Huzaren van Castricum (Jaarboek 36 2013 pg 84-85)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over de Slag bij Castricum: Franse tijd, Huzaren, oorlog.


Jaarboek 36, pagina 84

Dit schilderij hangt in het raadhuis van de gemeente Castricum. Het geeft een goed beeld van de hevigheid waarmee tijdens slag bij Castricum in 1799 gestreden werd. Het schilderij is gemaakt door Arnoldus Lamme (1771-1856).
Dit schilderij hangt in het raadhuis van de gemeente Castricum. Het geeft een goed beeld van de hevigheid waarmee tijdens slag bij Castricum in 1799 gestreden werd. Het schilderij is gemaakt door Arnoldus Lamme (1771-1856).

De Huzaren van Castricum

De ‘Oorlog van 1799’ in Noord Holland, die zijn einde kreeg op 6 oktober in Castricum, wordt ook wel ‘de Vergeten Oorlog’ genoemd. Het legeronderdeel dat uiteindelijk in deze oorlog de beslissende actie inzette, is diep in de vergetelheid geraakt. Het Bataafse regiment Huzaren is namelijk onlosmakelijk verbonden aan deze bizarre oorlog.

Toen de Engelsen op 27 augustus 1799 noordelijk van Callantsoog voet aan wal zetten, hield het regiment Huzaren onder leiding van kolonel François de Quaita zich op in de noordelijk provincies. Nog dezelfde dag ontving commandant Dumanceau, bevelhebber van Bataafse troepen, orders van generaal Brune om met een deel van zijn divisie naar Holland af te reizen voor ondersteuning.

Met zijn regiment Huzaren reisde kolonel De Quaita vanuit Groningen via Zwolle, Amsterdam naar Velsen om op 8 september neer te strijken in Heiloo, waar men tot 3 oktober zou verblijven. Naarmate de spanning op het strijdveld steeg, lieten de Huzaren zich steeds meer gelden.

In de ‘Slag bij Alkmaar’ op 2 oktober van dat jaar voerden troepen onder leiding van de Franse generaal Vandamme en zijn Engelse opponent Abercromby bij Egmond aan Zee fel strijd. Op een gegeven ogenblik werden tegen de avond de Franse strijders teruggedreven tot bij het dorp, maar ze wisten – gebruikmakend van de invallende duisternis – met succes een tegenaanval in te zetten, waarbij enkele kanonnen werden veroverd. Voordat de Fransen deze echter konden wegslepen, zochten de Engelsen opnieuw de aanval en wisten de kanonnen weer in bezit te krijgen.
Zij trachtten direct hierna door te drukken, maar het nu gearriveerde Bataafse Regiment Huzaren slaagde erin dit te voorkomen. Daarna hielden de gevechten, mede door de geheel ingevallen duisternis, voor deze dag op.

Ook op 4 oktober speelde de Huzaren een belangrijke rol. Tweehonderd Engelse lichte Dragonders ondernamen een verkenningstocht. Zij verrasten een Frans infanteriepiket en chargeerden stevig, waarna de Fransen in een penibele situatie terecht dreigden te komen. Hierop verscheen het eskadron Bataafse Huzaren, dat de Engelse formatie deed breken en de manschappen op de vlucht liet slaan.

Huzaar van de re-enactment groep. Foto J. Schermer.
Huzaar van de re-enactment groep. Foto J. Schermer.

Zondag 6 oktober 1799: de dag van de ‘Slag bij Castricum

Vroeg in de ochtend van de 6e oktober vielen al vele troepenbewegingen waar te nemen. Toen op de toppen van de duinen kolonel De Quaita waarnam dat minstens 200 Engelse dragonders zich gereed maakten om de Franse infanterie in de rug aan te vallen, twijfelde hij geen moment om met de 130 Huzaren, die hem terzijde stonden, de aanval te beletten. De Huzaren verrasten de dragonders en het lukte om ze te doen omkeren en te verspreiden.
Het was al tegen zeven uur ’s avonds toen de Frans-Bataafse troepen omsingeld dreigden te worden. Kolonel De Quaita had – mogelijk op eigen verzoek – nu van zijn meerdere, generaal Brune, de opdracht gekregen tijdens de strijd in te grijpen wanneer hij dat nodig achtte. Hij oordeelde de situatie met het terugtrekken van Frans-Bataafse eenheden zeer zorgelijk, vond dat het tijdstip van ingrijpen aangebroken was en werkte vlug een plan uit. Hij gaf de cavalerie opdracht te chargeren en sprak de manschappen krachtig toe met de historische woorden:
La Cavalerie charge ne tirez plus! En avant enfants de la patrie! Battés la charges, au bajonettes! Pas de charge!” (De cavalerie valt aan! Niet meer schieten! Naar voren, kinderen van het vaderland, sla de trom voor de bajonetaanval! Aanvalspas!).

Huzaar van de re-enactment groep. Foto J. Schermer.
Huzaar van de re-enactment groep. Foto J. Schermer.

