Dorpsstraat (9e deel) huisnrs 90 – 108 (Jaarboek 36 2013 pg 86-98)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over de Dorpsstraat in Castricum:
deel 1 – deel 2 – deel 3 – deel 4 – deel 5 – deel 6 – deel 7 – deel 8 – deel 9 – deel 10


Jaarboek 36, pagina 86

De geschiedenis van de Dorpsstraat en zijn bewoners (deel 9)

We bespraken tot dusver de geschiedenis van een groot deel van de panden aan de Dorpsstraat, die tot nu toe werd opgeknipt in acht delen, zodat nu alweer het negende artikel in de reeks voorligt. In dit artikel zetten wij de geschiedschrijving voort van de panden aan de even zijde van de Dorpsstraat tussen Korte Cieweg en Koningin Wilhelminalaan.

De bebouwing van de Dorpsstraat tussen Korte Cieweg en Koningin Wilhelminalaan in 1939.
De bebouwing van de Dorpsstraat tussen Korte Cieweg en Koningin Wilhelminalaan in 1939.

De oudste kadasterkaart uit 1822 toont in dit gebied langs de latere Dorpsstraat, toen de Straatweg, nog geen enkele bebouwing. Meer dan 100 jaar later blijkt, zoals bijvoorbeeld een kaart uit 1939 laat zien, dat inmiddels een intensieve bebouwing heeft plaatsgevonden, die met uitzondering van de boerderij op Dorpsstraat 94, rond 1920 tot stand kwam.

Overigens is dit beeld alweer verouderd, want een aantal panden die de kaart nog toont, werd gesloopt en vervangen door nieuwbouw.
De oudst bekende benaming van het stuk grond waarop de te bespreken bebouwing plaatsvond, was Kleibroekerweid. Dit was een groot stuk weidegebied en behoorde toe aan Cornelis Schermer, die als bakker gevestigd was in een boerderij op de plek van de latere Dorpsstraat 80 (zie 34e Jaarboek). Het grootste gedeelte van dit land kwam in 1878 in handen van Cornelis Mooij (1821-1888), eveneens een grootgrondbezitter.
In 1892 kocht Frans Schut een gedeelte van het land van Mooij. Deze Schut verkocht een strook van zijn grond langs de Rijksweg in gedeelten aan geïnteresseerden om er een woning te bouwen.

De Rijksstraatweg (nu Dorpsstraat) met links de Hanzebank in 1919.
De Rijksstraatweg (nu Dorpsstraat) met links de Hanzebank in 1919.

Dorpsstraat 90 (leegstaand) en 90A (Maximum Bike – in 2013)

In 1918 kocht Franciscus Brom uit Haarlem een perceel grond op de oostelijke hoek Korte Cieweg-Dorpsstraat (destijds geheten Cieweg-Rijksstraatweg) van Frans Schut. Op dit stuk grond kwam in 1919 een gebouw tot stand, dat in Castricum bekend werd als Hanzebank. Het was een voor Castricumse begrippen vrij robuust gebouw van twee verdiepingen, waar op de begane grond het bankkantoor was gerealiseerd en de bovenverdieping was ingericht als een voor die tijd comfortabele woning met zeven vertrekken. Franciscus Brom wordt in archiefstukken kassier en bankdirecteur genoemd en het is dus duidelijk dat hij de scepter zwaaide over deze nieuw in Castricum opgerichte bank.

Deze bank was geen zelfstandige onderneming, maar maakte deel uit van een landelijke organisatie, de in 1907 in ’s-Hertogenbosch opgerichte Hanzebank, een initiatief vanuit de roomse kerkgemeenschap. De bank vertoonde een snelle groei en vestigde zich in de loop der tijd in een aantal gemeenten, waaronder in 1919 dus in Castricum. Ondanks dit aanvankelijke succes kwam de Hanzebank reeds in 1923 aan zijn einde door een faillissement, dat werd toegeschreven aan slecht management. Het lijkt er op dat Franciscus Brom dit zag aankomen, want al in 1922 verliet hij het zinkend schip om te vertrekken naar Rotterdam.
In hetzelfde jaar verkocht hij het bankgebouw plus bijbehorend erf aan de N.V. Hanzebank in Delft. Waarschijnlijk heeft de Castricumse bank onder dit nieuwe bewind nog enige tijd gefunctioneerd, want direct na de verkoop werd vergunning verleend voor een uitbouw aan de achterzijde van het gebouw. Bekend is dat de afwikkeling van het faillissement nog jaren in beslag nam.
Het gebouw werd in 1927 namens de bewindvoerders van de geliquideerde Hanzebank in Delft verkocht aan de toen 33-jarige Jacob (Jaap) Twisk, een Castricumse kleermaker, die het pand in gebruik nam na een verbouwing door de fa. De Nijs tot woon- en winkelhuis met werkplaats. Hierbij werd ook de voorgevel onder handen genomen, waar de twee ramen links naast de voordeur plaats maakten voor een etalageruit.


Jaarboek 36, pagina 87


Jaap Twisk was een telg uit een textielfamilie. Zijn grootvader Floris Twisk en zijn vader Willem Twisk waren reeds werkzaam als kleermakers in Castricum, laatstgenoemde met een atelier aan de Overtoom. Zijn broer, Jan Twisk, exploiteerde in de periode 1931 tot 1971 een manufacturenzaak op Dorpsstraat 46.
Kort voor de aankoop van de voormalige Hanzebank was Jaap Twisk getrouwd met Dorothea de Nijs. Het echtpaar bleef kinderloos. Al in 1930 voerde Twisk opnieuw een verbouwing door. Het pand, met tot dan een plat dak, kreeg een kap. In een ‘Terugblik op de Dorpsstraat anno 1945-1950’ in de plaatselijke krant omschreef mevrouw Eggers (van De Rustende Jager) de activiteiten van Jaap Twisk dichterlijk als volgt:
“Had uw man aanleg voor een buik, of wilde hij een pantalon als een fuik, kleermaker Twisk was daarvoor de man van het vak, hij maakte voor alle posturen een pak.”
Twisk is lang met zijn zaak op de Dorpsstraat actief gebleven. Pas in 1958, op 65-jarige leeftijd, zette hij er een punt achter en verhuisde naar de Cieweg. Hij verkocht zijn winkel in heren- en kinderkleding aan de toen 40-jarige Jannes (Jo) Stevens, een confectiehandelaar, die zich vanuit Noord- Scharwoude met zijn vrouw Elsje Spijkerman en zes kinderen in Castricum vestigde.

