Dorpsstraat (4e deel) huisnrs 69 – 85 (Jaarboek 29 2006 pg 39-52)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over de Dorpsstraat in Castricum:
deel 1deel 2deel 3deel 4 – deel 5deel 6deel 7deel 8deel 9deel 10


Jaarboek 29, pagina 39

 

De geschiedenis van de Dorpsstraat en zijn bewoners (deel 4)

Huis nummers 69 – 85

 

Inleiding

Er wordt naar gestreefd om de gehele geschiedenis van de panden aan de Dorpsstraat en hun bewoners in beeld te brengen, vanaf hun stichting tot aan de huidige situatie. Het onderzoek in de diverse archieven levert dan dusdanig veel informatie op, dat dit niet in één artikel te verwerken valt.
In het derde artikel over de Dorpsstraat (28e jaarboek) zijn we geeindigd met nummer 65, het voormalige raadhuis en thans (in 2006) zetel van de stichting Landschap Noord-Holland.
In dit artikel vervolgen we onze tocht langs de oneven kant van de Dorpsstraat met de panden gelegen tussen de Schoolstraat en de Cieweg.

Gedeelte van kadasterkaart uit 1930, waarop de panden zijn genummerd, die wij in dit artikel zullen bespreken en die zijn gelegen aan de Dorpsstraat tussen Schoolstraat en Cieweg.

Gedeelte van kadasterkaart uit 1930, waarop de panden zijn genummerd, die wij in dit artikel zullen bespreken en die zijn gelegen aan de Dorpsstraat tussen Schoolstraat en Cieweg.

 

Het pand van de fa. Huitenga, Dorpsstraat 69, 71, 73.
Het pand van de fa. Huitenga, Dorpsstraat 69, 71, 73.

Dorpsstraat 69, 71, 73 (nu Huitenga Slaapwoonwinkel)

Het eerste pand dat we onder de loep nemen is de winkel van de firma Huitenga op de hoek Dorpsstraat-Schoolstraat. Enkele jaren geleden kreeg het zijn huidige uiterlijk, een soort glazen paleis. De bouwvergunning werd in maart 1999 door de gemeente verleend.

Op het uiterlijk van het vernieuwde pand werd door de Castricumse bevolking zeer wisselend gereageerd: van ‘schandelijk’ tot ‘prachtig’. In de Commissie Ruimtelijke Ordening en Gemeentewerken heerste bij de beoordeling van het ontwerp in 1998 ook al geen eenstemmigheid. Een der leden vond het ontwerp te futuristisch en niet passend in de omgeving. Bovendien constateerde hij dat het afweek van de destijds door de raad vastgestelde ontwikkelingsvisie voor de Dorpskom. De heer Huitenga verdedigde zijn plan met verve. Hij kreeg, zoals te verwachten, ook het Castricums Ondernemers Verbond mee, dat bij monde van de voorzitter liet weten met de bouwplannen in te stemmen.
Het valt op dat het pand van de firma Huitenga niet minder dan drie huisnummers omvat: Dorpsstraat 69, 71 en 73. Dit suggereert dus dat er drie afzonderlijke panden aan de winkel van de firma Huitenga voorafzijn gegaan. Wat is hiervan terug te vinden?


Jaarboek 29, pagina 40

Gedeelte van een kadasterkaart uit 1822.
Gedeelte van een kadasterkaart uit 1822.

Bekijken we eerst de oudste kadasterkaart uit 1822. Hier zien we dat een gebied gelegen in de hoek Dorpsstraat – Schoolstraat met kadasternummer 8390 (officieel geheten kadaster sectie 8, nummer 390, maar in dit artikel worden de kadasternummers verkort weergegeven), waar later het pand van Huitenga zou verrijzen, nog onbebouwd is. Het wordt omschreven als ‘moesland en boomgaard’, deel uitmakend van het landgoed van de tegenovergelegen villa Zorgvliet (later Hermana State), dat toen eigendom was van de voormalige Castricumse schout Joachim Nuhout van der Veen.

Zorgvliet met zijn bijbehorende tuinen was in trek als een ‘klein buiten’ en het werd in de loop der 19e eeuw dan ook herhaaldelijk doorverkocht aan personen die men als vrij welgesteld kan inschatten.

Een kadasterkaart uit 1875 toont voor het eerst bebouwing op het voormalige perceel B390, als gevolg waarvan het kadasternummer veranderde in B1340.
Een kadasterkaart uit 1875 toont voor het eerst bebouwing op het voormalige perceel B390, als gevolg waarvan het kadasternummer veranderde in B1340.

Op perceel nr 8390 verscheen in 1875 voor het eerst bebouwing, een bescheiden pand, dat de toenmalige eigenaar van Zorgvliet, de bejaarde rentenier Pieter Kreur, liet bouwen. Het was grotendeels van hout, wat geen verbazing wekt, want dat was Zorgvliet ook en het bleef dus ‘in stijl’. Wat Kreur met de bestemming van het pand voor ogen stond, is niet duidelijk.

Kreur ging delen van zijn bezit verkopen, waarbij het genoemde houten huis en de bijbehorende tuin in handen kwamen van bloemkweker Mattheus de Nijs, die, gezien zijn beroep, met de tuin wel raad zal hebben geweten.
Hij verkocht het pand in 1896 aan Willem Brakenhoff, waarschijnlijk een speculant, want deze verkocht het alweer in 1898 aan Johannes Bemardus (Jan) van Benthem, een postbode.
Jan van Benthem was de in 1872 geboren zoon van Lambertus van Benthem en Maria Res, stichters van het naastgelegen café ‘De Vriendschap’ (nu café Centraal), waarvan we de geschiedenis nog zullen bespreken. In hetzelfde jaar dat hij zijn pand betrok, was Jan van Benthem getrouwd met Margrietje van der Park. In 1899 werd het eerste kind geboren en er volgden er nog vier, waarvan er twee zeer jong zijn gestorven.

Tekening door Sijf Portegies van het karakeristieke houten huisje, Dorpsstraat 71, bewoond door postbode Jan van Benthem en zijn familie van 1898 tot 1958. daarna in gebruik genomen als opslagruimte en in 1966 afgebroken.
Tekening door Sijf Portegies van het karakeristieke houten huisje, Dorpsstraat 71, bewoond door postbode Jan van Benthem en zijn familie van 1898 tot 1958. daarna in gebruik genomen als opslagruimte en in 1966 afgebroken.

Het pand dat in 1930 als huisnummer Dorpsstraat 71 kreeg toebedeeld, werd door de familie Van Benthem bijna 60 jaar bewoond. Dat is wellicht voor de Dorpsstraat een record. Er zullen dan ook zeker nog Castricummers zijn die herinneringen aan Jan van Benthem hebben, want als postbode was hij natuurlijk een bekende figuur in het dorp. Jan van Benthem stierf in 1948, waarna zijn weduwe nog een aantal jaren in het huisje bleef wonen. Zij overleed in 1958. Het woninkje werd kort daarna gekocht door Cornelis (Cees) Huitenga, die het in gebruik nam als bergplaats. Op het uiteindelijke lot van het pandje in de periode Huitenga komen we nog terug.

Foto uit 1920 van postbode Jan van Benthem met twee dochters voor zijn houten huisje aan de toenmalige Rijksstraatweg, later Dorpsstraat 71.
Foto uit 1920 van postbode Jan van Benthem met twee dochters voor zijn houten huisje aan de toenmalige Rijksstraatweg, later Dorpsstraat 71.

Toen Van Benthem het huis in 1898 kocht, lag tussen zijn pand en de Schoolstraat (zie de kadasterkaart uit 1875) nog een strook maagdelijke grond. In 1904 toont een kadasterkaart in dit gebied voor het eerst bebouwing, een pand dat direct was gelegen naast het huisje van Van Benthem.
We beschikken helaas niet over een foto. Het was een klein, smal pand waar in Jan Stuifbergen, een kapper, zich vestigde met zijn echtgenote Niesje Henneman. Het is niet duidelijk of Jan Stuifbergen hier nog zijn beroep heeft uitgeoefend, want geboren in 1845 was hij bij het betrekken van dit pand al op leeftijd. Waarschijnlijk geldt dit wel voor zijn toen nog inwonende, 40-jarige zoon Lambe1tus Stuifbergen, eveneens een kapper, die later in Castricum bekendheid kreeg als ‘Kleine Bertus’, eigenaar van een kapperszaak aan de Dorpsstraat tegenover de r.-k. kerk. Na het overlijden van Jan Stuifbergen in 1910 werd het pand eigendom van zijn weduwe en van zijn zoon Lambertus.


Jaarboek 29, pagina 41

Het oorspronkelijke woon/winkelhuis dat Jan Hendrik Heideman in 1909 liet bouwen op de hoek Dorpsstraat-Schoolstraat, waar hij met enkele van zijn zonen een zaak begon in 'manufacturen en gemaakte-goederen, vloerzijlen en karpetten'.
Het oorspronkelijke woon/winkelhuis dat Jan Hendrik Heideman in 1909 liet bouwen op de hoek Dorpsstraat-Schoolstraat, waar hij met enkele van zijn zonen een zaak begon in ‘manufacturen en gemaakte-goederen, vloerzijlen en karpetten’.

Op 2 oktober 1909 werd voor het nog overgebleven stuk grond tussen het pandje van Stuifbergen en de Schoolstraat door de gemeente een vergunning afgegeven aan Jan Hendrik Heideman om op de hoek Dorpsstraat-Schoolstraat een woon- en winkelhuis te bouwen. Jan Heideman was kleermaker, geboren in 1848 in Landsmeer en getrouwd met Afra Steevers.

Zijn gezin telde niet minder dan 11 kinderen, allen geboren te Landsmeer. Toen hij de bouwvergunning kreeg, was hij reeds 59 jaar; hij is niet in Castricum komen wonen. Uit het opschrift op de gevel ‘Heideman en Zonen’ kunnen we concluderen dat hij bij de exploitatie al dadelijk enkele van zijn zonen betrok. Jan Heideman overleed in 1914 in Landsmeer en het pand in de Dorpsstraat kwam toen definitief in handen van zijn zoon Hendrik Jan (Henk) Heideman, manufacturier en koopman, geboren in 1885.
Henk Heideman, die in 1910 in Akersloot was gehuwd met Wilhelmina Wilken, woonde aanvankelijk met zijn gezin, dat in de periode 1912 tot 1927 acht kinderen ging tellen, achter en boven de winkel.

