Heideman, Henk (Jaarboek 39 2016 pg 44-46)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over personen: Asjes, AlbertBakker, ThijsBoreel van Hogelanden, JacobDeelen, Derk vanDekker, DirkGevers, FritsGinhoven van, HuibertHageman, ArieHeeck, CorHeideman, HenkHeimans EliHoberg, JanHurk, Gesina van derJacobi, Jan Willem – Jacobs-Wentink, Gré – Kieft, Pieter – Kortenoever, EldertKraakman, JacobKramer, MatthijsKrist, MeineLeenaers, HenriLommen, PietMooij, CorMooij, Geertje ten WoldeNuhout van der Veen, JoachimPeperkamp, CorPortegies, SijfQuack, Jan deRendorp, JacobRommel, AlbertSchotvanger, DirkStuyt, JanToepoel, LeoTulp, LideTwisk, EngelVeldt, KlaasVlaanderen-Boot, Tiny vanWeenen, Wub vanZaalberg, Hermanus


Jaarboek 39, pagina 44

Een praatje met verzamelaar Henk Heideman

In de (negentien)vijftiger jaren viel het oog van Henk Heideman op oude foto’s van Castricum die regelmatig in een regionale krant verschenen. Hij ging ze uitknippen en van lieverlee groeide zijn belangstelling voor het verleden van het dorp waar hij geboren en getogen was. Hij begon met ansichtkaarten en de volgende stap was het verzamelen van oude foto’s. Miste hij er een dan maakte hij hem zelf. Henk ontwikkelde zijn foto’s en drukte ze af. Inmiddels bezit hij duizenden beelden van het dorp en zijn inwoners.
Het hielp dat hij veel mensen kende. Zijn vader had een manufacturenzaak gehad in de Dorpsstraat. Zijn schooltijd bracht hij door op enkele honderden meters van zijn huis. Henk heeft vier prachtige fotoboeken uitgegeven en daar laat hij het verder bij. Zijn zoon John, die een studie maakt van de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog, neemt het stokje van zijn vader over.

Henk Heideman op zijn praatstoel.
Henk Heideman op zijn praatstoel.

De eerste twee fotoboeken gaan over de periode 1900- 1950. In 1986 volgde een boek over de buurt De Duinkant. Het laatste fotoboek ‘School- en jeugdherinneringen van Bakkum en Castricum (1940-1959)’ is tot stand gekomen na een reünie van de eerste en tweede klas van zijn lagere school, de Sint-Augustinusschool. Voor die gelegenheid had Henk een klaslokaal vol gehangen met foto’s. Dat bracht hem op het idee om er zijn vierde fotoboek van te maken. Hij heeft er wel vijf jaar over gedaan om alle namen te achterhalen, maar het is hem gelukt.

Manufacturenwinkel ‘De Zon’ van Hendrik Jan Heideman, gebouwd in 1909 op de hoek van de Dorpsstraat en de Schoolstraat.
Manufacturenwinkel ‘De Zon’ van Hendrik Jan Heideman, gebouwd in 1909 op de hoek van de Dorpsstraat en de Schoolstraat.

Henk werd geboren op 28 februari 1937 in de woning bij de manufacturenzaak ‘De Zon’ op de hoek van de Dorpsstraat en de Schoolstraat, waar nu de nieuwe meubelzaak van Huitinga staat. De meningen over dat gebouw zijn sterk verdeeld. Zijn grootvader Hendrik Jan Heideman, die uit Landsmeer kwam, heeft de eerste winkel in 1909 laten bouwen. Hij woonde er ook tot 1927. Daarna woonde hij aan de overkant van de Dorpsstraat in Hermana State, de voormalige praktijkwoning van dokter Schoonhoff, die hij in 1926 had gekocht. In de oorlogsjaren vertrok hij naar Bussum. Hermana State kwam in 1943 in handen van notaris Van Cranenburgh.