1965: De herenmodezaak Stevens, afgebroken rond 1979. Rechts woonhuis nummer 92. Voorheen was hier in 1919 een Hanzebank gevestigd, dat was een katholieke bank van het bisdom Haarlem. Naderhand in 1927 vestigde zich kleermaker Jaap Twisk hier.

1965: De herenmodezaak Stevens, afgebroken rond 1979. Rechts woonhuis nummer 92. Voorheen was hier in 1919 een Hanzebank gevestigd, dat was een katholieke bank van het bisdom Haarlem. Naderhand in 1927 vestigde zich kleermaker Jaap Twisk hier.

Stevens komt naar voren als een zakenman die veelvuldig de publiciteit zocht. Dat begon al direct na zijn komst in juni 1958 met wat door de plaatselijke krant ‘een fantastische openingsstunt’ werd genoemd. Een vliegtuig gooide waardevolle pamfletten uit en er werd een sleutel aan een parachute neergelaten, waarvan de vinder aanspraak mocht maken op een prachtig cadeau. Al in 1960 liet Stevens het pand verbouwen tot een ruim winkel- en woonpand. De winkel op de begane grond toonde nu vier etalages, twee in de voorgevel aan de Dorpsstraat en twee in de zijgevel aan de Korte Cieweg, terwijl de erker werd verplaatst van de begane grond naar de woonverdieping. Stevens, geboren in 1918, zat als zoon van een kleermaker reeds als dertienjarige jongen in het vak en was voor zijn komst naar Castricum onder andere werkzaam als filiaalchef bij kledingzaken in Emmen en Noord-Scharwoude. Kort na zijn vestiging begon hij naast zijn herenmodezaak een winkel in dameskleding op Dorpsstraat 88, de westelijke hoek van Korte Cieweg-Dorpsstraat, een zaak die aanvankelijk werd gerund door zijn echtgenote en die er onder de naam Stevens nog steeds (in 2013) is gevestigd. De geschiedenis van dit pand werd besproken in het 34e Jaarboek.

Jannes Stevens, circa 1970 (overleden in 2012).
Jannes Stevens, circa 1970 (overleden in 2012).

Omstreeks 1968 kocht Stevens het naastgelegen pand Dorpsstraat 92 van de dames Louter en voegde dat via een gebouwde tussenverbinding bij zijn zaak op nummer 90 en zo groeide de zaak Stevens uit. Het werd een modezaak met atelierruimte voor diverse medewerkers, waar niet alleen confectie en maatwerk werd verkocht, maar ook werkkleding. Er huisde zelfs een woningstoffeerderij. De ‘heropening’ ging weer met de nodige publiciteit gepaard, onder andere een modeshow in hotel Borst. Advertenties accentueerden sinds die tijd de omvang van het bedrijf: ‘Stevens dames- en herenmode, gevestigd Dorpsstraat 88, 90 en 92’.

Behalve als winkelier ontplooide Stevens diverse activiteiten in het belang van de Castricumse middenstand, onder andere als voorzitter van een Middenstands Aktie Komité, dat vooral ageerde tegen de omvang van het winkelcentrum en ook enige tijd als bestuurslid van het Castricums Ondernemers Verbond.


Jaarboek 36, pagina 88

De herenmodezaak Stevens circa 1974. Inmiddels is de oorspronkelijke zaak op Dorpsstraat 90 uitgebreid met het pand Dorpsstraat 92, waardoor na een verbouwing een zeer ruime winkel is ontstaan, zoals geïllustreerd door de rij verlichte etalages. Rechts een gedeelte van Dorpsstraat 94, onderdeel van de nieuwbouw in 1973, waar toen de Tapijtcentrale was gevestigd.
De herenmodezaak Stevens circa 1974. Inmiddels is de oorspronkelijke zaak op Dorpsstraat 90 uitgebreid met het pand Dorpsstraat 92, waardoor na een verbouwing een zeer ruime winkel is ontstaan, zoals geïllustreerd door de rij verlichte etalages. Rechts een gedeelte van Dorpsstraat 94, onderdeel van de nieuwbouw in 1973, waar toen de Tapijtcentrale was gevestigd.

Na 20 jaar, in 1977, hield het echtpaar Stevens het voor gezien. De winkel op Dorpsstraat 88 werd voortgezet door dochter Geke, de panden Dorpsstraat 90 en 92 werden verkocht aan de plaatselijke bouw- en exploitatiemaatschappij van H.M. Veldt en gesloopt om plaats te maken voor nieuwe winkeleenheden en bovengelegen appartementen, die hier thans nog het straatbeeld bepalen.

De situatie hoek Dorpsstraat-Korte Cieweg in 1997. Voor het pand van Stevens zijn winkels met bovengelegen appartementen in de plaats gekomen. Op de hoek was toen een fotozaak gevestigd. Ernaast, Dorpsstraat 92, poeliersbedrijf J. van Hoogdalem.
De situatie hoek Dorpsstraat-Korte Cieweg in 1997. Voor het pand van Stevens zijn winkels met bovengelegen appartementen in de plaats gekomen. Op de hoek was toen een fotozaak gevestigd. Ernaast, Dorpsstraat 92, poeliersbedrijf J. van Hoogdalem.

Van de in 1980 gereed gekomen nieuwbouw kreeg het hoekpand Dorpsstraat-Korte Cieweg de nummers 90 en 90A toegewezen. Hier waren achtereenvolgens diverse ondernemingen met een winkel gevestigd, waarvan we noemen de fa. Kok, met huishoudelijke apparatuur, Superfoto en vanaf 2011 twee jaren Bertram Brood.

De winkel met nummer 90 staat, als we dit schrijven leeg, maar op nummer 90A heeft zich onder de naam Maximum Bike een fietsenhandel gevestigd (in 2013).

De situatie in 1968: vanaf de hoek de nog niet samengevoegde panden van Stevens (Dorpsstraat 90) en Louter (Dorpsstraat 92).
De situatie in 1968: vanaf de hoek de nog niet samengevoegde panden van Stevens (Dorpsstraat 90) en Louter (Dorpsstraat 92).

Dorpsstraat 92 (winkelpand)

In 1921 verkocht de reeds genoemde Frans Schut een perceel van zijn grond gelegen aan de Rijksstraatweg aan Gerrit Louter, tot dan als landbouwer en kruidenier gevestigd aan het Schulpstet. Hij was een bekende en geziene Castricummer en ontplooide naast zijn reguliere werkzaamheden vele activiteiten. Als ondernemer was hij omstreeks 1900 betrokken bij de stichting van de eerste kaasfabriek in Castricum ‘De Duinstreek’ aan het begin van de Cieweg. Hij was ook zeer actief in de plaatselijke politiek als raadslid namens de Rooms Katholieke Staatspartij en als wethouder. Hij bekleedde nog diverse andere bestuursfuncties, waaronder sinds 1922 die van secretaris-penningmeester van de Castricummerpolder.