Foto uit 1924 met vooraan rechts het in 1920 verbouwde pand van Henk Heideman. Ernaast nog een glimp van het houten huisje van postbode Jan van Benthem.
Foto uit 1924 met vooraan rechts het in 1920 verbouwde pand van Henk Heideman. Ernaast nog een glimp van het houten huisje van postbode Jan van Benthem.

Hij boerde waarschijnlijk niet slecht, want in 1920 beschikte hij over de middelen voor een grondige renovatie van zijn pand. Deze bestond uit het verbouwen van de bestaande winkel en het bijbouwen van een nieuwe winkel, waardoor een geheel ontstond met een moderne uitstraling. Voor deze uitbreiding werd het naastgelegen en hiervoor besproken pandje van Jan Stuifbergen opgeofferd, dat nog tot 1918 bewoond was door zijn weduwe Niesje Stuifbergen – Henneman, die in dat jaar kwam te overlijden.

Kennelijk bood op den duur zelfs het verbouwde winkelhuis te weinig woonruimte, want Henk Heideman kocht op 3 juni 1926 bij een openbare veiling de villa Hermana State, het voormalige Zorgvliet, waarmee dus een riant onderkomen werd gerealiseerd.
In 1930 werd de bestaande nummering van de panden in de Dorpsstraat ingevoerd en daarbij kreeg het winkelpand van Heideman nummer 69 toebedeeld.
Nog voor de oorlog liet Henk Heideman de exploitatie van zijn manufacturenzaak over aan zijn in 1912 geboren zoon Johannes Gerardus (Jan) Heideman. Ondanks de moeilijke omstandigheden en de al snel optredende schaarste aan artikelen zag Jan Heideman kans zijn handel in de eerste oorlogsjaren (WO2) voort te zetten, onder andere met de verkoop van het toen courante artikel verduisteringspapier.
In 1943 werd Hermana State verkocht aan notaris Hendricus Cranenburgh en kort daarop verliet de gehele familie Heideman het dorp. Waarschijnlijk was dit vertrek gedwongen, want veel huizen in de Dorpsstraat werden in de oorlog gevorderd voor de inkwartiering van Duitse soldaten. Na het vertrek van Jan Heideman vestigde de kruidenier Frans van der Houw zich in zijn winkelpand. Kennelijk was er, wat wel begrijpelijk is, voor levensmiddelenzaken in de oorlog wel plaats in het verder geëvacueerde deel van Castricum.
Na de oorlog, in 1946, verplaatste Frans van der Houw de kruidenierswinkel naar de Burgemeester Mooijstraat en kon Jan Heideman zijn handel in de Dorpsstraat onder de naam’ Manufacturen magazijn De Zon’ hervatten. Het zal in de eerste jaren na de oorlog moeilijk zijn geweest om met de reguliere verkoop van textielgoederen het hoofd boven water te houden. Er was schaarste, alles was op de bon en de concurrerende zwarte handel bloeide, hoewel daartegen werd opgetreden, zoals blijkt uit een krantenbericht van februari 1947: “Textielbedrijf fa. J. Heideman is begonnen mei de verkoop van een partij textielgoed, die enige maanden geleden van enkele plaatselijke textielhandelaren in beslag genomen was. De belangstelling was zeer groot en er zijn volgnummers uitgereikt.”


Jaarboek 29, pagina 42

In hetzelfde jaar toonde Heideman zich nauw betrokken bij een kerstpakkettenactie van het Katholieke Thuisfront voor ‘de jongens overzee’, de meer dan 80 Castricumse dienstplichtigen die betrokken waren bij de politionele acties in het toenmalige Nederlands-Indië. Om de verkoop van de pakketten aan te moedigen stalde hij de inhoud van een pakket in een van zijn etalages ten toon: 1 goede roman, spel bridgekaarten, 1 flacon brillantine, 1 staafscheerzeep, 1 pakje scheermesjes, 1 tube tandpasta, 20 vel schrijfpapier, 18 enveloppen, zakboekje, 1 potlood met puntbeschermer, 1 pakje sigaretten (Old Mac), 2 poppen taaitaai, 2 rollen pepermunt, 1 doosje drop en 1 begeleidend schrijven van de volksdansgroep met artistieke illustraties, dit alles ter waarde van 8,50 gulden.
Vanaf 1949 ging Jan Heideman deel uitmaken van het bestuur van de pas opgerichte Castricumse Winkeliersvereniging, een functie die hij nog ruim 5 jaar heeft uitgeoefend tot hij in februari 1955 stopte met zijn activiteiten in de Dorpsstraat en verhuisde naar Egmond aan Zee.
Nog in dezelfde maand vestigde zich op Dorpsstraat 69 vanuit Sassenheim de 40-jarige Cornelis (Cees) Huitenga, die de verkoopactiviteiten ging verleggen van textiel naar woninginrichting. Het is begrijpelijk, dat het bestaande pand voor deze omschakeling naar een uitgebreider assortiment onvoldoende ruimte bood en het wekt dan ook geen verbazing dat Cees Huitenga al snel plannen ontwikkelde voor een groter pand. In 1966 was het zover en kreeg hij vergunning voor de bouw van een nieuw winkelpand met twee bovenwoningen. Om de nieuwbouw te realiseren werd het houten pand Dorpsstraat 71 afgebroken, dat dus nog opvallend lang heeft bestaan. Het was door Huitenga in 1959 al van de erven Van Benthem gekocht en in gebruik genomen als schuur en opslagplaats.
De afbraak leidde tot vreugde bij de plaatselijke krant, die de opslagplaats van Huitenga karakteriseerde als een ‘ontsierend krot’ en ook bij B&W van Castricum, die in een schrijven aan de firma Huitenga van 25 november 1966 opmerkten: “Op 11 oktober 1966 is de rijksgoedkeuring afgekomen voor Uw nieuwbouw aan de Dorpsstraat. Tot ons genoegen zien we dat U voor de eerste fase de keus heeft laten vallen op de voorzijde van de nieuwbouw. Dit is een wijze keuze geweest, want het wordt de hoogste tijd dat de houten bouwval Dorpsstraat 71 ten spoedigste wordt afgebroken.”
De nieuwbouw leidde tot een volumineus, breed pand met een aantal etalages, noodzakelijk om de toegenomen verscheidenheid van artikelen ten toon te stellen: gordijnen, vloerbedekking, meubels, kleding, lakens, dekens, handdoeken, lingerie etc.

Het in 1967 vernieuwde winkelpand hoek Dorpsstraat-Schoolstraat van firma Huitenga.
Het in 1967 vernieuwde winkelpand hoek Dorpsstraat-Schoolstraat van firma Huitenga.

In 1970 kreeg Cees Huitenga opnieuw vergunning voor een verbouwing van zijn winkelpand. Het betrof het aanbouwen van een toonzaal en magazijn aan het bestaande winkelpand, nu Dorpsstraat 69, 71 en 73. In feite aan de achterkant, waardoor er dus geen sprake is van invloed op de voorgevel.
Bij de exploitatie werden meerdere leden van de familie Huitenga betrokken in een Huitenga Holding BV. De holding werd bij de meest recente, hiervoor besproken verbouwing tot het ‘glazen paleis’, gerepresenteerd door Ignatius Antonius (Ed) Huitenga, de in 1940 in Sassenheim geboren zoon van Cees Huitenga en Afra Borst.
Hiervoor merkten we op dat de huidige firma Huitenga drie nummers in de Dorpsstraat omvat, 69, 71 en 73. In 1930, toen de huidige nummering van de huizen in de Dorpsstraat tot stand kwam, werden de panden vanaf de Schoolstraat voor wat betreft de bewoners als volgt benoemd: Dorpsstraat 69, winkel Heideman; Dorpsstraat 71, J.B. van Benthem (de postbode); Dorpsstraat 73, onbebouwd; Dorpsstraat 75 N.J. Stuijt (het cafépand). De indruk is dat het nummer Dorpsstraat 73 gereserveerd was voor een nog te bouwen pand en dat het pas werd toegekend, toen Huitenga door de verbreding van zijn pand dit stuk grond in gebruik nam. Voor het bestaan van een afzonderlijk pand, dat ooit het nummer 73 zou hebben gedragen, is er geen enkele aanwijzing.

Doorkijk Dorpsstraat in 1988, met links op de voorgrond de vervallen, toen leegstaande voormalige doorrijstal, Dorpsstraat 77, nu 'het Malhuis'; vervolgens café-restaurant 'De Speckkoper', Dorpsstraat 75 (nu café Centraal); daarachter het in 1967 vernieuwde pand van de firma Huitenga, Dorpsstraat 69, 71 en 73.
Doorkijk Dorpsstraat in 1988, met links op de voorgrond de vervallen, toen leegstaande voormalige doorrijstal, Dorpsstraat 77, nu ‘het Malhuis’; vervolgens café-restaurant ‘De Speckkoper’, Dorpsstraat 75 (nu – in 2006 – café Centraal); daarachter het in 1967 vernieuwde pand van de firma Huitenga, Dorpsstraat 69, 71 en 73.

Dorpsstraat 75 (in 2006 ‘Café Centraal’)

De eerste kadasterkaart uit 1822 toont op vrijwel de plaats van het tegenwoordige (in 2006) café Centraal (tot voor kort Sam-Sam), op een perceel met kadasternummer 389, reeds een bescheiden gebouwtje. Het was toen overigens al veel ouder, want in 1792 lieten de uit Duitsland afkomstige Andries Schreuder en zijn vrouw, de Castricumse Aagje van der Beek, het pand bouwen. De echtgenoten worden in archiefstukken ‘tapper’ en ‘tapster’ genoemd, waaruit we kunnen concluderen dat zij er een herberg exploiteerden. Naast herbergier was Andries ook dagloner, waarmee hij wat kon bijverdienen, terwijl Aagje ongetwijfeld de klanten van de herberg verzorgde. De ligging van het café aan de doorgaande Rijksweg door Castricum was natuurlijk goed gekozen, maar het bestaan van het gezin dat vier kinderen ging tellen, zal toch geen vetpot zijn geweest. Andries werd namelijk in 1812 voor de dorpsomslag (een belasting) aangeslagen voor 4,20 gulden, het op een na laagste tarief. Hij overleed in 1824 in Castricum.
Voor wat de verdere geschiedenis van het pand betreft, noemt het bevolkingsregister uit 1830 als bewoners de weduwe Aagje Schreuder – van der Beek, tapster, inmiddels 69 jaar en haar zoon Dirk Schreuder, tapper, bijna 30 jaar. Het was toen dus nog steeds een herberg.
Het huwelijk van Dirk Schreuder in 1832 in Castricum met de uit Egmond-Binnen afkomstige Trijntje Eenhuijs, lijkt aanleiding te zijn geweest om het cafébedrijf op te geven, want nog in hetzelfde


