Dorpsstraat (10e deel) huisnrs 112-148 (Jaarboek 37 2014 pg 72-83)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over de Dorpsstraat in Castricum:
deel 1 – deel 2 – deel 3 – deel 4 – deel 5 – deel 6 – deel 7 – deel 8 – deel 9 – deel 10


Jaarboek 37, pagina 72

De geschiedenis van de Dorpsstraat en zijn bewoners (deel 10)

Kadasterkaart uit 1939, waarop aangegeven de in dit artikel te bespreken panden. De panden waren gelegen aan de Alkmaarderstraatweg en de toen geldige nummering is aangegeven. Pas in 1980 werd dit straatgedeelte herbenoemd als Dorpsstraat en in de navolgende tekst wordt dan ook gerefereerd aan de huidige nummering. Opvallend is het grote onbebouwde erf, waarover de boerderij op nummer 8 toen nog beschikte en de naar het noorden steeds breder wordende tuinen achter de huizen.
Kadasterkaart uit 1939, waarop aangegeven de in dit artikel te bespreken panden. De panden waren gelegen aan de Alkmaarderstraatweg en de toen geldige nummering is aangegeven. Pas in 1980 werd dit straatgedeelte herbenoemd als Dorpsstraat en in de navolgende tekst wordt dan ook gerefereerd aan de huidige nummering. Opvallend is het grote onbebouwde erf, waarover de boerderij op nummer 8 toen nog beschikte en de naar het noorden steeds breder wordende tuinen achter de huizen.

Met dit tiende deel wordt de beschrijving van de geschiedenis van de Dorpsstraat en zijn bewoners voltooid.
Het stuk grond langs de Dorpsstraat (eerder genaamd Straatweg, Rijksstraatweg en Alkmaarderstraatweg), waarop de in dit artikel te bespreken panden werden gebouwd, was lange tijd onbebouwd weiland met oude veldnamen, zoals Kleibroekerweid en Het Loetje. De genoemde panden in het vorige artikel en enkele van de hierna te bespreken panden werden gebouwd op een gedeelte van de Kleibroekerweid, die in 1892 in het bezit kwam van Frans Schut, eigenaar van de inmiddels niet meer bestaande boerderij Dorpsstraat 94. Hij verkocht zijn grond langs de Rijksstraatweg in gedeelten voor de huizenbouw, waarvan we de geschiedenis grotendeels in het voorgaande artikel hebben beschreven.

Een luchtfoto genomen omstreeks 1960 met de nog doorlopende Alkmaarderstraatweg, rechts de R.-K. kerk en de Augustinusschool. Op de foto zijn de te bespreken panden zichtbaar tussen de zijstraten Koningin Wilhelminalaan en Prinses Beatrixstraat.
Een luchtfoto genomen omstreeks 1960 met de nog doorlopende Alkmaarderstraatweg, rechts de R.-K. kerk en de Augustinusschool. Op de foto zijn de te bespreken panden zichtbaar tussen de zijstraten Koningin Wilhelminalaan en Prinses Beatrixstraat.

Jaarboek 37, pagina 73

Nummering panden voor en na 1980:

Alkmaarderstraatweg 8 wordt Dorpsstraat 112
Alkmaarderstraatweg 10 wordt Dorpsstraat 114
Alkmaarderstraatweg 12 wordt Dorpsstraat 116
Alkmaarderstraatweg 14 wordt Dorpsstraat 118
Alkmaarderstraatweg 16 wordt Dorpsstraat 120
Alkmaarderstraatweg 18 wordt Dorpsstraat 122
Alkmaarderstraatweg 20 wordt Dorpsstraat 124
Alkmaarderstraatweg 22 wordt Dorpsstraat 126
Alkmaarderstraatweg 24 wordt Dorpsstraat 128
Alkmaarderstraatweg 26 wordt Dorpsstraat 130
Alkmaarderstraatweg 28 wordt Dorpsstraat 132
Alkmaarderstraatweg 30 wordt Dorpsstraat 134
Alkmaarderstraatweg 32 wordt Dorpsstraat 136
Alkmaarderstraatweg 34 wordt Dorpsstraat 138, 140
Alkmaarderstraatweg 36 wordt Dorpsstraat 142
Alkmaarderstraatweg 38 wordt Dorpsstraat 144
Alkmaarderstraatweg 40 wordt Dorpsstraat 146
Alkmaarderstraatweg 42 wordt Dorpsstraat 148

Aan de noordkant van de Kleibroekerweid grensde Het Loetje, een weiland dat van oudsher in bezit was van de R.-K. Kerk te Limmen. Pas in 1903 werd door het plaatselijk kerkbestuur een gedeelte verkocht aan leden van de Castricumse familie Res, binnen welke familie ook weer grondtransacties plaatsvonden. In 1906 kwam een strook van dit land langs de Rijksstraatweg met een lengte van ongeveer 80 meter en een naar het noorden toenemende breedte in handen van Jacobus Res, van beroep timmerman en aannemer, onder andere bekend van de bouw in 1911 van het voormalige raadhuis in Castricum. Res bouwde op deze strook grond rond 1907 de elf woonhuisjes, die bekend zijn geworden als De Rooie Buurt.

Bouwtekening uit 1912 van het huis van Jan Baltus.
Bouwtekening uit 1912 van het huis van Jan Baltus.

Dorpsstraat 112
(Alkmaarderstraatweg 8, boerderij, woonhuis)

In juni 1912 kwam de toen 25-jarige Johannes Antonius (Jan) Baltus, zoon van een bloembollenkweker, kort na zijn huwelijk met Antje Liefting, vanuit Limmen naar Castricum om daar een woning te betrekken die hij had laten bouwen op een stuk land dat gekocht was van Frans Schut. Dit gedeelte van de Dorpsstraat was toen nog Alkmaarderstraatweg en het pand kreeg nummer 8 toebedeeld. Het is het eerste van de relatief kleine huizen, die nu nog karakteristiek zijn voor het huidige gedeelte van de Dorpsstraat na de Koningin Wilhelminalaan.

