Castricum – Honderd jaar geleden 1906 (Jaarboek 30 2007 pg 88-90)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 30, pagina 88

Castricum – Honderd jaar geleden 1906

Enige beroering ontstond in 1906 over de verlening van verloskundige hulp. Slechts gedurende een korte periode heeft Castricum twee huisartsen gehad. In het rooms-katholieke Castricum waren er voor de protestantse dokter Rentmeester onvoldoende bestaansmogelijkheden en hij vertrok. Dokter Schoonhoff ziet geen kans om met zijn drukke praktijk de verloskundige hulp te verlenen die hij had toegezegd en op basis waarvan de vroedvrouw was ontslagen.

De informatie voor dit artikel is onder andere ontleend aan de notulen van de gemeenteraadsvergaderingen, de inkomende en uitgaande stukken van de gemeente Castricum, de provinciale bladen en de registers van de burgerlijke stand.

1 januari 1906

Het gemeentebestuur bestaat op 1 januari 1906 uit burgemeester Johannes (Jan) Mooij, de wethouders Jacob Pzn. Kuijs en Cornelis Spaansen. Raadsleden zijn Jan Schuijt, Jan Twisk, Joseph Goes, Johan Hogenstijn en Pieter Duijn. De gemeenteontvanger is Bernardus A. Res.
Op 1 januari 1906 telt Castricum 2265 inwoners. Dit aantal is op 31 december in datzelfde jaar toegenomen tot 2429. In het jaar 1906 worden in Castricum 103 kinderen geboren; er worden 20 huwelijken gesloten en er overlijden 31 personen. Door dit geboorte overschot van 72 en doordat er 92 personen meer in Castricum komen wonen (234) dan er zijn vertrokken naar elders ( 142), neemt het inwonertal met 164 personen toe. De relatief sterke toename van het aantal inwoners, die zich al in 1905 inzette, had ongetwijfeld te maken met de bouw van Duin en Bosch, die in volle gang was.

24 januari 1906

Het gemeentebestuur zal geen vergunning verlenen voor de verkoop van sterke drank in een aantal wijken, buurten of straten binnen de gemeente Castricum. Het betreft Noord-Bakkum, het Schulpstet, Noordend, de Oosterbuurt en de Brabantsche Landbouw. In de Duinderbuurt, de Duinontginning en Zuid-Bakkum mogen in totaal maximaal vier vergunningen worden verleend; dat geldt ook voor de Kerkbuurt.

7 februari 1906

Binnen de gemeenteraad is er veel opschudding ontstaan over de benoeming van dokter Schoonhoff tot gemeentearts. Met deze benoeming wordt Schoonhoff belast met de doodschouw, de vaccinatie en de armenpraktijk; hij volgt daarmee dokter J. Rentmeester op.

Drie raadsleden hebben een brief gestuurd naar GS, waarin zij stellen:

  • dat bij de benoeming van Schoonhoff naar hun mening ongeoorloofde motieven hebben gespeeld; zo zou een raadslid die voor Schoonhoff heeft gestemd hebben gezegd: “Wij willen een Roomse dokter”;
  • dat de verdraagzaamheid door die benoeming niet werd bevorderd;
  • dat zij liever hadden gezien dat die verschillende functies tenminste niet alle aan één persoon hadden gekomen;
  • dat de heer Rentmeester onverdiend grievend onrecht wordt aangedaan;
  • dat zij daarom de tussenkomst hebben ingeroepen van GS om die benoeming niet goed te keuren en indien mogelijk de benoeming voor een jaar te laten gelden om te voorkomen dat een geacht ingezetene wordt achtergesteld om geloofswille.

Door de burgemeester wordt aan GS om advies gevraagd. Echter door het vertrek van dokter Rentmeester komt er geen verandering in de benoeming van dokter Schoonhoff.

26 februari 1906

De eigenaren en bewoners van huizen aan de Rijksstraatweg alhier schrijven aan de gemeenteraad:
“Dat het hun bij herhaling gebleken is dat woonwagens hun standplaats kozen aan het zuidelijk gedeelte van genoemde straatweg in het dorp. Dat aan huizen of eigendommen door ongevraagd binnendringen der eigenaren van woonwagens stoorniswekkende ongeriefelijkheden worden opgeleverd en dat het aanhoudend bedelen van bewoners dier wagens evenzo aanleiding geeft tot onaangenaamheden.
Redenen waarom adressanten zich eerbiedig tot U wenden met het verzoek hierin verbetering aan te brengen door het eventueel bezoek van woonwagens op andere standplaatsen buiten het dorp te doen plaats hebben.”