Jaarboek 29, pagina 43

jaar werd het pand betrokken door Bernard Res, heelmeester, een beroep waarvoor men sinds 1823 een opleiding kon volgen aan ‘clinische scholen’, opgericht in een aantal grotere steden. Deze opleiding was weliswaar niet van een universitair niveau, maar betekende wel een belangrijke verbetering ten opzichte van de gezondheidssituatie, waarin veelal matig geschoolde chirurgijns een hoofdrol speelden.
Bernard Res, geboren in 1798 in Oostzaan, was na zijn succesvolle examen in Haarlem geattendeerd op de vacature voor heelmeester in Castricum tegen een traktement van 150 gulden per jaar. Hij kwam in 1828 naar Castricum, als geroepen, want de gemeente was sinds 1806 vrijwel verstoken geweest van gekwalificeerde geneeskundigen, wat het gemeentebestuur terecht zorgen baarde. Res woonde aanvankelijk in bij een echtpaar in de Kerkbuurt, maar na zijn huwelijk in 1831 met Johanna Maria Kuin, dienstbode bij pastoor Ruigrok van de Werve in de Oosterbuurt, betrok hij het vrijgekomen cafépand van Schreuder, eerst als huurder, later als koper. Bernard Res vestigde er zijn geneeskundige praktijk met apotheek, waarover we het een en ander te weten komen uit verslagen van geneeskundige visitatiecommissies, ingesteld om de kwaliteit van de gezondsheidszorg te bewaken. Veel heelmeesters in Noord-Holland komen er in de rapporten van deze commissies niet goed van af, maar dat geldt niet voor Res, die over het algemeen uitstekend werd beoordeeld. Bijvoorbeeld in 1838: “Staat winkel: zeer goed. Staat instrumenten: zeer goed. Vaccinatie: in orde. Epidemieën: geen. Verzorging armen: in orde. Aanmerkingen: geen. “Later wordt het oordeel iets minder, waarbij de achteruitgaande gezondheid van Res als oorzaak wordt genoemd. Hij komt, nog maar 47 jaar, in 1845 te overlijden, wat door de Castricumse bevolking als een gevoelig verlies werd ervaren.

Zijn weduwe Johanna Res – Kuin, inmiddels 43 jaar, bleef achter met nog vierjonge kinderen. Zij had uiteraard geen medische bevoegdheden en begon, om toch aan de kost te komen, een slijterij, waarmee het pand weer zijn oorspronkelijke bestemming terugkreeg. Overigens zal in die tijd de omschakeling van apotheek naar slijterij niet zo groot zijn geweest, want Res verkocht ongetwijfeld ook reeds medicinale wijnen en kruidenbitters.
Johanna Kuin hertrouwde in 1850 met de 25-jarige, in Castricum geboren, Adriaan Raman, die reeds als kastelein in de slijterij assisteerde. Het lot bleef Johanna helaas ongunstig gezind, want ze werd opnieuw geconfronteerd met het jong overlijden van een echtgenoot. Adriaan stierf in november 1859. Wat de exploitatie van het café betreft, kreeg ze nu wel steun van haar inmiddels 18-jarige dochter Maria Res.

Foto uit 1903, waarop vier kinderen van Bertus van Benthem voor het door hem in 1874 gestichte café 'De Vriendschap' voor de fotograaf poseren. Kenmerkend voor het uiterlijk van het café aan de voorzijde was toen een zogenaamde 'waranda', een overdekte, maar verder open aanbouw.
Foto uit 1903, waarop vier kinderen van Bertus van Benthem voor het door hem in 1874 gestichte café ‘De Vriendschap’ voor de fotograaf poseren: v.l.n.r.: Jan van Benthem, de postbode van Dorpsstraat 71 met aan de hand zijn 2-jarige dochter Maria; Toon van Benthem (cafehouder van het bondshotel hoek Dorpsstraat-Burg. Mooijstraat); Riek van Benthem (caféhoudster ‘De Vriendschap’) en Door van Benthem. Kenmerkend voor het uiterlijk van het café aan de voorzijde was toen een zogenaamde ‘waranda’, een overdekte, maar verder open aanbouw.

In 1869 trouwde deze Maria Res met Lambertus Anthonius (Bertus) van Benthem, geboren in 1838 in Ootmarsum en timmerman van beroep. Volgens de overlevering was hij naar Castricum gekomen in verband met de aanleg van de spoorlijn. Bertus was waarschijnlijk een vaste bezoeker van het café, waarbij het ging klikken tussen hem en Maria.
Hij ging na zijn huwelijk aan de slag als kastelein in het café, dat overigens nog steeds in bezit was van zijn schoonmoeder. Hij lijkt niettemin al snel de touwtjes in handen te hebben genomen, want hij nam in 1874 de ingrijpende beslissing tot de bouw van een nieuw café. Het kreeg als naam ‘ De Vriendschap’. De hiervoor weergegeven kadasterkaart uit 1875 toont hoe het nieuwe pand, kadaster nummer 1341, er qua oppervlak uitzag: rechthoekig, getekend over de wat vaag aangegeven plattegrond van het afgebroken pand, dat verder van de weg was gelegen. Deze in 1874 gebouwde ‘De Vriendschap’ bestaat nog steeds, nu (in 2006) als café ‘Centraal’, Dorpsstraat 75, een pand met dus een geschiedenis van meer dan 130 jaar.
Met de aanbouw in 1886 van een doorrijstal, een smal maar diep pand, dat in gereconstrueerde vorm nog (in 2006) bestaat als restaurant ‘Het Malhuis’, Dorpsstraat 77, speelde Van Benthem in op het toenemende verkeer langs de Rijksweg.

Interieur van de toneel- en concertzaal, die Bertus van Benthem in 1910 aan de achterzijde van zijn café liet aanbouwen.
Interieur van de toneel- en concertzaal, die Bertus van Benthem in 1910 aan de achterzijde van zijn café liet aanbouwen.

In 1903, het jaar dat Bertus van Benthem de leeftijd bereikte van 65 jaar, overleed zijn echtgenote Maria Res. Hoewel Bertus reeds enkele van zijn acht kinderen bij het beheer van zijn café had betrokken, was hij zelf nog de initiatiefnemer tot het bijbouwen van een toneel- en concertzaal aan de achterzijde van het cafépand. Hij kreeg de vergunning in maart 1910 en het bleek voor Castricum een belangrijke aanwinst, want deze nog bestaande zaal speelde lange tijd een grote rol in het sociale- en culturele leven van Castricum.

Toch waren er ook toen al bedenkingen, bijvoorbeeld in roomse kring. Men zag met lede ogen aan dat bij Van Benthem iedereen welkom was en men had op de pastorie zelfs vernomen dat katholieke jongens heel erg vriendschappelijk omgingen met protestantse meisjes. Daaraan moest een einde komen, zo meende de toenmalige


Jaarboek 29, pagina 44

pastoor Engering en op 1 januari 1911 liet hij het volgende aflezen: “Wij wijzen erop dat men op dorpsfeesten voorzichtig moet zijn met wie men omgaat. Als men met protestanten omgaat, kan dit tot een doodzonde worden gerekend!”
Wij ontlenen dit stukje geschiedenis aan de latere pastoor Voets, die in een periode rond 1975 veel over de geschiedenis van de Pancratiuskerk in het plaatselijk nieuwsblad heeft geschreven en daarbij in een van zijn artikelen afstand nam van genoemde en andere uitspraken van de streng in de leer zijnde pastoor Engering:
“Met het woord ‘doodzonde’ was men nogal gauw in die dagen. Gelukkig zijn we nu van die banvloek en banbliksems bevrijd.” Bertus van Benthem overleed in 1919. Het cafébedrijf kwam nu in handen van ‘De Erven van Benthem’, waarover de oudste dochter, Hendrika (Riek) van Benthem, geboren in 1870, de scepter ging zwaaien. Q. de Ruijter schreef over deze periode in zijn beken de boek ‘ Schippers van het Stet’: “Aan de Dorpsstraat stond ook het café De Vriendschap, waar tante Riek (van Benthem) niet achter de tapkast was weg te denken en waarachter een toneelzaal was, waarin gedurende de wintermaanden vrijwel alle toneeluitvoeringen en concerten werden gegeven.”

In 1929 trad Riek van Benthem, bijna 60 jaar, in Castricum in het huwelijk met een vooraanstaande Castricummer, de 65-jarige Pieter Twisk, waarna ze het cafébedrijf welletjes vond en het verkocht aan Nicolaas Stuijt (geen familie van notaris Stuyt van Dorpsstraat 1, over wie we in een vorig artikel over de Dorpsstraat hebben geschreven). Nicolaas Stuijt startte zijn loopbaan als caféhouder voortvarend met het aanbouwen van een serre aan de toneelzaal en het realiseren van een lichtreclame. Maar reeds in 1933 kwam er een einde aan zijn ambities – het waarom is niet duidelijk – en noemt de VVV-Gids als nieuwe eigenaar van ‘De Vriendschap, v.h. Stuijt’, de naam Th. Jak. We hebben getracht wat meer over hem te weten te komen en waarschijnlijk betreft het hier Theodorus Jak, in 1905 in Krommenie geboren en in 1932 gehuwd met Cornelia van Steen. Hoe dan ook, ook Jak hield het slechts korte tijd uit, want op 7 december 1935 vestigde zich Wilhelmus Theodorus (Willem) Beentjes vanuit Velsen op het adres Dorpsstraat 75.
Deze Willem Beentjes, in 1901 geboren in Velsen en in 1927 gehuwd met Helena Braam, was een eigenaar die vrij lang stand wist te houden, wat wijst op doorzettingsvermogen, dat in deze branche wel nodig was. Het echtpaar Beentjes bleef kinderloos. Over de vele activiteiten die Willem Beentjes ontplooide en die het belang van het café als een soort sociaal centrum in het dorp illustreren, werd regelmatig gepubliceerd in de plaatselijke krant: toneelvoorstellingen, muziekuitvoeringen, vergaderingen, recepties, feestavonden etc.
De indeling van het cafépand was in de loop der tijd nogal eens aan wijzingen onderhevig, waarvan de details niet steeds even duidelijk zijn. Wel duidelijk is dat in de loop der tijd aan de linker voorzijde een apart zaaltje werd gesticht met een eigen ingang, wat goed zichtbaar is op latere foto’s. Deze ruimte werd voor vergaderingen en recepties benut, maar tijdens een periode voor de oorlog was er ook de r.-k. parochie-bibliotheek gevestigd. Veel oudere Castricummers weten dat nog wel. Piet van Westen, actief in het onderwijs in Castricum en ook een bekende koordirigent, had daar toen het beheer over. De boeken waren allemaal bruin gekaft, hadden een nummer en waren opgeborgen in afgesloten boekenkasten. Op zondag, na de hoogmis, was de bibliotheek een paar uur open. Je kon dan een catalogus inkijken en moest tenminste 5 nummers opschrijven van de boeken die je wilde lenen. Meester van Westen keek dan na welke nummers er beschikbaar waren om uit te lenen. Later werd de bibliotheek ondergebracht bij Kees Stuifbergen, de koster van de parochie.

