Lommen, burgemeester (Jaarboek 34 2011 pg 49-60)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over personen: Asjes, AlbertBakker, ThijsBoreel van Hogelanden, JacobDeelen, Derk vanDekker, DirkGevers, FritsGinhoven van, HuibertHageman, ArieHeeck, CorHeideman, HenkHeimans EliHoberg, JanHurk, Gesina van derJacobi, Jan Willem – Jacobs-Wentink, Gré – Kieft, Pieter – Kortenoever, EldertKraakman, JacobKramer, MatthijsKrist, MeineLeenaers, HenriLommen, PietMooij, CorMooij, Geertje ten WoldeNuhout van der Veen, JoachimPeperkamp, CorPortegies, SijfQuack, Jan deRendorp, JacobRommel, AlbertSchotvanger, DirkStuyt, JanToepoel, LeoTulp, LideTwisk, EngelVeldt, KlaasVlaanderen-Boot, Tiny vanWeenen, Wub vanZaalberg, Hermanus


Jaarboek 34, pagina 49

Wie was … burgemeester Lommen

Cornelia (Corry) van Geffen - Lommen met op schoot haar dochter Catharina Geertruida (Toos) van Geffen. Daarachter haar stiefmoeder Cateau Lommen-Sauveur en links haar broer Piet Lommen en de hond Castor. De foto dateert uit 1908, toen Piet Lommen 23 jaar was.
Cornelia (Corry) van Geffen – Lommen met op schoot haar dochter Catharina Geertruida (Toos) van Geffen. Daarachter haar stiefmoeder Cateau Lommen – Sauveur en links haar broer Piet Lommen en de hond Castor. De foto dateert uit 1908, toen Piet Lommen 23 jaar was.

Op 10 november 1936 overleed burgemeester Lommen op 51-jarige leeftijd. De kerkklokken luidden om zijn overlijden bekend te maken. De Castricummer Courant verscheen nog diezelfde dag met een extra editie.
De gemeenteraad kwam ‘s avonds in een bijzondere zitting bijeen als eerbetoon aan de overledene. De raadzaal was in een rouwzaal herschapen met zwarte draperieën en omfloerste lampen. Iedereen was zeer onder de indruk.
Voor de begrafenis op 13 november op het kerkhof bij de R.-K. Pancratiuskerk liep het hele dorp uit. De burgemeester was door zijn eenvoud en vriendelijkheid zeer geliefd. Castricum had een goede en sympathieke burgemeester verloren.

Heel wat jaren heb ik (red: schrijver Niek Kaan) in het raadhuis aan de Dorpsstraat gewerkt. Vanuit het raam zag je de oude kerk en her en der in het gebouw hingen oude foto’s en portretten. Heden en verleden liepen in elkaar over. Op zekere dag kwam er iemand binnen, die me vertelde dat hij de ‘vorige’ burgemeester nog had gekend. Dat zou dan burgemeester Smeets moeten zijn, dacht ik. Die was intussen al lang gepensioneerd. Nee, zei de man, ik bedoel burgemeester Lommen. De van een straatnaam bekende burgemeester die in 1936 was overleden. Toen realiseerde ik me dat zijn ambtsperiode nog niet zo heel ver achter ons lag en dat het een interessante tijd was in de geschiedenis van de gemeente. Kortom Lommen kwam op het lijstje van ooit nog eens te onderzoeken personen.

Wie was die man achter de ‘Burgemeester Lommenstraat’? Via internet zijn al veel gegevens te achterhalen. Piet Lommen is in 1885 in Tilburg geboren in een gerespecteerde katholieke fabrikantenfamilie. Vader Max en diens broer Leo vormen de directie van een vernis- en verfstoffenfabriek die in 1853 door hun grootvader is opgericht. Op zijn 12e jaar verhuist Piet samen met zijn oudere zuster Cornelia en hun ouders naar een statige woning aan de Groesbeekseweg in Nijmegen. In die stad zal hij het voortgezet onderwijs gevolgd hebben. Een zware slag overkomt het gezin als moeder Geertruida in augustus 1899 op 39-jarige leeftijd overlijdt als gevolg van brandwonden, die ze oploopt bij een ongeval.

Haar overlijden is een grote schok voor vele Tilburgers, zoals ook wel blijkt uit een krantenbericht over haar begrafenis.
“Meer dan bij andere gelegenheden maakte de lange stoet, die het lijk van het Tilburgse station naar de kerk van het Goirke begeleidde, een werkelijk triestige en somberen indruk. Een jong, schoon leven, in den vollen bloei geknakt en weggerukt door een rampzalig ongeluk. Was het daarom wonder, dat zoo talrijk velen de laatste eer wilden bewijzen, aan haar, die allen hoogachtten.”
De graven van Geertruida Lommen – Spigt en andere familieleden zijn nog steeds te vinden op de begraafplaats ‘t Goirke in Tilburg en worden als monumenten gewaardeerd en bewaard.

Vader Max hertrouwt een jaar later met Catharina (Cateau) Sauveur en zij neemt de zorg voor het gezin over. Ze krijgen in 1902 samen nog een zoontje, dat ook Max genoemd wordt. Het jongetje overlijdt nog voor het een half jaar oud is. Tragisch is dat vader Max enkele maanden later ook komt te overlijden, net als zijn eerste echtgenote op 39-jarige leeftijd. Het voor hem tweede huwelijk heeft nog geen drie jaar geduurd.

Piet en Cornelia moeten dus op 17- en 19-jarige leeftijd hun beide ouders missen. Cornelia gaat als eerste het huis uit en trouwt in 1905 in Rotterdam met de graanhandelaar Jacobus Julius van Geffen. Piet Lommen en zijn stiefmoeder Cateau zijn nu op elkaar aangewezen. Zij zou in zijn verdere leven een belangrijke rol spelen.


Jaarboek 34, pagina 50

Levensloop Petrus (Piet) Henricus Leo Josephus Lommen

10 september 1885 te Tilburg geboren (zijn zuster Cornelia op 28 februari 1884);
30 september 1897 verhuizing naar Nijmegen;
5 augustus 1899 moeder Geertruida Lommen-Spigt overleden;
26 september 1900 vader Max hertrouwt met Cateau Sauveur;
25 april 1903 Max Lommen overleden;
1905 Piet volontair secretarie gemeente Valburg;
1 november 1909 ambtenaar ter secretarie Valburg;
26 maart 1914 burgemeester van Ursem;
1 augustus 1918 burgemeester van Castricum;
10 maart 1919 legt de eerste steen voor de ambtswoning;
16 augustus 1919 huwelijk met Emma Maury (1897-1960);
1 februari 1931 viering 12,5 ambtsjubileum;
10 november 1936 overleden en begraven te Castricum (Emma overleed 4 november 1960 in Den Haag en is in hetzelfde graf begraven).

