Castricum – Honderd jaar geleden 1900 (Jaarboek 24 2001 pg 86 – 87)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 24, pagina 86

 

Castricum – Honderd jaar geleden 1900

 

In het jaar 1900 hebben er in Castricum geen schokkende gebeurtenissen plaats gevonden. Voor het jaarlijkse overzicht van ‘Castricum van honderd jaar geleden’ moeten we volstaan met de betrekkelijk eenvoudige zaken die in de plaatselijke politiek speelden en veelal de sfeer van die tijd weergeven. De informatie is ontleend aan de notulen van de gemeenteraadsvergadering, de inkomende en uitgaande stukken van de Gemeente Castricum, de provinciale bladen, de burgerlijke stand registers etc.
Op 1 januari 1900 bestaat het gemeentebestuur uit burgemeester Johannes Mooij, de wethouders Wulbert Melker en Jacob Kuijs en de raadsleden Arie Asjes, Joseph Goes, Jan Schuijt, Cornelis Spaansen en Jan Twisk.

Zo’n honderd jaar geleden telde Castricum bijna 1900 inwoners. Op 1 jan. 1900 had Castricum volgens een provinciale opgave in 1901 nog 1869 inwoners, terwijl dat op 31 dec. 1899 volgens de jaaropgave van 1900 er al 1887 waren (zie ook deze rubriek in het voorgaande jaarboekje). Het inwonertal is als gevolg van een telling in 1900 gecorrigeerd. Het aantal inwoners is op 31 dec. 1900 toegenomen tot 1894. In het jaar 1900 werden in Castricum 63 kinderen geboren; er werden 24 huwelijken gesloten en er overleden 26 personen. Door het geboorteoverschot van 37 en doordat er 12 personen minder in Castricum kwamen wonen (93) dan er waren vertrokken naar elders (105), nam het inwonertal met slechts 25 personen toe. In 1900 heeft Castricum 257 kiesgerechtigde personen.

 
10 januari 1900

In het raadhuis wordt een openbare verpachting gehouden van het grasgewas langs de gemeentewegen en dijken. Bijna elke weg binnen de gemeente wordt verpacht voor de duur van één jaar; de prijzen variëren sterk, vooral afhankelijk van de lengte van de weg: het laagste bedrag is een kwartje voor de Malleweg en het hoogste is 19 gulden voor de Heemstederweg, die toen tot aan de spoorlijn ook de Teeliksweg heette. De totale opbrengst van 36 wegen is 96 gulden. Een week later wordt in het raadhuis een openbare verkoping gehouden van enige parken (red: partijen?) wilg, eik en ander hakhout dat ligt op de plaats waar het is omgehakt en met name aan de gemeentewegen Oudeweg, Stationsweg, Kramersweg en in Zuid-Bakkum.

 
2 februari 1900

De Commissaris van de Koningin heeft onder bepaalde voorwaarden toestemming gegeven tot het aanleggen van een bestraat voetpad met een lengte van 52 meter aan de noordzijde van de Dorpsstraat bij de weduwe Koopman en vrouw Beusman (bij De Rustende Jager). Door de gemeenteraad is aan D. Wokke toestemming verleend tot het rooien van negen struiken om een ingang te kunnen maken naar zijn nieuw te bouwen perceel. Voorwaarde is wel dat er per struik 25 cent aan de gemeenteontvanger wordt betaald.

 
22 maart 1900

De gemeenteontvanger Bernardus A. Res is aangesteld tot schatter (taxateur) van de lokaliteiten waar sterke drank in het klein wordt verkocht. Door hem werd de huurwaarde (belasting) vastgesteld. Zowel voor de lokaliteit (de gelagkamer) als de drankverkoop (slijterij) werd de huurwaarde afzonderlijk bepaald. De volgende kasteleins werden genoemd:
L.A. van Benthem (Dorpsstraat, later de Oude Schimmel): totale huurwaarde 169,- gulden
P. Lute (Burg. Mooijstraat) 140,- gulden
N. van Schie (hoek Burg. Mooijstraat – Dorpsstraat) 112,- gulden
wed. J. Koopman (De Rustende Jager – Dorpsstraat) 109,- gulden
wed. F. Twisk (Heereweg in Bakkum) 45,- gulden
D. de Winter (Heereweg in Bakkum) 44,- gulden

 
4 april 1900

De jaarwedde van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand en van Bevolking bedroeg voor elk 37,50 gulden; deze werd voorheen genoten door wijlen A. Dekker. Beide functies worden nu door de secretaris waargenomen; de gemeenteraad besluit om de jaarwedde van de secretaris hiermee te verhogen en te brengen van 400 op 475 gulden.

Het verzoek tot eervol ontslag van onderwijzer W.Ph. van Munster is ingewilligd. De onderwijzeres D. Eenhoorn uit Krommeniedijk zal hem opvolgen.

 
22 mei 1900

Willem Groot, oud 14 jaar, is wegens brandstichting in houtgewas en helm in de duinen van mevr. Gevers veroordeeld tot plaatsing in een rijksopvoedingsgesticht voor een periode van 2,5 jaar.