Gerrit Louter (1863-1958) was een geziene Castricummer die vele functies vervulde.
Gerrit Louter (1863-1958) was een geziene Castricummer die vele functies vervulde.

Op de aangekochte grond liet de inmiddels bijna 60-jarige Gerrit Louter, die het kennelijk wat kalmer aan wilde doen, een woonhuis bouwen, dat hij in 1925 betrok.
Hij was getrouwd met Adriana de Weijer en zijn gezin telde acht kinderen, waarvan de in 1905 geboren Gerardus Louter in Castricum bekendheid kreeg als gemeentesecretaris.
Gerrit Louter overleed, als weduwnaar, in 1958 op de hoge leeftijd van 94 jaar. Zijn vrouw was al op 2 januari 1939 overleden. Na zijn overlijden bleven zijn ongehuwde dochters Johanna en Adriana, beiden de vijftig


Jaarboek 36, pagina 89

gepasseerd, het pand bewonen. In 1960 voerden zij verbeteringen aan het pand door. Zo werden met subsidie de verouderde sanitaire voorzieningen vervangen. Zoals hiervoor beschreven wist Stevens omstreeks 1968 het pand bij zijn modezaak te voegen. Het ‘dubbelpand’ maakte in 1980, zoals eveneens reeds hiervoor beschreven, plaats voor nieuwbouw met winkels en wooneenheden. Dit complex telde opnieuw een winkelpand met nummer 92, waar sinds oktober 1980 het poeliersbedrijf Van Hoogdalem was gevestigd. Deze zaak is in februari 2011 is overgenomen door de Gebroeders Van der Ende uit Maasdijk.

Frans Schut en Grietje Dekker met hun kinderen voor de boerderij aan de Dorpsstraat omstreeks 1919.
Frans Schut en Grietje Dekker met hun kinderen voor de boerderij aan de Dorpsstraat omstreeks 1919. V.l.n.r. voor het hek Marie, Trien, Jan, Thijs, Frans en Jaap Schut; achter het hek Griet, Guurt, Anne en de ouders Grietje Dekker en Frans Schut. De drie oudere kinderen Dirk, Cor en Martha staan niet op de foto, want zij woonden niet meer thuis.

Dorpsstraat 94A, 94B (winkelpanden) en 94C (bovenwoningen)

De plek in de Dorpsstraat waar nu de winkelpanden 94A en 94B zijn gevestigd, kent wat bebouwing betreft een relatief lange geschiedenis. Uit het voorafgaande kwam al naar voren, dat de oorspronkelijke panden op Dorpsstraat 90 (Hanzebank) en 92 (woonhuis Gerrit Louter) gebouwd werden op grond aangekocht van Frans Schut. Deze bezat niet alleen grond langs dit gedeelte van de voormalige Rijksstraatweg, maar was ook eigenaar en bewoner van een aan de weg gelegen boerderij, die hier lange tijd het straatbeeld heeft bepaald.

Hoewel de vele Castricummers die de boerderij nog hebben gekend, deze van oudsher met de familie Schut zullen associëren, was het toch niet deze familie die betrokken was bij de bouw en de vroegste bewoning. Als oudste bewoner noemt Q. de Ruijter in zijn bekende boek ‘Schippers van het Stet’ Jan Mooij, de latere burgemeester van Castricum. Na zijn huwelijk met Cornelia Kuijs zou hij in 1880 de boerderij, die zijn vader Cornelis Mooij in dat jaar had laten bouwen, hebben betrokken als bloembollenkweker. De familie Mooij bleef ruim tien jaar betrokken bij de boerderij, want landbouwer Nicolaas (Klaas) Mooij, een andere zoon van Cornelis Mooij, kreeg na het overlijden van zijn vader in 1888 het huis met bijbehorend erf en omringend weiland in bezit en bracht in 1892 de verkoop tot stand aan Frans Schut, om zelf kort daarna met zijn familie naar Amsterdam te verhuizen. Jan Mooij vestigde zich na zijn benoeming tot burgemeester in 1888 in de zogeheten burgemeesterswoning, het nog bestaande pand Dorpsstraat 36 (zie 26e Jaarboek).

We staan even stil bij deze Cornelis Mooij. Geboren in 1821 in Bergen, verhuisde hij op nog jonge leeftijd naar Castricum, waar hij in 1842 trouwde met Antje Schermer. In zijn dagelijks werk was hij landbouwer, maar hij was in Castricum ook bekend om zijn bestuurlijke activiteiten, onder andere als gemeenteontvanger, raadslid en wethouder. En ook, zoals al bleek, als grootgrondbezitter, wat hij ten dele had te danken aan zijn echtgenote Antje Schermer, die als dochter van de eerdergenoemde Cornelis Schermer (1791-1877) in 1878 als mede-erfgenaam eigenaar werd van de Kleibroekerweid, de naam van het nog onbebouwde stuk grond gelegen aan de Dorpsstraat tussen wat nu heet de Korte Cieweg en de Prinses Beatrixstraat. In 1858 trok hij de aandacht met zijn aankoop van de voormalige schuilkerk en bijbehorende gronden aan de Breedeweg. Zelf bewoonde hij met zijn familie aan die weg een riante, nog bestaande boerderij, waarvan de geschiedenis is beschreven in het 32e Jaarboek. Het gezin van Cornelis Mooij telde zes getrouwde kinderen.

Frans Schut en familieleden bewoonden de boerderij een lange periode, vanaf 1892 tot 1972. Frans werd geboren in 1866 in Alkmaar, huwde in 1892 in Akersloot met Margaretha (Grietje) Dekker en betrok nog in datzelfde jaar de boerderij. In de periode 1893 tot 1912 kwam het tot een omvangrijk gezin en werden in Castricum 13 kinderen geboren. Hiervan is vooral bekend geworden de in 1904 geboren Jacobus (Jaap) Schut, die in de geschiedschrijving over Castricum herhaaldelijk ter sprake komt, onder andere als directeur van de Raiffeisenbank en als voorzit-


Jaarboek 36, pagina 90

ter van de veiling Ons Belang. Frans Schut overleed in Castricum in 1950.
Het bedrijf bleef in de familie, want zijn opvolger werd zijn 26-jarige zoon Mattheus (Thijs) Schut, waardoor er in de gang van zaken niet veel veranderde. De in deze artikelenreeks reeds geciteerde mevrouw Eggers komt in haar krantenartikel over de geschiedenis van de Dorpsstraat tot de ontboezeming:
“De boerderij van Thijs Schut, wel mooi maar het stonk er altijd naar mest en gierput”.
Thijs Schut en zijn echtgenote Jo Maier hebben het pand nog geruime tijd als boerderij gebruikt, maar werden in toenemende mate geconfronteerd met de naastgelegen en omringende bebouwing, wel de Oranjebuurt genoemd, die vanaf circa 1950 gestalte kreeg. En dus werd van de nood een deugd gemaakt: verkoop van de grond. Thijs Schut overleed in 1970. Zijn echtgenote verhuisde kort daarna naar de Prinses Margrietstraat.