Voor de familie Lommen is het een bewogen tijd rond de overgang van de 19e naar de 20e eeuw. De verf- en vernisfabriek van de Gebr. Lommen wordt opgeheven. Na het overlijden van Max Lommen en het vertrek in 1908 van zijn broer naar Antwerpen is het snel gedaan met het bedrijf. Problemen met de aanvoer van grondstoffen als gevolg van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zullen de ondergang hebben bespoedigd.

Briefhoofd stoomfabriek.
Briefhoofd stoomfabriek.

De stoomfabriek van verfwaren en vernissen van de Gebroeders Lommen is opgericht in 1853 door de grootvader van Piet Lommen, Henri Lommen samen met zijn halfbroer Frans. In 1874 namen twee zoons van Henri de leiding over. Het waren de vader van Piet Lommen, Maximinus (Max) en zijn broer Leo. De firma verwierf in 1880 het recht om het predicaat hofleverancier te voeren. De fabriek is op enkele adressen in Tilburg gevestigd geweest. Vernissen werden gemaakt door het oplossen en uitsmelten van natuurgommen. Het gebeurde in het begin door verwarming van de grondstof in combinatie met lijnolie in koperen potten op open vuren. De fabriek draaide goed en had verschillende depots, onder andere in Hoorn.

Personeelsleden bleven lang in dienst. Zoals Willem de Rooij die in 1903 zijn 50-jarig jubileum bij het bedrijf en de familie vierde. Hij mocht een rijtoer door de stad maken en kreeg van de directeuren een gouden horloge en een pendule. Het kantoorpersoneel schonk hem een hanglamp en de werklieden gaven hem een mooie meerschuimen tabakspijp. Directeur Max Lommen (39) overleed in datzelfde jaar. Zijn broer vertrok met zijn tweede vrouw in 1908 naar België. Dat was het begin van het einde van de fabriek. Het gebouw staat er gedeeltelijk nog en is een bowlingcentrum geworden.

De nog jonge burgemeester Lommen van de gemeente Ursem.
De nog jonge burgemeester Lommen van de gemeente Ursem.

Naar Ursem

Piet Lommen kiest voor het openbaar bestuur. Hij wordt in 1905 volontair op het gemeentehuis van Valburg bij Nijmegen, tegenwoordig deel van de gemeente Overbetuwe. Salaris krijgt hij dan nog niet. Het kwam vaak voor dat aankomend ambtenaren voor hun opleiding moesten betalen en waarschijnlijk heeft hij die situatie ook ervaren. Hij raakt steeds meer thuis in de gemeenteadministratie en zal ongetwijfeld zijn diploma’s hebben behaald. Informatie daarover hebben we niet kunnen vinden. In 1909 ontstaat er een vacature in Valburg en per 1 november van dat jaar krijgt hij een officiële aanstelling als ambtenaar ter secretarie. Korte tijd later volgt ook zijn benoeming tot ambtenaar van de burgerlijke stand.


Jaarboek 34, pagina 51

Het is kennelijk de juiste weg naar het burgemeesterschap. Hij solliciteert en op 26 maart 1914 wordt Piet Lommen geïnstalleerd als burgemeester van de 1134 inwoners tellende gemeente Ursem. De provincie Noord-Holland, West-Friesland in het bijzonder, heeft hem misschien wel speciaal aangetrokken, omdat zijn moeder Geertruida Spigt in Medemblik is geboren.
De nieuwe burgemeester van Ursem is nog maar 29 jaar oud en nog steeds vrijgezel. Hij vindt een kosthuis bij schilder Willem Stroomer in het dorpje Rustenburg. Het karakteristieke huis met klokgevel, waarin hij woonde, is er nog steeds te bewonderen.
Natuurlijk bekijken de dorpelingen de jongeman uit het zuiden eerst wat afstandelijk; niet ongebruikelijk voor West-Friezen, maar Lommen weet de mensen door zijn vriendelijkheid al vlug voor zich in te nemen.

Een maand na zijn installatie zit hij voor het eerst van zijn leven een raadsvergadering voor. Een van de agendapunten is een discussie over de oprichting van een gemeentelijk elektriciteitsbedrijf, een onderwerp dat hem zijn hele carrière bezig zou houden. Ook komt in zijn ambtsperiode de vervanging van het raadhuis aan de orde. Lommen heeft een groot aandeel in de voorbereiding van het besluit om de leegstaande dokterswoning als raadhuis in gebruik te nemen.
Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog heeft Lommen in Ursem met veel problemen te maken, zoals de mobilisatie en de voedselschaarste.

Lommen doet het kennelijk zo goed dat hij al in 1918 wordt gepromoveerd naar de dan 4100 inwoners tellende gemeente Castricum. Veel lovende woorden vallen hem bij zijn afscheid ten deel vanuit de gemeenteraad van Ursem:
“Voor een ieder was U voorkomend en welwillend en had u steeds een vriendelijk woord. De algemene opvatting is, konden wij hem maar behouden. Wij hopen dat u dezelfde genegenheid in Castricum zult ondervinden. Het spijt ons dat u heengaat, toch wensen wij slechts datgene wat uw geluk kan bevorderen.”

Op 1 augustus 1918 wordt Piet Lommen enthousiast in Castricum ontvangen. Staande in de open koets de nieuwe burgemeester en zijn stiefmoeder Cateau Lommen - Sauveur. Door zijn martiale uniform en lange baard is ook veldwachter Koelewijn goed herkenbaar.
Op 1 augustus 1918 wordt Piet Lommen enthousiast in Castricum ontvangen. Staande in de open koets de nieuwe burgemeester en zijn stiefmoeder Cateau Lommen – Sauveur. Door zijn martiale uniform en lange baard is ook veldwachter Koelewijn goed herkenbaar.

Warm welkom in Castricum

In Castricum wacht hem op 1 augustus 1918 een grootse ontvangst. Zijn stiefmoeder Cateau Lommen – Sauveur vergezelt hem. Ze worden bij de gemeentegrens opgewacht door leden van de gemeenteraad en notabelen als pastoor Engering, dominee Poelgeest en dokter Schoonhoff. In een open koets gaat de tocht vervolgens verder naar het raadhuis. Schoolkinderen staan langs de Dorpsstraat en zwaaien enthousiast met vlaggetjes. De fanfare draagt bij aan een feestelijke sfeer. Castricum presenteert zich op zijn best.
In zijn eerste toespraak dankt Lommen voor de hartelijke verwelkoming. Hij belooft zijn taak uit te oefenen zonder daarbij onderscheid te maken tussen politieke of godsdienstige gezindte.

Burgemeester Lommen en zijn stiefmoeder staande voor het bordes van het raadhuis.
Burgemeester Lommen en zijn stiefmoeder staande voor het bordes van het raadhuis.