Henk’s vader Jan Hendrik trouwde in 1935 met Annie Twisk en nam de zaak toen van grootvader Hendrik Jan over. Jan heeft samen met zijn broer Gé een kajuitboot gebouwd, waar ze regelmatig mee gingen varen op het Uitgeestermeer. Ook Henk heeft nog veel plezier van de zeilboot gehad.
Midden in de oorlog moest de manufacturenwinkel plaats maken voor de viswinkel van Frans van der Ouw. Vader Heideman heeft toen nog een poosje vanuit de winkel van


Jaarboek 39, pagina 45

Peijs in Bakkum gewerkt. In 1946 keerde de familie in de Dorpsstraat terug en in 1955 werd de zaak verkocht. In Egmond aan Zee is Jan enkele jaren als woninginrichter actief geweest in samenwerking met Kees Apeldoorn uit Egmond-Binnen. Hij legde veel colovinyl, waarbij Henk hem heeft geholpen. Hij had het vak al op jonge leeftijd geleerd. In Heemskerk werd volop gebouwd en er was veel vraag naar moderne vloerbedekking. Pas later werd bekend dat er in het materiaal zelf en in de gebruikte lijm asbest zat.

Je hebt na het overlijden van je vader in 1957 bij je grootvader gewoond. Hoe kwam dat zo?

Na het overlijden van mijn vader vroeg mijn grootvader Twisk, aannemer van beroep, aan de Beverwijkerstraatweg, of zijn dochter, mijn moeder, bij hem de huishouding wilde doen. Mijn moeder vond dat goed, maar alleen als ik mee mocht komen. Ik was toen een jaar of twintig en behoorlijk eigenwijs. Opa: “Die boef wil ik niet in huis hebben”. “Dan kom ik niet”, zei mijn moederToen heeft opa toch maar eieren voor zijn geld gekozen.

Wat weet je nog van je jeugdjaren in de Dorpsstraat?

In 1941 ging ik naar de kleuterschool en in 1943 naar de lagere school. Het was midden in de oorlog. Er waren vriendjes zat om mee te spelen. We hadden een grote Duitse herder die achter het huis in een kennel verbleef. Mijn zuster heette Lida. Ze trouwde met Kees van Engel Zonneveld. Ze zijn naar Zuid-Afrika geëmigreerd en beiden zijn inmiddels overleden.
Ons kleine gezin was een uitzondering in Castricum, want de meeste gezinnen telden zes kinderen en meer. Er was dus een grote kleuterschool met vijf kleuterklassen met 30 tot 40 kinderen. Ik zie mezelf nog zitten in kleuterklas nummer 2. Ik ken nog heel wat plaatsgenoten uit mijn schooltijd.

Het duingebied was natuurlijk een prachtig terrein, waar we na de oorlog weer heerlijk konden spelen. Op een keer werden Theo en Sam de Rooij, Cor Beentjes en ik door een boswachter betrapt toen we in de duinen op een mijn stonden te springen. Wij dachten dat het een kistje met munitie was. Het bleek een anti-tankmijn te zijn die gelukkig niet ontplofte. In het gymnastieklokaal van de school werden we de volgende dag in aanwezigheid van alle leerlingen behoorlijk aangepakt.
In de vijfde klas van de lagere school las meester Vermeulen elke dag voor uit de boeken van Arendsoog, onder voorwaarde dat wij ‘s ochtends de kerk bezochten. We waren gek op die verhalen, zodat we vrij trouwe kerkbezoekers werden. Meester Vermeulen was er bijzonder trots op dat hij dat voor elkaar had gekregen.

Wat ging je na de lagere school doen?