Foto van een tekening van café 'De Vriendschap' zoals die voorkomt in een destijds uitgegeven bordspel, het stoomtramspel, waaruit blijkt dat het café een halteplaats was voor de stoomtram.
Foto van een tekening van café ‘De Vriendschap’ zoals die voorkomt in een destijds uitgegeven bordspel, het stoomtramspel, waaruit blijkt dat het café een halteplaats was voor de stoomtram.

In januari 1948 meldde het Nieuwsblad voor Castricum en Omstreken: “Het welbekende cafébedrijf ‘De Vriendschap’ is van eigenaar veranderd en wordt thans geëxploiteerd door de heer Roozendaal uit Heerhugowaard.” De krant wenste hem veel succes.
Het betreffende pand kwam op 2 januari 1948 inderdaad in handen van Piet Roozendaal, geboren in 1908, die met zijn gezin verhuisde vanuit Heerhugowaard naar Castricum. Voor zijn komst exploiteerde hij een kleine kruidenierswinkel aan het Verlaat in Nieuwe Niedorp. Hij was gehuwd met Elisabeth Jonker en hun vijf dochters werden allen in Heerhugowaard geboren. Bij de vestiging in Castricum was de jongste dochter Gerda 1,5 jaar. Zij woont thans nog in Castricum en had levendige herinneringen aan de omstandigheden waaronder zij opgroeide: “We woonden in een deel van het café aan de rechterkant, waar nu de snackbar is gevestigd. We sliepen boven, een duistere zolder onder hel puntdak, met slechts enkele kleine ramen,
ter grootte van een dakpan. Later is aan de achterkant een dakkapel aangebracht. Achter het café en de uitgebouwde toneelzaal was vroeger nog een tuin, waar mijn vader groente verbouwde en ook kippen hield. We keken daar uit op de loodsen van de firma Eierglorie. Achterlangs kon je ook heel gemakkelijk komen bij de smederij van Dorus de Groot aan de Schoolstraat, een prettige buur, die altijd klaarstond om bij problemen te helpen.”

Het café-restaurant van Piet Roozendaal, ca. 1950. De vroegere open 'waranda' aan de voorzijde van hel café is dicht gebouwd tol een soort serre. Het opschrift boven het linkergedeelte van hel pand, met een aftonderlijke ingang luidt: Toneel - Dancing Vergaderzalen.
Het café-restaurant van Piet Roozendaal, ca. 1950. De vroegere open ‘waranda’ aan de voorzijde van hel café is dicht gebouwd tol een soort serre. Het opschrift boven het linkergedeelte van hel pand, met een aftonderlijke ingang luidt: Toneel – Dancing Vergaderzalen.

Piet Roozendaal was geen eigenaar van het café, maar hij pachtte het van de Amstelbrouwerij, die het in deze periode moet hebben opgekocht. Hiermee hangt waarschijnlijk samen dat hij direct na zijn vestiging vroeg om een vergunning voor de bouw van een bierkelder, die 15 mei 1948 werd verleend. Roozendaal hield de toneelzaal in bedrijf, maar verlegde het accent al dadelijk naar meer amusement in de vorm van dansavonden, waaraan de feestcultuur, die na de bevrijding was ontstaan, niet vreemd zal zijn geweest.
In april 1968 trok de toen 60-jarige Piet Roozendaal zich terug en


Jaarboek 29, pagina 45

vestigde zich in Heerhugowaard. De belangrijkste reden was, dat hij te kampen kreeg met gezondheidsproblemen. Volgens Gerda Roozendaal was het werk zeer belastend, men was alle dagen van de week open, van ‘s morgens 9 uur tot ‘s avonds 12 uur en bovendien schuwde Roozendaal een borreltje niet. Daarnaast kreeg hij te maken met personele problemen, want zijn dochters, die meehielpen in het café, traden achtereenvolgens in het huwelijk. Het café bleef na zijn terugtreden voorlopig nog in handen van de Amstelbrouwerij. Exploitant werd nu Johannes Simon Albertus (Jan) Beentjes, een zoon van Cornelis Beentjes, bekend als ‘Zwarte Cor’ en eigenaar van het voormalige café-restaurant-hotelbedrijf Funadama, Dorpsstraat 2. De lezer zal zich afvragen wat zijn relatie was met de hiervoor genoemde Willem Beentjes, die van 1935 tot 1948 het cafébedrijf exploiteerde. Er is verwantschap, maar die ligt volgens een publicatie over de genealogie van de familie Beentjes vele generaties terug. Het is dus toeval dat bij de exploitatie van het cafébedrijf twee maal een Beentjes was betrokken.
Jan Beentjes nam al dadelijk het initiatief tot een verbouwing van het café en de toneelzaal. Langs de achterwand van het café werd een grote bar gebouwd en tussen café en toneelzaal kwam een toegangshal tot stand met garderobe, toiletten en een keuken. Beentjes heropende het café na de verbouwing in 1969 als d’ Oude Schimmel. In 1971 en 1972 kreeg hij, zoals ook andere horecabedrijven in de Dorpsstraat, te maken met ongeregeldheden, waarbij jongeren van Ambonese afkomst waren betrokken en die in de plaatselijke pers breed werden uitgemeten. We komen krantenkoppen tegen als: “Onenigheid in d’ Oude Schimmel; Castricumse jongen door groep Ambonezen gemolesteerd; ruilen met tuinstoelen ingegooid.”
De krant roemde overigens het verstandig optreden bij de verschillende conflicten van eigenaar Beentjes, waardoor de schade beperkt bleef. Of deze problemen de aanleiding waren, weten we niet, maar al snel, in juli 1973, trok Jan Beentjes zich terug uit ‘d’ Oude Schimmel’ om eigenaar te worden van ‘Funadama’, welk bedrijf hij overnam van zijn vader.
De indruk bestaat dat na het vertrek van Beentjes het café wat in verval raakte. Er kwam meer aandacht voor een woonfunctie, want Johan de Ridder die zich in 1973 vanuit Venhuizen op Dorpsstraat 75 vestigde, kreeg in juni van dat jaar toestemming voor het (her)inrichten van een woongedeelte aan de rechterkant van het café, wat voor het uiterlijk vooral een aanpassing van de westgevel betekende.
Ondanks zijn ingreep in de bestemming van het pand vertrok Johan de Ridder alweer in juli 1975 naar Heerhugowaard. Verschillende personen worden sindsdien genoemd die zich korte tijd gevestigd hebben op Dorpsstraat 75, waarbij echter niet duidelijk is in hoeverre ze slechts bewoners waren of ook nog met het cafébedrijf te maken hadden.

Het restaurant 'De Speckkoper' omstreeks 1980 met het uithangbord dat door Jan Kossen werd ontworpen.
Het restaurant ‘De Speckkoper’ omstreeks 1980 met het uithangbord dat door Jan Kossen werd ontworpen.

In 1977 brak voor het cafébedrijf een nieuwe toekomst aan. Het Nieuwsblad voor Castricum berichtte hierover: “Het pand Dorpsstraat 75, beter bekend als d’ Oude Schimmel is in oude luister hersteld. Het pand is inmiddels op de monumentenlijst geplaatst. Nieuwe eigenaar is het echtpaar J. Kossen uit Schoorl. Zij streken 8 maanden geleden in het nieuwe bedrijf neer en hebben eerst de kat uit de boom gekeken alvorens met een verbouwingsplan te komen. Jan Kossen is levens de chefkok. De verbouwingsplannen zijn in de gemeenteraad behandeld om op de normen van de Monumentencommissie te worden beoordeeld.” Kossen doopte het restaurantgedeelte van zijn pand ‘De Speckkoper’, een naamgeving die suggereert dat hij streefde naar een ‘Oud-Hollandse’ uitstraling, wat ook blijkt uit een uithangbord dat hij ontwierp en waarvan restanten vandaag de dag nog (in 2006) aan de gevel aanwezig zijn.

Een café is van oudsher een plek voor ongeregeldheden en ook de exploitatie door Kossen verliep niet altijd even gladjes. Zo kreeg hij in 1980 te maken met een tijdelijke sluiting, verordend door de burgemeester, vanwege een schietpartij in zijn café in de nacht van 26 op 27 januari. Op 20 februari 1980 berichtte de plaatselijke krant: “Na een gedwongen sluiting van enkele weken opende eigenaar Jan Kossen het intern flink verbouwde etablissement. Er zal nu een betere controle op de veiligheid mogelijk zijn en ook zal met pasjes worden gewerkt. De sociëteit kreeg een nieuwe naam: De Pimpelaer.”
‘De Pimpelaer’, weer zo’n oude naamgeving, was gelokaliseerd in de voormalige toneelzaal, gelegen achter ‘De Speckkoper’. Na de periode Kossen, die eindigde in 1988, ontwikkelde ‘De Pimpelaer’ zich meer en meer tot een discotheek met een vooral jong publiek.

Foto uil 1995, waaruit blijkt dat het café Dorpsstraat 75 nu uit drie onderdelen bestaat: café 'Sam Sam', snackbar 'De Stoep '(in het voormalige woongedeelte) en danscafé 'Sands' (in de voormalige toneelzaal).
Foto uil 1995, waaruit blijkt dat het café Dorpsstraat 75 nu uit drie onderdelen bestaat: café ‘Sam Sam’, snackbar ‘De Stoep ‘(in het voormalige woongedeelte) en danscafé ‘Sands’ (in de voormalige toneelzaal).

