Castricum – Honderd jaar geleden 1901 (Jaarboek 25 2002 pg 90-92)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 25, pagina 90

 

Castricum – Honderd jaar geleden 1901

 

In het jaar 1901 hebben er in Castricum geen schokkende gebeurtenissen plaats gevonden. Voor het jaarlijkse overzicht van ‘Castricum van honderd jaar geleden’ moeten we volstaan met de betrekkelijk eenvoudige zaken die in de plaatselijke politiek speelden. Het geeft vooral de sfeer van die tijd weer. De informatie is ontleend aan de notulen van de gemeenteraadsvergadering, de inkomende en uitgaande stukken van de Gemeente Castricum, de provinciale bladen, de burgerlijke stand registers etc.
Op 1 januari 1901 bestaat het gemeentebestuur uit burgemeester Johannes Mooij, de wethouders Wulbert Melker en Jacob Kuijs en de raadsleden Arie Asjes, Joseph Goes, Jan Schuijt, Cornelis Spaansen en Jan Twisk. De gemeenteontvanger is Bernardus A. Res.

Zo’n honderd jaar geleden heeft Castricum bijna 1.900 inwoners. Op 1 januari 1901 telt Castricum 1.894 inwoners. Het aantal inwoners is op 31 december 1901 toegenomen tot 1.969. In het jaar 1901 zijn in Castricum 82 kinderen geboren; er worden slechts 9 huwelijken gesloten en er overlijden 25 personen. Door het geboorteoverschot van 57 en doordat er 18 personen meer in Castricum komen wonen (108) dan er zijn vertrokken naar elders (90), neemt het inwonertal met 75 personen toe.
De medische zorg wordt in Castricum behartigd door de arts Pieter Stolp en de verloskundige Elisabeth Kieft – Slot.

 
10 januari 1901

Verzoek van Yde Bergsma, bierhandelaar en mineraalwaterfabrikant te Beverwijk, om een uitweg te mogen hebben van het land ‘De Groote Weide’ naar de Bakkersweg (Ruiterweg) en een van de Leeningeweide naar de Groenelaan.
De gemeenteraad besluit een sollicitatieprocedure te starten voor een extra onderwijzer vanwege het grote aantal te verwachten schoolkinderen (227 kinderen). Het jaarsalaris wordt vastgesteld op 575 gulden.

De fouragehandel van M. de Haas in de Dorpsstraat ca. honderd jaar geleden. Hier hadden toen baldadige jongens een of ander voorwerp op de tramrails gelegd. Nu (in 2002) is hier de firma Schotten, woning inrichting, gevestigd.
De fouragehandel van M. de Haas in de Dorpsstraat ca. honderd jaar geleden. Hier hadden toen baldadige jongens een of ander voorwerp op de tramrails gelegd. Nu (in 2002) is hier de firma Schotten, woning inrichting, gevestigd.

 
30 januari 1901

De directie van de Stoomtram Haarlem – Alkmaar meldt dat er voor de winkel van de heer M. de Haas door baldadige jongens een of ander voorwerp op de rails is gelegd “waardoor een knal ontstond, die het publiek niet kon verklaren maar toch deed vreezen”. Aan de burgemeester wordt beleefd verzocht een onderzoek in te stellen om herhaling te voorkomen.

 
13 februari 1901

Er is een bespreking over de slechte toestand van de weg naar Egmond-Binnen. Een commissie uit Gedeputeerde Staten (GS) met Burgemeester en Wethouders van Castricum maakt de afspraak dat er een begroting van de kosten moet worden opgesteld. Hiermee wordt de heer N. de Wolf, opzichter van gemeentewerken van Beverwijk, belast.


Jaarboek 25, pagina 91

 
13 maart 1901

Als vervolg op een Koninklijk Besluit wordt door de gemeenteraad een commissie ingesteld tot wering van het schoolverzuim in Castricum. Benoemd worden de heren C.J. Bussen, hoofd der school, D. Dekker, onderwijzer, M, de Haas, J.M. Goes, Jac. Res en F. Twisk, allen woonachtig te Castricum. Deze commissie verleent enkele maanden later landbouwverlof voor vier tot zes weken aan zeventien met name genoemde kinderen in de maanden juli, augustus en september.

 
25 maart 1901

Als nieuwe onderwijzer wordt de heer Gerardus J. Schipper uit Amersfoort aangesteld.

Het bestuur van de afdeling Velsen e.o. van de ‘Hollandsche Maatschappij van Landbouw” heeft een verzoek gericht aan de gemeente Velsen om een aanlegsteiger te bouwen in het Noordzeekanaal, die voor het laden en lossen van goederen gebruikt zou kunnen worden door schepen die een geregelde vaart op Engeland onderhouden. Dit bestuur vraagt nu aan de gemeenteraad van Castricum in het belang van de landbouw om genoemd verzoek bij de gemeenteraad van Velsen te steunen. De Castricumse gemeenteraad besluit dit te doen. Enkele maanden later komt de gemeente Velsen met het voorstel om de aanlegsteiger door de belanghebbende gemeenten te laten bekostigen. De gemeenteraad besluit in deze zaak niet verder te gaan dan de reeds eerder uitgebrachte adhesieverklaring.