Er is genoeg te doen in de gemeente. De enige (openbare) lagere school naast het gemeentehuis puilt uit. Er moeten


Jaarboek 34, pagina 52

zelfs klassen gebruik maken van café Van Benthem. De stoomtram perst zich nog door de Dorpsstraat. Er is geen waterleiding en er is sprake van distributie van levensmiddelen. Er zijn veel onverharde of slechts met sintels verharde wegen, er is geen riolering, nauwelijks elektriciteit en geen vuilnisophaaldienst. Straatverlichting is zeldzaam. In het slootje langs de Dorpsstraat voor de woningen van notaris Stuyt en de directeur van de zuivelfabriek kan je nog kikkers vangen. Aan tuberculose sterven in 1919 veertien inwoners en tientallen dorpelingen worden verpleegd in sanatoria of in ligtenten op het eigen erf.

Rechts de ambtswoning en de daarnaast gebouwde witte villa’s, die de namen Solana, Eduarda, Jacoba en Flora kregen. Toen kapitein Rommel de villa Solana betrok, werd die omgedoopt in Toba; het eerste schip waarop hij kapitein werd.
Rechts de ambtswoning en de daarnaast gebouwde witte villa’s, die de namen Solana, Eduarda, Jacoba en Flora kregen. Toen kapitein Rommel de villa Solana betrok, werd die omgedoopt in Toba; het eerste schip waarop hij kapitein werd.

De ambtswoning

De gemeente heeft geen woning voor de nieuwe burgemeester. Zijn voorganger, de in Castricum geboren en getogen landbouwer Johannes Mooij, had in de Dorpsstraat een eigen huis. Lommen gaat dus net als in Ursem op kamers wonen. Al snel geeft hij te kennen dat hij trouwplannen heeft en dus een woning nodig heeft. Een ambtswoning wordt een goede investering geacht en in oktober 1918 besluit de raad tot de bouw van een representatieve villa op een terrein tegenover het station. Aannemer J. Weel verwerft de opdracht voor 20.420 gulden. De eindafrekening zou uiteindelijk een bedrag laten zien van 27.223 gulden. Het is in Castricum het eerste huis dat voorzien is van elektriciteit.

De eerste steen van de ambtswoning aan de Stationsweg.
De eerste steen van de ambtswoning aan de Stationsweg.

Burgemeester Lommen legt op 10 maart 1919 de eerste steen. Op 16 augustus van hetzelfde jaar trouwt hij in Den Haag met de 22-jarige Emma Françoise Rosabel Marie Maury. Ze is 12 jaar jonger dan haar man en dochter van een bankier en commissionair in effecten. Nog voor ze vertrekken voor een korte huwelijksreis, plaatst Lommen een advertentie in een regionaal blad, waarin hij sollicitanten oproept voor een ‘R.K. dienstbode goed kunnende koken’. Emma zou zich helemaal kunnen wijden aan haar taak als burgemeestersvrouw.
In verband met de terugkomst van de huwelijksreis van het jonge paar, worden in het dorp feestelijkheden op touw gezet. Een comité van vooraanstaande burgers krijgt 200 gulden van de gemeenteraad voor de organisatie. Daarnaast wordt de jaarlijks kermis vervroegd. De Castricumse gemeenschap zorgt voor een warm welkom.

De stiefmoeder van de burgemeester gaat ook in het dorp wonen. Ze betrekt in 1925 een nieuwe woning in de Burgemeester Mooijstraat, naast het postkantoor op de hoek met Geelvinckstraat. De ijssalon van Bank Beentjes was er later gevestigd en nu (in 2011) is er printerinkt te koop. Coba Brandjes, die nog steeds in de Burgemeester Mooijstraat woont, liep vroeger vaak langs het huis. Toen lag er nog een kleine tuin voor.
“Als je naar binnen keek zag je hoe mooi de meubels allemaal glommen. Mevrouw was een deftige dame: het was net koningin Wilhelmina.”
Zij ziet haar nog op zondagochtend in de auto stappen als het burgemeestersechtpaar haar kwam ophalen om naar de kerk te gaan.
“Het was de elite van het dorp. We keken erg op tegen die mensen.”

Emma Lommen – Maury en ‘de Weensche kinderen’

Emmy, zoals ze meestal wordt genoemd in plaats van Emma, komt uit Den Haag in een voor haar vreemd dorpje terecht. Ze is opgeleid als onderwijzeres, een beroep dat je als gehuwde vrouw niet kon uitoefenen. Ze doet haar best om vertrouwd te raken met de dorpsgemeenschap. De stiefmoeder van haar man steunt haar zoveel mogelijk. Kinderen zou het echtpaar niet krijgen.

Sociaal werk ligt de burgemeestersvrouw na aan het hart en er dient zich al vlug een mooie taak aan. Direct na de Eerste Wereldoorlog is er hongersnood in Oostenrijk en Hongarije. Veel kinderen uit Wenen en Boedapest lijden daaronder. Vanaf 1919 worden duizenden kinderen voor een paar maanden naar Nederland gehaald om aan te sterken. Een plaatselijke afdeling van het R.-K. Huisvestingscomité met mevrouw Lommen – Maury als ‘presidente’ komt in Castricum in actie. Vooral Weense kinderen worden hier opgevangen en zo goed mogelijk verzorgd. Sommige bevalt het zo goed dat ze bij hun pleegouders blijven. Zo komt het dat hier nog steeds enkele van oorsprong Oostenrijkse families wonen (De Amsterdamse


Jaarboek 34, pagina 53

Miep Gies, die de familie van Anne Frank hielp onderduiken, is wel een van de bekendste ‘Wienerferienkinder’ – red: Weense vakantie kinderen). Burgemeester Lommen krijgt een eremedaille van het Oostenrijkse Rode Kruis voor de gastvrijheid die de kinderen in de gemeente hebben ondervonden.

Emma Lommen - Maury (1897-1960).
Emma Lommen – Maury (1897-1960).

Mevrouw Lommen is al enkele jaren voorzitter van de plaatselijke afdeling van de R.-K. Vrouwenbond als ze in april 1923 wordt gekozen in het bondsbestuur in het bisdom Haarlem. Ook in die organisatie is ze heel actief. Samen met de dames Aukes en Leenaers organiseert ze een inzameling voor de oprichting van een grafmonument bij de dorpskerk voor verloskundige juffrouw Vahl, die op 31 juli 1931 door een aanrijding met de tram van het ziekenhuis Duin en Bosch om het leven is gekomen. Het tijdens een plechtige bijeenkomst onthulde monument, een gebroken zuil, staat op het noordelijk deel van de begraafplaats bij de dorpskerk. Op de voet staat de tekst: ‘Deze steen werd haar geschonken door de vrouwen van Castricum’.

Piet Ooms en de kat van mevrouw Lommen

Dienstbode Geert de Graaf ontdekte een keer dat de kat van de burgemeester had gepoept op het bed van het echtpaar. Zij zei tegen mevrouw Lommen dat ze het één keer zou opruimen, maar dat de kat echt weg moest als het nog eens zou gebeuren. Het gebeurde toch weer en Geert besloot Piet Ooms te laten komen. Piet handelde onder andere in dierenhuidjes.
Hij kwam aan de deur en de kat werd gelokt. Mevrouw Lommen kwam vragen wat er aan de hand was. Ze zag tot haar schrik de kat in de handen van Piet Ooms en riep: “Hier met dat beest.” Piet reikte haar het dier aan, maar de levensgeesten waren al geweken. Volgens de overlevering viel mevrouw Lommen flauw in de gang. Geert de Graaf was vast een goede dienstbode, want ze heeft er nog lang gewerkt.