Vooraanzicht van de boerderij van de familie Schut, Dorpsstraat 94 in 1950. Het in 1880 gebouwde pand werd in 1972 gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw.
Vooraanzicht van de boerderij van de familie Schut, Dorpsstraat 94 in 1950. Het in 1880 gebouwde pand werd in 1972 gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw.

Als gevolg van de verschillende bouwplannen voor dit gedeelte van de Dorpsstraat ging de boerderij nu zijn ondergang tegemoet. De firma J.J. Res kreeg in 1972 toestemming om hier twee winkeleenheden en een kantoor te bouwen. Nog in 1974 werden de nieuwe winkelpanden, respectievelijk Dorpsstraat 94a en 94b, opgeleverd. Op 94a deed hier een Tapijtcentrale zijn intrede, een filiaal van een in Heemskerk gevestigde zaak en op 94b slijterij Ruhl. De Tapijtcentrale hield het vol tot 1985, toen er zich Aldor Verlichting vestigde, begonnen door Kees Juffermans en tot heden voortgezet door zijn zoon Sander.


Jaarboek 36, pagina 91

Gedeelte van de Dorpsstraat circa 1975. Naast het pand van Stevens de in 1973 tot stand gekomen nieuwbouw, omvattend twee winkeleenheden en een bovengelegen kantoor.
Gedeelte van de Dorpsstraat circa 1975. Naast het pand van Stevens de in 1973 tot stand gekomen nieuwbouw, omvattend twee winkeleenheden en een bovengelegen kantoor.

Dorpsstraat 94b bleef de alcoholica nog enige tijd toegedaan, want Ruhl werd opgevolgd door slijterij Impodra. Omstreeks 1988 werd er een advertentie- en reclamebureau gevestigd; na 2001 werd het in gebruik genomen door de (in 2013) nog bestaande zonnestudio Club Soleil.
De bovenverdieping is in gebruik geweest als kantoor, onder andere door een financiële instelling met de naam Swaij Ventures b.v. en door advocatenkantoor Leesberg. Hieraan kwam echter een eind, want in 1996 deed bouwondernemer R. Zonneveld uit Heemskerk het verzoek om het kantoor te verbouwen tot kamers, voor de verhuur. Het verzoek werd gehonoreerd en er werden zes bovenwoningen gerealiseerd.

De boekhandel van Kees Stuifbergen sr. met voor de winkel Kees Stuifbergen met echtgenote Trijntje Lute (links) en dochter Riet, later getrouwd met Florentius de Groot.
De boekhandel van Kees Stuifbergen sr. met voor de winkel Kees Stuifbergen met echtgenote Trijntje Lute (links) en dochter Riet, later getrouwd met Florentius de Groot.

Dorpsstraat 96 (restaurant)

We komen nu aan een pand dat de tand des tijds heeft doorstaan, Dorpsstraat 96, thans het restaurant Le Moulin. De eerst bekende bewoner in 1930 was de toen al 47-jarige Cornelis (Kees) Stuifbergen, die handelde in boeken, maar ook in religieuze artikelen. Hij had het pand in 1915 laten bouwen op een strook grond langs de Rijksstraatweg, die hij had aangekocht van Frans Schut. Kees bewoonde eerder aan de Rijksstraatweg een boerderij, die werd gesloopt om in 1920 plaats te maken voor de Augustinus- en Maria Gorettischool. In deze boerderij handelde hij ook reeds in religieuze artikelen.

Cornelis (Kees) Stuifbergen handelde in boeken, maar ook in religieuze artikelen.

Kees Stuifbergen was getrouwd met Trijntje Lute, een verbintenis die de aandacht trok, omdat dit het eerste huwelijk was dat werd gesloten na de opening van de nieuwe Pancratiuskerk in 1910. Dit voorrecht had Kees ongetwijfeld te danken aan zijn werkzaamheden als koster in de Pancratiuskerk en vandaar ook zijn bijnaam ‘Kees de Koster’. De boekhandel van Kees Stuifbergen genoot een grote bekendheid in Castricum. Niet alleen omdat de overwegend katholieke bevolking er zijn religieuze artikelen kon kopen, waarbij de ligging van de winkel tegenover de r.-k. kerk zeker een rol zal hebben gespeeld, maar ook om diverse nevenactiviteiten, waaronder het fungeren als postadres en het beheren van de r.-k. parochiebibliotheek, die eerder gevestigd was in café Beentjes.


Jaarboek 36, pagina 92

Interieurfoto van de boekhandel van Kees Stuifbergen jr. in 1963.
Interieurfoto van de boekhandel van Kees Stuifbergen jr. in 1963. Achter de toonbank Anna Stuifbergen – Winder.

Uit zijn huwelijk met Trijntje Lute werden in de periode 1911-1923 zeven kinderen geboren. Trijntje overleed in 1931. Kees Stuifbergen trouwde voor de tweede keer in 1941 met de 52-jarige Johanna Marjot. Hij overleed in 1949, waarna de boekhandel werd voortgezet door zijn zoon Cornelis Stuifbergen. Deze in 1923 geboren Kees jr., gehuwd met Anna Winder, hield de boekhandel nog tot 1964 in bedrijf. Misschien liep zijn handel niet meer zo goed, want hij vertrok nog in dat jaar naar Helvoirt, hoewel hij onder andere in advertenties nog de aandacht had getrokken met nieuwe activiteiten, zoals het verzorgen van klein drukwerk (visitekaartjes e.d.), de “aanname van advertenties voor alle kranten en tijdschriften” en de verkoop van koffers.

De Zaanse Molen (Dorpsstraat 96) in zijn beginperiode, als snackbar, met Annie Kortekaas achter het buffet.
De Zaanse Molen (Dorpsstraat 96) in zijn beginperiode, als snackbar, met Annie Kortekaas achter het ‘buffet’.