In 1901 wordt Bernardus Wempe caféhouder van het café (later genoemd 'Sportlust') op de hoek van de Burgemeester Mooijstraat en de Dorpsstraat.
In 1901 wordt Bernardus Wempe caféhouder van het café (later genoemd ‘Sportlust’) op de hoek van de Burgemeester Mooijstraat en de Dorpsstraat.

17 april 1901

Bernardus Wempe vraagt vergunning aan het gemeentebestuur voor verkoop van sterke drank in het klein vanaf 1 mei 1901 in de lokaliteit op de hoek Dorpsstraat – Kramersweg (Burg. Mooijstraat). Vóór Wempe was hier N. van Schie de caféhouder.

 
19 juni 1901

Gemeentearchitect van Beverwijk N. de Wolf heeft een begroting voor de Bakkummerweg naar Egmond aan den Hoef ingediend die ruim 18.000 gulden bedraagt. GS gaat akkoord met de opgemaakte begroting en wenst te vernemen hoe de gemeente een en ander denkt te bekostigen.
De gemeenteraad en het college zijn van mening dat het voor de gemeente financieel veel te bezwaarlijk is om de verbetering van de weg te realiseren op een zodanige wijze dat de kosten van 18.000 gulden alleen ten laste van de gemeente zouden komen. Zij geven de heren van GS in overweging of er geen termen zouden bestaan voor een aanmerkelijke subsidie van de provincie. Als dat niet het geval is, dan zal de gemeente zich moeten beperken tot ten hoogste het gewone onderhoud, waardoor de schuldenlast van de gemeente toch al aanmerkelijk zal toenemen.

 
1 augustus 1901

De heer P. Koelewijn te Noordwijk is aangesteld tot rijksveldwachter – jachtopziener met de standplaats Castricum.

 
7 augustus 1901

De heer Scholtens, hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat, komt met een plan om de weg naar de Egmonden alleen op die plaatsen te herstellen waar dit het hoogst nodig is en zich te beperken tot die plaatsen die gevaar voor het verkeer opleveren door diep ingereden wielsporen, uitgereden kantlagen of diepe knikken. De heer Scholtens wil bewerken dat de provincie te hulp zal komen. Het zou dan gaan om een stuk van ongeveer 1200 meter dat er het ergste aan toe was. Dit redmiddel zou er dan voor zorgen dat de weg dan nog een paar jaar begaanbaar zou zijn. Met de verwachte komst van de stoomtram Egmond – Alkmaar zal de busdienst ‘De drie Egmonden’ naar Castricum vermoedelijk wel vervallen. De weg zal dan niet meer zoveel te lijden hebben en in zijn geheel onder handen genomen kunnen worden met vermoedelijk subsidie van de provincie.

Inmiddels heeft het college Gerrit Nijman op diens eigen aanmelding aan het ‘straten’ gezet. Het gaat om het weggedeelte van het spoor naar het dorp. Als blijkt dat dit naar volle tevredenheid wordt uitgevoerd, zal het college Nijman verder inschakelen. Er wordt besloten om 16.000 straatstenen te kopen.

 
28 augustus 1901

Ook Gedeputeerde Staten komt met een voorstel om 1200 meter van de weg naar Egmond, met daarin de slechtste plekken, te laten herstellen. De kosten worden geraamd op 4.500 gulden. De gemeenteraad neemt dit voorstel ter kennisgeving aan en besluit om voort te gaan met het herbestraten zoals dat nu is begonnen door Gerrit Nijman.

Door de gemeenteraad is een nieuwe verordening vastgesteld op de heffing van een Hoofdelijke Omslag. De vorige verordening dateerde al van een raadsbesluit uit 1865. Door een wet van eind 1900 is een nieuwe verordening noodzakelijk geworden. Deze belasting ten behoeve van de gemeente wordt jaarlijks geheven. Hierbij worden alle personen aangeslagen die belastingplichtig zijn en minimaal 250 gulden per jaar verdienen. Het is een soort inkomstenbelasting die wordt geheven naar de geschatte inkomsten uit arbeid, bezittingen, uitkeringen en renten, verminderd met de kosten die voor de verwerving van het inkomen gemaakt moeten worden. De zuiver belastbare inkomens worden over een groot aantal tariefklassen verdeeld: de jaarinkomens van 25 tot 2.200 gulden in 36 klassen.
Het gezamenlijke bedrag van het zuivere belastbare inkomen van de inwoners is de grondslag voor het te heffen percentage. Dit percentage is voor alle inkomens gelijk. Het totaal van de geheven belasting moet gelijk zijn aan het bedrag dat door de gemeente voor dat jaar bij de begroting was vastgesteld.