De voormalige koestal van Jan Baltus, nu (in 2014) het bedrijf O.I.T., gelegen aan de Koningin Wilhelminalaan achter het nog bestaande woonhuis Dorpsstraat 112.
De voormalige koestal van Jan Baltus, nu (in 2014) het bedrijf O.I.T., gelegen aan de Koningin Wilhelminalaan achter het nog bestaande woonhuis Dorpsstraat 112.

Je moet je voorstellen dat Jan Baltus een destijds nog onbebouwd gebied aantrof, waar hij een gemengd vee- en tuinbouwbedrijf kon beginnen, met een hooiberg en een koestal, gelegen achter de woning. Oudere Castricummers zullen zich nog de grazende koeien herinne-

Jan Baltus in 1934 met paard op het erf naast zijn huis. (Foto: Jeanne Ruigrok-Schoorl in het Zondag Ochtendblad van 21 januari 2007).
Jan Baltus in 1934 met paard op het erf naast zijn huis. (Foto: Jeanne Ruigrok – Schoorl in het Zondag Ochtendblad van 21 januari 2007).

Jaarboek 37, pagina 74

ren op het land, dat gedeeltelijk nog steeds als binnenterrein aanwezig is tussen de Dorpsstraat en de Prinses Margrietstraat, ook een straat, die in de tijd dat Baltus zijn bedrijf begon, nog niet bestond. Het was allemaal weiland. In de loop der tijd breidde Baltus zijn bedrijf uit, onder andere door bijbouw van een fietsenstalling en een paardenstal, de laatste voornamelijk bestemd voor bezoekers met paard en wagen van de tegenoverliggende Pancratiuskerk. In 1931 volgde een vergroting van de veestal, die – opmerkelijk – de tijd heeft doorstaan. Want toen de stal niet meer als zodanig in gebruik was, werd deze door de familie Baltus verhuurd aan het installatiebedrijf O.I.T. (Oudejans Installatie Techniek), nu (in 2014) gesitueerd aan de Koningin Wilhelminalaan, dat het gebouw na de nodige aanpassingen in gebruik nam.

Het gezin van Jan Baltus en Antje Liefting omstreeks 1935.
Het gezin van Jan Baltus en Antje Liefting omstreeks 1935.

Jan Baltus en Antje Liefting kregen tien kinderen, die allen in Castricum werden geboren. Het zal met zo’n groot gezin wel een krappe behuizing zijn geweest, maar die situatie kwamen we vroeger in Castricum wel meer tegen en er werd niet zwaar aan getild. Dat komt althans naar voren als je Castricummers spreekt die deze tijd nog als kind hebben meegemaakt. Men was het nu eenmaal zo gewend; de kinderen sliepen vaak op de wat gammele zolderverdieping, met een deel voor de jongens en een deel voor de meisjes.
Jan Baltus kan gezien worden als de stamvader van de familie Baltus in Castricum. Hij overleed in 1969. Zijn agrarisch bedrijf was inmiddels voortgezet door zijn zoon Johannes Joseph (Jan) Baltus, geboren in 1927 in Castricum, die na zijn huwelijk met Maria Steltenpool in 1966 zijn intrek had genomen in de woning van zijn vader.

Het bedrijf werd geleidelijk ingekrompen, vooral door de omringende uitbreiding van de bebouwing en in 1985 hield Jan Baltus het op 58-jarige leeftijd dan ook voor gezien en ging onderdelen van zijn bedrijf, zoals de hiervoor genoemde stal, verhuren. Later verhuisde hij met zijn echtgenote naar de Prinses Beatrixstraat. Hij verkocht zijn huis aan de Dorpsstraat aan zijn enige zoon, opnieuw een Jan Baltus, geboren in 1967 en in Castricum bekend geworden als postbesteller. Deze woont er met zijn echtgenote nog steeds (in 2014). Het huisje heeft nog vrijwel het oorspronkelijke uiterlijk, alleen hebben de twee afzonderlijke ramen in de voorgevel plaats gemaakt voor één groot raam.

Dorpsstraat 114 omstreeks 1977 toen daar uitzendbureau Harass was gevestigd.
Dorpsstraat 114 omstreeks 1977 toen daar uitzendbureau Harass was gevestigd.

Dorpsstraat 114
(Alkmaarderstraatweg 10, tandtechnische praktijk)

Het pand Dorpsstraat 114, waar tegenwoordig (in 2014) een tandtechnische praktijk is gevestigd, kreeg gestalte in 1967, toen Dirk Saarloos het reeds bestaande pand liet verbouwen tot een winkelpand, waar hij postzegelhandel ‘De Merkuur’ begon. De verbouw schijnt niet zo succesvol te zijn verlopen, want er wordt gesproken van nieuwbouw, weliswaar met als speciale vermelding ‘in de oude stijl’. Saarloos is het voorbeeld van iemand die van een hobby zijn beroep maakte. In maart 1948 – hij woonde toen nog op Schoutenbosch – richtte hij een postzegelvereniging op, die meestal bij hem thuis vergaderde en waar hij ook ruilbeurzen organiseerde. De vereniging was aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Postzegelverzamelaars. De postzegelhandel aan de Alkmaarderstraatweg bestond ruim tien jaar, toen de familie Saarloos in juni 1978 verhuisde naar Opsterland. Voordat plaats werd gemaakt voor de huidige tandtechnische praktijk, waren in het pand onder diverse namen uitzendorganisaties gevestigd, het laatst Tempo Team.

