Herinneringen aan De Rustende Jager (Jaarboek 07 1984 pg 11-16)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over de Rustende Jager: archeologieherinneringenhistorie


Jaarboek 7, pagina 11

 

Herinneringen aan De Rustende Jager

 

Veel Castricummers betreuren nog altijd de sloop van De Rustende Jager. Sommigen omdat het sfeervolle gebouw zo helemaal bij hun beeld van de oude dorpskom past, anderen weer vanwege persoonlijke herinneringen aan bruiloften, vergaderingen, toneeldansavonden enz.

Een groot deel van de levensgeschiedenis van Maria Kuys, beter bekend als Zus Kuys is verweven met het wel en wee van De Rustende Jager Zij is geboren in 1906 drie jaar voor de nieuwbouw van De Rustende Jager. Zij woonde er tegenover in de Zaadhandel, het tegenwoordige Eethuysje en rijwielhandel. Haar vader was Piet Kuys groente- en fruitexporteur en ook enige jaren lid van de gemeenteraad, en haar moeder mevr G. Kuys-Piepers, het eerste vrouwelijk gemeenteraadslid. Zus Kuys heeft verschillende eigenaren van “De Rus” goed gekend en er vaak een handje geholpen. Later kwam ze in dienst van Libert Eggers jr.

Gevelsteen van De Rustende Jager.
Afbeelding 1 Gevelsteen van De Rustende Jager.

Als jong kind leerde zij De Rustende Jager al van boven tot onder kennen, spelende met de dochter van Jan Koopman die er kastelein was. Bij De Rustende Jager hoorde ook een stalhouderij; een taxibedrijf met echte paardekrachten. Zus Kuys weet zich nog goed te herinneren wat een feest het was als Teun de koetsier een goeie bui had en je mee mocht voor een ritje naar Duinenbosch. In de winter als er sneeuw lag werd de arreslee gebruikt en dat was helemaal een sprookje.

Omstreeks 15 jaar was Zus toen ze zo af en toe mee ging helpen in De Rustende Jager, samen met de andere buurmeisjes Trien Boddeke, Annie Peperkamp en Nelie Hoogland. Vooral de komst ieder jaar van kinderen uit de armste buurten van Amsterdam is haar goed bij gebleven. Zus Kuys: “Met een speciale trein kwam die enorme grote groep kinderen aan. Ze wandelden eerst naar de duinen, waar de hele dag gespeeld werd. Het was dan altijd mooi weer Aan het eind van de dag werden de kinderen verdeeld over alle hotels in Castricum en Bakkum voor het avondeten. Overal werd dezelfde maaltijd opgediend, aardappelen, worteltjes, een gehaktbal en een griesmeelpuddinkje met bessensap toe. Mijn vriendinnen en ik vonden het prachtig om mee te mogen helpen bij de bediening”.

Gevelsteen van De Rustende Jager.
Afbeelding 2 Gevelsteen van De Rustende Jager.
Advertentie in de eerste gids van de VVV 'Castricum Vooruit' ver- schenen in 1925.
Afbeelding 3 Advertentie in de eerste gids van de VVV ‘Castricum Vooruit’ verschenen in 1925.

Jaarboek 7, pagina 12

Voor De Rustende Jager werd de grote hoeveelheid gehaktballen gebraden aan de overkant van de straat, in de oven van bakkerij Hoogland, die op de plaats stond waar nu de foto-disco Spaan is gevestigd. Zus Kuys kan het zich voor de geest halen of het gisteren gebeurd is. Ze zegt: “Ik zie die magere bleke koppies nog voor me. Ze smulden van het feestmaal dat hun werd voorgezet. Maar sommigen waren zulk eten kennelijk niet gewend en werden er ziek van. Na afloop liepen de kinderen vanuit de hotels weer in lange rijen terug naar het station.

Ze zongen dan uit volle borst een lied met o.a. de tekst:
“Het is feest, het is feest,
Vacantie Kinderfeest,
om 7 uur naar bed,
en de wekker vroeg gezet.”

