Castricum – Honderd jaar geleden 1904 (Jaarboek 28 2005 pg 90-92)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 28, pagina 90

 

Castricum – Honderd jaar geleden 1904

 

Het jaar 1904 was een bewogen jaar. Er brak een crisis uit in het gemeentebestuur met ernstig verstoorde verhoudingen tussen college en gemeenteraad en dat naar aanleiding van de voordracht voor de benoeming van het hoofd der school voor de in aanbouw zijnde Openbare Lagere School in Bakkum; de heer Goes neemt ontslag als wethouder. Het ontbreken van de plaatselijke onderwijzer Van der Ven op de voordracht en het al of niet katholiek zijn van de overige kandidaten speelde daarbij een hoofdrol.
Het duinterrein (Landgoed Bakkum) werd door de Provincie aangekocht en de voorbereidingen voor de bouw van het provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch waren begonnen.

De informatie voor dit artikel is ontleend onder andere aan de notulen van de gemeenteraadsvergaderingen, de inkomende en uitgaande stukken van de Gemeente Castricum, de provinciale bladen en de registers van de burgerlijke stand.

Het gemeentebestuur bestaat op 1 januari 1904 uit burgemeester Johannes Mooij, de wethouders Jacob Pzn. Kuijs en Joseph Goes en de raadsleden Jan Schuijt, Jan Twisk, Cornelis Spaansen en Johan Hogenstijn. Door het overlijden van Wulbert Melker in okt. 1903 is er nog een open plaats. De gemeenteontvanger is Bernardus A. Res.

Op 1 januari 1904 telt Castricum 2019 inwoners. Dit aantal is op 31 december in datzelfde jaar toegenomen tot 2076. In het jaar 1904 zijn in Castricum 81 kinderen geboren; er worden 11 huwelijken gesloten en er overlijden 32 personen. Door het geboorteoverschot van 49 en doordat er 8 personen meer in Castricum komen wonen (114) dan er zijn vertrokken naar elders (106), neemt het inwonertal met 57 personen toe.
In 1904 telt Castricum voor de gemeenteraadsverkiezingen 299 kiesgerechtigde personen.

 
1 januari 1904

Het Landgoed Bakkum is met ingang van deze datum door de Provincie Noord-Holland aangekocht van Hare Koninklijke Hoogheid Marie von Wied, geboren Prinses der Nederlanden. Het dagelijks beheer over dit uitgestrekte duinterrein wordt opgedragen aan A. van der Wolff, die daarmee ook al eerder door de Prinses was belast.

 
20 januari 1904

Gedeputeerde Staten schrijft het college dat bij het maken van een verbindingsweg van het station Castricum naar de terreinen die bestemd zijn voor de bouw van het Provinciaal Krankzinnigengesticht ‘Duin en Bosch’ het nodig zal zijn om enige gedeelten van de bestaande Kramersweg en Duinweg te verbreden en met waalklinkers te bestraten. Deze weggedeelten zijn gelegen op grond die of in eigendom of in erfpacht is van de Provincie, maar in onderhoud bij de gemeente Castricum. De Provincie wenst ook het onderhoud van de weg op zich nemen. Hiertegen bestaat uiteraard geen bezwaar.

 
21 januari 1904

De heer Pieter Duijn wordt benoemd als gemeenteraadslid. Hij


Jaarboek 28, pagina 91

volgt de op hoge leeftijd overleden Wulbert Melker op. Pieter Duijn is vijftig jaar, veehouder, woont op Bakkum en is gehuwd met Trijntje Stet. Als ambtenaar van de Burgerlijke Stand wordt Melker opgevolgd door wethouder Joseph Goes; dit is nog een erebaantje zonder verdiensten; vanaf 1910 wordt een jaarwedde van 25 gulden ontvangen.

De bouw van de school en de onderwijzerswoning in Bakkum in 1904.
De bouw van de school en de onderwijzerswoning in Bakkum in 1904.

 

De Openbare Lagere School in Bakkum enkele jaren na de bouw.
De Openbare Lagere School in Bakkum enkele jaren na de bouw.

 
27 januari 1904

Er is een raadsvergadering belegd naar aanleiding van de aanbesteding van de nieuw te bouwen school met onderwijzerswoning in Bakkum. Van de 23 inschrijvingen is de laagste die van Gerrit Borst samen met Gerrit Kabel uit Castricum: voor de bouw van de school 8.760 gulden en de onderwijzerswoning 5.180 gulden. Het werk werd gegund aan de heren Borst en Kabel ‘als zijnde dezen hun bekend als solide personen’.