Het pand waarin de boekhandel was gevestigd, kreeg nu een geheel andere bestemming, want het werd een horeca-onderneming. De eerste exploitant die in dit verband wordt genoemd, is Johannes (Joop) van der Wardt. Hij begon er een soort snackbar onder de naam ‘De Zaanse Molen’, een naamgeving die waarschijnlijk te maken had met zijn komst in augustus 1964 vanuit Zaandam, waar hij uitbater was van restaurant ‘Het Kalf’. Hij nam in Castricum de omschakeling van boekhandel tot eetgelegenheid voortvarend ter hand door een verbouwing; er verscheen ook een molentje aan de voorgevel, ter illustratie van de naam.

Hetzelfde pand met een Zaanse molen aan de voorgevel, circa 1965.

In 1968 vond Joop van der Wardt het tijd voor een verdere uitbreiding van zijn activiteiten en werd de snackbar verbouwd tot een café-bar. Hierbij werden kosten nog moeite gespaard om het geheel een voorname en exclusieve uitstraling te geven.
De exploitatie van de bar werd voornamelijk een aangelegenheid van Rita Vergouw, de echtgenote van Joop, daarbij geassisteerd door barman John Brouwer. De 30-jarige horeca-ondernemer Henk Klardie kocht in 1973 het pand met toebehoren van Joop van der Wardt. Al in 1975 ging Klardie echter failliet en werd het pand geveild. Het kwam nu in handen van niet in Castricum woonachtige speculanten. In 1978 kwam er rond de bestemming meer duidelijkheid, als Johannes (Jan) en Silvia van Laar vanuit Amsterdam zich op Dorpsstraat 96 vestigden om er een restaurant te beginnen. Zij introduceerden de benaming ‘Le Moulin’, daarmee aangevende dat zij zich specialiseerden in de Franse keuken.
In oktober 1980 schreef het Nieuwsblad voor Castricum, naar aanleiding van het tweejarig bestaan van Le Moulin, een lovend artikel over het restaurant, maar nog hetzelfde jaar vertrok


Jaarboek 36, pagina 93

Silvia naar Haarlem en een jaar later verhuisde Jan van Laar naar Soest. Het restaurant werd enige tijd voortgezet door de uit Amsterdam afkomstige kok Francisco Gomez Munoz, die in 1986 naar Spanje vertrok en het restaurant verkocht aan Frans Glas, die Le Moulin tot de huidige dag met zijn zus Yvonne beheert. Het klasse restaurant voert een Bourgondische keuken en is bekroond met een Michelin Bib Gourmand (prijs/kwaliteitverhouding).

Rijwielhandel Bennes op Dorpsstraat 98 met etalage en in het woongedeelte een erker.
Rijwielhandel Bennes op Dorpsstraat 98 met etalage en in het woongedeelte een erker.

Dorpsstraat 98 (winkelpand, thans – in 2013 – woonhuis)

In 1922 vestigde zich de 55-jarige Pieter Gootjes in Castricum, waar hij omstreeks dat jaar een huis had laten bouwen op een stuk grond gelegen aan de Rijksstraatweg, gekocht van de eerdergenoemde Frans Schut. Gootjes kwam uit Alkmaar, waar hij onder andere als schoenhandelaar werkzaam was. Hij zette dit ambacht in Castricum voort onder de naam Noord-Brabantsche Schoenwinkel, hoewel de naamgeving niet slaat op zijn afkomst, want die lag in Heerhugowaard. De naam had ongetwijfeld te maken met het centrum van de Nederlandse schoen- en leerindustrie, toen nog gelegen in de Brabantse Langstraat.

1922: Advertentie van P. Gootjes.
1922: Advertentie van P. Gootjes.

Over de persoon Gootjes weten we weinig, behalve dat hij in de plaatselijke krant herhaaldelijk wordt genoemd als lid van de Castricumse Damclub. Pieter Gootjes overleed in februari 1945 in Zeist.
In 1934 vestigde zich op het adres Dorpsstraat 98 de 42-jarige Johannes Petrus Willems, die handelde in naaimachines en rijwielen. Hij kwam met zijn vrouw Cornelia Lach en tweejarige zoon Bernard uit Amsterdam. Hij was huurder van het pand, want dat stond te boek als eigendom van familie van Aafje Pereboom, de echtgenote van Pieter Gootjes.


Jaarboek 36, pagina 94

Het vrij plotselinge overlijden van Willems in november 1947 werd in de plaatselijke krant gememoreerd, waarbij speciaal aandacht werd geschonken aan zijn verdiensten in de periode van de bezettingstijd, toen vele landgenoten op zoek naar voedsel door Castricum trokken. Willems stond van de vroege ochtend tot de late avond klaar om de ‘doortrekkers’, die pech hadden met hun oude fietsen, handkarren en alles wat leek op een wagentje, te helpen door deze voertuigen te repareren.

Coenraad Bennes en echtgenote in hun fietsenzaak, circa 1954.
Coenraad Bennes en echtgenote in hun fietsenzaak, circa 1954.

Na zijn overlijden werd de rijwielzaak voortgezet door zijn weduwe. In mei 1948 deed vanuit Amsterdam Coenraad Bennes zijn intrede in Castricum. Het echtpaar Coenraad Bennes en Marie Altman hadden ruim 25 jaar hun rijwielzaak op Dorpsstraat 98.

Bennes bewoonde met zijn echtgenote (het echtpaar had geen kinderen) het betrekkelijk kleine voormalige winkelpand van Gootjes, dat voor de zich uitbreidende fietsenhandel met bromfietsen (Mobylette), fietskleding en allerhande fietsaccessoires op den duur onvoldoende ruimte bood. Vanaf omstreeks 1970 bracht hij dan ook een deel van zijn activiteiten onder in het voormalige winkelpand van manufacturier Bart van der Schaaf, aan de overkant van de straat, waartoe hij ook personeel in dienst nam. Sindsdien adverteerde hij in de plaatselijke krant met twee winkels, respectievelijk op Dorpsstraat 98 en 107. In zijn vrije tijd was Bennes een verwoed schaker, wat blijkt uit zijn jarenlange lidmaatschap van schaakvereniging Castricum, waar hij niet alleen als speler maar ook als wedstrijdcommissaris optrad. Coenraad Bennes overleed in 1974. Vanaf dat jaar fungeerde Dorpsstraat 98 als woonhuis voor zijn weduwe tot 1983, toen zij een woning betrok in De Boogaert.