Notabelen

Thomas (Tom) Stuyt (93), zoon van notaris Stuyt, herinnert zich ‘oom Piet en tante Emmy’ nog heel goed. Oom Piet zag hij als een bedachtzame, rustige man en tante Emmy, die het goed met zijn moeder kon vinden, was een ‘levenslustige Haagsche tante’. Het burgemeestersechtpaar en ook dokter Schoonhoff, dokter Leenaers en zijn vrouw, pastoor Engering en mevrouw Benders, echtgenote van de directeur van Duin en Bosch, komen vaak bij Tom’s ouders op bezoek voor een praatje en een glaasje.

De notabelen hebben zo hun eigen kringetje. Tussen de leefwereld van de autochtone hardwerkende arme dorpelingen en die van de notabelen zit een wereld van verschil die moeilijk overbrugd kan worden. Ze blijven feitelijk vreemdelingen in het dorp en dat geldt ook voor de kinderen. Tom Stuyt verbaast zich erover dat de dorpsjongens altijd op klompen lopen. Zijn vader legt hem uit dat ze vaak door de modder moeten baggeren en voegt eraan toe: “Ze hebben trouwens geen geld om schoenen te kopen.” Zijn ouders merken dat hij erg ‘boers’ begint te praten. Vooral zijn moeder is bezorgd over het ‘verwerpelijke’ dialect dat hij snel oppikt. Tom’s onderwijs baart ook zorgen. Als het ‘plukkerstijd’ is in juni, moeten de kinderen aan het werk op de akkers van hun vaders om bonen en aardbeien te plukken en krijgen ze vrij van school. Zo kan het niet langer. Tom wordt na het vierde leerjaar van de katholieke dorpsschool gehaald en naar een internaat in Amersfoort gestuurd, waar voor hem een ander leven begint.

Lommen in de slag met de gemeenteraad

Net als in Ursem wachten de gemeenteraadsleden van Castricum eerst eens af wat voor vlees ze in de kuip hebben. Ze moeten wennen aan de nieuwe man, die in tegenstelling tot oud-burgemeester Mooij niet als een van hen wordt beschouwd. Lommen wordt op vele manieren op de proef gesteld.
Het voorstel om het secretariepersoneel van twee naar drie vaste ambtenaren uit te breiden, wordt kort na zijn aantreden al afgestemd. Een tijdelijk ambtenaar vindt de raad wel mooi genoeg. Uiteindelijk lukt het Lommen toch om de raad te overtuigen.
De oude raadsleden verzetten zich tegen alles wat ze beschouwen als nieuwlichterij. “We zullen die Lommen wel klein krijgen.”

De samenstelling van de raad begint wel te veranderen. Voor 1919 bestond er nog een financiële drempel om te mogen stemmen, maar in dat jaar wordt het algemeen kiesrecht ingevoerd. De raad bestaat dan uit vijf leden van de Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP), en de combinatie CHU-ARP en de SDAP hebben ieder een zetel. De overwegend rooms-katholieke bevolking stemt natuurlijk vooral op de kandidaten van de RKSP, maar behalve katholieke raadsleden met een agrarische achtergrond worden ook twee verplegers van Duin en Bosch en een kantoorbediende in de raad gekozen.


Jaarboek 34, pagina 54

Installatie van burgemeester Lommen.
Installatie van burgemeester Lommen. Zittend van links naar rechts: Piet Kuijs (raadslid), Hendrik Oostveen (gemeentesecretaris), Kees Spaansen (raadslid), mevrouw Lommen (stiefmoeder burgemeester), burgemeester Lommen en de raadsleden Piet Valkering, Gerrit Kuijs, Gerrit Louter, Piet Twisk. Staand van links naar rechts: dominee Van Poelgeest, oud-wethouder Joseph Goes, oud-burgemeester Jan Mooij, een familielid van burgemeester Lommen, mevrouw Van Benthem, Herman van Benthem en nog een familielid van de burgemeester.

Bij de installatie van de raad op 2 september 1919 spreekt de burgemeester zijn vreugde uit over de evenredige vertegenwoordiging van alle inwoners. Hij bindt de raadsleden op het hart steeds zaken van personen te scheiden. Het zal hem zijn tegengevallen dat de raad niet zo meegaand is en regelmatig de hakken in het zand zet. De oorspronkelijke Castricummers en Bakkummers kunnen het maar moeilijk zetten, dat nieuwe, niet-katholieke inwoners in de gemeentehuishouding een woordje meespreken en daardoor is de raad vaak verdeeld in twee kampen
Ook speelt nog het verschil tussen Bakkummers en Castricummers. Zoals raadslid Aukes eens zei: “Er heerscht nog maar steeds het idee dat het twee soorten menschen zijn.” Lommen kan zich best voorstellen dat het de hier geboren en getogen raadsleden moeite kost om zich aan te passen aan de zich snel wijzigende omstandigheden, maar hij houdt de raad steeds voor dat iedereen onontkoombaar met de tijd mee moet gaan. Hij hamert er vaak op dat raadsleden het gemeentebelang hebben te dienen en zich niet moeten laten leiden door privé-belangen.

De R.-K. Geitenfokvereniging Castricum in 1920. Menig Castricummer is nog met geitenmelk groot gebracht.
De R.-K. Geitenfokvereniging Castricum in 1920. Menig Castricummer is nog met geitenmelk groot gebracht. Achter de tafel zitten Zonneveld, geestelijk adviseur kapelaan Leesberg, burgemeester Lommen, Jan Zonneveld en Willem Schermer.

Verzuiling

Meer dan 80% van de inwoners is katholiek en de geestelijkheid heeft grote invloed. Gemengde verkering (red: katholiek met protestant) is hoogst bedenkelijk. Katholieken moeten ‘roomsch’ in alles zijn. De gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs in 1917 is een belangrijke stap. Nu hoeven katholieken helemaal nauwelijks meer buiten de eigen kring te komen. Op allerlei gebied worden katholieke organisaties opgericht; van R.K. Middenstandsvereniging en R.K. Coop. Veilingvereniging tot R.K. Geitenfokvereniging. Van algemene verenigingen dienen katholieken zich afzijdig te houden. Adverteren in niet-katholieke bladen wordt verboden.

In de raad zijn er dikwijls aanvaringen met de niet-katholieke minderheid, bijvoorbeeld als het om subsidies of om benoemingen gaat. Van katholieke raadsleden wordt verwacht dat zij de katholieke belangen altijd voor laten gaan. Wethouder Hemmer stelt dat de kerkelijke overheid geen verwijt treft dat zij althans de jeugd in eigen kring opgevoed wil zien, want zegt hij, het gevaar van gemengde huwelijken en geloofsafval (red: niet meer bij het kerkelijke geloof willen horen) is niet denkbeeldig. Hij voegt er aan toe dat hij persoonlijk de omgang met andersdenkenden wel op prijs stelt.


