht door Albertus Leonardus Burgering, een broer van Leonardus.
Heel veel meer is er over de periode Burgering niet bekend, behoudens dat uit vertellingen van Wim Kuijs (zie 35e Jaarboek, pag. 4) blijkt dat er in het café in 1916 de eerste filmvertoningen plaats vonden.

The Willy Jazzband die in het café van Metzer speelde.
The Willy Jazzband die in het café van Metzer speelde. V.l.n.r. Jaap Castricum, Wim Jacobs, Klaas Nobel en Cees Blei.

Het café werd eind 1925 overgenomen door Anthonius Metzer uit Arnhem. De uitspanning stond bekend door optredens van de in die tijd bekende accordeonist Kees Kranenburg, die tijdens de kermisdagen veel belangstellenden trok. Ook de eerste Bakkumse jazzband met de muzikanten Jaap Castricum, Wim Jacobs, Klaas Nobel en Cees Blei was daar te beluisteren.

Op 15 september 1928 kwam er een einde aan het hotel-café, toen het in brand vloog. In een verhaal van Derk van Deelen over de Bakkummerstraat in het Nieuwsblad voor Castricum van 21 maart 1969 staat hierover:
“De eigenaar, de heer Metzer, was alleen thuis en plotseling stond het pand in lichterlaaie. Metzer stond in zijn ondergoed voor een bovenraam te schreeuwen. De brandweer was snel ter plaatse maar ze kon niets uitvoeren, ze hadden geen water. De heer Metzer sprong uit het bovenraam op de serre en werd door de brandweer op de begane grond geholpen. De burgemeester had angst voor het ontploffen van koolzuurflessen. De kastelein kon hem echter geruststellen, want de flessen waren opgeborgen in de kelder.”

Metzer verhuisde in 1929 met zijn vrouw naar Hamburg en vanwege de aanleg van de Van der Mijleweg werd het pand niet meer herbouwd.
De restanten van het café met de grond werden in hetzelfde jaar in het openbaar verkocht op last van de schuldeisers en de brandverzekering. Een van de schuldeisers was Albertus Leonardus Burgering, die eigenaar was voor Metzer de zaak overnam. Burgering werd door de openbare verkoop opnieuw eigenaar en verkocht het geheel enkele maanden later aan de gemeente.

In dit huis aan de Heereweg 8, dat in 1993 is afgebroken, was café Het Haasje gevestigd.
In dit huis aan de Heereweg 8, dat in 1993 is afgebroken, was café Het Haasje gevestigd.

Het Haasje, Heereweg 8

Dit pand, afgebroken in 1993, stond bekend als de woning van de familie Groentjes, waar dochter Neeltje op 6 oktober 1799 tijdens de Slag bij Castricum werd doodgeschoten. Nadat het huis een paar keer was doorverkocht, werd Pieter Zonneveld eigenaar in 1870. Hij verhuurde het pand aan zijn broer Hendrik, die er een café begon. Nadat Hendrik Zonneveld overleed in 1875, werd het café door zijn vrouw Trijntje Boon voortgezet tot 1888. Toen nam Floris Twisk het van haar over en gaf daaraan de naam ‘Het Haasje’. Op de buitenmuur zou volgens het boek van Derk van Deelen te lezen zijn geweest:

‘Het Haasje geswint.
Kom binnen mijn vrind.
Wie niet met droge keel wil lopen,

Kan in ’t Haasje een borreltje kopen.’


Jaarboek 39, pagina 67

Floris Twisk overleed in 1889 en vanaf die tijd werd de zaak gerund door zijn echtgenote Bet Castricum. Het café heette toen in de volksmond ‘Café van Bet van Floor’. Ondanks de krappe ruimte werd er ook tijdens de kermis gedanst. In 1903 nam Jan Zonneveld de huur van het café van Bet over, tot de zaak in 1908 werd opgeheven. De drankvergunning werd verkocht aan Jan Kamp, die de vergunning gebruikte voor eerdergenoemd café De Onderneming aan de Heereweg 12.

Hendrik Zonneveld, zoon van de eigenaar Pieter Zonneveld, trouwde in 1908 en ging wonen in het voormalige café. Hendrik bleef er wonen tot 1936. Direct daarna werd het pand bewoond door Jan de Ruijter, die het in 1957 kocht en er tot 1974 woonde. Het pand kwam daarna nog in handen van twee leden van de familie De Ruijter.

Café Peijs in 1907.
Café Peijs in 1907.

Peijs, Van Oldenbarneveldweg 2

Klaas Peijs (1876-1939) was sigarenhandelaar, koopman, manufacturier, brievengaarder en caféhouder.
Vanaf 1905 bewoonde hij op de hoek van de Bakkummerstraat en de Van Oldenbarneveldweg (toen Bergerweg geheten) een groot wit woon- en winkelhuis, waarin Klaas een café had. Dat brandde af in 1911, waarna hij op deze plek een nieuw pand met daarin een textielzaak en een hulppostkantoor liet bouwen. Het café heeft dus maar zes jaar bestaan. In de loop der tijd waren er diverse winkels in het pand gevestigd, zoals een sigaren- en een groentezaak. Al geruime tijd wordt het volledig als woning gebruikt.

De laatste ronde

Dit artikel laat zien dat Bakkum in vroegere tijden een bloeiende cafétijd heeft gekend. Nu vinden we er alleen nog restaurants en hotels. Zelfs de bruine kroeg van Borst heeft het onderspit moeten delven. Het is alweer lang geleden dat men van café tot café kon gaan en er in De Goede Verwachting de volgende spreuk boven de bar hing:
“Toen Mozes op de rotsen klopte, gebeurde het wonder dat het water dropte. Maar een groot wonder gebeurt er hier, want als men klopt dan komt er bier.”

Hans Boot
Arend Bron

Bronnen:

  • Archief gemeente Castricum (drankvergunningen).
  • Deelen, D. van, Historie van Castricum en Bakkum, 1973.
  • Edities Alkmaarsche Courant, De Castricummer, Nieuwsblad voor Castricum en Noord-Hollands Dagblad.
  • Heideman H., De oude generatie van Bakkum en Castricum (1900-1940), 1982.
  • Heideman H., De oude generatie van Bakkum en Castricum Deel 2 (1900-1950), 1994.
  • Notariële archieven.
  • Ruijter W. Jzn., Q de, Schippers van het Stet, 1974.
  • Ruyter, L. de, Hotel Borst 100 jaar, 2015.
  • Stichting Werkgroep Oud-Castricum, Castricum-Bakkum in vervlogen jaren Deel 1, 1996.

Met dank aan:
William Borst, Jan Castricum, Marry Castricum – Tuin, Piet Castricum, Agaath de Groot, Cor Mooij en Menno Twisk.

Print Friendly, PDF & Email