Het pand van Saarloos kende dus een in architectonisch


Jaarboek 37, pagina 75

opzicht gelijkende voorganger. Daarover kan men twisten, maar volgens oude foto’s was het inderdaad een huis met ongeveer dezelfde omvang en met kenmerken van de reeks eerder gebouwde panden van de zogenaamde ‘Rooie Buurt’, zoals een puntdak, maar wel al met het aangebouwde lage winkelgedeelte. Dit pand is omstreeks 1912 gebouwd in opdracht van Lambertus (Bertus) Stuifbergen, die er kort na zijn huwelijk met Johanna Maria Logman kwam wonen. Bertus exploiteerde hier een kapperszaak. Hij was in Castricum bekend als Kleine Bertus, een bijnaam die hij te danken had aan het feit dat zijn neef, ook een Bertus Stuifbergen, eveneens in Castricum als kapper werkzaam was en onder de bijnaam Grote Bertus door het leven ging. Beide Bertussen stamden uit de kappersfamilie Stuifbergen, waarop in het 31e Jaarboek (2008) nader is ingegaan bij de bespreking van het inmiddels afgebroken pand Dorpsstraat 93. Daar was de kapperszaak van Grote Bertus gevestigd en later het winkeltje van zijn dochter Guurtje Stuifbergen. Aan de geschiedenis van Kleine Bertus kunnen we weinig meer toevoegen, dan wat Q. de Ruijter reeds schreef in zijn bekende boek ‘Schippers van het Stet ́:
Kleine Bertus had zijn barbierswinkel aan de Dorpsstraat tegenover de parochiekerk en mocht veel Bakkummers tot zijn klanten rekenen, die gewend waren zich ’s zondags voor de hoogmis van tienen te laten scheren, omdat ze daarvoor door de weeks geen tijd hadden. De barbierswinkel had ook veel aanloop om louter de gezelligheid. De laatste nieuwtjes werden er verteld en Kleine Bertus verhoogde de sfeer nog met zijn kwinkslagen. Hij kende echter ook vrome bezigheden: als trouw lid van het kerkkoor heeft hij honderden rouw- en trouwmissen gezongen. Hoewel het zich liet aanzien dat Bertus een verstokte vrijgezel zou blijven, trouwde hij tenslotte toch nog met de pastoorsmeid Naatje Logman, die zich nog jarenlang verdienstelijk maakte als stovenzetster”.

Kleine Bertus (Stuifbergen) met zijn nichtje voor de barbierswinkel.
Kleine Bertus (Stuifbergen) met zijn nichtje voor de barbierswinkel.

Het huwelijk van Kleine Bertus bleef kinderloos. Hij overleed in september 1936, waarna zijn weduwe nog geruime tijd in het pand bleef wonen om in 1942, gedwongen als gevolg van de evacuatiemaatregelen van de bezetter, te verhuizen naar Leidschendam.

In 1949 kwam het echtpaar Petrus Boomars en Johanna Beentjes er te wonen. De toen 45-jarige Boomars, oorspronkelijk afkomstig uit Ouderkerk en eerder een korte periode gevestigd aan de Alkmaarderstraatweg 30, betrok woningen in dit gedeelte van de straat, ongetwijfeld vanwege de ligging tegenover de Pancratiuskerk, waaraan hij als koster verbonden was. Hij woonde er vrij lang, tot 1966, waarna het tijdperk Saarloos aanbrak, over wie we in het voorgaande hebben geschreven en die het pand liet verbouwen.

Foto uit 1987 van de nog bestaande rij lage huisjes, Dorpsstraat 116-136.
Foto uit 1987 van de nog bestaande rij lage huisjes, Dorpsstraat 116-136.

De Rooie Buurt

We komen nu aan bij de nog bestaande panden Dorpsstraat 116 t/m 136 en het inmiddels afgebroken pand Dorpsstraat 138. Het is een verzameling van kleine en betrekkelijk eenvormige huizen, van een architectuur die we overigens vaker tegenkomen, onder andere in de Schoolstraat en die bekendheid hebben gekregen onder de verzamelnaam ́De Rooie Buurt ́. We tastten aanvan-


Jaarboek 37, pagina 76

kelijk in het duister over deze benaming, maar zij zou volgens de overlevering te maken hebben met prostitutie die lang geleden in een van de panden schijnt te zijn bedreven. Maar het is in de herinnering van oude Castricummers te lang geleden. Dat kan wel kloppen, want zoals in de inleiding al vermeld, zijn de elf woonhuisjes gebouwd door Jacobus Res rond 1907 en dus meer dan honderd jaar geleden.

In de verhalen over de bouw wordt steeds een link gelegd met psychiatrisch centrum Duin en Bosch, dat werd gebouwd in de periode 1904-1909. Volgens de overlevering zou voor de bouw van de rooie buurthuisjes gebruik zijn gemaakt van (afgekeurd) bouwmateriaal van Duin en Bosch. Wat betreft de gegevens die men in het kadaster vindt over de koop van deze huizen, valt op dat deze veelal plaats vond jaren nadat ze waren gebouwd. Wat was dus de bestemming in de tussentijd? Een veronderstelling is dat ze werden verhuurd. Het lijkt wat dit betreft niet onmogelijk, dat bij Res ideële motieven – het bouwen van betaalbare huurhuisjes voor arbeiders – een rol hebben gespeeld en dan kom je aan een alternatieve verklaring voor de benaming Rooie Buurt.

Hierna gaan we wat nader in op de geschiedenis van de verschillende woonhuizen in dit speciale buurtje, met vooral aandacht voor opmerkelijke bewoners, die kans zagen in hun woninkje toch een bedrijf uit te oefenen.

Dorpsstraat 116
(Alkmaarderstraatweg 12, woonhuis)

De oudst bekende bewoner van het huidige Dorpsstraat 116 was Lambertus (Ber) van Benthem, grondwerker en kleinzoon van Maria Res en Bertus van Benthem, die we in het 29e Jaarboek (2006) hebben leren kennen als beheerder van het café De Vriendschap (later d’Oude Schimmel en Sam-Sam). Ber van Benthem was getrouwd met Cornelia van Vliet; met haar en hun drie kinderen vertrok hij in 1939 naar Voorburg.