 
3 september 1901

Beëdiging van de nieuw gekozen raadsleden: Wulbert Melker wordt dan herkozen als wethouder en Johan Hogenstijn komt als nieuw raadslid en neemt de plaats in van Arie Asjes.

Enkele ingezetenen van vooral Noord-Bakkum (dit betrof toen het gebied in de omgeving van Hoogeweg en Limmerweg) verzoeken een spoedige verbetering van de onbegaanbare zandweg (nu de Duinweg) door bestrating of door een andere wijze van beharding van deze weg vanaf de Bakkummerweg (Heereweg) door de duinen naar Noord-Bakkum tot aan de boerderij van Jan Meijne (hoek Madeweg). Het verzoek wordt ondertekend door de bewoners van Noord-Bakkum en door verschillende middenstanders uit Castricum, die met het bezorgen van hun klanten groot belang hadden bij een verbetering van de weg.

De gemeenteraad besluit om met 3 of 4 raadsleden de weg ter plaatse te gaan beoordelen. Deze beoordeling van de raadsleden ter plaatse gaf aan dat het verbeteren van de weg, zoals werd gevraagd, heel kostbaar was. De burgemeester neemt het plan op om een gesprek aan te gaan met enige heren die het verzoek hadden ingediend.

Er volgt nog een verzoek van een klein groepje Noord-Bakkummers om het volgende deel van het voornoemde weggedeelte (te verbeteren) vanaf de hoek


Jaarboek 25, pagina 91

Madeweg langs het schuthok (dit stond op de kruising van Duinweg – Hoogeweg en was voor het schutten van loslopend vee) langs de Zanddijk tot voorbij de woning van de heer Jan Bakkum (totale lengte ca. 1800 m).

 
10 september 1901

Johannes Hoebe uit Egmond aan Zee vraagt vergunning om binnen de gemeente Castricum aan de Bakkummerweg een smederij te mogen vestigen (in deze smederij wordt niet met stoom gewerkt).

 
25 september 1901

Lammert de Winter verzoekt om een toegang naar zijn perceel B584 te mogen aanleggen waarvoor dan twee struiken houtgewas moeten worden gerooid. Op het perceel wordt een smederij gebouwd.

Een verordening wordt vastgesteld voor de regeling van de jaarwedden voor het onderwijzend personeel aan de openbare lagere school, de enige school in Castricum. Per vijf dienstjaren gaat het salaris omhoog, na 20 dienstjaren blijft het constant; voor het hoofd der school varieert het jaarsalaris tussen 950 en 1250 gulden, voor een onderwijzer van 550 tot 750 gulden. Hoofd der school is Cornelis J. Bussen; de onderwijzers zijn Gerrit Beetsma. Dirk Dekker en Gerardus J. Schipper en de onderwijzeressen zijn Maria A.J. Sluijsken en Dieuwertje Eenhoorn.

 
8 oktober 1901

W. Koopman, rijtuigmaker te Castricum, heeft mede namens nog vier andere ingezetenen een vergunning aangevraagd tot het houden van een verloting van roerende en onroerende goederen waarvan de opbrengst gedeeltelijk zou strekken ten voordele van de bewoners van Transvaal en Oranje Vrijstaat in Zuid-Afrika. Dit verzoek is via de burgemeester en de provincie terechtgekomen bij de minister van financiën. Laatstgenoemde geeft bij besluit van 8 okt. 1901 geen toestemming, omdat onroerende goederen niet verloot mogen worden en ook omdat particuliere verlotingen niet worden toegestaan wanneer daarmee geheel of gedeeltelijk eigen voordeel wordt beoogd. De opbrengst van de verkochte loten wordt geraamd op 25.000 gulden. Hiervan zal 13.000 gulden in mindering gebracht worden voor de kosten van aankoop der prijzen en vervolgens ook nog verminderd worden met de salarissen en voorschotten. In de verloting zitten een herenhuis en een burgerwoning, beide in Castricum.

 
17 oktober 1901

Gerrit Nijman wordt tot vaste werkman aan de gemeentewegen aangesteld voor 7 gulden per week van maart tot december en voor 6 gulden per week van december tot maart.
Het aanbod van de heer Braakenburg van Bakkum wordt aangenomen om de wapenborden van de Heeren van Backum (zie jaarboek 25 pagina 15) in de raadzaal op te hangen.

 
4 december 1901

J. Stuifbergen, voorheen gemeentewegwerker, heeft een schaars inkomen en verzoekt de gemeente daarin verbetering te brengen. De heer Goes oppert het idee om het echtpaar in het Algemeen Armenhuis op te nemen als weesvader en weesmoeder. Het alternatief is 50 cent per week extra van het Algemeen Armbestuur.

 
31 december 1901

De gemeenterekening over het jaar 1901 telt aan ontvangsten 12.619,- gulden. De uitgaven bedragen 12.520,- gulden zodat een batig saldo overblijft van 99 gulden.

Simon Zuurbier

Print Friendly, PDF & Email