 
2 februari 1904

Voor de naleving van de Arbeidswet in de gemeente wordt een opgave gedaan aan de provincie van het aantal personen waarvoor in het jaar 1903 een arbeidskaart was afgegeven. Dit was het geval voor 11 jongens in de leeftijd van 12 tot 16 jaar en voor een vrouw boven de 16 jaar. Laatstgenoemde werkte in de kaasfabriek van F. Twisk c.s. De jongens werkten bij schilder P. Portegies en H. Schram, bij timmerman J. Res en G. Kabel, allen in de Kerkbuurt. Verder in de buurt Schulpstet bij timmerman-wagenmaker F. Twisk en in de Oosterbuurt bij timmerman C. Tromp.

 
30 maart 1904

De oude onderwijzerswoning aan de Dorpsstraat, deel uitmakend van het raadhuis, verkeert in slechte staat. Al meerdere keren heeft hoofdonderwijzer Bussen bij het gemeentebestuur aangedrongen om de woning te doen repareren of verbouwen. De gemeenteraad kan niet snel tot een besluit komen. Er wordt nu besloten om een onderzoek te verrichten wat er aan onderhoud zou moeten worden gedaan. Na een schrijven door de heer Bussen aan Gedeputeerde Staten over de toestand van de onderwijzerswoning meent de gemeenteraad het zo mogelijk te moeten laten bij flink onderhoud. Het provinciaal bestuur reageert op de brief van Bussen met een verzoek aan het college om een plan ter verbetering van de woning van het schoolhoofd met begroting van kosten ter goedkeuring aan de raad aan te bieden, opdat nog in de loop van 1904 de verbeteringen metterdaad worden aangebracht.

Raadslid Duijn bepleit een uitbreiding van het politietoezicht in Zuid-Bakkum vanwege de toename van de baldadigheid. Hierover zal overleg worden gevoerd met rijksveldwachter Koelewijn.

 
24 augustus 1904

In een schrijven van de aannemers van de school Gerrit Borst en Gerrit Kabel wordt verzocht geen boete toe te passen nu hun werk niet op tijd is op te leveren. De gemeenteraad is hiertoe wel bereid, mits er geen moeilijkheden van hogerhand worden ontmoet.

 
12 september 1904

Op de oproep voor kandidaten voor de functie van hoofd der Openbare Lagere School nr. 2 te Bakkum hebben 14 sollicitanten gereageerd. Om te komen tot een benoeming is er overleg van het Castricumse college met de schoolopziener uit het district Haarlem (de inspecteur van het onderwijs). Over de resultaten van dit overleg schrijft laatstgenoemde dat uit zijn onderzoek van de sollicitatiebrieven is gebleken dat het gehalte van de sollicitanten te wensen overlaat. Hij stelt daarom het college voor om een nieuwe oproep te plaatsen, waarbij een hoger salaris zal worden aangeboden. Het college maakt hiertegen bezwaar, menende dat de raad niet bereid is een hoger salaris te betalen. Ook blijkt het college niet van zins om de oproep tegen hetzelfde salaris te herhalen. Omdat zo de mogelijkheden om te komen tot een betere keuze door het College zijn afgesneden, rest de schoolopziener niets anders dan de voordracht op te maken, die zoals gebruikelijk bestaat uit drie personen. De selectie heeft hij mede gebaseerd op grond van ingewonnen inlichtingen en zijn onderzoek bij een persoonlijk bezoek aan de klassen van deze onderwijzers. Het zijn de heren Blees, onderwijzer aan het Kalf (Zaandam), Nijsen te Sloten (NH) en Wijn te Holysloot. Door wethouder Kuijs is nog de heer Van der Ven uit Castricum en door wethouder Goes de heer Westbroek uit Warmenhuizen genoemd.