Jaarboek 34, pagina 55

Hoezeer burgemeester Lommen ook probeert een neutrale positie in te nemen, hij komt toch onder vuur, nadat hij een vereniging waarschuwt dat hij de vergunning voor een toneelvoorstelling met bal na zal intrekken als de ernstig zieke pastoor Engering zou komen te overlijden.
“De toonen van de dansmuziek in het centrum van de gemeente zouden laat in den avond naar buiten uitklinken wat aanstotend zou zijn voor het overgroote deel van de bevolking.”
Hij wordt daar stevig op aangevallen door de SDAP-raadsleden, die hem verwijten als katholiek burgemeester te hebben gehandeld. Zijn reactie is dat hij bij het overlijden van de dominee hetzelfde zou hebben gedaan. De verhoudingen zijn gespannen en het wantrouwen tussen de partijen in de raad is groot. Het is maar goed dat Lommen een voorzitter is die de vergaderingen goed in de hand houdt.

‘Castricum Vooruit’

Piet Lommen denkt dat het voor de toekomst van het dorp goed is om zoveel mogelijk mensen bij het groeiproces te betrekken. Op 12 september 1919 nodigt hij ‘neringdoenden en burgers’ uit om te komen tot oprichting van een vereniging die vooruitgang op alle gebied van Castricum beoogt. De naam moet dan ook luiden ‘Castricum Vooruit’.

Hij houdt de ruim 50 aanwezigen voor dat een vereniging die zich bezig houdt met bevordering van vreemdelingenverkeer, aantrekking van industrie en uitbreiding van de gemeente, een grote rol kan spelen. Castricum is veel te afhankelijk van de tuinbouw en heeft ook andere inkomstenbronnen nodig. Van politiek moet de nieuwe club zich verre houden.

Het lijkt er toch wel op dat Lommen steun zoekt voor zijn plannen en de gemeenteraad wil beïnvloeden. Er wordt in de eerste vergadering een voorlopig bestuur gekozen, waarvan gemeentesecretaris Van Lunen de eerste secretaris wordt. De vergadering is zo enthousiast over het initiatief dat burgemeester Lommen zich al direct een benoeming tot ere-voorzitter moet laten welgevallen.
De burgemeester is vaak aanwezig bij de vergaderingen van het dagelijks bestuur van zijn geesteskind. Hij treedt persoonlijk op als voorzitter van de redactie van een prachtige ‘Gids voor Castricum’ die in 1925 wordt uitgegeven.
Hoe het de vereniging verder is vergaan, is beschreven in het artikel ‘VVV Castricum 90 jaar’ in het 32e Jaarboek.

De opening van de verharde Zeeweg in 1925 door burgemeester Lommen was een hoogtepunt in de geschiedenis van Castricum.
De opening van de verharde Zeeweg in 1925 door burgemeester Lommen was een hoogtepunt in de geschiedenis van Castricum.

Zeeweg

In 1925 is het tweede deel van Zeeweg gereedgekomen. Eindelijk kan het strand via een bestrate weg bereikt worden. Lommen en ́Castricum Vooruit́ hebben zich daar heel sterk voor gemaakt. Het enthousiasme in de gemeenteraad was aanvankelijk niet zo groot.
De feestelijke opening op 19 mei 1925 is een hoogtepunt voor de gemeente en zeker voor Lommen. Na een ontvangst op het raadhuis worden de genodigden met auto’s naar het Commissarishuis gebracht, dat ter hoogte van het tegenwoordige kampeerterrein stond. Timmerman Anton Borst heeft daar gezorgd voor een erepoort. Lommen houdt een toespraak waarin hij het grote belang van deze gebeurtenis voor de toeristische ontwikkeling van de gemeente benadrukt. Vervolgens heffen de genodigden het glas op de toekomst, waar iedereen verwachtingsvol naar uitkijkt. Dan gaat de stoet in optocht naar het strand. De beide muziekkorpsen ‘Door Inspanning Uitspanning’ van Duin en Bosch en de patronaatsfanfare ‘Sint Aloysius’ zetten hun beste beentje voor.

Openbare zedelijkheid

Door de nieuwe weg neemt het strandbezoek sterk toe en veel neringdoenden pikken daar een graantje van mee. De openbare zedelijkheid op het strand is echter een gevoelige zaak. Dat blijkt ook wel als de SDAP-raadsleden Schipper en Hellinga voorstellen om het verbod tot pootjebaden op te heffen. De recreanten krijgen van de strandpolitie al heel snel een waarschuwing als er iets bloots te zien is en dat is niet bevorderlijk voor een ontspannen strandbezoek. Burgemeester en wethouders willen niet van het verbod af, maar kiezen wel voor een soepele toepassing. Lommen vraagt zich af of het vertier nu moet komen door blote benen. Hij vindt het beter dat bezoekers zeggen “je mag niets”, dan “je mag alles hier”
Met 9 stemmen van de R.-K. partijen tegenover 2 stemmen van de initiatiefnemers wordt hij door de gemeenteraad gesteund.


Jaarboek 34, pagina 56

De rooms-katholieke raadsleden plten ook voor beperking van het dan- sen. Het wordt een moreel en zedelijk gevaar geacht dat er iedere zondag gedanst mag worden. Dansen op enkele feestdagen is wel voldoende en om 21.00 uur moet het maar afgelopen zijn. Kinderen komen op zondagavond te laat thuis en er zijn ook nog na 23.00 uur schreeuwende Heemskerkers waargenomen. Raadslid Schipper geeft tegengas en herinnert eraan dat vroeger niet-Castricummers steeds werden aangevallen en uitgejouwd. Lommen zegt alle dansgelegenheden te hebben bezocht en hij is van mening dat het er buitengewoon netjes aan toe gaat. De uitgebreide discussie schiet hem in het verkeerde keelgat en hij zegt: “De raad moet maar doen wat hij niet laten kan, dan zal spreker laten wat hij doen kan.” Hij doet geen enkele toezegging, waarna de fractie het voorstel tenslotte mopperend intrekt.

Lommen in ambtsuniform met ambtsketen Op zijn borst prijken de pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice en een onderscheiding van het Oostenrijkse Rode Kruis.
Lommen in ambtsuniform met ambtsketen Op zijn borst prijken de pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice en een onderscheiding van het Oostenrijkse Rode Kruis.