Al in mijn schooljaren werd ik er door mijn vader op uitgestuurd om rekeningen te lopen. Vroeger werd er veel meer op de pof gekocht en dan moest je er achteraan om aan je geld te komen.
Op zondagochtend ging ik vaak met een stel vrienden biljarten bij Roozendaal. Het kerkbezoek, waar onze ouders vanuit gingen, schoot er dan bij in. Hans Beentjes, die op de Breedeweg woonde, werd nog eens door zijn vader betrapt. Dat pakte niet goed uit.
We hadden ook de gewoonte om na het stappen even langs te gaan bij de automatiek van Jacobs in de Dorpsstraat voor een karbonaadje. Nooit lekkerder karbonade gegeten.
Net als veel andere jongens heb ik ook nog een poosje bij Vitesse gevoetbald. Gerard Veldt, nu (in 2016) penningmeester van Oud-Castricum, was een geweldige keeper voor het elftal waarvan ik leider werd.. Plotseling had hij er geen zin meer in en wilde stoppen. Toen stelde ik voor dat hij als spil ging spelen. Dat heeft hij nog jaren heel goed gedaan. Zo heb ik veel leuke herinneringen aan mijn jonge jaren in het dorp.

De jongste zus van mijn moeder Alie Twisk was getrouwd met Cor Beentjes, bijgenaamd Zwarte Cor. Toen hij in 1954 Funadama heropende, heb ik daar ook meegeholpen. Ik had keukendienst en zorgde voor de kroketten en de bitterballen. Ik was toen toevallig thuis, want ik was koksmaat aan boord van de coaster Willem Barendsz. Het was een vrachtschip en niet de bekende walvisjager. We voeren meestal tussen Engeland en Nederland en vervoerden vooral kolen, die hier toen nog niet werden gedolven.

Henk in New York aan boord van de coaster ‘Stientje Mensinga’.
Henk in New York aan boord van de coaster ‘Stientje Mensinga’.

Hoe kwam het dat je zeeman bent geworden?

Na de lagere school heb ik een tijdje gewerkt bij groenteboer en tuinder Bertus Beentjes aan de Beverwijkerstraatweg. Ik heb ook bij twee bakkers in Amsterdam in de Kinkerstraat en aan het Damrak gewerkt en bij bakker Piet Res, de zoon van Gerrit Res, in de Dorpsstraat. Ik denk dat ik een jaar of 16 was toen ik naar de Maatschappij Nederland ben gestapt. Op grond van mijn ervaring in de bakkerij wilde ik wel graag als koksmaat werken. Mijn oom Gé Heideman was kapitein op een coaster van dezelfde maatschappij en het zeemansleven leek mij ook wel wat. Kapelaan Heemskerk, een vriend van mijn vader, heeft me geholpen. Hij was een beetje mijn kruiwagen. Ik heb ook


Jaarboek 39, pagina 46

nog geprobeerd op de koksschool te komen, net zoals een vriend Piet Portegies, maar dat ging niet door. Daarvoor moest je 18 jaar zijn.
Ik heb een paar jaar gevaren. Ik begon op het grote passagiersschip ‘Oranje’ en daarna heb ik op verschillende coasters gewerkt, onder andere op de ‘Stientje Mensinga’. Het zal eind jaren (negentien)vijftig zijn geweest dat ik met Pasen afmonsterde en voor mijn vader ging werken. Met mijn laatste schip is het niet goed afgelopen. In december 1961 liep het vast op de Ierse kust. Van de bemanningsleden zijn er 6 gered. De kapitein, de stuurman en twee machinisten kwamen om.
Na het overlijden van mijn vader in 1957 heeft mijn moeder het bedrijf zo’n beetje voortgezet. Ik heb nog de vloeren gelegd in het klooster Lioba in Egmond en kreeg een paar tientjes zakgeld in de week. Ik ben ook bij aannemer Apeldoorn gaan werken.
Toen de bouw wat inzakte, stapte ik over naar een tegelzetterij in Bergen. Dat heb ik heel wat jaren gedaan en tegelzetter was ook mijn laatste beroep. Het was geen gezond werk, want ik heb er problemen met mijn longen aan overgehouden.