Aan de benoeming van onderwijzer Van der Ven uit Castricum als een van de 14 sollicitanten wil de schoolopziener desgevraagd niet meewerken: “Aangezien deze onderwijzer tijdens zijne werkzaamheid in Uwe gemeente getoond heeft nog te weinig tact te bezitten om als hoofd ener school op te treden, en dat bovendien de strenge, af en toe hardhandige wijze waarop hij met zijne leerlingen omgaat, hem in mijn oog nog weinig geschikt maakt om als paedagoog een voorbeeld te zijn voor het onderwijzend personeel van de nieuwe school.” Met het voorstel van de districtsschoolopziener om genoemde drie kandidaten ter benoeming aan de raad voor te dragen gaat het college vervolgens eenstemmig akkoord.

 
22 september 1904

Op de gemeenteraadsvergadering zijn er met uitzondering van het dagelijks bestuur geen raadsleden verschenen. Dit vanwege hun oppositie tegen de benoeming van een hoofdonderwijzer voor de nieuwe school in Bakkum uit een lijst met drie kandidaten waarop onderwijzer Van der Ven van de school uit de Dorpsstraat niet voorkomt.

 
27 september 1904

Een nieuwe gemeenteraadsvergadering is belegd, omdat gestemd moet worden over de nieuwe hoofdonderwijzer. De raadsleden zijn nu wel verschenen, doch zijn niet bereid om te stemmen op de drie kandidaten. Ze verwijten het college dat Van der Ven niet op de voordracht is geplaatst. Ook is van het voorgedragen drietal alleen meester Nijsen rooms-katholiek, die daarom min of meer


Jaarboek 28, pagina 92

als de enige kandidaat wordt gezien die gekozen kan worden. De burgemeester komt met het voorstel om de districtsschoolopziener op de hoogte te brengen van de redenen waarom niet tot stemming kan worden overgegaan. Het gaat er in deze raadsvergadering kennelijk nogal tumultueus aan toe. In nette bewoordingen in de raadsnotulen heet het dat: “Eene minder geregelde en gewenschte gedachtewisseling had plaats gehad.”

De burgemeester doet nog een poging bij de districtsschoolopziener om aan de lijst met drie kandidaten nog enkele of ten minste één toe te voegen. De districtschoolopziener blijft bij zijn eerder opgegeven drietal: “De aanvulling van de voordracht voor hoofd der nieuwe school te Bakkum, zoals deze door vijf leden van de gemeenteraad gewenst wordt, komt mij in het belang van het onderwijs beslist onraadzaam voor. Ik zou het niet in overeenstemming achten met de verantwoordelijkheid die in deze op mij rust, daartoe mijne medewerking te verlenen.”
In de raadsvergadering van 12 oktober komt opnieuw de stemming voor de benoeming aan de orde. De raad weigert opnieuw te stemmen en verzoekt het college zich opnieuw tot de districtsschoolopziener te wenden met het verzoek een nieuwe oproep te plaatsen, zonder dat er sprake is van een verhoging van het jaarsalaris. Hierop meldt de schoolopziener dat in het overleg van 12 september dit ook zijn voorstel was, maar dat het college toen hiertoe niet bereid bleek, omdat geen noemenswaardige verbetering van het aantal en het gehalte der sollicitanten werd verwacht. Op grond van die argumentatie heeft de schoolopziener zich bij dat besluit neergelegd en overeenstemming bereikt over de voordracht, waarop thans niet meer kan worden teruggekomen.
De impasse is compleet. Op 15 oktober schrijft burgemeester Mooij een brief naar de commissaris der Koningin en schetst daarin de perikelen rond de benoeming van een hoofd der nieuwe school en vraagt de commissaris zijn invloed aan te wenden om de zaak tot een bevredigende beëindiging te brengen.
Deze stelt de districtsschoolopziener in het gelijk en zegt dat hij, nadat overeenstemming is bereikt met het college over de voordracht, deze niet meer wil veranderen: “op den enkelen grond, dat de Raad zich om persoonlijke redenen niet met de keuze uit de verschillende sollicitatien gedaan, kan vereenigen.” Met verwijzing naar artikelen in de gemeentewet stelt de commissaris dat de raad zich behoort te houden aan zijn bevoegdheid en is verplicht tot het doen van een keuze uit de voordracht en zo dit niet geschiedt, zullen burgemeester en wethouders in de benoeming voorzien.

Op 3 november volgt het besluit van de raad om uiteindelijk de benoeming in stemming te brengen; dit na het schrijven van de commissaris der Koningin. De stemming resulteert in twee blanco stemmen en vier op de heer H.A. Nijsen, onderwijzer in Sloten (NH). Meester Nijsen wordt per 1 januari 1905 benoemd tot hoofd der Openbare Lagere School nr 2 te Bakkum.
Voor het nieuwe schooljaar vanaf 1 januari 1905 worden voor de Openbare Lagere School in Castricum 207 leerlingen en voor die in Bakkum 62 leerlingen opgegeven.