Burgerwacht

In november 1918 roept Pieter Jelles Troelstra van de SDAP op tot revolutie in Nederland. Zijn poging mislukt, maar voortaan wordt er rekening gehouden met een permanente rode dreiging. Tegenstanders richten Burgerwachten op met loyale vrijwilligers, die het wettig gezag willen steunen. De ook in Castricum opgerichte Burgerwacht staat ter beschikking van de burgemeester, die de organisatie volledig steunt. In 7 augustus 1920 verschijnt het volgende berichtje in de plaatselijke krant:
“De oefeningen van de Burgerwacht, die wegens het aardbeienseizoen eenigen weken onderbroken zijn, worden deze week weer aangepakt. Moge de bekende animo onzer wakkere mannen zich handhaven, om ook ons mooie dorp de overtuiging levendig te houden, dat de volksmeerderheid zich niet door een overmoedige en misdadige revolutionaire minderheid op den kop zal laten zitten.“
Extra gemotiveerd is men vast ook door de oprichting in september van een afdeling van de Communistische partij, weliswaar bestaande uit vijf leden, maar toch …. Het plaatselijk weekblad wakkert het vuurtje aan:
“Het is nu de taak van onze burgerwacht om door flink en kranig op te komen bij de oefeningen, te toonen dat voor Russische toestanden geen plaats is in ons vooruitstrevende dorp.”
De gemeenteraad subsidieert de organisatie met enkele honderden guldens. De raadsleden van de SDAP en van de AR-CHU ageren er ieder jaar tegen, maar een raadsmeerderheid handhaaft de begrotingspost nog tot 1923.

Crisisjaren

Lommen heeft een groot deel van zijn ambtsperiode te maken met de gevolgen van de crisis: werkloosheid, werkverschaffing en steunregelingen. Bij veel onderwerpen, zoals bij de strijd om de gasfabriek (14e Jaarboek) speelt armoede en schaarste een rol. Al vanaf 1929 loopt de omzet van de plaatselijke veilingen hard achteruit. De tuinders kunnen nauwelijks hun brood meer verdienen en zo’n 40 van hen zijn aangewezen op ondersteuning. De werkloosheid neemt steeds meer toe en daarmee ook het aantal door Maatschappelijke Hulpbetoon bedeelde gezinnen. De huisartsen signaleren zelfs ondervoeding bij schoolkinderen, waarna er maaltijden op scholen worden verstrekt. Lommen krijgt van enkele raadsleden het verwijt dat de gemeente te weinig voor de tuinders doet. Dat is in vergelijking met andere gemeenten niet het geval, maar er moet wel voortdurend geschipperd worden tussen de financiële mogelijkheden en de wens de grote nood in de gemeente te lenigen. In het 30e Jaarboek is op dit onderwerp ingegaan.

NSB in De Rustende Jager

In 1933 wordt de openbare orde bedreigd door een bijeenkomst die NSB’ers uit Haarlem en IJmuiden in De Rustende Jager hebben georganiseerd. Grote gebeurtenissen werpen hun schaduw vooruit. Aanhangers van een afsplitsing van de SDAP, de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP) verstoren de bijeenkomst en er ontstaat een vechtpartij. Bij het geweld sneuvelt er een ruit en een paar mannen worden de zaal uitgewerkt. Lommen neemt de leiding stevig in handen en regelt een afzetting door de politie om nieuwe gevechten te voorkomen.

Het dorp is in rep en roer. Actievoerders stellen zich langs de weg naar Beverwijk op met minder vriendelijke bedoelingen. De stenen liggen klaar. De NSB’ers vertrekken wijselijk in hun auto’s en autobussen via Uitgeest, waarna de gemoederen weer tot bedaren komen. Coba Brandjes herinnert zich de dreigende situatie en het kordate optreden van de burgemeester nog goed. Ze heeft met een paar kinderen onder haar hoede nog een heel eind moeten omlopen om haar ouderlijk huis te kunnen bereiken.

Burgemeestersbenoemingen

Lommen hecht eraan om boven de partijen te staan en onafhankelijk te blijven van politieke stromingen. Hij is daarom een groot voorstander van de benoeming van burgemeesters door de Kroon, zonder inmenging van de gemeenteraad. In de jaren 20 gaan er stemmen op voor medezeggenschap van de gemeenteraad bij burgemeestersbenoemingen. Er zijn dan zelfs al voorstanders van een gekozen burgemeester !

Burgemeester Lommen werpt zich nadrukkelijk in de strijd. Hij schrijft een nota aan de gemeenteraad, die hij in gedrukte vorm onder de Nederlandse gemeenten ver-


Jaarboek 34, pagina 57

spreidt. Hij pleit voor handhaving van de benoeming door de Kroon om de onafhankelijkheid van de burgemeester als verdediger van het ‘algemeen belang’ te waarborgen. De gemeenteraad moet zich er wat hem betreft niet mee willen bemoeien. De Castricumse raadsleden bieden tot zijn ergernis weerwerk en zien wel iets in meer invloed van de gemeenteraad. Tenslotte staakt hij zijn pogingen om de raad op andere gedachten te brengen.
Zo’n 80 jaar na deze discussie hebben de gemeenteraden inderdaad een belangrijke rol bij burgemeestersbenoemingen gekregen. Lommen zal zich in zijn graf hebben omgedraaid.

De burgemeester in zijn studeerkamer. Rechts op de kast staat een kopje met een tekst die verwijst naar de familie Spigt, de achternaam van de moeder van de burgemeester. De identificatie was mogelijk, omdat hetzelfde kopje 80 jaar later in bezit bleek te zijn van een kleindochter van Lommen’s zuster Cornelia (Collectie Spaarnestadphoto).
De burgemeester in zijn studeerkamer. Rechts op de kast staat een kopje met een tekst die verwijst naar de familie Spigt, de achternaam van de moeder van de burgemeester. De identificatie was mogelijk, omdat hetzelfde kopje 80 jaar later in bezit bleek te zijn van een kleindochter van Lommen’s zuster Cornelia (Collectie Spaarnestadphoto).

Uitbreiding

De bouw van de ambtswoning aan de Stationsweg in 1919 lijkt ook wel het startschot te zijn geweest voor een opleving van de gemeente. De woningbouwverenigingen bouwen aan de Bakkummerstraat en aan de Mient tientallen woningen. Aannemer Gerrit Kabel bouwt de 4 witte villa’s naast de ambtswoning aan de Stationsweg. Kapitein Rommel wordt de nieuwe buurman van de burgemeester.

De noodzaak van meer regulering van de bouw dringt zich op. Tuinbouwgrond is goedkoop als gevolg van de depressie en het aantal bouwaanvragen neemt toe. Lommen ziet in dat er geïnvesteerd moet worden in een uitbreidingsplan. De provincie wordt om advies gevraagd over de eisen waaraan het plan moet voldoen. Uit het rapport blijkt dat Castricum van belang kan worden als woonplaats van forensen. Het doorgaande verkeer zou het beste kunnen worden omgeleid door middel van een afsnijding 500 meter ten zuiden van de spoorwegovergang, die weer ten noorden van de R.-K. kerk op de rijksweg kan aansluiten.