Het woonhuis, toen nog Alkmaarderstraatweg 12, kwam vervolgens in handen van Jacob Schermer, kort na zijn huwelijk in 1939 met Adriana Nieuwland. Hij was werkzaam als monteur en chauffeur. Na een evacuatie in de oorlog van enkele jaren naar Beverwijk keerde Jacob in oktober 1945 terug in zijn woning, na een moeilijke periode, want in april van dat jaar was zijn echtgenote overleden. In 1946 hertrouwde hij met Maria van Steijn, die een kind meebracht uit een eerder huwelijk. Jacob Schermer woonde met Maria nog tot november 1950 op de Alkmaarderstraatweg, waar nog vier van zijn kinderen het licht zagen. Daarna verhuisde hij naar de Tetburgstraat.

De familie Schermer werd opgevolgd door het echtpaar Antoon Duinmeijer en Maria Maters. Zij woonden er een lange periode, van 1950 tot 1984, waarna dochter Ingrid Duinmeijer, gehuwd met Meinhardus Beentjes, hier is gaan wonen.

Dorpsstraat 118
(Alkmaarderstraatweg 14, woonhuis)

Van dit pand was de eerste koper Jan Tool, een huisschilder, die er in januari 1923 zijn intrek nam vanuit zijn geboorteplaats Wognum. Hij werd in 1943 op het adres uitgeschreven om te vertrekken naar Zaandam, wat ook in dit geval te maken had met de oorlogssituatie, waardoor veel inwoners van Castricum hun huizen moesten verlaten. Na de oorlog keerde Tool op dit adres niet meer terug.

Enkele opvolgers woonden er maar kort, met uitzondering van ene Peter Lust, een zoon van de Jan Lust, die in een vorig artikel ter sprake kwam als bewoner, winkelier en makelaar op Dorpsstraat 12. Peter Lust was getrouwd met Aaltje Meyberg en het echtpaar woonde hier vanaf 1960 een lange periode.


Jaarboek 37, pagina 77

De huizen Dorpsstraat 120, 122 en 124 in 1997.
De huizen Dorpsstraat 120, 122 en 124 in 1997.

Dorpsstraat 120 (Alkmaarderstraatweg 16, woonhuis)

Over de geschiedenis van deze woning valt wel wat meer te vertellen, want dit pand was behalve als woning ook jaren in gebruik als een soort kantoor door Johan (Jan) Stuifbergen, die direct na de oorlog inde vrijgekomen woning zijn intrek nam, kort na zijn huwelijk in 1944 met Frederika Prein. Hij was toen 46 jaar. Uit advertenties in de plaatselijke krant blijken zijn veelzijdige activiteiten: verzorger van familiedrukwerk, verkoper van kinderboeken, verzekeringsagent en werver van advertenties en abonnementen op kranten en tijdschriften, waarbij hij een periode was verbonden aan het Nieuwsblad voor Castricum. Jan Stuifbergen zal in zijn activiteiten zeker geïnspireerd zijn door zijn vader Willem Stuifbergen, postbode, boekhandelaar en eveneens krantenverkoper met een winkel gelegen aan de Dorpsstraat naast slager Admiraal (zie 31e Jaarboek, 2008).

Over de persoon van Jan Stuifbergen komen we meer te weten uit de herinneringen van Siem Scheerman, die werden opgetekend in het 23e Jaarboek (2000):
“Ik heb nog een halfjaar bij Jan Stuifbergen, bijgenaamd ‘de Koet’, gewerkt. Dat was een krantenman. Ik bracht de Castricummer, andere kranten en tijdschriften rond. De Castricummer kostte toen nog 70 cent in de maand en dat geld moest je iedere maand weer ophalen. Jan was een bijzonder mens. Hij woonde in de Rooie Buurt. Hij schreef voor de krant en was ook een halve advocaat.”

Jan Stuifbergen was in zekere zin een concurrent van de op Dorpsstraat 96 gevestigde boekhandel en winkel in religieuze artikelen van Kees Stuifbergen en zijn zoon (zie het 36e Jaarboek, 2013), die zich onder andere ook met de werving van advertenties bezig hielden. Er is tussen de vele Stuifbergen’s in Castricum altijd wel een familierelatie, maar die gaat in dit geval verscheidene generaties terug, zeg maar die van verre neven en dat zal dus de concurrentieverhoudingen niet in de weg hebben gestaan. Jan Stuifbergen vertrok in juni 1955 met zijn gezin van de Dorpsstraat naar de Beverwijkerstraatweg; hij overleed in juni 1968.

Na de periode Stuifbergen werd het pand betrokken door de 25-jarige Petrus de Graaf en zijn echtgenote Ursula de Groot. Hij trof volgens zijn zeggen een wat verwaarloosd pand aan en voerde nog in 1955 een vrij drastische verbouwing uit, waarbij onder andere de vloer en de muren onderhanden werden genomen. Hij woont er nu (in 2014) dus al bijna 60 jaar, maar vanwege het overlijden van zijn echtgenote verhuist hij dit jaar naar De Boogaert.