Voor het dorp en voor de café’s waren kermissen de hoogtijdagen van het jaar. Vóór 1928 werd de kermis gewoon op de ‘Rijksstraatweg’ de tegenwoordige Dorpsstraat gehouden. In het centrum van dat gebeuren stond toen De Rustende Jager. De draaimolen had daar zijn plaats. De palingkraam stond voor het huis van de familie Kuys en achter de school die naast het gemeentehuis stond, aan de Schoolstraat waren de schommelschuitjes. De kermissen verliepen toen nog minder rustig dan tegenwoordig. Zus Kuys: “Er gingen planken voor de ramen en dan gingen ze er nog wel eens dwars doorheen”. Vechtpartijen tussen Bakkummers en Casticummers waren niet ongewoon. De bewoners van de twee dorpen hadden een kijkje op elkaar en dat was op de lagere school al duidelijk merkbaar. Oud-wethouder Klaas Veldt weet b.v. dat voor de school begon de Bakkummers zich aan de ene kant van de speelplaats bij de school opstelden en de Castricummers aan de andere kant. Ze zagen elkaar toen bepaald nog niet als dorpsgenoten. Hoogtepunt van de jaarlijkse kermissen was het “Eerste Deuntje” op maandag, de tweede kermisdag. Niet één die er dan werkte behalve dan de kasteleins en hun personeel. Getrouwde kinderen kwamen van heinde en ver terug naar huis om het mee te vieren. Het hele jaar door werd ervoor gespaard. Ringsteken en draverijen behoorden vaak ook tot die feestelijkheden.

Gebeurtenissen waar ieder jaar ook weer naar werd uitgekeken waren de houtveilingen die altijd in De Rustende Jager werden gehouden. In het duingebied gekapt hout werd dan verkocht aan de boeren voor hekwerk of als brandhout o.a. aan de bakkers. Ook de hooiveilingen werden druk bezocht. Dan kon staand grasgewas gekocht worden door b.v. tuinders die wel een paar koeien maar geen grasland hadden. Ze moesten het gras zelf maaien en de voorwaarde was dat dat vóór 28 juni gebeurd moest zijn, zodat er nog tijd overbleef voor een 2e snede. Bij de veilingen mochten de bezoekers graag nog even blijven ‘nazitten’ d.w.z. tot “melkerstijd” dan. De hoogste bieders kregen een kwartje verteergeld, de z.g. plukkies. “Er werden dan weleens zoveel kwartjes opgedronken dat het niet mooi meer was”, vertelde eens de in 1979 overleden Henk Twisk bijgenaamd “de Beinzer”. “Voor nog geen kwartje kon je heel wat doen. Biljarten kostte 6 cent en als je dan drie borreltjes dronk was je die avond nog geen kwartje kwijt”.

De thans 83-jarige Klaas Veldt herinnert zich een van de laatste houtveilingen nog goed. “Er werd nog al eens ingebroken en toen tijdens de veiling opeens de sirene van de naastgelegen Boerenleenbank ging loeien, ontstond er wat beroering in de zaal. Rentmeester Vogelenzang rende naar de telefoon. Toen hij terugkwam deed hij plechtig mededeling van de geboorte van prinses Beatrix. Dat ook deze houtveiling weer erg goed slaagde zal niemand verbazen.

Zoals wel bekend is, had Castricum vroeger ook een veiling voor de tuinbouwprodukten, waarvan de aardbeien zeker genoemd mogen worden. ledere zaterdag was het uitbetalen in “De Rus”. De tuinders lieten zich die dag ook meteen knippen en scheren bij barbier Boddeke, de buurman van de fam. Kuys, die zijn zaak in het pand had waar nu optiek Bergman is gevestigd. In het café wachtten ze aangenaam verpozend op hun beurt.