Dat het cafégebeuren in de Dorpsstraat nogal eens voor onrust zorgde, ondervond ook de opvolger van Kossen, Hans Schaddenhorst die op zijn beurt in 1990 te maken kreeg met een gedwongen sluiting van zowel zijn café, inmiddels ‘Sam-Sam’ gedoopt en de erachter gelegen discotheek ‘Sands’. Oorzaak was bet ingooien van een raam


Jaarboek 29, pagina 46

bij een plaatselijke fotozaak door een jongeman die in Sam-Sam 20 biertjes zou hebben genuttigd, wat overigens door Schaddenhorst werd betwijfeld. Een incident dat niettemin de aandacht vestigde op een hoog alcoholgebruik onder jongeren, een probleem dat ook nu nog actueel is. Volgens de krant was Schaddenhorst ten einde raad. Hij schatte de schade van de sluiting op minstens 50.000,- gulden en overwoog het opheffen van zijn zaak. Waarschijnlijk te veel misbaar, want zover kwam het niet en na twee weken werden café en discotheek weer geopend.
Het etablissement was sindsdien het middelpunt van vele ludieke evenementen, die in de tijd van Van Benthem en Roozendaal nog ondenkbaar zouden zijn geweest, zoals hiphop-parties, disco-nights, miss-verkiezingen en modderbadgevechten, waarmee het zich als de meest toonaangevende discotheek in Castricum en omgeving ging afficheren. Er werd veel reclame gemaakt en voor toegangskaartjes waren er zelfs verkooppunten in Amsterdam en Alkmaar.
Ondanks dit succes ging het bedrijf recent failliet. Er werd vervolgens een doorstart gemaakt, zodat het meer dan 130 jaar oude pand nu nog steeds als cafébedrijf bestaat. Het kan overigens wel eens de langste tijd hebben geduurd, want onder de titel ‘Gemeente bouwt volop’ publiceren de plaatselijke kranten tegenwoordig lijsten van locaties waar in Castricum mogelijk gebouwd zal gaan worden en daarbij wordt ook Dorpsstraat 75 genoemd als plek waar in de toekomst 25 zogenaamde starterswoningen kunnen worden gerealiseerd.

De voormalige doorrijstal omstreeks 1987 na de verhuizing van firma 'De Sleutel 'naar de Torenstraat. Het pand, dat er verwaarloosd uitziet, stond toen leeg. De naam 'De Sleutel' is overgeplakt mei de mededeling 'Te Koop '.
De voormalige doorrijstal omstreeks 1987 na de verhuizing van firma ‘De Sleutel ‘naar de Torenstraat. Het pand, dat er verwaarloosd uitziet, stond toen leeg. De naam ‘De Sleutel’ is overgeplakt mei de mededeling ‘Te Koop ‘.

Dorpsstraat 77 (in 2006 restaurant ‘Het Malhuis’)

Het huidige restaurant ‘Het Malhuis’, Dorpsstraat 77, is een vervolg van de doorrijstal die Bertus van Benthem in 1886 naast zijn café ‘ De Vriendschap’ liet bouwen.
Een doorrijstal was van oudsher een voorziening voor het wegvervoer per paard en wagen, waar de paarden konden worden verzorgd en eventueel worden gewisseld. De man met paard op de hiervoor weergegeven foto van café ‘De Vriendschap’ uit 1903 suggereert dat de aanbouw toen nog volop als paardenstal in bedrijf was. Niettemin is duidelijk dat dergelijke voorzieningen aan de weg voor paarden op den duur niet meer nodig waren en ging de doorrijstal van Van Benthem meer en meer fungeren als opslagplaats. In 1930 werd het pand in een bewonerslijst benoemd als ‘werkplaats’, maar van wie is niet duidelijk.
Meer duidelijkheid over het verdere lot van het pand is er met de komst in mei 1940 van de 30-jarige Hermanus Theodorus (Herman) Dijkman Dulkes. In Beverwijk was Herman werkzaam als timmerman. Hij kreeg verkering met Cornelia Gerritse, een verkering die vanwege de woningnood die er toen in de regio heerste, lange tijd een huwelijk in de weg stond. Het kwam dan ook als een geschenk dat Herman de kans kreeg om zich in Castricum te vestigen, waar hij eindelijk in het huwelijk kon treden en voor zichzelf kon beginnen met een houthandel. Herman Dijkman Dulkes komt niet alleen naar voren als een harde werker, maar ook als een sociaal bewogen figuur, die bijvoorbeeld bij een bevrijdingsfeest in 1945 gratis klompen uitdeelde aan Castricumse kinderen.
Zijn gezin ging 7 kinderen tellen en dat betekende op den duur een uiterst krappe behuizing op een kleine bovenverdieping. De familie verhuisde dan ook in 1956 naar een veel ruimer pand, gebouwd in de Torenstraat (waar nu supermarkt Deen is gevestigd), waar de hout- en ijzerhandel werd voortgezet en uitgroeide tot een doe-het- zelfzaak. De voonnalige doorrijstal bleef overigens in handen van de familie Dijkman Dulkes en ging opnieuw fungeren als een soort opslagloods, terwijl de bovenwoning werd verhuurd. In het weekend deed het pand ook nog dienst als fietsenstalling voor bezoekers van het naastliggende café.
Omstreeks 1980 veranderde het van bestemming, want een lid van de familie, Ton Dijkman Dulkes, begon er een handel in sleutels en keukengereedschap, die hij toepasselijk ‘De Sleutel’ noemde. Ook was er nog korte tijd een kapper gevestigd. Het pand maakt volgens foto’s uit deze periode een verwaarloosde indruk, wat ook de eigenaren niet ontging, want zij vroegen in november 1983 vergunning voor een verbouw. De toestemming had nog wel wat voeten in de aarde, want hoewel men zich ervan bewust was dat de oude karakteristieke doorloopstal in het verleden reeds ernstig was verminkt, vonden leden van de Welstandscommissie het ingediende plan nauwelijks een verbetering omdat “meer wezensvreemde elementen zijn ingebracht”. Men verzocht B&W de architect te vragen om een meer bevredigend plan, waarbij het karakter van het gebouw behouden zou blijven. In januari 1984 werd de definitieve toestemming voor de verbouw gegeven.
Hiermee werd echter voorlopig nog geen aanvang gemaakt, wat voor de gemeente aanleiding was de toenmalige eigenaren van het pand, de gebroeders Dijkman Dulkes, in februari 1988 te confronteren met intrekking van de in 1984 afgegeven bouwvergunning.

Zij protesteerden hiertegen en verklaarden dat zij voornemens waren om de vergunning alsnog te effectueren. De vertraging in de uitvoering had in de eerste plaats te maken met het feit dat ze voorrang hadden gegeven aan de verbouw van hun pand aan de Torenstraat en een probleem vormde ook de bestemming van een te vernieuwen Dorpsstraat 77, want ‘De Sleutel’ was inmiddels verplaatst naar de Torenstraat en welke ondernemer zou belangstelling hebben om zich in het vernieuwde pand te vestigen?


Jaarboek 29, pagina 47

Restaurant 'Het Theater', in 1996 gevestigd in de in 1989/1990 herbouwde voormalige doorrijstal, Dorpsstraat 77. Ten opzichte van de oude situatie oogt het pand veel fraaier; zonder dat het oorspronkelijke karakter al te zeer is aangetast.
Restaurant ‘Het Theater’, in 1996 gevestigd in de in 1989/1990 herbouwde voormalige doorrijstal, Dorpsstraat 77. Ten opzichte van de oude situatie oogt het pand veel fraaier; zonder dat het oorspronkelijke karakter al te zeer is aangetast.

In 1989 werd door de firma T. Dijkman, gevestigd aan de Torenstraat, een nieuw plan ingediend voor de verbouw van de voormalige doorrijstal, dat weinig verschilde van het eerdere plan. Ook was er een bestemming voor het te vernieuwen pand gevonden in de persoon van M.H.A. El Magraby, die in april 1989 aan de gemeente vergunning vroeg om er een Grieks restaurant te vestigen.
Niets stond nu meer de realisatie van het plan in de weg, want zelfs de Welstandscommissie was positief: “Het pandstaat al enkele jaren leeg en verkeert in een vervallen toestand. Door daarin een horecabedrijf toe te laten zal het perceel naar onze mening een zinvolle bestemming krijgen en het aanzien van de Dorpsstraat in dat gedeelte verbeteren.”
De verbouw werd nu voortvarend ter hand genomen en kwam volgens de opdrachtgevers vrijwel neer op nieuwbouw. In de vormgeving zijn nog duidelijk elementen te herkennen van de oorspronkelijke doorrijstal. Op de begane grond werd ruimte voor het Griekse restaurant gecreëerd, dat in 1990 opende onder de naam ‘Athene’, terwijl op de bovenverdieping een comfortabele woning tot stand kwam. Het Griekse restaurant heeft slechts korte tijd bestaan, want in 1992 maakte het plaats voor Argentijns restaurant ‘La Estancia’, wat overigens slechts een verandering schijnt te zijn geweest van ‘formule’ door dezelfde Egyptische uitbaters. Alweer in 1996 werd het Argentijnse restaurant opgevolgd door restaurant ‘Het Theater’, dat het er vrij lang uithield. Recent (gerekend vanaf 2006) ging dit restaurant niettemin over in andere handen en zette het zijn bestaan voort onder de naam ‘Het Malhuis’.

Deze foto uit 1905 toont Hendrik van der Woude voor zijn slagerswinkel met in de deuropening zijn vrouw Wilhelmina van Eck en haar dochtertje Jacoba. Winkelopschrift: Vleeschhouwer en Spekslager.
Deze foto uit 1905 toont Hendrik van der Woude voor zijn slagerswinkel met in de deuropening zijn vrouw Wilhelmina van Eck en haar dochtertje Jacoba. Winkelopschrift: Vleeschhouwer en Spekslager.

Dorpsstraat 79 (nu ‘Schipper’s ambachtelijke slagerij’)

Het pand Dorpsstraat 79, waar nu slagerij Schipper is gehuisvest, werd in 1901 gebouwd door de uit Limmen afkomstige Jacobus de Nijs, van beroep metselaar en de grondlegger van het latere bouwbedrijf ‘De Nijs BV’ in Castricum. De Nijs verkocht het kort na de bouw, in 1903, aan Pieter van Eck, een in Beverwijk woonachtige slager, die het pand kocht voor zijn schoonzoon, de in 1904 met zijn dochter Wilhelmina getrouwde Hendrik van der Woude, die daarmee in de gelegenheid werd gesteld er een slagerswinkel te beginnen. Aanvankelijk huurde Hendrik het pand van zijn schoonvader, maar in 1908 beschikte hij over de middelen om het winkelpand te kopen.