Dorpsstraat 122
(Alkmaarderstraatweg 18, woonhuis)

Ook dit pand was niet alleen maar een woonhuis. Het diende sinds 1922 als werkplaats voor de koper van het pand, Johannes Schaap, bekend geworden in Castricum als schoenmaker. Voordien was hij gevestigd op Dorpsstraat 54 in een pand dat hij had gehuurd van de familie Kehl. Opvallend is dat Schaap, in tegenstelling tot andere Castricumse schoenmakers, voor zijn activiteiten, voor zover wij hebben kunnen nagaan, niet adverteerde. Hij genoot kennelijk een goede reputatie, wat ook blijkt uit de viering in augustus 1949 van zijn 50-jarig huwelijk met Magdalena Roozing met een druk bezochte receptie en een aubade door fanfarecorps St. Aloysius. Ook de krant memoreerde het gouden huwelijksfeest van de 76-jarige heer Schaap, die “Vele jaren als schoenmaker werkzaam was aan de Alkmaarderstraatweg en ook als aanspreker. Na de oorlog keerde het echtpaar in de oude woning terug en geniet daar van een rustige levensavond.
Schaap was dus een bekende Castricummer en wordt ook beschreven door Q. de Ruijter in zijn boek ‘Schippers van het Stet’, die daarbij opmerkt dat Schaap in de functie van aanspreker altijd een zwart uniform droeg met witte tressen en een hoge hoed.

Na de periode Schaap werd het pand in 1954 betrokken door Petrus (Piet) Druijven, die het er bijna veertig jaar volhield. Hij was gehuwd met Tekela van Dijk en zijn gezin telde drie kinderen.

Dorpsstraat 124
(Alkmaarderstraatweg 20, woonhuis)

De oudste gegevens over dit pand gaan terug tot het jaar 1918, toen het werd gekocht door Grietje de Waard, weduwe van de in 1906 overleden Dirk Schotvanger, een agrariër.

In 1925 kwam de woning in handen van Petrus Zonneveld, toen 35 jaar en getrouwd met Aaltje Groot, uit welk huwelijk vier kinderen werden geboren. Voor zijn komst naar de Alkmaarderstraatweg bewoonde Petrus, die de wat merkwaardige bijnaam droeg van Vader Abt, als landbouwer de boerderij Vogelwater in het duingebied. In 1937 verhuisde hij met zijn gezin naar de Sifriedstraat.

Sindsdien kende het pand diverse bewoners, die er relatief kort verbleven, maar vanaf 1948 kwam hier verandering in en werd het huis niet minder dan ruim 40 jaar bewoond door het gezin van Theodorus (Theo) Druijven, die gehuwd was met


Jaarboek 37, pagina 78

Agatha Pekel en een broer was van de in het hiervoor genoemde pand woonachtige Piet Druijven.

Dorpsstraat 126
(Alkmaarderstraatweg 22, woonhuis)

Het pand Dorpsstraat 126, eerder Alkmaarderstraatweg 22, werd volgens kadastergegevens in 1921 gekocht door de huisschilder Cornelis Kroone, die er tot zijn overlijden in januari 1965 heeft gewoond. Na zijn overlijden bleef zijn echtgenote Maartje Mettes er nog twee jaar wonen. Ook hier bleek de relatief kleine behuizing geen belemmering voor een groot gezin, dat acht kinderen telde. In 1967 werd het pand betrokken door Cornelis de Wit en zijn echtgenote Elisabeth Kokkelman, die er nog steeds wonen.

Dorpsstraat 128
(Alkmaarderstraatweg 24, woonhuis)

In het vorige artikel in deze serie hebben we aandacht besteed aan de kleermaker Jacob (Jaap) Twisk, die in 1927 het pand van de failliet gegane Hanzebank, Dorpsstraat 90, kocht om er tot 1958 zijn kleermakerij en een kledingzaak te exploiteren. Daarna werd de zaak, zoals we eveneens hebben beschreven, voortgezet door Jo Stevens.
Het huis Dorpsstraat 128 was gekocht door zijn vader Willem Twisk, eveneens kleermaker, en daar komen we in 1923 Jaap opnieuw tegen, waar hij enkele jaren woonde en waarschijnlijk ook het kleermakersvak uitoefende voor zijn verhuizing naar Dorpsstraat 90. Na het vertrek van Jaap Twisk bleef het pand bewoond door leden van de familie Twisk. We noemen de weduwe van de in 1932 overleden Willem Twisk, Catharina Haaker, die in 1960 overleed en Geertrudes Twisk, een ongehuwd gebleven dochter, die in 1976 overleed. Ook nu (in 2014) wordt het huis nog bewoond door een Twisk.

Dorpsstraat 130, ca. 1975.
Dorpsstraat 130, ca. 1975.

Dorpsstraat 130
(Alkmaarderstraatweg 26, woonhuis)

De eerste koper van dit huis was in 1919 Jacoba (Koosje) Brakenhoff, weduwe van de in 1907 overleden tuinder en bloemkweker Pieter Kuijs. Zij overleed in 1933. Latere bewoners in de periode 1944 tot 1953 zijn Johannes Winkelman en daarna tot 1961 zijn weduwe Johanna Bos.

Vervolgens deed Cornelis Kroone zijn intrede, een naam die we reeds eerder tegenkwamen met betrekking tot het naastgelegen pand Dorpsstraat 126. Dat betrof zijn vader, wiens beroep van huisschilder hij voortzette. Cornelis Kroone jr. was getrouwd met Agatha Herben. Hij genoot in Castricum onder andere bekendheid door de Castricumse Fanfare en Drumband, waarvan hij ook enige jaren voorzitter was. Zijn gezin telde drie kinderen. De ruim tachtigjarige Cornelis Kroone en zijn echtgenote wonen nog steeds (in 2014) op Dorpsstraat 130.

Dorpsstraat 132 in 1995.
Dorpsstraat 132 in 1995.