Geadviseerd wordt om een ‘bekwaam deskundige aan te stellen, die dergelijke arbeid meer heeft verricht.’ Burgemeester en wethouders benoemen in maart 1928 de 25-jarige Jo de Casseres uit Beverwijk tot gemeentearchitect in tijdelijke dienst. Tot dan had hij dezelfde functie in de gemeente Wijk aan Zee en Duin. Hij onderhield contact met Lommen wat blijkt uit een zinsnede in een bewaard gebleven brief van hem, gedateerd 8 december 1927:
“Waar u zich steeds zoo vriendelijk interesseerde voor mijn werk, zal het mij een bijzonder genoegen zijn U de plannen en bescheiden (waaronder eenige ook voor Castricum zeer interessante) te tonen.”

Ramp voor het dorp …

Al spoedig doet zich een groot probleem voor bij de opstelling van het uitbreidingsplan. Ook Rijkswaterstaat voelt er voor om de rijksweg ten zuiden van het dorp in oostelijke richting om te leiden en bij de spoorlijn een viaduct te bouwen. Alle lichten springen op rood en de raad wijst erop dat hierdoor als het ware een muur opgetrokken wordt. Castricum dreigt een dood dorp te worden. Beter zou zijn het bestaande tracé tot aan de Burgemeester Mooijstraat te verbeteren. Dat zou het verkeer nog even in het dorp houden. Vervolgens zou in de bocht een doorbraak kunnen worden gemaakt in noordelijke richting. Voor de bestaande spoorwegovergang zou een tunnel een mooie oplossing zijn. Rijkswaterstaat en Provinciale Waterstaat zien niets in dat idee en de stedenbouwkundige kan door het meningsverschil niet verder met het uitbreidingsplan.

Er zijn twee stromingen in het college in de kwestie van een oostelijke of een westelijke omleiding. Lommen wil dan nog geen partij kiezen, maar geeft tenslotte als zijn persoonlijke mening te kennen: “Waar niet te winnen valt, is ‘t ijdel dat men strijdt.” De meerderheid van de raad zet de strijd toch voort. Het is april 1931 als de minister eindelijk de knoop doorhakt en kiest voor verbetering van de rijksweg door de bebouwde kom. Een besluit over een oostelijke omleiding wordt voorlopig uitgesteld. Lommen betreurt die keuze. Hij was ervan overtuigd dat verbetering van de Dorpsstraat nooit een voldoende oplossing kon zijn.
De opstelling van het uitbreidingsplan neemt, tot irritatie van Lommen, nog jaren in beslag. Hij maakt de vaststelling van het uitbreidingsplan in 1936 nog net mee. Korte tijd later zou hij overlijden.

Nevenfuncties Lommen

Besturen zit de burgemeester in het bloed. Er zijn nog al wat organisaties waarin hij lange of korte tijd zitting neemt, zoals in het hoofdbestuur van de Vereniging van Nederlandse gemeenten. Hij is voorzitter van een provinciale commissie


Jaarboek 34, pagina 58

voor elektriciteitszaken In 1921 treedt hij toe tot Provinciale Staten voor de R.-K. Staatspartij. Hij neemt de plaats in van een vertrekkend lid. In de Staten breekt Lommen tevergeefs een lans voor toekenning van subsidie aan een organisatie die de opleiding van gemeenteambtenaren ten doel heeft. Hij bedankt in 1922 voor een nieuwe zittingsperiode. Het politieke handwerk ligt hem waarschijnlijk niet. Zijn belangstelling gaat uit naar andere zaken.

Hij heeft verschillende functies binnen de sector gezondheidszorg. De historie van ziekte en dood, waarmee hij in zijn leven geconfronteerd is geweest, heeft er wellicht mee te maken. Hij is bestuurslid van de Onderlinge Nationale R.-K. Verzekering voor de kosten van Ziekenhuisverpleging en Operatie. Ook is hij voorzitter van een provinciaal fonds en van een plaatselijke organisatie op dat gebied. Daarnaast is hij voorzitter van de plaatselijke afdeling van het Wit-Gele Kruis, waarvan de wijkverpleegsters ook voor de leden van het Witte Kruis werken.
Hij is secretaris-penningmeester van de afdeling Noord- Holland van het Wit-Gele Kruis en enige tijd penningmeester van de Koninklijke Bond voor het Reddingswezen en Eerste hulp bij ongelukken ‘Het Oranje-Kruis’. Als bevorderaar van het R.-K. charitatief werk is hem de pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice toegekend. In 1934 treedt hij vanwege zijn slechte gezondheid af als secretaris van de Federatie van Wit-Gele Kruisverenigingen. Bij die gelegenheid wordt hij tot erelid benoemd. Verder is hij de voorzitter van een ‘Comité tot voorbereiding der wegenplannen Castricum – Den Helder’, bestaande uit vertegenwoordigers van de betrokken gemeenten. Tenslotte is hij lid van de raad van toezicht van de stichting Volksuniversiteit voor Alkmaar en omstreken en van de Commissie van advies voor de exploitatie van het duingebied. In laatstgenoemde commissie, die onder andere nauw betrokken is bij de aanleg van het duinmeer, heeft Jac.P. Thijsse ook zitting. Op plaatselijk niveau behoren de oprichting van de VVV, een Rode Kruis-afdeling en de Oranjevereniging tot zijn verdiensten.

Rond het 12,5-jarig ambtsjubileum werden allerlei feestelijkheden georganiseerd. De burgemeester met zijn echtgenote en zijn moeder worden op het bordes
van het raadhuis verwelkomd. Mevrouw Lommen krijgt de bloemen. Rechts gemeentesecretaris Van Lunen.
Rond het 12,5-jarig ambtsjubileum werden allerlei feestelijkheden georganiseerd. De burgemeester met zijn echtgenote en zijn moeder worden op het bordes
van het raadhuis verwelkomd. Mevrouw Lommen krijgt de bloemen. Rechts gemeentesecretaris Van Lunen.

Koperen ambtsjubileum

Op 1 februari 1931 is het 12,5 jaar geleden dat Lommen als burgemeester van Castricum werd geïnstalleerd; een jubileum waaraan veel aandacht wordt geschonken. De Alkmaarsche Courant geeft uitgebreid verslag van de viering. Er is een optocht en overal in het dorp wordt gevlagd. Raadsleden en ambtenaren ontvangen hem en zijn familie in de feestelijk versierde raadszaal. Loco-burgemeester Hemmer en vele vertegenwoordigers van organisaties zwaaien hem lof toe. Gemeentesecretaris Van Lunen bedankt hem voor het feit dat het gemeentepersoneel altijd op hem kan rekenen. Uit het dorp komen veel mensen hem feliciteren. De krant schrijft: “Naast de vooraanstaanden kwamen de eenvoudige menschen den burgemeester blijk geven van hunne belangstelling.” Het bestuur van ‘Castricum Vooruit’ schenkt hem een pasteltekening van het raadhuis. Het feest zet zich tot in de avonduren voort, wanneer de beide fanfarekorpsen de burgemeester een serenade brengen. Dat zijn werk in de gemeente wordt gewaardeerd, heeft hij die dag zeker ervaren.