Bijna 30 jaar was Hendrik van der Woude met zijn slagerij aan de Dorpsstraat gevestigd, tot 1934, toen zijn enige zoon, de 26-jarige Pieter (Piet) van der Woude, in dat jaar gehuwd met Trijntje ten Walde, zich aandiende als opvolger. We mogen aannemen dat deze Piet van der Woude zijn vader in de slagerij reeds geruime tijd had geassisteerd en daarbij de ervaring had opgedaan om in december 1932 zijn vakdiploma te behalen aan de Eerste Nederlandse Slagersschool te Utrecht.
Hij betrok het winkelhuis Dorpsstraat 79 en zijn 56-jarige vader verhuisde naar Dorpsstraat 32.
In 1936 en 1937 werd het gezin van Piet van der Woude verblijd met de resp. de geboorte van Hendrik en Huibert van der Woude, nog steeds (in 2006) in leven en hoewel zij al geruime tijd niet meer woonachtig zijn in Castricum, met nog veel herinneringen aan het slagersbedrijf van hun vader. Beiden zijn niet in het slagervak terechtgekomen, maar moesten in hun jonge jaren wel meehelpen in de slagerij, zoals bij het niet zeer geliefde ‘darmen krabben’ voor de worstmakerij. Vanaf de straatzijde gezien was in het linkergedeelte van het pand de winkel gevestigd. Op een foto uit 1905 zien we rechts een deur, die toegang gaf tot een steeg van waaruit men het woongedeelte kon bereiken. De families Van der Woude en Admiraal, de slager die verderop in de Dorpsstraat was gevestigd, werkten een lange periode intensief samen. Zo bezaten ze gezamenlijk weiland in de Castricummer polder, waar de koeien graasden die in eigen beheer, zo ging dat toen nog, werden geslacht. Later werd het weiland, nog steeds eigendom van de beide families, verpacht.

In de oorlog werd het gezin Van der Woude een evacuatie bespaard, maar de slagerij kreeg het in een tijd dat vrijwel alle levensmiddelen gedistribueerd waren, uiteraard wel moeilijk. Piet van der Woude, en met hem zijn Castricumse collega’s, trachtten in deze periode het hoofd boven water te houden door clandestien te slachten, wat spannende momenten opleverde. Het gebeurde name!ijk op de vreemdste plaatsen, zoals in een ruimte onder de toneelzaal van het naastgelegen café Beentjes.
Na de oorlog adverteerde Piet van der Woude met de tekst: “Er is toch niet vergeten dat v.d. Woude voor de oorlog de beste kwaliteit leverde,” waaraan hij dus had kunnen toevoegen “ook in de oorlog”. Begin 1947 zien we in de plaatselijke krant nog steeds advertenties van slagerij Van der Woude, maar niettemin trok hij zich in dat jaar


Jaarboek 29, pagina 48

terug uit het slagersvak om vanuit Castricum (Geelvinckstraat) als forens in Amsterdam te gaan werken in de meubelhandel.
Dat betekende wellicht ook een verlies voor het voetbal in Castricum, want in een ludiek wedstrijdverslag in de plaatselijke krant van een veteranenwedstrijd van CSV tegen Go Ahead Alkmaar in juli 1947 komen we de observatie tegen: “Ex-slager Van der Woude, een gevaarlijk heer overigens, sprintte alsof hij een ontsnapte koe achter zijn vodden zat en flitste, ver buiten het bereik zijner voorhoede, in het veld terug. Overigens zonder succes.”
In juni 1947, betrekkelijk kort na de oorlog, vestigde zich op Dorpsstraat 79 vanuit Jutphaas de 30-jarige Jan Staal, die het slagerbedrijf van Piet van der Woude overnam. Het winkelpand werd aanvankelijk door Staal, volgens wat een goed gebruik schijnt te zijn geweest, voor 10 jaar gepacht en daarna gekocht. Voor hij naar Castricum kwam, was Jan Staal werkzaam geweest in Baarn, waar hij volgens de overlevering, hoewel slechts slagersknecht, alle toenmalige leden van de koninklijke familie had leren kennen. Met de wens om kort na zijn huwelijk met Mathilda van Leeuwen een eigen bedrijf te beginnen, had hij uit advertenties in het slagersvakblad een lijst samengesteld van interessante aanbiedingen. Hij was een fanatieke motorrijder en raasde vervolgens, met zijn vrouw achterop, de verschillende locaties af. Het was mevrouw Staal die uiteindelijk de keus bepaalde op Castricum, dat als kustplaats en vanwege de prachtige omgeving de meeste indruk op haar had gemaakt. Evenals andere Castricumse middenstanders ging Jan Staal zijn producten ook verkopen op de Camping Bakkum, waar een uit de oorlog daterende bunker werd ingericht tot slagerswinkel, omdat het er, zelfs bij warm weer, redelijk koel bleef.

Staal vond de behuizing van zijn gezin in het bescheiden winkelpand op den duur te weinig comfortabel en daarom kocht hij in 1960 van de erfgenamen Stuyt de riante villa Dorpsstraat 1 om er met zijn vrouw en twee kinderen te gaan wonen. Gekwalificeerd personeel om in de slagerswinkel te helpen, was in Castricum niet steeds gemakkelijk te vinden en Staal adverteerde elders in het land om personeel te werven. Voor huisvesting stelde hij de vrijgekomen verdieping boven de slagerij ter beschikking en de bewonerskaart van het pand telt een hele rij namen van personen die daar hebben gewoond en voor korte of lange tijd in de slagerij hebben gewerkt. Mevrouw Staal keek op de periode na de verhuizing overigens met gemengde gevoelens terug, want “ik kreeg het alleen maar drukker”. De tijdelijke krachten die meehielpen in de winkel, waren weliswaar boven de slagerij gehuisvest, maar ze kwamen voor hun maaltijden vrijwel elke dag naar Dorpsstraat 1, “het leek wel een restaurant”.
Jan Staal pleegde verschillende verbouwingen aan zijn pand. In 1959 werd de winkel vergroot en kwam er een koelcel. In 1961 werd de voorgevel onderhanden genomen en kreeg het pand zijn huidige vorm.
In 1971 hield Jan Staal het voor gezien en kwam het slagersbedrijf in handen van Cees Schipper, zoon van een slager in Opmeer. Hij werd in 1993 opgevolgd door zijn zoon Jacco Schipper, die temidden van de concurrentie nog steeds de slagerswinkel op Dorpsstraat 79 in stand heeft weten te houden.

Bouwtekening uit 1976, die een impressie geeft van drie nog bestaande 'historische' panden in de Dorpsstraat. Rechts: café Centraal, gebouwd in 1874. Midden: de in 1989/1990, in 'oude stijl'gerestaureerde doorrijstal, die dateerde uit 1886 en links het in 1901 gebouwde pand, waar nu slagerij Schipper is gevestigd.
Bouwtekening uit 1976, die een impressie geeft van drie nog bestaande ‘historische’ panden in de Dorpsstraat. Rechts: café Centraal, gebouwd in 1874. Midden: de in 1989/1990, in ‘oude stijl’gerestaureerde doorrijstal, die dateerde uit 1886 en links het in 1901 gebouwde pand, waar nu slagerij Schipper is gevestigd.

Dorpsstraat 81 (‘Alma Creations’ en ‘Videoland’)

Op ongeveer de plaats waar nu een grootschalig wooncomplex is gevestigd met op de begane grond de winkels ‘Alma Creations’ en ‘Videoland’, toont de kadasterkaart uit 1822 een reeds vrij omvangrijk pand met kadasternummer B386. Wat de ouderdom betreft blijkt uit archiefstukken dat het reeds voor 1813 bestond en toen eigendom was van de alhier woonachtige Willem Dirkszoon Duijn. Dit bezit van Duijn wordt omschreven als een ‘huis met erf’ en het nog onbebouwde land tot aan de Cieweg als een ‘boomgaard’.
In 1813 werden de bezittingen van Duijn gekocht door de 45-jarige Fulps Ranke, een Castricummer, die we reeds eerder vanwege zijn bezittingen in dit deel van de Dorpsstraat tegenkwamen en die wordt aangeduid als meester-metselaar, steenkoper en aannemer. Fulps Ranke nam het pand in gebruik als woning en gaf het de naam ‘Bouwlust’ .
In 1830 noemt het bevolkingsregister als bewoners: Fulps Ranke, 62 jaar; Aaltje Dekker, echtgenote, 64 jaar; Jan Duijn, kleinzoon, 15 jaar; Jan Verduijn, boerenknecht, 40 jaar en Wilhelmina Enke, werkbode, 20 jaar. Een dergelijk huishouden wijst op welstand en inderdaad was Fulps Ranke in deze periode in heel goede doen, want hij bezat ruim 50 ha land en ca. 10 huizen.
Fulps Ranke kwam in 1835 te overlijden en zijn gehele bezit liet hij na aan zijn enige kind en dochter Grietje Ranke. Zij en haar echtgenoot Arie Duijn overleden beiden in 1857, waarna de erfgenamen de ‘huismanswoning’ Bouwlust verkochten aan de 41-jarige Pieter Liefting, een landbouwer en schelpenvisser.

De boerderij Dorpsstraat 81, kort voor de sloop in 1971, maar nog bewoond. Opschrift op de gevel: 'Breng hier Uw Oud Papier'.
De boerderij Dorpsstraat 81, kort voor de sloop in 1971, maar nog bewoond. Opschrift op de gevel: ‘Breng hier Uw Oud Papier’.

Pieter Liefting ging er wonen met zijn vrouw Willemijntje Stuifbergen en hun drie kinderen. Het pand en de bijbehorende grond bleven nog lang in het bezit van de familie Liefting. Het lijkt overigens wel of er een noodlot op het pand rustte, want zowel Pieter Liefting als zijn echtgenote overleden in hetzelfde jaar, 1895, net als hun beide voorgangers in 1857. Het pand bleef in de familie en werd overgenomen door zoon Jacob Liefting, een veehandelaar. Het meer dan 80 jaar oude pand zal in een slechte conditie hebben verkeerd, want Jacob nam nog in hetzelfde jaar ( 1895) de drastische beslissing ‘Bouwlust’ te slopen, om plaats te maken voor een nieuwe boerderij met dezelfde naam, met een kleiner oppervlak en dichter naar de weg gelegen. Jacob Liefting zou volgens de overlevering in agrarische kringen destijds een bekende figuur zijn geweest, die als veehandelaar groot vertrouwen genoot van de boeren. Hij bleef tot 1930, het jaar van zijn overlijden, eigenaar en bewoner van zijn nieuwe boerderij. Er zijn geen aanwijzingen dat tijdens zijn leven het pand nog belangrijke veranderingen onderging. De erfenis van Jacob Liefting, die ongehuwd bleef, was een ingewikkelde zaak.


