Heemstede te Castricum (Jaarboek 09 1986 pg 22-24)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 9, pagina 22

 

Heemstede te Castricum

 

Heemstede te Castricum betekent eigenlijk gewoon woonplaats of domicilie te Castricum. Een andere betekenis van Heemstede is volgens het Middel-Nederlandsch Handwoordenboek de plaats, waar het gericht over bijzondere landsaangelegenheden gehouden wordt en ook de terechtzitting of rechtbank zelf. Heemstede is de naam van een zeer oude buurtschap van Castricum, gelegen tegen de grens met de gemeente Heemskerk aan de Maer- of de Korendijk. Genoeg aanleiding dus om te proberen wat meer inzicht te krijgen in de historie van dat ge- bied.

De Geest Heemstede

De stuwwallen en de strandwallen zijn de eerste gebieden in Noord-Holland geweest, die bewoond werden. Men vestigde zich voornamelijk op de randen van de hoge gronden en begon vandaar met de ontginning van het aangrenzende gebied. De akkers op de strandwallen, geesten genaamd, combineerde men met grasland gebruik in de lagere vochtige strandvlakten.
Bij de ontginning van de strandvlakten stuitte men op allerlei natuurlijke obstakels, als geulen, kreken en stroomwallen. Met de verkaveling en de waterhuishouding moest hierop worden ingespeeld. Hierdoor ontstond er een onregelmatig verkavelingspatroon, dat zo typerend is voor een groot deel van de polders in Kennemerland.

Gedeelte van de kaart van Beverwijk en omstreken anoniem Coll. Bodel Nijenhuis. Univ. bibl. Leiden. Op deze kaart uit ± 1650 springt de geest Heemstede aan de Korendijk er duidelijk uit.
afb. 1 Gedeelte van de kaart van Beverwijk en omstreken anoniem Coll. Bodel Nijenhuis. Univ. bibl. Leiden. Op deze kaart uit ± 1650 springt de geest Heemstede aan de Korendijk er duidelijk uit.

Heemstede is zo’n oude geest, van waaruit de ontginning van het omliggende gebied plaats vond. De naam Heemstede komt al vroeg voor in de geschriften, dank zij het feit dat graaf Dirk II een hoeve te “Heemstede” schonk aan de abdij van Egmond. De schenkingsakte dateert uit omstreeks het jaar 980.

De geest van Heemstede wordt omgeven aan de zuidzijde door de Korendijk, die weer aansluit op het in verlengde van de Korendijk gelegen Heemstederdijkje, aan de westzijde door de Heemstederweg, ook wel Schapenakker genoemd en aan de oostkant door de Buytendijk (zie afbeelding 1).
Tegenwoordig bestaat de geest grotendeels uit weidegebied, maar de bodem bestaat uit zandige stroomwalgrond. Het gebied ligt ongeveer 1 meter hoger als het omringde land.
De geest Heemstede en de noordelijker geesten Oosterbuurt en Noorteinde werden beschermd tegen het water, dat via de Die of D’ije opgestuwd kon worden, door een aaneengesloten bedijking, bestaande uit de Korendijk, Kerkedijk en Bogaardsdijk. Het gebied ten oosten van deze dijken was het z.g. “Buitendijks” land.
De Korendijk vanaf de binnenduinrand aansluitend op de geest Heemstede en het Heemsterdijkje, ligt op de oude grens tussen Castricum en Heemskerk.