 
23 mei 1900

F. Hollenberg heeft een verzoek ingediend om een hek op kosten van de gemeente te mogen plaatsen over het openbaar voetpad dat ligt op zijn land ‘de Doornenweid’. Het verzoek wordt afgewezen.

De straatweg naar Egmond zal als proef over een lengte van honderd meter met grind worden verhard.

 
6 juni 1900

Jan Mooij is opnieuw voor een volgende ambtsperiode benoemd tot burgemeester. Bovendien wordt hij ook herbenoemd tot ambtenaar van de Burgelijke Stand.

De gemeenteraad besluit om vier schuitvrachten grind aan te schaffen: drie voor de straatweg en één voor de Oosterbuurt.

 
21 juli 1900

Halve stenen zijn aangekocht om het restant van de Kramersweg te verharden, waarin Mr. Gevers (eigenaar van het aan het einde van de Kramersweg gelegen duingebied) voor de helft in de kosten deelt. Ook is puin aangekocht voor de wegen van de gemeente.


Jaarboek 24, pagina 87

19 september 1900

Jacobus Res van beroep brievengaarder (postbode en houder van hulppostkantoor), Floris Twisk, timmerman, en Gerrit Louter, winkelier, allen wonende te Castricum, hebben bij notariële akte een maatschap gevormd. Zij richten een verzoek aan de gemeente om een kaasfabriek met werkplaats te mogen bouwen achter het woonhuis van genoemde Jacob Res (aan de Cieweg achter bar Castell – hoek Dorpsstraat). Het perceel krijgt een lengte van 17 m en een breedte van 7,4 m. In het gebouw is ook een woning voor de kaasmaker ondergebracht.
Binnen een maand hierop volgend krijgt de burgemeester een brief om inlichtingen van de Inspecteur der Posterijen en Telegraphie, naar aanleiding van het verzoek van de heer Res om de directie te mogen aanvaarden van een in aanbouw zijnde kaasfabriek. De inspecteur acht het namelijk mogelijk dat de brievengaarder een groot gedeelte van de dag van het hulpkantoor afwezig zou kunnen zijn en vraagt welke werkzaamheden, behalve van administratieve aard aan de bedoelde betrekking zijn verbonden.

De Kaasfabriek.
De Kaasfabriek.

 
26 september 1900

Uit de gemeentekas wordt een bedrag van 25 gulden beschikbaar gesteld voor een feest van de schoolkinderen ter ere van het feit dat meester Dekker 25 jaar onderwijzer is op de plaatselijke school. Er zijn volgens een opgave aan de provincie in dat jaar 235 schoolkinderen.

Het verzoek van D. de Winter om een gedeelte van de sloot voor zijn perceel te mogen dempen, wordt ingewilligd, mits voor voldoende lozing van het water wordt gezorgd door de aanleg van buizen en voor elke struik die moet worden geruimd aan de gemeente 25 cent wordt betaald.

Raadslid Schuijt beklaagt zich over het te hard rijden van de tram door het dorp. De burgemeester en raadslid Goes menen dat dit niet het geval is, doch merken wel op dat door de kom van het dorp wordt gereden terwijl dikke rookwolken uit de rookpijp opstijgen.

 
31 oktober 1900

In een schrijven verzoekt ‘het bestuur der Vereeniging de Ambachtsschool voor Alkmaar en omstreken’ om in navolging van andere gemeenten een jaarlijkse subsidie voor die school te mogen ontvangen. Met vier stemmen voor en één stem tegen wordt goedgevonden voor dit jaar een subsidie te verlenen van 15 gulden zonder zich te verbinden om dit jaarlijks te doen. De gemeenteraadsleden worden uitgenodigd om op 9 november a.s. het onderwijs aan die school te volgen.

 
27 november 1900

Het verzoek van de heer P.H. Majoor uit Beverwijk om een dam te mogen hebben midden voor zijn land ‘het Kraasken’ aan de Bakkummerweg (nu Ruiterweg) wordt ingewilligd. Het voetpad over het Kraasken zou voortaan gaan langs de slootkant (voetpad liep in het verlengde van de Torenstraat).

 
12 december 1900

Een schrijven van Gedeputeerde Staten maakt melding van de slechte toestand der wegen naar Egmond. Het wordt wenselijk geacht om de bermen langs de weg te verlagen, omdat ze ten opzichte van de weg te hoog liggen. Bovendien worden enige voorzieningen door bestrating wenselijk geacht en dient men door te gaan met het begrinden van de weg in het Zeeveld.

 
27 december 1900

In het raadhuis worden enkele als landerijen gekwalificeerde percelen van de gemeente Castricum publiekelijk verhuurd voor een periode van vijf jaar. Het zijn: de Warkamp, verdeeld in 12 percelen, elk voor ca. 24 gulden, het Kronenkamp voor 100 gulden, de Staalkamp voor 88 gulden, de Zanddijk voor 17 en de Madeweg voor 15 gulden. Het totale verhuurbedrag beloopt 502 gulden.

 
31 december 1900

De gemeenterekening over het jaar 1900 telt aan ontvangsten 11.310,- gulden; de uitgaven bedragen 11.289,- zodat een batig saldo overblijft van 21 gulden.

Simon Zuurbier

Print Friendly, PDF & Email