Ook Gerard Kabel voormalig postbode en gemeentebode heeft zo zijn herinneringen aan De Rustende Jager Hij ziet nog voor zich dat Egmonders met wagens vol bramen op weg naar de conservenfabriek Dokter in Beverwijk kwamen opsteken in De Rustende Jager Ook hondekarren met soms wel 4 of 5 honden uit Egmond kwamen langs, op weg om vis te halen in IJmuiden. Heel bijzondere buitenlandse gasten had De Rustende Jager in 1928, toen er bezoekers van de Olympische Spelen logeerden.

Jhr F.A.G. Gevers geb. 2 september 1890 overleden 2 mei 1984.
Afbeelding 4 Jhr F.A.G. Gevers geb. 2 september 1890 overleden 2 mei 1984.
De bejaarden van Castricum vereeuwigd voor 'De Rus' en de doorrijstal. Libert Eggers sr. links op de foto steekt boven iedereen uit.
Afbeelding 5 De bejaarden van Castricum vereeuwigd voor ‘De Rus’ en de doorrijstal. Libert Eggers sr. links op de foto steekt boven iedereen uit.

Jaarboek 7 pagina 13

Grote drukte ook als er vroeger jachtpartijen waren in het Geversduin en de jagers na afloop in de Rustende Jager werden onthaald. Bij de verkoop van het duingebied door de familie Gevers werd bedongen dat jhr. F.A.G. Gevers er tot zijn dood toe zou mogen blijven wonen. Hij woonde eerst met een huis- houdster en later alleen in een houten huis nabij Kijk Uit. Ongetwijfeld vanwege de van oudsher bestaande band tussen de familie Gevers en De Rustende Jager gebruikte de jonkheer daar vanaf 1946 zijn middagmaal. Een bijzonderheid mag het wel genoemd worden dat zijn menu iedere dag hetzelfde was. Het bestond uit rijst, witlof en tartaar Ondanks pogingen daartoe wilde hij van geen andere gerechten weten. Na de sloop van De Rustende Jager werd jhr. Gevers de gast van hotel Komman. Op 2 mei 1984 overleed hij op 93-jarige leeftijd.

In 1926 beleefde Castricum de premiere van de door de Castricummer Wub van Weenen zelf geschreven en geregisseerde revue “En U”. De plaatselijke krant schreef er o.a. het volgende over: “De zaal van den Rustende Jager was stampvol. Na een openingswoord van de heer Van Weenen werd het scherm opgehaald en werd ons vertolkt het tafereel: Castricum voorheen en thans. Dit tafereel was schitterend. Eerstens al door de aankleding, maar vooral door het mooi spel dat de beide oudjes ons te genieten gaven. Vervolgens werd de Middenstand bezongen, de Bloemenexport, de Melkcontrole, de Bouw, de Hinderlijke Duinmuskieten en Castricum aan Zee. Vooral dit laatste tafereel, dat een hulde inhield aan het besluit van B. en W. en den raad voor het genomen besluit inzake algehele beharding van de Strandweg en voor het werken van “Castricum Vooruit” om Castricum te maken tot een Badplaats, was zeer aardig bedacht en werd zeer goed gespeeld”.
De revue werd een groot succes ondanks het verzet van de geestelijkheid tegen deze frivole gebeurtenissen. De kapelaan sprak vanaf het preekgestoelte zijn misnoegen over deze ontwikkelingen uit. Vooral het feit dat een gemengd gezelschap aan de uitvoeringen meewerkte en “bal na” waren voor de geestelijkheid in het begin kennelijk moeilijk te verteren zaken. De belangstelling was er zeker niet minder om. “En U” werd vijf maal in verschillende zalen in het dorp herhaald! Bij deze ene revue is het dan ook niet gebleven. Andere revues waren “Wat zeg je d’r nou van”, “Reclame” en “Simmi Harlie Lea”. Het is jammer dat de teksten van deze revues die vooral over plaatselijke gebeurtenissen gingen niet bewaard zijn gebleven. Wub van Weenen was een man met bijzondere kwaliteiten en hopelijk zal aan hem nog eens de rubriek “Wie was….” in ons jaarboekje gewijd kunnen worden.

