Castricum, herkomst van de naam (Jaarboek 23 2000 pg 15)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 23, pagina 15

 

De herkomst van de naam Castricum

 

In het kader van het thema ‘millennium’ past het ook om in dit jaarboekje enige aandacht te schenken aan de naam van ons dorp, omdat ongeveer duizend jaar geleden, en wel omstreeks het jaar 990, de naam Castricum voor het eerst in de geschreven bronnen voorkomt. In de boeken van de Abdij van Egmond wordt rond genoemd jaar melding gemaakt van een schenking van de zoon van Dirk II, graaf Arnulf, aan de abdij van één en driekwart hoeve gelegen in ‘Castrichem’: “in Castrichem duas mansas excepta quarta parte unius manse.” (red: – letterlijke vertaling – In Castrichem twee huizen behalve een vierde deel uit één huis)

De eerste vermelding van de naam Castricum.
De eerste vermelding van de naam Castricum. (Red: geschreven als ‘castrichem’)

Naamvarianten in de middeleeuwen naast Castrichem waren ook Casterkem, Castringhem, Kasterchem en Kasterkem. In de afgelopen eeuwen is het bijna uitsluitend Castricum geweest, hoewel Kasterkum en Castercom ook nog zijn voorgekomen.

Naamverklaringen

Over de herkomst van de naam bestaan verschillende theorieën. Hierna volgen de in de loop der jaren zoal opgedoken naamverklaringen.
Zo zou de naam Castricum zijn afgeleid van het Latijnse woord ‘Castra’ dat legerplaats betekent. Met de uitgang ‘icum’ weet men vervolgens niet goed raad, omdat hieraan geen Latijnse betekenis kan worden toegekend en niet past bij Castra.

Van Ollefen en Biller schrijven in de Stads- en Dorpsbeschrijver in 1796 dat de naam afkomstig zou zijn van de Griekse mansnaam Castor. De oorspronkelijke vorm van Castricum zou dan ‘Castors- hum’ zijn, wat betekent ‘huis van Castor’. Met de komst van de Romeinen in Noord-Holland zouden met hen ook de namen van de machtige goden van de Romeinen en Grieken in onze contreien bekend zijn geworden. Door de inheemse bevolking, die nog zeer bijgelovig was en allerlei afgoden vereerde, zou besloten zijn om ook hier deze machtige goden te gaan vereren. Zo zouden dan hier de naam ‘Castor’, zoon van de Griekse God Zeus en ook de naam ‘Bacchus’, de Romeinse God van de drank, bekend zijn geworden en hebben geleid tot de namen voor Castricum en Bakkum.

Vanuit dezelfde redenering kwam men ook op de mogelijke afkomst van ‘Castor-home’ met als letterlijke betekenis ‘Bever-woning’. De naamoorsprong zou dan dezelfde zijn als van Beverwijk. Gezien de bodemgesteldheid van meer dan duizend jaar geleden zouden bevers in dit gebied veelvuldig kunnen voorkomen.

Kramer schrijft dat de naam Castricum door vele historici als een verbastering wordt gezien van Castra in Kinheim met de betekenis van ‘Kasteel in Kennemerland’ en daarmee ook de onderbouwing vormt van zijn vermoeden dat er in Castricum een Romeins kasteel heeft gestaan. Tot op heden zijn hiervoor echter geen bewijzen gevonden.

Wil Steeman – secretaris van de Werkgroep Oud-Castricum – heeft eens geopperd dat de naam Castricum afgeleid zou kunnen zijn van het woord Gaast-ric-heem: de woonplaats die rijk (ric) is aan geestgronden (gaasten). Een gaast (of geest: denk aan Uitgeest) was een hoger gelegen stuk grond, dat geschikt was voor landbouw en bewoning. Naar de mening van het Meertens Instituut is het niet zo waarschijnlijk dat de naam ‘gaast’ ooit is veranderd in ‘cast’. Het Meertens Instituut houdt zich onder andere bezig met de naamkunde en dan vooral toegespitst op de studie van persoonsnamen en plaatsnamen.

Volgens het Meertens Instituut zijn in de periode tussen ruwweg 500 en 900 van onze jaartelling de heemnamen in gebruik gekomen. Het woord ‘heem’ betekent ‘nederzetting’ en kennen we (veelal verbasterd tot ‘um’ of ’em’) in zeer veel plaatsnamen: Bakkum, Rinnegom, (onder Egmond), Hallum (de voorloper van Egmond), Adrichem (de voorloper van Beverwijk) en Arem (nu onder zand bedolven bij Noord-Bakkum), maar ook van bijvoorbeeld Haarlem en Hilversum.

Huidige wetenschappers neigen nog het meest naar een oorsprong van ‘Castrik-heem’. Iemand met de naam Kastrik of Castrik zou zich hier gevestigd hebben. Naamdeskundigen zeggen dat het een Frankische, in elk geval niet een typisch Friese naam is.

Misschien was de man ‘Castrik’ hier belangrijk en/of zijn naam opvallend voor de lokale bevolking, want zijn woonplek, ‘Castrik-heem’, werd de naam van het dorp, dat ontstond toen zich uiteindelijk een dorp vormde rond de kerk, in het huidige centrum van Castricum.
Castricum werd de verzamelnaam van vijf buurtschappen: de Kerkbuurt, de Oosterbuurt, Heemstede (richting Heemskerk), het Noordeinde en Kleibroek.

Simon Zuurbier

Bronnen

  • Deelen, D. van, Historie van Castricum en Bakkum, Schoorl 1973.
  • Hof, J., De abdij van Egmond van de aanvang tot 1573, Hollandse Studiën 5, ‘s-Gravenhage-Haarlem 1973.
  • Koning, Jan de, De naam Castricum en zijn vroegste geschiedenis, werkstuk studie Middeleeuwse archeologie, 1988.
  • Kramer, M., Heeft te Castricum een Romeinsch Kasteel gestaan?, Noord-Hollandsch Dagblad, 10 juni 1926.
  • Lexicon van Nederlandse toponiemen tot 1200, Amsterdam 1988.
  • Ollefen, L. van, De Nederlandsche stad- en dorpsbeschrijver, deel IV, Kennemerland, Amsterdam 1796.
  • Steeman, W., Oorsprong van gemeentenaam Castricum nooit achterhaald, Dagblad Kennemerland, dec. 1988.
Print Friendly, PDF & Email