Een van de paviljoens van Duin en Bosch in aanbouw.
Een van de paviljoens van Duin en Bosch in aanbouw.

8 maart 1906

De aannemer van de bouw van Duin en Bosch meldt in verband met de veiligheidswet dat in de timmerwerkplaats op het bouwterrein een stoommachine van 26 pk wordt geplaatst om de volgende werktuigen aan te drijven: lint- en cirkelzaagmachine, ree-bankmachine, lijstenschaafmachine, boor- en hakmachine, een slijpmachine en een kortzaagmachine. Bovendien worden voor de aanmaak van metselspecie twee kalkmolens door stoom aangedreven.
Het werkend personeel bestaat uit 142 mensen, waaronder 42 timmerlieden, 22 metselaars, 26 opperlieden en 22 grondwerkers. De aanvoer van de bouwmaterialen geschiedt over een aparte spoorbaan langs de Duinenboschweg tot aan de duinvoet.


Jaarboek 30, pagina 89

17 maart 1906

Elisabeth Tromp, echtgenote van Willem Zonneveld, is voor een vergoeding van 1,05 gulden per week belast met het schoonmaken van de lokalen van de school in Bakkum. Nu de school met een lokaal is uitgebreid, verzoekt zij om haar loon te verhogen naar 1,30 gulden per week. Hierop wordt afwijzend beschikt. Op 12 juni 1906 schrijft mevr. Zonneved – Tromp aan de burgemeester dat de school is schoongemaakt, dat dit het laatste kwartaal is dat zij dit werk doet en dat de burgemeester naar een ander kan uitkijken.

21 maart 1906

Het jaarsalaris van de heer Nijsen, onderwijzer aan de Openbare Lagere School in Bakkum, wordt verhoogd van 850,- naar 900,- gulden.

18 april 1906

De burgemeester meent dat een nieuw Armenhuis noodzakelijk is, of het bestaande tehuis zal ingrijpend moeten worden gerepareerd. Het bouwen van een nieuw Armenhuis wordt afhankelijk gesteld van het al of niet beschikbaar komen van geld. De wethouders Goes en Spaansen worden belast met het onderzoek naar de toestand van het Armenhuis betreffende herstel of nieuwbouw.

Ook wordt de komst van rijkspolitie wenselijk geacht. Het daarvoor beschikbaar stellen van een woning verdient de voorkeur boven het aanstellen van een gemeenteveldwachter. De mogelijkheid voor de aanstelling van rijkspolitie zal worden onderzocht.

23 mei 1906

Herman van Benthem, die in deeltijd werkt als beambte op de gemeentesecretarie te Limmen, wordt met ingang van 1 juni 1906 ook benoemd tot ‘ambtenaar ter secretarie’ te Castricum van 2 tot 6 uur ‘s middags; hij wordt tevens ambtenaar van de burgerlijke stand.

5 juni 1906

Burgemeester Mooij heeft bij de Commissaris van de Koningin de eed afgelegd vanwege de aanvaarding van een nieuwe ambtsperiode van zes jaar; eerder was hij al benoemd bij Koninklijk Besluit van 26 mei 1906.

25 juli 1906

Aan de orde is een verhoging van het jaarsalaris van de burgemeester en de secretaris naar resp. 800 en 600 gulden in verband met de toename van het aantal inwoners. Omdat er nu een extra ambtenaar is aangesteld voor een jaarsalaris van 200 gulden, komt er al 150 gulden meer ten laste van de gemeente dan er de laatste jaren op de begroting hiervoor is uitgetrokken. Daarom wordt voorgesteld om de salarissen te verhogen naar respectievelijk 650,- en 575,- gulden. Ook wordt voorgesteld om het presentiegeld voor de raadsleden te verhogen naar 60,- gulden per jaar. In september wordt dienovereenkomstig besloten.

29 augustus 1906

Het voorstel wordt aangenomen om twee gaslantaarns te plaatsen in de Kerkbuurt en één op de hoek bij Klaas Peijs (Bakkummerstraat/van Oldenbarneveldweg).