Tafereel uit de revue, van links naar rechts de heer Berlee, Bets Rommel en Piet Vader.
Afbeelding 6 Tafereel uit de revue, van links naar rechts de heer Berlee, Bets Rommel en Piet Vader.

 

De medewerkers aan de revue 'Reclame'. De 7e persoon van links op de tweede rij is Wub van Weenen.
Afbeelding 7 De medewerkers aan de revue ‘Reclame’. De 7e persoon van links op de tweede rij is Wub van Weenen.

Jaarboek 7, pagina 14

Veel verenigingen maakten gebruik van De Rustende Jager maar het toneel werd kennelijk toch niet zo erg vaak gebruikt. Zus Kuys weet nog dat het toneel als kamer was verhuurd en de huurder bij uitvoeringen even plaats moest maken.

Na een periode tussen 1920 en 1928 waarin De Rustende Jager niet minder dan zes verschillende eigenaren had, kwam de zaak in handen van Libert Eggers, die er zo’n 22 jaar samen met zijn vrouw de scepter zwaaide. Libert was een imposante man met een grote bos wit haar. Hij was een echte charmeur en op de dansavonden in zijn ‘Rus’ mocht hij graag zelf meedoen. Zijn vrouw Johanna Cornelia Huyskens was, behalve iemand met veel zakelijk instinct, een uitstekende kokkin; vooral de Franse keuken was haar specialiteit. Na het overlijden van Libert sr. in 1950 nam Libert Eggers jr. samen met zijn vrouw Annie Schuchard de zaak over. Libert jr. is in 1974 overleden. Annie Eggers en Zus Kuys, die inmiddels een meer vast dienstverband was aangegaan, weten uit de tijd dat de familie Eggers de zaak leidde uiteraard veel te vertellen.

Libert Eggers jr. achter het buffet op de dag van het 25 jarig jubileum, 1 juni 1953.
Afbeelding 8 Libert Eggers jr. achter het buffet op de dag van het 25 jarig jubileum, 1 juni 1953.

In de tijd van Eggers Sr. traden vele Castricumse artiesten in de toneelzaal op, wiens namen de oudere inwoners zich nog wel zullen herinneren, zoals Wim Kuys en Jan Lieftinck met als arrangeur Arie Twisk, het al genoemde gezelschap van Wub van Weenen, de accordeonnisten Dirk van Antje en Gerrit Schermer en zanger Kees Pruis. Later het beroemde duo Hofman uit Amsterdam met levensliedjes begeleid door hun twee dochters. Eén van deze dochters heeft Castricum als woonplaats uitverkoren en geeft daar al vele jaren vioollessen: Jeane Wijbenga-Hofman. Zij heeft in De Rustende Jager weer haar leerlingen uitvoeringen gegeven. Ook vierden in De Rustende Jager Tholen en Van Lier en Daan Pool triomfen voor de toneelvereniging “Ons Genoegen”. Vele Castricummers herinneren zich waarschijnlijk nog de dansavonden op de woensdag, zaterdag- en zondagavonden. Menig huwelijk is daar uit voortgekomen. Het hotel bloeide op. De gasten logeerden er ieder jaar in de zomermaanden voor f. 7,50 per dag, hetgeen voor die tijd een stevige prijs was.

In 1939 werd de zaak in verband met de mobilisatie gevorderd door het Nederlandse leger. Op de hotelkamers werden onderofficieren ingekwartierd en in de danszaal kwamen korporaals en manschappen naast elkaar te liggen. Toen brak de oorlog uit en was “de Rus” ineens vol met Duitsers die van de zaal een keuken maakten. “Alleen voor Ariërs” kwam op de ramen van het café te staan …”

Het dansorkest de 'Casanova's'. De tweede links is zangeres An- nie Eggers. Tweede van rechts haar man Libert Eggers jr.
Afbeelding 9 Het dansorkest de ‘Casanova’s’. De tweede links is zangeres Annie Eggers. Tweede van rechts haar man Libert Eggers jr.