Huidige woning Dorpsstraat 98, voorheen de winkel van Bennes, waar in de voormalige etalage wisselende uitstallingen zijn te zien.
Huidige woning Dorpsstraat 98, voorheen de winkel van Bennes, waar in de voormalige etalage wisselende uitstallingen zijn te zien.

Sindsdien is het woonhuis gebleven, al werd de etalage gehandhaafd en benut de huidige bewoner die voor allerlei ludieke uitstallingen.

Foto van enkele panden in de Dorpsstraat met in het midden het pand Dorpsstraat 100.
Foto van enkele panden in de Dorpsstraat met in het midden het pand Dorpsstraat 100.

Dorpsstraat 100 (woonhuis)

Dorpsstraat 100 is een vrij karakteristiek woonhuis en verkeert voor zover aan de hand van foto’s kan worden beoordeeld nog vrijwel in de oorspronkelijke staat. Wat vanaf de straat zichtbare, uiterlijke veranderingen betreft, vermeldt alleen het jaar 2002 de bouw van een overigens vrij volumineuze dakkapel in de zijgevel.

Het pand werd gebouwd door de fa. De Nijs in 1922 en kende als eerste eigenaar Haaije van der Brug, van beroep machinebankwerker en monteur. Een Fries, geboren in Drachten en kort voor zijn vestiging in Castricum in 1921 op 25-jarige leeftijd in Vriezenveen getrouwd met Hendrika Kokkelink. Voor zover bekend bleef het echtpaar kinderloos.
Haaije overleed in 1967. Zijn echtgenote bleef nog enkele jaren in het pand wonen. In 1969 vertrok zij naar Waddinxveen. Het huis kende sindsdien nog verschillende bewoners, onder anderen vrij langdurig het echtpaar Johannes Schut en Margaretha Timmer in de periode 1967 tot 1990 en daarna Ferdinand Baltus en Teunis Kriek.
Ook was er tot 2012 een financiële instelling onder de naam Luna Beheer B.V. Het pand werd in mei van dat jaar gekocht door Sjoerd Balk en Martine Schoonenberg en is weer als woning in gebruik.

Dorpsstraat 102: de kruidenierswinkel van Frans Glorie in 1923.
Dorpsstraat 102: de kruidenierswinkel van Frans Glorie in 1923.

Dorpsstraat 102 (winkelpand)

Veel Castricummers kennen het winkelpand Dorpsstraat 102 waarschijnlijk niet anders dan als het pand van Johan Bakker, die daar in 1983 zijn glashandel vestigde. Toch heeft dit pand een lange voorgeschiedenis, die niets te maken heeft met de huidige activiteiten. Een geschiedenis die terug gaat tot 1922, in welk jaar Frans Glorie vergunning kreeg tot de bouw van dit woon/winkelhuis aan de Rijksstraatweg om daar een jaar later zijn kruidenierszaak te openen. De toen 44-jarige Frans Glorie kwam van de overkant, waar hij reeds eerder met een kruidenierszaak was gevestigd op het latere adres Dorpsstraat 103 (zie 31e Jaarboek).

In 1913 was Frans Glorie gehuwd met Johanna Gijzen, uit welk huwelijk in Castricum zeven kinderen werden geboren. Hiervan ontpopte de in 1925 geboren Nicolaas zich evenals zijn vader als een Castricumse zakenman met zijn bedrijf Eierenglorie BV in de Schoolstraat, dat hij volgens de overlevering zou zijn begonnen achter het pand in de Dorpsstraat van zijn vader.

Met een onderbreking in de oorlog bestond de kruidenierszaak van Frans Glorie bijna 25 jaar tot 1947 en als we de eerdere loopbaan van Frans als kruidenier aan de overkant meerekenen, was hij ruim 40 jaar in het kruideniersvak actief. In 1948 gaf hij de pijp aan Maarten en verhuisde naar de Nuhout van der Veenstraat. Hij overleed in Castricum in 1962 op 82-jarige leeftijd.
Nog in 1948 vestigde zich vanuit de Haarlemmermeer op Dorpsstraat 102 Gerard Zwetsloot met een kruidenierszaak, nu aangeduid als ‘levensmiddelenbedrijf’. Gerard stamde uit een kruideniersfamilie en was een broer van Karel Zwetsloot, eigenaar van een drogisterij in onder andere winkelcentrum Geesterduin.
In 1952 stopte Gerard met zijn bedrijf en verkoos


Jaarboek 36, pagina 95

hij het beroep van vertegenwoordiger in de levensmiddelenhandel. Hij maakte plaats voor Engelbertus (Ber) Zonneveld die de meeste Castricummers zich zeker nog wel zullen herinneren, want hij was een lange periode op deze plek als kruidenier gevestigd.
Bij de start van zijn loopbaan als kruidenier was de in Castricum geboren Ber Zonneveld 25 jaar en toen nog kort getrouwd met Agatha Glorie, een dochter van Frans Glorie en Johanna Gijzen.

Ber Zonneveld en Agatha Glorie.
Ber Zonneveld en Agatha Glorie.

Het is aannemelijk dat hij door zijn huwelijk de kruidenierszaak, die waarschijnlijk nog steeds in bezit was van zijn schoonvader, kon overnemen en voortzetten. Hij trad toe tot de kruideniersorganisatie De Kroon.
Uit het huwelijk van Ber Zonneveld en Agatha Glorie werden in Castricum zeven kinderen geboren, waarvan geen zich geroepen voelde het kruideniersbedrijf voort te zetten. Toen Ber omstreeks 1965 wegens gezondheidsklachten zijn bedrijf moest opgeven, ging hij dan ook zijn winkel verhuren, hoewel hij nog wel in het pand bleef wonen. We komen huurders tegen die niets meer met het kruideniersbedrijf van doen hebben.

Foto van het pand Dorpsstraat 102.
Foto van het pand Dorpsstraat 102.

In 1966 betrof dat een kantoor van Onze Krant en vanaf september 1969 platenboetiek Diskotiek. Ber Zonneveld verhuisde in 1976 naar de Chopinstraat. De volgende eigenaar was Charles Grautman uit Alkmaar, die het pand in 1779 verkocht aan Bert Pieters, die er na een drastische verbouwing een kapperszaak begon. In 1980 opende hij er ook een schoonheidssalon. Zijn vrouw Antje Roukema zou over beide zaken de scepter hebben gezwaaid, maar dat heeft merkwaardig kort geduurd.