Jaarboek 29, pagina 49

Bij testament had hij tot zijn erfgenamen benoemd zijn huisgenote Wilhelmina de Groot en de afstammelingen van wijlen zijn broers Jan en Willem Liefting. Volgens een akte uit 1930 waren er, toen het tot verkoop van de bezittingen kwam, niet minder dan 16 erfgenamen in het spel.
Koper van Bouwlust was Gerardus (Gerrit) Bos, vrachtrijder te Castricum, die 5.500,- gulden betaalde.In 1971, aan de vooravond van de sloop van zijn pand, vertelde de 68-jarige naar Egmond verhuisde Gerrit Bos in ‘Het Nieuwsblad voor Castricum en Omgeving’ een en ander over zijn leven. De krant noemde hem bij deze gelegenheid een karakteristiek figuur, bekend van het ‘Liefdewerk Oud Papier’, die men overal in het dorp op zijn bakfiets kon tegengekomen.
Bos herinnerde zich nog als de dag van gisteren dat hij op 15 mei 1930 (zijn trouwdag) de boerderij betrok. Het omringende land had hij er niet bijgekocht, dat had hij niet nodig.
Voor de oorlog reed hij vracht met paard en wagen, maar in de oorlog kon hij dit niet volhouden en ging hij schillen en papier ophalen. In 1946 kreeg hij vergunning voor het oprichten van een bergplaats voor wagens en landbouwmateriaal achter zijn woning. Deze werd vooral gebruikt als fietsenstalling voor bezoekers van het nabijgelegen café ‘De Vriendschap’. Hij was getrouwd met de uit Egmond-Binnen afkomstige Catharina Sentveld. Het echtpaar kreeg geen kinderen en het is dan ook begrijpelijk dat Gerrit, wiens handel een vrij minimaal bestaan zal hebben geboden, de extra ruimte in de boerderij ten gelde ging maken door verhuur. In 1934 kwamen de eerste huurders. In het archief van Bouw- en Woningtoezicht werd het pand sindsdien omschreven als ‘meergezinshuis’. Een zekere Theodorus Sneekes, die in 1971 , kort voor de sloop, als een soort kraakwacht het inmiddels leegstaande pand bewoonde, herinnert zich dat voor zijn komst Gerrit Bos en zijn vrouw in het rechtergedeelte van het pand waren gehuisvest en dat in het linkergedeelte een man met een houten been woonde. Dit was Willem Baars, een karakteristiek figuur die bij een ongeluk onder de tram kwam en een been verloor.

Het robuuste winkel- en appartementsgebouw dat in 1972 gereed kwam.
Het robuuste winkel- en appartementsgebouw dat in 1972 gereed kwam.

Op 29 mei 1970 verkocht Gerardus Bos zijn boerderij aan aannemer Cornelis Gerardus de Nijs. Bos vertrok met zijn vrouw naar Egmond-Binnen, waar veel familie woonde. De oude boerderij naderde nu zijn einde, waarover de plaatselijke krant in juni 1971 schreef: “Makelaar Kuys deelde mede, dat aannemer De Nijs plannen heeft om het na de sloop vrijgekomen terrein te gaan bebouwen. Hij wilde nog niets over de plannen meedelen, maar er wordt gefluisterd dat men denkt aan een tweetal winkelpanden met daarop wellicht een achttal 3-kamerflats. Hoewel nog niets definitief is, heeft men nu reeds tot afbraak besloten van de reeds geruime tijd leegstaande boerderij, om te voorkomen dat de boerderij ten prooi valt aan lieden, die er niet thuishoren “.
Nog in 1971 werd de boerderij inderdaad gesloopt en startte Cornelis de Nijs de bouw van het robuuste winkelpand met acht bovenwoningen dat er nu nog staat.

Kort na de bouw betrok supermarkt B&W het winkelgedeelte. Dit bedrijf verhuisde alweer in 1984 naar een andere locatie, waarna de winkel werd opgesplitst in twee afzonderlijke winkelpanden, genummerd 81 en 81a. De acht bovenwoningen kregen de nummers 81b t/m 81i. De exacte geschiedenis van de beide winkelpanden hebben we verder niet in detail uitgezocht. Op 81 was o.a. gevestigd ‘Tapijtland’, opgevolgd door woningstofferingszaak ‘Alma’, welke zaak we er nog steeds aantreffen onder de naam ‘Alma Creations’.
Op 81a is nog steeds ‘Videoland’ gevestigd, een honkvast bedrijf.

Foto uit 1929, met als eerste pand rechts het in 1919 gebouwde woonhuis, dat later het nummer D0rpsstraat 83 kreeg. In het pand ernaast, was bakkerij Van Zilt gevestigd.
Foto uit 1929, met als eerste pand rechts het in 1919 gebouwde woonhuis, dat later het nummer D0rpsstraat 83 kreeg. In het pand ernaast, was bakkerij Van Zilt gevestigd.

Dorpsstraat 83 (nu woonhuis)

We bespraken hiervoor de geschiedenis van café ‘De Vriendschap’ en noemden daarbij Riek van Benthem, die na de dood van haar vader in 1919, voor wat betreft de exploitatie van het café de touwtjes in handen nam. Haar huwelijk op bijna 60-jarige leeftijd met Pieter Twisk vormde de aanleiding om haar café-loopbaan op te geven. De intensieve werkzaamheden in een café stonden kennelijk een huwelijk op jongere leeftijd in de weg. Want het is opvallend dat haar zuster Theodora (Door) van Benthem ook pas op de gevorderde leeftijd van 43 jaar, kort na het overlijden van haar vader, in het huwelijk trad met de 58-jarige weduwnaar Willem Dekker, afkomstig uit Andijk.
In 1919, kort voor zijn huwelijk, liet Willem Dekker op nog braakliggend land, dat toebehoorde aan de bloemkweker Gerrit Heere, een woonhuis bouwen op de plaats van het huidige pand aan de Dorpsstraat 83. Door van Benthem overleed in 1931. Willem Dekker verbleef nog enkele jaren in zijn woning. In 1935 vertrok hij naar Utrecht, waar hij voor de derde keer in het huwelijk trad, nu met Geertruida Mettes. In 1954 overleed hij op hoge leeftijd in Amersfoort.

Willem Dekker bleef na zijn vertrek uit Castricum nog wel eigenaar van het woonhuis en ging het verhuren. In 1938 meldden zich


Jaarboek 29, pagina 50

als huurders Hendrikus Johannes (Henk) Zandbergen en zijn vrouw Catharina Rijpstra. Beiden werkten op Duin en Bosch, Henk als chef van de wasserij. Zijn gezin telde drie kinderen, waarvan de jongste, Johannes Mattheus (Joop) Zandbergen, voor kapper leerde in de zaak van Bern.is Stuifbergen (‘Kleine Bertus’), gelegen aan de Dorpsstraat tegenover de r.-k. kerk.
In 1939 besloot Joop Zandbergen voor zichzelf te beginnen, waartoe hij het woonhuis Dorpsstraat 83 aankocht. Nog in hetzelfde jaar kreeg hij vergunning voor een verbouw van de benedenverdieping tot kapperswinkel, wat er op neer kwam dat in het linkergedeelte van de begane grond, vanaf de straatzijde gezien, de kapsalon werd gevestigd. Zijn ouders verhuisden naar de Mient. Het gedeelte van de Dorpsstraat waar de kapsalon was gevestigd, viel klaarblijkelijk niet onder de evacuatiemaatregelen van de bezetter, want Joop kon tijdens de oorlog zijn beroep blijven uitoefenen. Wel raakte hij betrokken bij een verzetsgroep, waarin de toenmalige Castricumse arts Van Nievelt een belangrijke rol speelde. Op 14 juni 1945 publiceerde het uit de illegaliteit voortgekomen plaatselijke blad ‘Strijd en Nieuwsblad voor Castricum, Limmen en Uitgeest’, dat de meeste leden van de na de oorlog naar buiten getreden Binnenlandse Strijdkrachten (BS) zouden afzwaaien, met uitzondering van een klein gedeelte van deze groep, dat had getekend voor een langer verband als oorlogsvrijwilliger, waartoe de opleiding zou plaatsvinden in Beverwijk. Tot deze vrijwilligers behoorde het BS-lid Joop Zandbergen. Hoe hij zijn activiteiten, hij was schietinstructeur, dacht te combineren met zijn kapperszaak, zal nooit duidelijk worden, want bij oefeningen in Beverwijk kwam hij op 26 juni 1945 te overlijden als gevolg van een incident met een schietwapen. Zijn begrafenis in Castricum werd door veel mensen bijgewoond. Voor zijn woning stond onder andere een detachement van 50 oorlogsvrijwilligers opgesteld. Hij werd bijgeschreven op een gedenksteen in de r.-k. kerk van plaatselijke gevallenen in de tweede wereldoorlog.

De begrafenis van Joop Zandbergen, die kort na de oorlog het slachtoffer werd van een schietincident. De koets staat opgesteld voor zijn kapsalon. Rechts een erewacht van oorlogsvrijwilligers.
De begrafenis van Joop Zandbergen, die kort na de oorlog het slachtoffer werd van een schietincident. De koets staat opgesteld voor zijn kapsalon. Rechts een erewacht van oorlogsvrijwilligers.

Met sociale voorzieningen was het in die tijd nog niet al te best gesteld. Men mocht dan een verzetsheld zijn, maar dat leverde voor de nabestaanden nauwelijks inkomsten op en de weduwe Zandbergen moest de kapsalon voortzetten om toch enige inkomsten te verwerven. Zij slaagde hier aanvankelijk in door personeel in te huren en inwoning te bieden. In 1948 zag zij zich genoodzaakt het gehele pand te verhuren en vertrok zij met haar drie kinderen naar de Van Ginhovenstraat. Huurder was de nog jonge kapper Johannes (Jan) Stam, die er zich vestigde met zijn echtgenote Afra de Groen, met wie hij in 1946 in Castricum was getrouwd. Wellicht vestigde hij een duurrecord onder de middenstand van Castricum, want hij wist het met zijn kappersbedrijf ruim 40 jaar in de Dorpsstraat vol te houden.
Overigens was de verhouding tussen Stam als huurder en de weduwe Zandbergen als verhuurder niet steeds optimaal. Het was voor de weduwe Zandbergen een uitkomst dat er omstreeks 1960 een einde kwam aan de problemen, want Stam kocht het pand.
Hij kon nu zelf het lot van zijn pand in handen nemen, waarvan wel duidelijk was dat het te krap was geworden om zijn gezin, dat tien kinderen was gaan tellen, enigszins comfortabel te huisvesten. In 1962 kreeg hij dan ook vergunning voor een grondige verbouw van de woon- en winkelruimte, waarbij het pand ontstond zoals dat nu nog bestaat.