Na de oorlog moest de zaak weer helemaal opnieuw opgebouwd worden. De dansavonden kwamen terug en ook het hotel begon weer te draaien. De eerste gasten kwamen weer in de zomer van 1947. Hele families huurden soms het hotel, dat 20 gasten kon bevatten, af. Annie Eggers: “De eerste Duitsers kwamen in 1951 weer terug. Sommigen schuchter, anderen brutaal om hun vrouwen te laten zien waar ze in de oorlog geweest waren”. Als het mooi weer was werden de gasten zo vroeg mogelijk naar het bos of strand vervoerd. Om 12.30 uur werden de lunchpaketten gebracht of werd de lunch in het hotel gebruikt. Daarna werd begonnen met de voorbereidingen voor het avondeten.

Libert Eggers jr. was een zeer muzikaal mens en de dansavonden werden meestal begeleid door zijn eigen band de “Casanova’s. Uit de Zaanstreek, IJmuiden en Beverwijk trok de jeugd naar Castricum. Op zondagavond stonden de bezoekers buiten al te wachten voordat de zaal openging.

'Zus' Maria Kuys achter de tap van De Rustende Jager.
Afbeelding 10 ‘Zus’ Maria Kuys achter de tap van De Rustende Jager.

Jaarboek 7, pagina 15

Een rustig momentje in hun drukke bestaan. Zittend van links naar rechts Zus Kuys, Annie Eggers en Libert Eggers jr.
Afbeelding 11 Een rustig momentje in hun drukke bestaan. Zittend van links naar rechts Zus Kuys, Annie Eggers en Libert Eggers jr.

Zus Kuys stond achter het buffet en had veel plezier in haar werk. Kelner Frans Schut die dertig jaar in “De Rus” heeft gewerkt, kon de orde uitstekend bewaren. “Jammer dat ie weg ging” verzucht Zus Kuys nu nog, maar ook aan Willem Groot en Klaas Koper bewaart zij goede herinneringen. Libert Eggers jr. zorgde niet alleen door zijn muzikale talenten voor een bijzondere sfeer. Hij had meer dan 50 opgezette dieren verzameld die overal in café en zaal waren opgesteld. De gordijnen van het café waren ‘s avonds altijd open en op alle tafeltjes brandden kaarsen wat een heel gezellig gezicht was. Veel verenigingen hadden in “De Rus” hun domicilie, zoals de schaakclub, damclub, instituut voor arbeidersontwikkeling, schermvereniging, boksclub, bejaar- denvereniging, cabaretclubje enz. enz…

Op 1 juli 1953 vierde de familie Eggers het feit dat zij vijf en twintig jaar in De Rustende Jager gevestigd waren. Een kwart eeuw hard werken, waarin een bijzondere plaats binnen de dorpsgemeenschap was veroverd, was wel een herdenking waard. Grote belangstelling was er voor de receptie met thé-dansant. Meer dan zestig bloemstukken toverden de zaal om in een bloementuin.

Aan het eind van de jaren vijftig werd het onrustig in het dorp. Om erger te voorkomen besloot burgemeester Smeets muziekinstrumenten als trompet en slagwerk te verbieden. Alleen piano, viool en bas werden nog toegestaan. Alras werd Castricum het Violendorp genoemd. Na veel overleg met de burgemeester werden de maatregelen tenslotte weer versoepeld en kon Libert Eggers jr. zijn repertoire in weer wat losser en vrolijker klanken omzetten. Annie Eggers: “Gelukkig kwamen de danslustigen weer terug en werd het als vanouds weer vol, soms zo vol dat je er geen kat aan z’n staart door kon trekken. Maar dat was juist gezellig, hoe voller hoe leuker”.