Het gezin van Henk Heideman.
Het gezin van Henk Heideman. Henk en zijn echtgenote Meta Verhulst met hun kinderen v.l.n.r. John, Richard en Wilma.

Woon je sinds je huwelijk met Meta Verhulst al aan de Heereweg?

Ja, het is mijn eerste woning. Mijn moeder heeft het met financiële steun van mijn grootvader gekocht van Jan Zonneveld, vroeger bewoner van het Commissarishuis. Heel vroeger was het een bollenschuur. Daar is een woning van gemaakt en ik heb het zelf verder uitgebouwd en opgeknapt.
Ik ontmoette Meta op een van de zondagen toen we uitgingen in de Dorpsstraat. Zij woonde op de Beverwijkerstraatweg. Ze ging in Bakkum naar de School met de Bijbel. We trouwden op 11 september 1962. Dat we van huis uit een verschillend geloof hadden, speelde bij ons geen rol. Onze kinderen zijn niet katholiek opgevoed.

Hoe heb je die prachtige verzameling ansichtkaarten en foto’s opgebouwd?

Ik had contact met een verzamelaar in Amsterdam. Hij bewaarde alles voor mij wat hij over Castricum en Bakkum tegenkwam. Om de 14 dagen ging ik naar hem toe en zo ben ik aan veel spullen gekomen. Het hielp ook dat ik veel mensen kende. De mensen vonden het gezellig als ik langs kwam. De albums kwamen op tafel en ze wilden me graag helpen. Eerst had ik alleen belangstelling voor gebouwen en plaatsen, maar later interesseerde ik me ook voor familiefoto’s.
Iemand liet me eens een foto zien van een huis dat in de Duinkant gestaan had, de in de oorlogsjaren gesloopte buurt. Hij vertelde waar het precies stond en ik kreeg de foto zo maar mee. Langzamerhand bouwde ik een verzameling op van de panden in dat buurtje, waardoor ik er een heel fotoboek van heb kunnen maken.

Soms kwam je bij toeval iets tegen. Bij een achternicht in Egmond-Binnen zag ik aan de wand in de keuken een foto van een boerderij. Ik bekeek hem eens goed en zag dat het een boerderij aan de Bleumerweg in Bakkum moest zijn. Een prachtig mooie foto. “Neem maar mee”, zei ze. “Ik zal hem niet missen”.
Laatst kreeg ik nog een mooie foto van de Schoolstraat. Zo komt er heel af en toe nog iets bij. Ik heb ook wel eens foto’s gevonden in een container bij het bejaardencentrum. Als opa of oma is overleden, gooien sommigen alles weg.
Sinds kort heb ik een scootmobiel en nu kan ik er zelf weer eens op uit gaan.

Oud-Castricum waardeert het bijzonder dat je altijd bereid bent foto’s uit te lenen. Ben je niet bang dat we in elkaars vaarwater zitten?

Ik heb er geen problemen mee om mee te helpen aan de illustratie van verhalen in jullie mooie jaarboek. Het schrijven van verhalen is nu eenmaal niet mijn sterkste kant.

Je hebt nog genoeg materiaal. Is er kans op een vijfde fotoboek?

Ik denk niet dat er een nieuw fotoboek uitkomt. Mijn generatie en die van de nog ouderen neemt langzamerhand af. Er zijn er maar weinig over. Jongeren hebben hooguit belangstelling voor hun jeugdjaren en verder spelen ze met hun digitale wondertjes. Met muziek is het ook zo. De grootheden uit onze tijd worden vergeten. Ik was gek op Fats Domino, The Platters, Little Richard en Louis Armstrong. Net als mijn vader ben ik ook erg van Sinatra gaan houden. Meta en ik hebben een paar keer optredens van hem en ook samen met Sammy Davis jr. in Amerika meegemaakt. De tegenwoordige muziek spreekt mij niet meer aan. Tijden veranderen. Frank Sinatra zingt het zo mooi: “That’s Life”.

Niek Kaan

Print Friendly, PDF & Email