Handtekeningen onder het verzoekschrift ter verbetering van de Mient.
Handtekeningen onder het verzoekschrift ter verbetering van de Mient.

Een groot aantal dorpsgenoten brengt bij het gemeentebestuur het slechte wegdek van de Mient vanaf de woning van Engel Lute tot die van de heer W. Res onder de aandacht. Dringend verzoeken zij de toestand van de weg te verbeteren: “hetzij met koolasch, grint, schelpen of beharding met geklopte puin. Daar die weg een van de drukste verkeerpunten is vanaf het station tot Bakkum en andere wijken, voor tuinders, bouwers,  bloemkweekers, tot het vervoeren van mest en producten, ook voor elke neringdoende en voor voetgangers, de naaste weg van en naar het station.”

10 oktober 1906

Dokter Schoonhoff heeft een verzoek ingediend bij de gemeenteraad tot het aanstellen van een vroedvrouw. Zelf is hij niet bereid om deze taak op zich te nemen. Mogelijk zou mej. Slot weer bereid zijn om deze taak op zich te nemen. Het verzoek ontmoet veel weerstand, omdat een jaar eerder mej. Slot, na vele jaren als vroedvrouw werkzaam te zijn geweest, ontslag had gekregen, daar deze taak door de beide geneesheren zou worden behartigd. Inmiddels heeft dokter Rentmeester Castricum verlaten en staat dokter Schoonhoff er alleen voor. Het waarnemen van de verloskunde vindt hij te bezwaarlijk vanwege zijn drukke praktijk.

Na veel discussie is dokter Schoonhoff uiteindelijk bereid om aan de gemeente gedurende twee jaren 100,- gulden te betalen als tegemoetkoming in de kosten van het salaris van de vroedvrouw. Op 28 december besluit daarop de gemeenteraad om mej. E. Slot uit Limmen voor een salaris van 150,- gulden per jaar aan te stellen met daarboven 52,- gulden vergoeding aan huishuur. Zij zal dan voor de tijd van 5 jaar aan behoeftigen gratis verloskundige hulp verlenen.

5 december 1906

Het verzoek van G. Kabel om voor de gemeente te mogen werken als timmerman wordt ingewilligd.
Afwijzend wordt beschikt op het verzoek van bierhu zshouder J. Tromp. Deze heeft gevraagd om de verordening ter uitvoering van de drankwet in te trekken. Daarin wordt het aantal vergunningen om sterke drank te mogen verkopen in de buurtschappen vastgesteld. In de buurtschap waar Tromp woont (Oosterbuurt), mag geen sterke drank worden verkocht. De gemeenteraad is van


Jaarboek 30, pagina 90

mening dat intrekking het drankverbruik zal bevorderen door meer gelegenheid te geven.
Vergunningen tot de verkoop van sterke drank zijn beperkt tot maximaal vier in de Kerkbuurt: L.A. van Benthem (de Vriendschap), wed. J. Koopman (De Rustende Jager), B. Wempe (hoek Dorpsstraat-Burg. Mooijstraat) en M. Olgers (Burg. Mooijstraat) en vier in Bakkum: L. Burgering, Wub. Joosten (nu – in 2007 – hotel Borst), Johannes Kamp (Heereweg) en C. Castricum (De Goede Verwachting aan de Heereweg).

18 december 1906

Een opgave van het aantal leerlingen op de twee openbare lagere scholen vermeldt 220 leerlingen op de school aan de Dorpsstraat onder leiding van C.J. Bussen en 99 leerlingen op de school in Bakkum onder leiding van H.A. Nijsen. Laatstgenoemde heeft voor zijn school een leerplan opgesteld; dat is goedgekeurd door het gemeentebestuur en door de schoolopziener van het district Haarlem. Dit plan omvat 6 leergangen, elk met 13 vakken. De leerlingen hebben toegang tot het nieuwe leerjaar als de leeftijd van 6 jaar vóór 1 juli is bereikt.

31 december 1906

De gemeenterekening over het jaar 1906 telt aan ontvangsten 22.458,- gulden en aan uitgaven 21.311,- gulden, zodat er een batig saldo is van 1.147,- gulden.

Print Friendly, PDF & Email