Buurtschap Heemstede

Soms droegen de Graven voor bepaalde delen van hun gebied aan edelen een stukje bestuursmacht over. Aan het bezit van een dergelijke “heerlijkheid” waren allerlei voordelen verbonden.
De heren benoemden schout en schepenen en genoten een aandeel in de door hen opgelegde boetes.
Castricum telde vijf buurten: Kerkbuurt, Oosterbuurt, Heemstee, Noorteinde en Kleibroek. Per buurt werd een schepen benoemd. De schout met zijn vijf schepenen, geassisteerd door armmeester, kerkmeesters, molenmeesters en weesmeesters bestuurden het dorp.
In 1791 werd chirurgijn Jacob Drost schepen van de buurt Heemstede. Schout en schepenen vaardigden in 1782 een verordening uit, waarin de ingezetenen van Oosterbuurt en Heemstede verplicht werden om een deel van de oude Heerenweg vanaf de Korendijk, de Heemstederweg en verder alle overige binnenwegen in de Oosterbuurt gelegen gezamenlijk te onderhouden. De zorg voor de wegen op Heemstede komt ook tot uitdrukking in een keur (politieverordening) van Castricum. Een boete wordt gesteld van 42 Kennemer schellingen op overtreding van het verbod om met wagens, karren of andere rijtuigen buiten het karrespoor te rijden, anders dan om te passeren “op de laen, leggende op Heemstee”.
In de Oosterbuurt, Kronenburg en Heemstede stonden in 1857 30 huizen en 17 schuren. Op de geest Heemstede zelf hebben nooit meer dan 6 woningen gestaan. Binnen het gebied van de geest staan nu nog twee boerderijen, één aan de Kerkedijk en één aan de Korendijk. De boerderij aan de Kerkedijk heet nu “de Groene Klaver” maar heette vroeger net als de boerderij aan de Korendijk “Heemstede” (zie afbeelding 2)
Uit oude kaarten blijkt dat waar nu nog de boerderij Heemstede staat al vanaf de 17e eeuw bewoning is geweest. In 1732 woonde daar Cornelis Pieterz. Adrighem en in 1737 diens zoon Pieter Cornelisz. Adrighem. In laatstgenoemd jaar verkocht deze al-


Jaarboek 9, pagina 23

Schilderij van de oude boerderij Heemstede thans De Groene Klaver aan de Kerkedijk van Sijf Portegies. Deze boerderij ging in 1944 door toedoen van de Duitsers in vlammen op.
afb. 2 Schilderij van de oude boerderij Heemstede thans De Groene Klaver aan de Kerkedijk van Sijf Portegies. Deze boerderij ging in 1944 door toedoen van de Duitsers in vlammen op. Foto H.J.G. Heideman.

daar enig land en wel mede namens zijn zusters Antje, Agie en Willemijntje. Genoemde Agie was gehuwd met Gerrit van der Veer, die in 1765 daar nog woonde. Een stuk land aldaar gelegen werd “Agiebuurt” genoemd.
Van 1785 tot 1827 woonde daar de familie Van den Dam, daarna de familie Lans en vanaf 1859 tot nu toe de familie Kuijs.

Jaap Kuijs de Heer of Jaap Kuijs van Heemstede.
afb. 3 Jaap Kuijs de Heer of Jaap Kuijs van Heemstede.

Wat deze plaats altijd tot enige voornaamheid stempelde was, dat sedert de 17e eeuw tot in onze tijd, enkele van de bewoners steeds schepen, later wethouder van de gemeente Castricum waren. Zo was ook een voorvader van de tegenwoordige bewoner, lange jaren wethouder en loco-burgemeester “Jaap Kuijs de Heer” of “Jaap Kuijs van Heemstede”, zoals hij werd genoemd, leefde van 1837 tot 1916. (zie afbeelding 3)

De boerderij Heemstede (zie afbeelding 4) lag eigenlijk niet zo eenzaam aan de Korendijk als het nu wel lijkt. Volgens een kaart uit 1680 van ‘t Hoog-Heemraetschap van de Uytwaterende Sluysen in Kennemerlandt en de West Vrieslandt, liep van het huis Heemskerk of Marquette een voetpad naar Heemstede, dat men over een brug bereikte. Vandaar was het kasteel Kronenburg via de Heemstederweg zeer nabij. Bovendien zijn er aanwijzingen o.a. uit een akte betreffende een akkoord tussen de gemeenten Heemskerk en Uitgeest en het polderbestuur over het onderhoud van dijken, daterende uit 1577 dat Korendijk en Heemstederdijk een funktie hadden als verbinding tussen de postweg Haarlem-Alkmaar en Uitgeest. De oude boerderij Heemstede was met de voorzijde naar de Korendijk gericht en bij de familie Kuijs wordt nog verteld dat Jaap Kuijs de Heer bij menig marskramer bekend was, omdat hij door zijn gezondheidstoestand gedwongen nog al eens voor het raam naar buiten zat te kijken.