Jaarboek 36, pagina 96

In 1983 verscheen Johan Bakker ten tonele. Hij begon met zijn echtgenote Geertruida (Ida) Boots in mei van dat jaar een klein bedrijfje in isolatie- en glasmateriaal. Het bedrijf kende een aanzienlijke groei, wat in de loop der tijd verschillende aanpassingen van het pand tot gevolg had. Zo werd de glashandel verplaatst naar de Castricummer Werf, wat echtgenote Ida Bakker ruimte gaf om een lijstenmakerij te beginnen en zich te concentreren op de handel in artikelen voor de amateur- en beroepskunstenaar. Johan Bakker begon ook een handel in vuurwerk. Deze veranderingen hadden overigens opvallend weinig invloed op het uiterlijk van het pand aan de kant van de Dorpsstraat.

Doorkijk Dorpsstraat in 1983 met rechts Dorpsstraat 104.
Doorkijk Dorpsstraat in 1983 met rechts Dorpsstraat 104.

Dorpsstraat 104 (woonhuis)

In 1922 vestigde zich in Castricum de 25-jarige, in Limmen geboren, Maria Renkel. Zij kwam toen uit Boskoop, waar zij in het lager onderwijs werkzaam was geweest en zette nu haar carrière voort in Castricum als onderwijzeres aan de in 1920 gestichte r.-k. meisjesschool Maria Goretti. Die school maakte al snel onderdeel uit van de in hetzelfde jaar opgerichte St. Augustinusschool voor jon- gens en was gevestigd in het schoolgebouw naast de r.-k. kerk, dat in 1983 is afgebroken om plaats te maken voor een appartementencomplex.

Maria Renkel vroeg in 1924 vergunning voor de bouw van een woonhuis tegenover de school waar zij werkzaam was. De bouwvergunning werd in november 1924 verleend en in 1925 werd het woonhuis betrokken, niet alleen door Maria, maar ook door haar drie jaar jongere zuster Helena, die eveneens onderwijzeres was, eerst in Akersloot en vanaf 1925 aan de Maria Goretti-, later St. Augustinusschool.
De gezusters Renkel maakten lange tijd deel uit van het onderwijsteam. In december 1947 memoreerde het Nieuws- blad voor Castricum de dag dat de gezusters Renkel 25 jaar geleden werden benoemd aan de St. Augustinusschool. Verschillende Castricummers blijken bij het vragen naar herinneringen aan hun lagere schooltijd het toenmalig regiem op de meisjesschool als nogal streng te hebben ervaren. De gezusters Renkel komen wat dit betreft niet naar voren als de meest geliefde onderwijzeressen.

In ‘Herinneringen aan de meisjesschool 1951-1957’, gepubliceerd in 1995 ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de St. Augustinusschool, wordt over de dames Renkel opgemerkt:
Vooral voor de oudste hadden we een heilig ontzag. Het zien van de vijfde klas die achter fuffrouw Renkel de trap opliep en jezelf gelukkig prijzen dat je nog maar in de derde zat. Natuurlijk ontliep je je lot niet en wat was ze streng.”
In een artikel ‘Dorpsgenoten kijken terug op de 20e eeuw’ in het 23e Jaarboek merkt de geïnterviewde Gré Gijzen op:
“Ik zat ook op de Augustinusschool, de meisjesschool. Juffrouw Renkel had de eerste klas. De tweede juffrouw Renkel had de vijfde klas. Het waren nette dametjes, ze gaven goed les, maar ze waren heel streng. In de vijfde klas kregen we van een van hen zangles en moesten drie klassen bij elkaar komen. Vreselijke lol natuurlijk, met zijn drieën in de bank en de rest allemaal staan. Maar ze had de wind eronder.”
Maria Renkel verliet in 1971 het pand aan de Dorpsstraat – ze was toen 74 jaar – en ging wonen in Sans Souci. Waarschijnlijk geldt dit ook voor haar zuster.
De stelling dat de stress van het onderwijs de gezondheid aantast, vindt in de gezusters Renkel geen bevestiging. Maria en Helena Renkel overleden op de hoge leeftijd van respectievelijk 90 en 89 jaar in 1987 en 1989.

Foto met rechts het pand Dorpsstraat 104.
Foto met rechts het pand Dorpsstraat 104.

Na de periode Renkel bleef Dorpsstraat 104 een woonhuis. Het werd betrokken door Laurentius (Lots) Zonneveld, een hovenier werkzaam op Duin en Bosch en zijn echtgenote Maria Martens. Zij wonen er nog steeds. Maria Martens was een dochter van Wilhelmus Martens, die als bewoner van het hierna te bespreken pand ter sprake komt.


Jaarboek 36, pagina 97

Het pand Dorpsstraat 106 met nog de vrijwel oorspronkelijke voorgevel. Alleen de dakkapel is vergroot en de karakteristieke dakornamenten zijn verwijderd.
Het pand Dorpsstraat 106 met nog de vrijwel oorspronkelijke voorgevel. Alleen de dakkapel is vergroot en de karakteristieke dakornamenten zijn verwijderd.

Dorpsstraat 106 (woonhuis)

Dorpsstraat 106 is een karakteristiek en comfortabel woonhuis met twee verdiepingen, een diepe kelder, een grote tuin en als bijzonder kenmerk de twee erkers. Het werd gebouwd in 1926 door de fa. J. Res in opdracht van Henk Heideman, een destijds bekende Castricumse manufacturier op de hoek Dorpsstraat-Schoolstraat (zie 29e Jaarboek).
Heideman liet het pand bouwen voor zijn schoonmoeder, de weduwe Wilken – Velzeboer, die de woning in mei 1926 betrok. Zij verhuisde alweer eind december 1926 naar haar geboorteplaats Purmerend.
Mogelijk is daarna het pand enige tijd onbewoond geweest, want pas in april 1929 is de nieuwe bewoonster de 60-jarige Aagje Driessen – Igesz, weduwe van de in 1920 in Spanbroek overleden Dirk Driessen. Haar zoon Willem Driessen was kort na de oorlog in Castricum werkzaam als hoofd van de afdeling Sociale Zaken. Aagje vertrok in oktober 1942 naar Alkmaar, ongetwijfeld een door de bezetter gedwongen evacuatie. Na de oorlog zien we Aagje niet meer in Castricum terug. Zij overleed in 1948 in Haarlem.

In de periode 1944 tot 1952 woonden op Dorpsstraat 106 achtereenvolgens Hermanus Zomerdijk, die hier in de oorlog als gevolg van zijn gedwongen vertrek van de Duinkant terecht kwam en sinds 1948 Andreas van de Ven. In 1952 kwam het pand in handen van Wilhelmus Henricus (Wim) Martens, van oorsprong een Noord-Hollander, die na een lang verblijf in Limburg als bakker en kastelein met zijn echtgenote Geertruijda de Ruijter en een inmiddels kinderijk gezin, in onze provincie was teruggekeerd. Hij kocht het pand van Pieter Liefting, een in Castricum bekende leverancier van boter, kaas en eieren, die elders in de Dorpsstraat woonde. Liefting heeft het pand niet zelf bewoond.