 
12 oktober 1904

Er is een nieuwe verordening op het schoolgeld vastgesteld. De ouders zijn ondergebracht in vijf inkomensklassen waarbij voor het eerste kind schoolgeld per kwartaal moet worden betaald van 2 gulden voor de 1e klasse en 30 cent voor de 5e klasse. Deze bedragen lopen op bij meerdere kinderen uit een gezin tot resp. 5,50 gulden en 95 cent voor vijf of meer kinderen.

Over de grensregeling voor de school in Bakkum wordt een besluit genomen. Zo zullen de leerlingen die wonen in de buurtschap Bakkum, het Schulpstet, het Noordeinde (Brakersweg) tot en met het woonhuis van Jacob Kuijs, de 2e Groenelaan, aan de noordzijde van de 1e Groenelaan en ten westen van de spoorlijn, Zeeveld en de Duinontginning met uitzondering van de woningen die thans bewoond worden door E. en L. Zonneveld, op de nieuwe school in Bakkum naar school gaan.

 
21 november 1904

Cornelis Castricum Willemszoon heeft als ‘bierhuishouder’ aan de Heereweg (café De Goede Verwachting) een verzoek gericht aan het gemeentebestuur om ook sterke drank te mogen verkopen. Als inwonende personen ouder dan 16 jaar geeft hij op zijn vrouw Dieuwertje Stroomer en zijn zoons Willem en Antoon Castricum, beiden vrachtrijder.

 
1 december 1904

Op het verzoek van de heren B.A. Res, R. Kaptein, J. Hogenstijn en H. Duijn tot het oprichten van een stoomzuivelfabriek op het ongebouwde perceel aan de Breedeweg wordt gunstig beschikt. Op deze plaats zal in 1905 de nieuwe melkfabriek ‘De Holland’ worden gebouwd. (Zie over de geschiedenis van ‘De Holland‘ het uitvoerige artikel in het 20e jaarboekje.)

 
3 december 1904

Mattheus Olgers, kaashandelaar, richt een verzoek aan de gemeente voor een vergunning tot de kleinhandel in sterke drank aan het pand Kramersweg nr. 47 (Burg. Mooijstraat) ter vervanging van de tegenwoordige vergunninghouder Pieter Lute. De gevraagde vergunning wordt verleend.

 
6 december 1904

Raadslid Cornelis Spaansen wordt als opvolger van de overleden Wulbert Melker voorgedragen als hoofdingeland van het bestuur van de St. Aagtendijk.

Er is een brief ontvangen van de heer Joseph Goes waarin hij zijn ontslagname meldt als wethouder; hij blijft wel raadslid. Er worden geen redenen genoemd maar het heeft ongetwijfeld te maken met de turbulente verwikkelingen rond de benoeming van het hoofd der school. De burgemeester zal de heer Goes nog vragen: “of hij wel blijft volharden bij die ontslagneming”. Dit blijkt het geval te zijn.

 
14 december 1904

Cornelis Spaansen wordt benoemd tot nieuwe wethouder als opvolger van J.M. Goes.

Pieter Duijn, Cornelis Poel en Bernardus Res, uitmakende het bestuur van de op 24 november 1904 opgerichte Coöperatieve Christelijke Boerenleenbank, verzoeken toestemming van het college om ten raadhuize bestuursvergaderingen te mogen houden en tevens dat zondags van 3 tot 4 uur zitting aldaar zou mogen worden gehouden door F. Twisk, de kassier van de bank: “Overwegende bovengenoemde bank is opgericht tot bloei en welvaart onzer gemeente en der bevolking in het algemeen, in meer bijzonder de land- en tuinbouw, waardoor het bestuur zich de vrijheid veroorloofd bovenvermeld verzoek tot U te richten.” De gemeenteraad zal toestemming geven.

 
31 december 1904

De gemeenterekening over het jaar 1904 telt aan ontvangsten 41.648,- gulden en aan uitgaven 38.451,-, zodat er een batig saldo is van 3.197 gulden.

Simon Zuurbier

Print Friendly, PDF & Email