Dorpsstraat 132
(Alkmaarderstraatweg 28, woonhuis)

Als eerste koper staat in 1927 te boek Johannes (Jan) de Graaf, een spoorwegbeamte en toen 45 jaar. Hij was in 1905 gehuwd met Grietje Duin. We hebben in de inleiding tot de Rooie Buurt gesignaleerd, dat volgens het kadaster de verkoop van de huizen veel later gebeurde dan de bouw, in de veronderstelling dat in de tussenliggende periode verhuur plaatsvond. In het geval van Jan de Graaf lijkt dit, ook gezien zijn huwelijksdatum, niet onwaarschijnlijk. We zijn bijvoorbeeld geen ander adres tegengekomen waar een van zijn negen kinderen is geboren dan de Dorpsstraat. Hier vond ook in april 1913 zijn tweejarige dochter Cornelia de dood, over-


Jaarboek 37, pagina 79

reden door de stoomtram, die toen dagelijks door de straat reed. Jan de Graaf en zijn familie werden in de oorlog ook het slachtoffer van de gedwongen evacuatie, in dit geval naar Uitgeest. Het gezin keerde na de oorlog niet meer in Castricum terug.

In 1950 werd het pand gekocht door Cornelis (Cor) Druijven. Dit gedeelte van de Dorpsstraat had kennelijk een grote aantrekkingskracht op leden van de familie Druijven, want zoals we in het voorgaande hebben gezien, woonden zijn twee broers Piet en Theo vlakbij, respectievelijk op nummer 122 en 124. Cor Druijven was getrouwd met Maria Mooij en zij kregen drie kinderen. Cor Druijven woont niet meer op de Dorpsstraat 132, volgens rectificatie in jaarboek 37, pg. 124).

De inmiddels bejaarde Cor, die met zijn echtgenote nog steeds (in 2014) Dorpsstraat 132 bewoont, noemde het wel ‘gezellig’ om met directe familieleden zo dicht bij elkaar te wonen. Op de vraag of de achterliggende tuinen en het aangrenzende erf van Baltus geen oase vormden voor de vele kinderen van de hier kinderrijke families, antwoordde hij ontkennend. Het erf van Baltus was het domein van zijn vee en dus niet geschikt voor spelende kinderen, die voor zover zij zich toch op zijn land waagden, toesprak met “oprotten“. De voornaamste speelplek voor de kinderen vormde het tegenoverliggende schoolplein van de Augustinusschool.

Dorpsstraat 134.
Dorpsstraat 134.

Dorpsstraat 134
(Alkmaarderstraatweg 30, woonhuis)

Eerste koper van dit pand was in 1932 Reinier de Ruijter, een Castricummer die in 1921 trouwde met Catharina Geertruida (Cato) Res. Hier komen we voor het eerst een direct verband tegen tussen een koper van het huis en de bouwer, want Catharina was een dochter van Jacobus Res, bouwer van de huizen van de Rooie Buurt.

Na de oorlog werd het pand vanaf juli 1947 een korte periode bewoond door Petrus Boomars en echtgenote, die met hun in dat jaar geboren dochter in 1949 verhuisden naar de hiervoor besproken woning Dorpsstraat 114.

Het pand werd daarna vrij lang, vanaf 1953 tot 1973, bewoond door Kunder Gort, waar hij kantoor hield als financieel adviseur. Verder genoot hij onder andere bekendheid als secretaris van schietvereniging De Vrijheid. Sinds 1974 woont er het echtpaar Willem Witte en Renske Kok.

Dorpsstraat 136, ca. 1936.
Dorpsstraat 136, ca. 1936.

Dorpsstraat 136
(Alkmaarderstraatweg 32, woonhuis)

Als eerste koper wordt in 1921 vermeld de melkslijter Willem Bruijn, tot dan woonachtig te Heerhugowaard. Hij lijkt niet in Castricum te hebben gewoond en over zijn persoon, familie en de motieven van zijn aankoop tasten we in het duister.
Mogelijk verhuurde hij het pand. Nog voor 1965 wordt als bewoonster de weduwe van Wilhelmus (Willem) Druijven genoemd. Deze Willem Druijven, fabrieksarbeider en tuinder, werd in 1887 geboren in Limmen, waar nog veel leden van de familie Druijven woonachtig zijn. Hij trouwde in 1913 met Catharina Bruin en uit dit huwelijk werden onder andere de zonen geboren die we tot dusver zijn tegengekomen als bewoners van de Rooie Buurt. Willem overleed in 1947. Zijn weduwe overleed in 1965 en de bewoning van het pand werd sindsdien voortgezet door zijn zoon Willem Druijven, getrouwd met Adriana Boon. Hij was de vierde van de broers die we hiervoor hebben leren kennen als bewoners van dit gedeelte van de Dorpsstraat.
Willem Druijven jr. verhuisde in 1991 met zijn echtgenote naar de Offenbachstraat. Sindsdien zijn de bewoners Aarnoud van der Plank en Jozina Stitzinger.


Jaarboek 37, pagina 80

Dorpsstraat 138 circa 1975, kantoorpand van makelaar Kuijs, nu (in 2014) Makelaardij Kuijs Reinder Kakes.
Dorpsstraat 138 circa 1975, kantoorpand van makelaar Kuijs, nu (in 2014) Makelaardij Kuijs Reinder Kakes.

Dorpsstraat 138, 140
(Alkmaarderstraatweg 34, kantoor en bovenwoning)

Dit is het enige door Res gebouwde en tot de Rooie Buurt behorende pand dat de tijd niet heeft doorstaan en in 1974 werd gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw van een kantoor en bovenwoning voor Piet Kuijs, makelaar en verzekeringsagent.

Het pand kende dus een voorganger die gelijkenis ver met de nog bestaande reeks huizen. Dit huis werd in 1923 gekocht door Cornelis Brakenhoff, weduwnaar van Aafje Schermer en eerder eigenaar en bewoner van boerderij Starrenburg aan de Bleumerweg. Hij was 65 jaar bij de aankoop van de woning op de Alkmaarderstraatweg; Cornelis overleed in 1936.

De ligging van de oorspronkelijke panden van Klaas Veldt, de boerderij met ervoor aan de straatweg een woning.
De ligging van de oorspronkelijke panden van Klaas Veldt, de boerderij met ervoor aan de straatweg een woning.