Schilderij van de oude boerderij Heemstede aan de Korendijk van Sijf Portegies.
afb. 4 Schilderij van de oude boerderij Heemstede aan de Korendijk van Sijf Portegies. Foto H.J.G. Heideman.

Plaats van de “Gemene Werf”

In zijn boek over de geschiedenis van Heemskerk noemt de oud-provinciaal archivaris mr. Groesbeek de mogelijkheid dat de naam Heemstede verband zou kunnen houden met Emeke de naamgever van Heemskerk.
Emeke of Emece zou de stichter zijn van een kapel, die later de parochiekerk van Heemskerk zou worden. Emeke zou zijn domicilie op de oude geest Heemstede (Emece-stede) te Castricum gehad kunnen hebben.
Tenslotte waren Castricum en Heemskerk vele eeuwen onder dezelfde “Heer” verenigd. Simon van Haerlem, stichter van “Het Huys te Castricum” (± 1250), later kasteel Kronenburg genoemd, was de eerste in een lange reeks.

Wij zijn begonnen met het noemen van een van de betekenissen van Heemstede de plaats waar het gericht over bijzondere landsaangelegenheden gehouden wordt. De heer Groesbeek koppelt aan een beschrijving van de betekenis van het Huldtoneel waar de huldiging van de Graven van Holland als Graven van Kennemerland plaatsvond, ook de vraag waar de plaats van


Jaarboek 9, pagina 24

“de werf” zou kunnen zijn, dat wil zeggen de plek waar de gezamenlijke dorpen van Kennemerland hun vergaderingen hielden. In mei 1359 vond een dergelijke bijeenkomst plaats. Er bestond ook een zegel van “die gemeen scepen van Kennemerland”, dat in ieder geval gebruikt werd om daarmee op 28 oktober 1307 een overeenkomst te bezegelen, die Willem van Haerlem met de buren van Castricum sloot.
In een brief van 11 april 1426 preciseert Gravin Jacoba, wie aan de gemene werf mogen deelnemen: in de eerste plaats Kennemerland, de West-Friese coggen, Edam en Zeevanck.
De heer Groesbeek constateert dat de kleine rechthuizen in de dorpen waarschijnlijk niet ingesteld zullen zijn geweest op dergelijke massale bijeenkomsten en vraagt zich af of het Huidtoneel ook hiervan de plaats was.
Het zou ook Heemstede kunnen zijn geweest. Geen twijfel daarover kent de schrijver W.J. Hofdijk in zijn boek “Ons voorgeslacht in zijn dagelijks leven geschilderd”, uitgegeven in 1875. Hij vertelt van een wandeling in de tijd van Karel de Grote vanaf Oud-Velsen. Na een beschrijving van het Huidtoneel komt de navolgende passage.

“Nogmaals een weinig verder, en thands weder ter rechterhand,
moogt ge ook wel een blik zijwaarts werpen. Daar ligt der
Kinheimeren mullum of heemstede, waar zij ten ding komen, en
waar de jaarlijkssche vergadering wordt gehouden naar oude
zede en recht.”

Toch daarmee is de vraag nog niet definitief beantwoord of Heemstede te Castricum nu betekent woonplaats of vergaderplaats.
Waarschijnlijk zal het raadsel wel nooit worden opgelost. Laat ons in ieder geval Heemstede en omgeving met zijn eeuwenoude verkavelingen als belangrijke erfenis uit het verleden zo goed mogelijk voor ons nageslacht bewaren.

N.A. Kaan

 
Bronnen o.a.

J.K. de Cock, Bijdrage tot de historische geografie van Kennemerland in de Middeleeuwen op fysisch-geografische grondslag, Arnhem 1980.
D. van Deelen, Historie van Castricum en Bakkum, Schoorl 1973.
J.W. Groesbeek, Heemskerk onderweg van verleden naar heden. Heemskerk 1978.
J. Hof, De abdij van Egmond van de aan- vang tot 1573, ‘s-Gravenhage – Haarlem 1973.
W.J. Hofdijk, Ons voorgeslacht.
J. Westenberg, Kennemer-dijkgeschiedenis, Amsterdam-Londen 1974.

Print Friendly, PDF & Email