Foto van 'Het Spoelhuis', Dorpsstraat 83, waarschijnlijk kort na de opening in 1992.
Foto van ‘Het Spoelhuis’, Dorpsstraat 83, waarschijnlijk kort na de opening in 1992.

De benedenverdieping toont nog overeenkomsten met de oude situatie, een middeningang met aan weerszijde etalages, waar vroeger ramen van het woonhuis waren gevestigd. De bovenverdieping onder een schuin dak werd geheel vervangen door een tweede woonlaag.
In 1989 stopten Jan en Afra Stam met de zaak en verhuisden naar


Jaarboek 29, pagina 51

Compaanhof. Het pand stond daarna enige tijd leeg tot het in 1992 werd gekocht door de familie Poel, die er een winkel in kinderspeelgoed begon, eerst onder de naam ‘Het Spoelhuis’ en later als ‘le petit pingouin atelier’.
De winkel bestaat inmiddels niet meer en de ruimte werd door de familie Poel betrokken bij het woonhuis.

Dorpsstraat 85 (‘RFH Hairdressers’)

De kadasterkaart uit 1822 toont nog geen enkele bebouwing van het perceel B384, grenzend aan de Dorpsstraat en Cieweg, waar veel later het huidige pand Dorpsstraat 85 zou verrijzen.
Het wordt in 1830 een boomgaard genoemd, in het bezit van de metselaar en aannemer Fulps Ranke, die in Castricum veel bezittingen had en die, zoals we hiervoor hebben besproken, in die periode huize ‘Bouwlust’ op het naastliggende perceel bewoonde. De boomgaard bleef nog lang in het bezit van de familie Ranke.
Een kadasterkaart uit 1898 toont voor het eerst bebouwing, een pand gelegen op de hoek Dorpsstraat-Cieweg, waarvan als stichter wordt genoemd Cornelis Heddes, een in 1855 in Spanbroek geboren veehouder, die de grond van nazaten van de familie Ranke had gekocht. Deze Cornelis Heddes was getrouwd met Neeltje Zuurbier en zijn drie dochters werden allen in Spanbroek geboren. Wat de achterliggende motieven voor de bouw van een nieuw pand zijn, kan uit archiefgegevens niet altijd worden opgemaakt en zo ook in deze situatie. Er zijn geen aanwijzingen dat Cornelis Heddes en familieleden het pand in Castricum hebben bewoond. Het pand kwam al vrijwel direct na de bouw in handen van ene Tamis Ruiter en echtgenote Neeltje Duijves, met wie Tamis in 1897 in Oudkarspel was getrouwd. Het is niet onwaarschijnlijk dat Cornelis Heddes het pand voor Neeltje Duijves, die evenals Cornelis veehoudster was, en haar echtgenoot Tamis Ruiter liet bouwen. Er lijkt in ieder geval een nauwe band tussen Cornelis Heddes en de familie Ruiter te hebben bestaan, want in 1913 trouwde hij, voor de tweede maal, met Catharina Ruiter, een zuster van Tamis Ruiter.
Tamis was reeds op 18-jarige leeftijd uit Egmond naar Castricum gekomen om er te werken als knecht in een bakkerij. Na zijn huwelijk begon hij dus voor zichzelf in het van Cornelis Heddes verworven pand.
Reeds in 1899 verhuisde Tamis Ruiter met zijn echtgenote naar de Duinderbuurt en wordt als beroep van Tamis landbouwer genoemd. De bakkerij kreeg nu een nieuwe eigenaar in de persoon van Cornelis Boots, een koek-, banket- en broodbakker, die kort voor zijn komst naar Castricum was getrouwd met Anna Schuijt. Er zullen geen Castricummers meer zijn die nog herinneringen hebben aan bakker Boots, want hij verbleef niet lang in Castricum en vertrok in 19 12 met zijn gezin naar Alkmaar.

Foto ca. 1905: Pand midden is het postkantoor van Jacob Res (nr 87); helemaal rechts bakkerij Cornelis Boots gebouwd in 1898.
Foto ca. 1905: Pand midden is het postkantoor van Jacob Res (nr 87); helemaal rechts bakkerij Cornelis Boots gebouwd in 1898.

Het pand werd nog in hetzelfde jaar gekocht door Simon van Zilt, die met zijn echtgenote Cornelia Latjes het bakkersbedrijf voortzette. Hij kwam uit Amsterdam, waar hij als bakkerknecht werkzaam was geweest.

Jan van Zilt (rechts) met zijn vriend Wijnand Borst in hun zondagse pak in de Dorpsstraat.
Jan van Zilt (rechts) met zijn vriend Wijnand Borst in hun zondagse pak in de Dorpsstraat.

In 1929 kreeg Van Zilt vergunning voor de verbouw van zijn pand, waarbij de voorgevel een wijziging onderging door het plaatsen van een winkelraam met kozijn aan de linkerkant. Ook kwamen er twee dakkapellen. De nieuwe etalage is te onderscheiden op de hiervoor geplaatste foto, die een doorkijk geeft van de Dorpsstraat in 1929. In 1941 verhuisde Simon van Zilt met echtgenote naar de Nuhout van der Veenstraat en werd het bakkersbedrijf voortgezet door zoon Johannes Hendrikus (Jan) van Zilt en zijn vrouw Geertruda Stuifbergen. Ook in de oorlog, zoals blijkt uit een advertentie in de plaatselijk krant in mei 1945: “Voor de oorlog en in de oorlog hebben wij u zo goed mogelijk bediend … nu hopen wij u weer zo gauw mogelijk ons wittebrood en krentenbrood te bezorgen.”
Een dochter van Jan van Zilt vertelde ons nog een en ander over het bakkersbedrijf. De bakkerij was gevestigd in het achterste gedeelte van het pand en aan de voorkant was de winkel. Haar vader stookte de oven aanvankelijk nog met takkenbossen, maar later kwam er een gasoven. Omstreeks 1962 stopte Jan van Zilt, mogelijk om gezondheidsredenen, met het zelf bakken van brood en kocht hij het in. Zijn brood en dergelijke werd niet alleen verkocht in de winkel maar ook uitgevent met een bakfiets, waarbij zijn zoons meehielpen.

Jan van Zilt kwam jong te overlijden, in augustus 1969. Hij werd 56 jaar. Zijn echtgenote bleef aanvankelijk nog op Dorpsstraat 85 wonen en ging het winkelgedeelte verhuren. Eerste huurder was, voorzover we konden nagaan, Paulien Jaspers – Hoffman, die er Pauliens Boutique begon, een zaak die bekendheid kreeg om haar modieuze dameskleding, die Paulien tot in Parijs inkocht.
De weduwe Van Zilt verliet het pand in 1972 om elders in de Dorpsstraat te gaan wonen.
In 1973 komen we als huurder tegen ene R. Dijkstra, een inwoner van Castricum, die nog in hetzelfde jaar vergunning vroeg om de


Jaarboek 29, pagina 52

voorgevel te verbouwen. Bouw en Woningtoezicht ging aanvankelijk niet akkoord, maar na enige discussie kwam Dijkstra met een aanvaardbare oplossing. Zijn bedoeling was, zoals uit bouwtekeningen blijkt, dat in het pand een tweede winkel zou komen, waar hij een fotozaak wilde beginnen.

De verbouw van de voorgevel van het pand Dorpsstraat 85, zoals die in 1973 werd doorgevoerd. Het aanbrengen van een tweede toegangsdeur en van een tweede etalageruit wijst erop dat nu er ook in het rechtergedeelte van het pand een winkel is gevestigd.
De verbouw van de voorgevel van het pand Dorpsstraat 85, zoals die in 1973 werd doorgevoerd. Het aanbrengen van een tweede toegangsdeur en van een tweede etalageruit wijst erop dat nu er ook in het rechtergedeelte van het pand een winkel is gevestigd.

Pauliens Boutique bleef er ook na de verbouwing gevestigd. Men kan zich afvragen of de verbouw nu zoveel zin heeft gehad, want nog geen drie jaar later, in 1976, werd het bescheiden, maar wel karakteristieke pandje gesloopt, om plaats te maken voor het winkelpand met woningen, dat we thans nog kunnen aanschouwen. De winkel is gevestigd aan de Dorpsstraat in een betrekkelijk smal gedeelte van het pand dat zich vooral uitstrekt langs de Cieweg, waarboven we negen appartementen aantreffen, verdeeld over drie woonlagen.
Na het gereedkomen van het gebouw in 1978 vestigde zich in de winkel ‘B & G Kleding’, kort daarna gevolgd door handwerkboetiek ‘De 3 Suisses’. In 1987 kwam er een kapperszaak, ‘All-lnn Coifures’, recent opgevolgd door ‘RFH Hairdressers’.

Wim Hespe
Lien Steeman

Dorpsstraat, gefotografeerd in 1987 in de bocht, richting Pancratiuskerk. Geheel rechts Dorpsstraat 83, waarin toen nog de kapperszaak van Stam was gevestigd. Vervolgens Dorpsstraat 85, een in 1977/1978 gebouwd pand, dat zich voornamelijk uitstrekt langs de Cieweg, met woningen en een winkel aan de Dorpsstraat.
Dorpsstraat, gefotografeerd in 1987 in de bocht, richting Pancratiuskerk. Geheel rechts Dorpsstraat 83, waarin toen nog de kapperszaak van Stam was gevestigd. Vervolgens Dorpsstraat 85, een in 1977/1978 gebouwd pand, dat zich voornamelijk uitstrekt langs de Cieweg, met woningen en een winkel aan de Dorpsstraat.

Bronnen:

Archieven:

  • Gemeente Castricum: archief Bouw- en Woningtoezicht en bewonerskaarten.
  • Kadaster te Alkmaar, kadastrale gegevens betreffende Castricum.
  • Regionaal Archief Alkmaar: archief van het Gemeentebestuur Castricum, 1812-1936, bevolkingsregisters, kadastrale gegevens.
  • Werkgroep Oud-Castricum: fotoarchief, Nieuwsblad voor Castricum: beschikbare nummers uit de periode 1925 tot heden.

Publicaties:

Print Friendly, PDF & Email