Dorpsstraat 142
(Alkmaarderstaartweg 36 woning en boerderij)

We zijn nu de Rooie Buurt, die rond 1906 gestalte kreeg, voorbij en stuiten op enkele panden die later werden gebouwd. Dat is allereerst de fraaie voormalige boerderij aan de Dorpsstraat 142, waarover Piet Blom in het kader van zijn artikelenreeks over ‘Stolpboerderijen in Castricum’ in het 33e Jaarboek (2010) al eens schreef en een aantal bijzonderheden gaf. Zo werd de boerderij in 1920 gebouwd door metselaar-aannemer Gerrit Borst en gaat het om een onvolledige stolp met hooiberg en stal. De oorspronkelijke eigenaar in 1922 was Klaas Veldt, toen reeds 75 jaar en gehuwd met Maartje Brakenhoff.

Vooraanzicht, volgens een bouwtekening, van de boerderij van Klaas Veldt.
Vooraanzicht, volgens een bouwtekening, van de boerderij van Klaas Veldt.

Jaarboek 37, pagina 81

Links het woonhuis van de familie Veldt, gelegen voor de boerderij.
Links het woonhuis van de familie Veldt, gelegen voor de boerderij.

We hebben hier te maken met een pand dat oorspronkelijk volledig in dienst stond van de veehouderij, want er werd niet gewoond. Voor de boerderij was voor de familie Veldt, die zes kinderen telde, een afzonderlijke woning gebouwd, die vanaf de straatweg gezien de boerderij aan het zicht onttrok.

Klaas Veldt overleed in 1929, maar het bedrijf bleef voorlopig in handen van de familie. Tot 1968, toen Gerrit Veldt zijn bezit verkocht aan Piet Kuijs, tot dan woonachtig aan de Vinkebaan en werkzaam als makelaar in verzekeringen en onroerend goed. Piet Kuijs pakte de zaken groot aan. De boerderij werd verbouwd tot woonhuis en de voorwoning werd ingericht als kantoor voor de makelaardij, hoewel die daar relatief kort bestond en werd verplaatst naar het hiervoor besproken pand, Dorpsstraat 140. Er is ook een garage bijgebouwd.

Het pand Dorpsstraat 142, zoals dat er nu, na diverse ver- en aanbouwingen uitziet.
Het pand Dorpsstraat 142, zoals dat er nu, na diverse ver- en aanbouwingen uitziet.

In 1982 volgde opnieuw een grote verbouwing toen Piet Kuijs zijn woning, die nog gebaseerd was op het oude bouwplan van de boerderij, aan de linkervoorkant uitbreidde met een aanbouw, overigens in een oude en bijpassende stijl. Het onttrok wel de gevel van de oorspronkelijke en verbouwde boerderij aan het zicht. Het verbouwde pand was tot 2005 in handen van Piet Kuijs en daarna van zijn zoon Bob Kuijs.

Vooraanzicht van de woning, die - door de verbouwing van wat in het bouwplan nog een  ́veestal ́ werd genoemd - in 1969 in opdracht van Piet Kuijs door firma C.G. de Nijs werd gerealiseerd.
Vooraanzicht van de woning, die – door de verbouwing van wat in het bouwplan nog een  ́veestal ́ werd genoemd – in 1969 in opdracht van Piet Kuijs door firma C.G. de Nijs werd gerealiseerd.
Een bouwtekening geeft een impressie van het tijdelijk kantoor van defirma Kuijs in het voormalige woonhuis van de familie Veldt.
Een bouwtekening geeft een impressie van het tijdelijk kantoor van defirma Kuijs in het voormalige woonhuis van de familie Veldt.

Jaarboek 37, pagina 82

De villa Dorpsstraat 144 in 1999, toen bewoond door de familie Verschuren.
De villa Dorpsstraat 144 in 1999, toen bewoond door de familie Verschuren.

Dorpsstraat 144
(Alkmaarderstraatweg 38, woonhuis)

We stuiten bij het vervolgen van onze weg nu op een villa die er nog vrijwel hetzelfde uitziet als na de bouw in 1923. De eerste bewoonster en waarschijnlijk ook eigenares van het pand was de toen bijna 65-jarige weduwe Agie Schermer – Castricum. Haar echtgenoot Jan Schermer, een agrariër, was in 1906 overleden. De villa bleef geruime tijd in bezit van de familie Schermer. Vanaf 1945 woonden er kinderen van genoemde Agie: een in 1899 geboren zoon Nicolaas Schermer, gemeentebode, ongehuwd, overleden in 1962 en een in 1892 geboren zoon Johannes Schermer, een landbouwer en veehouder, die eerder eigenaar en bewoner was van de boerderij Mariahoeve aan de Brakersweg.

Johannes overleed in 1965, zijn weduwe Maria Schermer – Twisk bleef nog een jaar in het pand wonen en verhuisde toen naar de Brakersweg. Zij werd in 1966 opgevolgd door Roland Wefers Bettink en zijn echtgenote Margaretha Weel, die eerder boven het Corsotheater op Dorpsstraat 70 woonden. Roland Wefers Bettink was een van de initiatiefnemers tot de stichting van het in 1937 geopende Corsotheater, was ook eigenaar van het theater, dat hij exploiteerde tot 1972, toen zijn zoon Piet Bettink en zijn vrouw Jenny het roer overnamen (zie het artikel over 75-jaar Corsotheater in het 35e Jaarboek, 2012). Ronald en zijn echtgenote vertrokken in 1976 naar Emmen. Merkwaardigerwijs geven de beschikbare gegevens sindsdien geen nadere informatie over bewoners, tot in 1991 Theodorus Verschuren en zijn echtgenote Jacqueline worden genoemd. Thans (in 2014) is eigenaar en bewoner Wim Perlee, die zich namens de bewoners van de Dorpsstraat uitermate heeft ingespannen voor de inrichting van de Dorpsstraat als ‘fietsstraat’.