In 1964 besloot Libert Eggers te stoppen. Het maar werken van de vroege ochtend tot de late avond begon hem toen teveel te worden. De Rustende Jager werd verkocht aan Jan Endstra. Ook toen bleef Zus Kuys assistentie verlenen. De familie Endstra heeft veel veranderingen in de zaak doorgevoerd, onder meer verdween het buffet en kwam er een bar in het café-gedeelte; een bar waar na afloop van menige raadsvergadering nog een stevig borreltje is gedronken en waarbij bleek dat er in de sluitingsuren nog wel enige rek kon zitten. Endstra legde het accent bij de exploitatie meer op het restaurantgebeuren en op bruiloften en partijen en schafte de wekelijkse dansavonden op den duur geheel af. “De Rus” had een volledige vergunning. Het verkopen van drank in het café was niet langer aanvaardbaar meer. Een gedeelte van het café werd daarom afgezonderd en ingericht als slijterij.

Zo brak dan het jaar 1974 aan, waarin de Rabo-bank z’n oog op het oude etablissement liet vallen. Pogingen werden nog in het werk gesteld om tenminste de karakteristieke gevel in het nieuwbouwplan te doen opnemen. Tenslotte kwam de volgende zakelijke mededeling van het bestuur: “Een gedegen onderzoek met behulp van onze architect en de bouwtechnische afdeling van de Centrale Bank heeft geleid tot de conclusie dat het pand “De Rustende Jager” niet op een verantwoorde manier is in te passen in de nieuwbouwplannen en besloten is een geheel nieuw bankgebouw te realiseren”. Daarmee was het vonnis geveld. In oktober 1976 deed de sloper zijn werk. Opnieuw was een stukje tastbare historie uit de oude dorpskern verdwenen.

N.A. Kaan


Jaarboek 7, pagina 16

De Rustende Jager

Er staat in de Dorpsstraat een stukje historie,
Van oudsher de kern en de “clou” en de glorie.
De postkoets vond standplaats, de paarden een stal.
Bij kermis: de boeren met deernen op ‘t bal.

Men pikt’ er een pintje, er werd wat gepraat,
Men rustte een wijle aan ‘t pad (nog geen straat)
En sprak over koetjes en kalfjes en meer.
De Rustende Jager had toen alreeds sfeer.

Nadien werd ‘t gehucht eerst een dorp en dan thans
Gaat levend de klop in een drifte cadans.
Maar wat er vervaagde, ‘t historisch café,
Dat staat er nog immer bij wel en bij wee

De gevel getuigt van haar aloud bestaan.
De Rustende Jager met lauw’ren belaan.
Vond oorsprong in de postkoets en trekschuitgetij.
Nu dendert de truck en de auto voorbij.

Nu davert door ‘t dorp het te snelle vervoer,
Van postkoets geen zweem meer, ‘t verkeer gaat nu stoer
In ‘n aantal cylinders voorbij als een flits.
De koplamp met ‘t flitsende licht als een gids.

Van d’aloude rust is hier niets meer bekend.
Geen paard dat men rustig en leidende ment.
De dood loert nu grijnzend op iedere hoek,
Ja, ‘t beeld van een eeuw her is werkelijk zoek.

Van postkoets tot motor, in wild-bonte rij.
Ging alles De Rustende Jager voorbij.
Maar ‘t huis overleefde het jachtig gewoel
Het klopt nu nog steeds met het eerstluidend doel.

Er staat in de Dorpsstraat een stukje historie,
Van oudsher de kern en de “clou” en de glorie.
Al zijn we gedekt door een zuil of een zerk.
Dan doen ze daarbinnen nog vrolijk hun werk.

 

Gedicht van A.W. van Kluijve geschreven omstreeks 1955. De heer Van Kluyve was de schrijver van vele gedichten die gedurende een reeks van jaren gepubliceerd werden in het Nieuwsblad voor Castricum. Hij werd geboren op 8 febr. 1896 en overleed op 19 december 1983.

Print Friendly, PDF & Email