Hij gaf de infanterie opdracht om te stoppen met vuren en de vijand met de bajonet aan te vallen. De aanval van de Huzaren werd ook ondersteund door Franse dragonders en jagers te paard. De Engelsen werden overdonderd, konden niet anders dan wijken voor de kracht van deze aanvalsgolf en trokken zich terug in de omgeving van Bakkum, terwijl de Russen tot over de Schulpvaart in Limmen teruggedreven werden. Hiermee was feitelijk de oorlog tot een einde gekomen.

De Huzaren van kolonel De Quaita kregen veel lof toegezwaaid. Zo deelde generaal Dumanceau enkele weken later op 1 november via een oorlogscorrespondent over het regiment mee:
Er heerst bij dit regiment een civismus (gemeenschapszin), een ijver en liefde tot de dienst, die alles overtreft en die volkomen beantwoordt aan de intelligentie van zijne waardige chefs.”

Met hun acties heeft het regiment Huzaren onder De Quaita vele successen gekend, maar de opmerkelijkste zo niet het grootste wapenfeit zal zijn geweest dat met één ervan een oorlog beslecht werd, waardoor het regiment de titel kreeg ‘De Huzaren van Castricum’. Een titel waarmee het Bataafse Regiment Huzaren van kolonel François de Quaita nog tot in lengte van jaren met het dorp Castricum verbonden zal zijn.


Jaarboek 36, pagina 85

De  Huzaren.
De  Huzaren.

François de Quaita

François de Quaita werd geboren te Keulen op 11 juni 1743 als Franciscus Maria Aloysius Barnabas, baron de Quaita.
Al op zijn 18e meldde hij zich voor het leger als cadet. Reeds drie jaar later had hij zich opgewerkt tot luitenant bij het Kurassiersregiment. Kurassiers waren zwaar bewapende cavaleriesoldaten te paard die een borstharnas (kuras) droegen. Zij waren op het slagveld de zwaarste eenheid, in taak en impact vergelijkbaar met de huidige tankdivisies.

Zijn voorliefde om in het leger met paarden op te trekken werd alleen maar sterker en met zijn regiment Huzaren haalde hij er tijdens de Bataafse Republiek (1795-1806) zijn grootste successen mee. Al bij de geboorte van de Bataafse Republiek werd hij door generaal van Boecop aanbevolen als kolonel en commandant van het regiment Huzaren:
“Een officier die vele anderen van zijne brigade in bekwaamheid overtreft.”

Eervol zijn de woorden die over hem aangehaald worden in het boek ‘Geschiedenis van het eerst opgerigte regiment Hollandsche Hussaren’ van J.W. Sypesteijn uit 1849.
Over het regiment in de Bataafse periode valt letterlijk te lezen:
De voortreffelijke geest die het bezielde, van het oogenblik dat het werd opgerigt (1795), tot den dag waarop het werd ontbonden (1812) en de roem waarmede het zich onophoudelijk overlaadde, geven reden te veronderstellen, dat eene voorbeeldige opleiding, door den Kolonel de Quaita en zijne officieren, aan dat regiment is gegeven geworden.

François de Quaita stelde zich veelal bescheiden op. In zijn verslagen schoof hij de eer altijd door naar hoger geplaatsten, zoals na de beslissende actie op 6 oktober:
“Ik kan alleen maar tevreden zijn over de leiding. De Officiers van mijn Regiment hebben deze dag stand gehouden en met name te noemen de Kapiteins Hibuber, Collaert, Vermeulen, Lechleitner en mijn twee Adjudanten die zich onderscheidden door hun houding, talent en moed.”

Generaal Brune was eveneens gecharmeerd van De Quaita’s Huzaren en nam het regiment later mee onder de troepen van Napoleon. Dit regiment nam onder andere deel aan de zogenaamde Winterveldtocht aan de Mainz, waar naar getuigenis van Franse aanvoerders:
De Bataafse afdeling zich roemrijk en met name in het gevecht bij Graffenberg (nabij Neurenberg) op 18 december 1800 onderscheidde.”

De Quaita ontving in 1807 drie Koninklijke onderscheidingen, werd op 18 juli 1803 bevorderd tot generaal-majoor en voerde in die rang het bevel over de Huzaren van Castricum in oktober 1806 bij de veldtocht in Pruisen.
Op 7 maart 1812 kreeg hij de onderscheiding ‘Ridder in de Orde van de Reünie van Frankrijk’.
De Quaita overleed in Maastricht op 20 mei 1817.

Paul Kuijper

1999: Onthulling van het monument van de Slag bij Castricum in 1799.
1999: Onthulling van het monument van de Slag bij Castricum in 1799.

Bronnen:

  • Alberts, A., De Huzaren van Castricum, een geschiedenis van de Nederlandse Republiek van 1780 tot 1800, Amsterdam 1973.
  • ŸDronkers, J.M.G.A., De generaals van het Koninkrijk Holland 1806-1810, 1968.
  • ŸMolhuysen, P.C. en P.J. Blok, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel 5, 1911-1937, Leiden.
  • Rapport Historique et topographique du colonel Quaita, commandant 1e regiment d’Hussard Batave, 1799.
  • Sypesteyn, J.W. van, Geschiedenis van het eerst opgerigte regiment Hollandsche hussaren, ’s-Gravenhage, 1849.


Print Friendly, PDF & Email