Een bouwtekening toont de villa Dorpsstraat 106 in 1953, met rechts de in dat jaar gerealiseerde aanbouw.

Martens vroeg in 1953 vergunning voor de aanbouw van wat een verkooplokaal wordt genoemd, die nog hetzelfde jaar werd verleend. In de aanbouw begon hij een winkel in tweedehands goederen.

Wim Martens overleed op 31 augustus 1961. Zijn weduwe bleef nog lange tijd in het pand wonen, tot 1987 toen zij een woning betrok in De Santmark. Zij overleed in 1992. Het pand was inmiddels van de erven Martens gekocht door Henricus Jonker, bekend van de slagerij in Bakkum, die er met zijn echtgenote in 1988 zijn intrek nam.
Jonker stelde zich vanaf het begin ten doel het verwaarloosde pand te restaureren. De gerealiseerde restauratie omvatte onder andere het reliëf van de plafonds, herstel van de fraaie glas- en loodramen en van de schouw in de voorkamer. Al met al betekende dit een behoorlijke investering, waarvan Jonker zich wel eens afvroeg waaraan hij begonnen was.

Dorpsstraat 108 (woonhuis)

De woning Dorpsstraat 108 werd in 2009 door de makelaar aangeprezen als een ‘karakteristieke vrijstaande jaren 1930-woning op maar liefst 440 vierkante meter grond- en 115 vierkante meter woonoppervlak en een achtertuin van 30 meter diep’. Koper en nieuwe bewoner werd de in Alkmaar werkzame huisarts P.S. Visser.
Het pand kent overigens een vrij lange geschiedenis, die aanvangt met de bouw in 1934 in opdracht van de eerste bewoner, de toen 60-jarige Gijsbertus Overwater, afkomstig uit Amsterdam en volgens archiefgegevens ‘zonder beroep’. Met hem kwam ook zijn echtgenote Anna Brockhoff en hun zoon naar Castricum. In 1938 vertrok Overwater alweer vanuit Castricum naar Vinkeveen.
In hetzelfde jaar vestigde zich op Dorpsstraat 108 de sinds


Jaarboek 36, pagina 98

1932 in Castricum werkzame rijksveldwachter Jan Dijkstra. Hoewel niet lang in Castricum gestationneerd, wordt hij in de annalen niettemin geboekstaafd om zijn niet aflatende strijd, tezamen met zijn collega de veldwachter Koelewijn, tegen de stropers van wild in het duin. Vaak hield Dijkstra in het duin de wacht om stropers te betrappen, maar door zijn rokersgedrag was hij weinig succesvol en werd hij tijdig opgemerkt.

In september 1939 werd Dijkstra overgeplaatst naar Drenthe en werd de toen 60-jarige weduwe Aafje Kabel – Duijn de nieuwe bewoonster. Zij was de weduwe van de in 1933 in Castricum overleden Gerrit Kabel, een zeer bekende Castricummer, betrokken bij de bouw van vele panden in Castricum en wiens geschiedenis we kort hebben beschreven in het 26e Jaarboek.
Met de komst van Aafje Kabel bood het pand geruime tijd onderdak aan diverse leden van de familie Kabel. Vanaf 1948 was dat haar in 1921 in Castricum geboren dochter Catharina Geertruida (Tiny) Kabel, die vanwege haar betrokkenheid bij vele organisaties in Castricum een grote bekendheid genoot.

Het pand Dorpsstraat 108 in 2008.
Het pand Dorpsstraat 108 in 2008.

Een volledig overzicht van haar vele activiteiten zullen we hier niet geven, maar dat begon al kort na de oorlog (WO2), toen zij als vrijwilligster zeer actief was bij het Katholiek Thuisfront, een organisatie met betrekking tot de naar Nederlands Indië uitgezonden militairen. Later was zij onder andere medewerkster van Unicef, het Rode Kruis en in 1970 was zij betrokken bij de oprichting van verpleeghuis ‘De Hooghe Aert’. Ook deed zij veel werk voor de Pancratiuskerk en deed zij dienst op de ambulance van taxi Tervoort. Zij overleed in 2008.
Moeder Aafje Kabel verhuisde in 1964 naar Beverwijk. Zij maakte toen plaats voor haar zoon, de ongehuwde 50-jarige Johannes Kabel, een in Castricum bekende postbode. Hij overleed in 1971.

In 1973 vestigde zich in het pand de inmiddels bejaarde Maria Nederpelt – Res, tot dan woonachtig aan de overkant, Dorpsstraat 89, waar zij onder andere een corsetterie-speciaalzaak exploiteerde (zie het 31e Jaarboek). Nog in 1973 vroeg zij vergunning voor de verbouwing en de uitbreiding van het pand, waarin zij aanzienlijk investeerde, maar waarbij de voorgevel werd gespaard. In december 1985 vertrok Maria naar Bergen.
Al in januari van het jaar daarop kreeg het pand nieuwe bewoners, het echtpaar Antonius Schoorl en Johanna Baltus vanuit de Haarlemmermeer. Antonius Schoorl overleed in 1987, maar zijn echtgenote Johanna heeft het pand nog tot haar overlijden bewoond, waarna het in 2009, zoals in de inleiding vermeld, te koop werd gezet.

Wim Hespe

Bronnen:

Archieven:

  • Gemeente Castricum: archief Bouw- en Woningtoezicht en bewonerskaarten;
  • Noord-Hollands Archief Haarlem: kadastrale gegevens betreffende Castricum;
  • Regionaal Archief Alkmaar: burgerlijke stand, bevolkingsregisters, kadastrale gegevens, notariële akten;
  • Ÿ Werkgroep Oud-Castricum: fotoarchief, Nieuwsblad voor Castricum en De Castricummer, beschikbare nummers uit de periode 1925 tot heden.

Publicaties:

  • Ÿ Baltus, R. en P., De familie Baltus, 1410-1991, Schoorl 1992;
  • Mooy, J.G.W., Herinneringen aan de familie Mooy, 1848- 1945, eigen uitgave 1984;
  • Ruijter W. Jzn., Q. de: Schippers van het Stet, 1974;
  • Ÿ Vervoort, H.J., 75 jaar St. Augustinusschool Castricum 1920-1995.


Print Friendly, PDF & Email