De villa Dorpsstraat 146, ca. 1985, toen eigenaar en bewoner De Graaf.
De villa Dorpsstraat 146, ca. 1985, toen eigenaar en bewoner De Graaf.

Dorpsstraat 146
(Alkmaarderstraatweg 40, woonhuis)

Ook dit pand werd, evenals het voorgaande, gebouwd in 1923. Als eerste eigenaar wordt genoemd Pieter Klaaszoon (Piet) Veldt, een toen bijna 50-jarige landbouwer. Wat Piet Veldt bewoog om dit pand te laten bouwen en of hij er ook zelf nog gewoond heeft, is niet duidelijk, hoewel dat gezien zijn overlijden in 1955 (op de hoge leeftijd van 86 jaar), niet onwaarschijnlijk is. Toen hij het pand liet bouwen, had hij al een hele bewonersgeschiedenis achter de rug. In 1903, enkele jaren na zijn huwelijk met Grietje Zonneveld, kocht hij een woning aan de Brakersweg 22, waar hij een tuindersbedrijf was begonnen. In 1913 liet hij dit woonhuis verbouwen tot een stolpboerderij. In 1922 verhuisde hij naar Brakersweg 77. Mogelijk heeft hij het pand aan de Alkmaarderstraatweg bedoeld voor zijn kinderen, want zijn gezin telde er niet minder dan twaalf. Dit pand werd inderdaad een lange periode, tot 1985, bewoond door de in 1908 geboren Gerardus Veldt, van beroep bollenkweker, getrouwd met Alida Zomerdijk en een zoon van genoemde Pieter Veldt (voor stamboom familie Veldt zie 5e Jaarboekje, 1982).

In 1985 werd het pand betrokken door de toen 38-jarige Piet de Graaf en zijn echtgenote Dora Borst. Hij was kraanmachinist bij Hoogovens.

De panden Dorpsstraat 144, 146 en 148, ca. 1974.
De panden Dorpsstraat 144, 146 en 148, ca. 1974.

Jaarboek 37, pagina 83

Het pand Dorpsstraat 148 (voorheen Alkmaarderstraatweg 42) omstreeks 1963; in 2011 werd het afgebroken.
Het pand Dorpsstraat 148 (voorheen Alkmaarderstraatweg 42) omstreeks 1963; in 2011 werd het afgebroken.

Dorpsstraat 148
(Alkmaarderstraatweg 42, woonhuis)

Nu komen we met enige nostalgie toe aan het laatste pand in deze artikelenserie: de geschiedenis van de villa Dorpsstraat 148. De villa, zoals die er thans bijstaat, is een in 2011 gebouwde opvolger van een gesloopt pand, dat in 1923 werd gebouwd. We houden ons eerst bezig met deze voorganger. Bouwer en eigenaar was Gerrit Borst, een aannemer, die de villa volgens een kleinzoon zou hebben laten bouwen voor zijn zoon Wim Borst, die als metselaar aanvankelijk in het bedrijf van zijn vader werkte en die er na zijn huwelijk met Catharina (Trien) Wehnes in 1936 introk. We hebben hier te maken met bouwactiviteiten, weliswaar in de familie Borst, waarbij er geen familierelatie bestaat met het bekende bouwbedrijf A.C. Borst. Voordat het pand door een Borst werd betrokken, zou het in een periode na de bouw bewoond zijn geweest door iemand uit het onderwijs, maar daarover hebben we geen bijzonderheden kunnen achterhalen. Het gezin Borst – Wehnes bewoonde de villa een lange periode en ging toen acht kinderen tellen. Wim Borst overleed in 1957. Zijn weduwe bleef het pand nog tot 1972 bewonen, toen zij op hoge leeftijd verhuisde naar een verzorgingsflat. Het pand was inmiddels gekocht door Jan Meere, die er zijn eerder in de Prinses Margrietstraat gevestigd schildersbedrijf voortzette en dat ook wel gekarakteriseerd werd als ‘schilderswinkel’. Dat betrof vooral de interne inrichting van de woning en schuur. Meere beperkte zijn activiteiten overigens niet alleen tot schilderwerk, maar adverteerde ook als behanger en zelfs met auto-onderhoud.

Het in 2011 nieuw gebouwde pand Dorpsstraat 148.
Het in 2011 nieuw gebouwde pand Dorpsstraat 148.

In 1982 vertrok Jan Meere naar Hoorn en vervolgens vestigden zich in het pand Henricus Bannenberg, werkzaam bij Hoogovens en zijn echtgenote Catharina Wortel. De kinderen waren reeds het huis uit.
Dit echtpaar verhuisde in 1994 naar Diever. Na hun vertrek nam nog een zoon drie jaar zijn intrek in het pand, waarna het werd gekocht door makelaar Van Amsterdam. Deze liet, zoals vermeld, in 2011 het inmiddels bijna 90-jarige pand afbreken om plaats te maken voor een nieuw gebouwde villa, overigens nog in de stijl van het oorspronkelijke pand.

Wim Hespe

Bronnen:

Archieven:

  • Gemeente Castricum: archief Bouw- en Woningtoezicht en bewonerskaarten;
  • Noord-Hollands Archief Haarlem: kadastrale gegevens betreffende Castricum;
  • Regionaal Archief Alkmaar: burgerlijke stand, bevolkingsregisters, kadastrale gegevens, notariële akten;
  • Werkgroep Oud-Castricum: fotoarchief, Nieuwsblad voor Castricum en De Castricummer, beschikbare nummers uit de periode 1925 tot heden.

Publicaties:

  • Ruijter W. Jzn., Q. de: Schippers van het Stet, 1974.
Print Friendly, PDF & Email