Raadhuis

Het aantal inwoners nadert in 1936 de 7000 en een gedeelte van het raadhuis, de vroegere onderwijzerswoning, is nog steeds in gebruik als woonruimte. Er is sprake van een benarde situatie, zoals blijkt uit een notitie van Lommen uit april 1936. De gemeenteontvanger, de ambtenaar belast met werklozenzorg en de gemeente-opzichter moeten op de raadzaal hun werk doen. Typerend voor de situatie waarin de gemeente zich in de dertiger jaren bevindt, schrijft hij:
“Voor de werkloozenzorg lijkt het mij van veel belang dat deze taak van de secretarie wordt afgenomen. De toestand is nu zoo, dat in de ochtenduren, wanneer de werkloozen komen stempelen, de secretarie vrijwel ontoegankelijk is voor andere personen. De gang van de secretarie is gedegradeerd tot opslagplaats van de te verstrekken levensmiddelen, wat eveneens een onhoudbare toestand is.”
Zijn eigen kamer achter in het raadhuis op de benedenverdieping, naast het ‘cachot’, kan hij soms met moeite bereiken.


Jaarboek 34, pagina 59

De notitie overtuigt de gemeenteraad en in mei 1936 valt het besluit tot herinrichting, waarbij de woning ook bij het raadhuis wordt getrokken. In februari 1937 kan de eerste raadsvergadering in het gemoderniseerde gebouw worden gehouden. De Alkmaarsche Courant noteert:
“Het geheel is een smaakvolle vooruitgang op den oude toestand en het mag als een monument worden gezien voor den arbeid van burgemeester Lommen.”
Ruim 27 jaar (tot 1963) zou het hele gemeentelijk apparaat hier met kunst- en vliegwerk gehuisvest blijven.
Boven de schouw in de raadzaal prijkt nog lang de lijfspreuk van de burgemeester: “Vraeg niet wat de Waereld seght – Doe wat edel is en reght”.

De tekening van het oude raadhuis van de kunstenaar Jan C. Bander (1885-1956) die de burgemeester als cadeau ontving bij zijn ambtsjubileum. Bij haar vertrek uit de gemeente schonk mevrouw Lommen de tekening aan gemeenteambtenaar Herman Koelman, die deze later overdroeg aan oud-gemeentesecretaris Fons Mok.
De tekening van het oude raadhuis van de kunstenaar Jan C. Bander (1885-1956) die de burgemeester als cadeau ontving bij zijn ambtsjubileum. Bij haar vertrek uit de gemeente schonk mevrouw Lommen de tekening aan gemeenteambtenaar Herman Koelman, die deze later overdroeg aan oud-gemeentesecretaris Fons Mok.

Overlijden burgemeester

De aanpak van het raadhuis is een van de laatste onderwerpen die nog onder leiding van Lommen worden behandeld. De voltooiing van het werk heeft hij niet meer meegemaakt. Al jaren is bekend dat het niet goed gaat met zijn gezondheid. Hij is niet meer de energieke en veerkrachtige man van voorheen. Hij moet steeds vaker verstek laten gaan. Wethouder Hemmer neemt vaak voor hem waar, zoals bij de opening in 1933 van de nieuwe centrale openbare lagere school aan de Bakkummerstraat. Hem- mer merkt in zijn speech op dat het hem spijt “dat juist hij die jarenlang gewerkt heeft aan het openbaar lagere onderwijs, de burgemeester, niet aanwezig kon zijn”. Het hoofd van de school, meester Zinkweg, bedankt de burgemeester voor de verdediging van de belangen van het openbaar onderwijs!
Na weer een ziekteperiode vertrekken de burgemeester en zijn vrouw in januari 1935 op medisch advies voor zes weken naar het zuiden van Frankrijk. Zijn krachten nemen steeds meer af.
In juli 1936 opent hij nog met veel moeite de feestweek en in september is hij nog aanwezig op het kermisterrein. Het lukt hem tot eind september ‘s ochtends op het raadhuis te komen. Daarna is hij vanuit zijn huis nog bij de dagelijkse gang van zaken betrokken, totdat ook dat niet meer mogelijk is.

 De begrafenisstoet van burgemeester Lommen ter hoogte van het raadhuis in de Dorpsstraat. Rechts Huize Kerkzicht.
De begrafenisstoet van burgemeester Lommen ter hoogte van het raadhuis in de Dorpsstraat. Rechts Huize Kerkzicht.

Het overlijden van de burgemeester op 10 november 1936 wordt kenbaar gemaakt door het luiden van de klokken van de protestantse en de katholieke kerk. Lommen is maar 51 jaar oud geworden en evenals zijn beide ouders te jong overleden.
‘s Avonds is er een rouwbijeenkomst in het raadhuis. Loco-burgemeester Hemmer schetst de vele verdiensten van de burgemeester, waarbij hij diens hulpvaardigheid en toegankelijkheid roemt en ook de wijze waarop hij leiding gaf aan vergaderingen. Het oudste raadslid, de heer Aukes, zegt dat de eretitel ‘burgervader’ de overledene


Jaarboek 34, pagina 60

toekomt. Hij wist bewondering en vertrouwen af te dwingen, vertrouwen dat uitging van de door hem gekoesterde gedachte: “Vertrouwen geven en vertrouwen vragen”. Hij spreekt zijn deelneming uit met de echtgenote en de stiefmoeder van de burgemeester: “De twee vrouwen die zo geheel met hem als eenheid in de gemeente bekend zijn.” Na afloop van de kerkelijke plechtigheden, geleid door pastoor Goes, vindt op 13 november 1936 onder grote belangstelling de teraardebestelling op het R.-K. kerkhof plaats.

De grafsteen van burgemeester Lommen en zijn echtgenote op de begraafplaats Onderlangs.
De grafsteen van burgemeester Lommen en zijn echtgenote op de begraafplaats Onderlangs.

Het graf verplaatst

Mevrouw Emma Lommen – Maury vertrok na korte tijd uit de gemeente en ging terug naar haar geboorteplaats Den Haag. De stiefmoeder van burgemeester Lommen verhuisde naar Velp. Op 4 november 1960 overleed Emma Lommen – Maury. Zij werd bijgezet in het graf van haar man op het R.-K. kerkhof bij de Sint Pancratius kerk. Door herinrichting van het kerkhof dreigde in 1983 ruiming van het graf. Het gemeentebestuur van Castricum vond dat het zo ver niet mocht komen en besloot het graf over te laten brengen naar de gemeentelijke begraafplaats Onderlangs. Daar heeft het nu, gelegen tegen de duinvoet, een mooie plaats gekregen. Dit zal dan de echte laatste rustplaats zijn van een voor Castricum belangrijk man, die zich met hart en ziel voor de gemeenschap heeft ingezet.

Niek Kaan

Naschrift

Geprobeerd is een beeld te geven van het leven en werken van burgemeester Piet Lommen die in 1936 overleed. Zijn echtgenote Emma Maury overleed in 1960. Het echtpaar is kinderloos gebleven. De hoop was gevestigd op het opsporen van naaste familieleden of bekenden. Van de familie Lommen bleek alleen een achterneef van de burgemeester, Edouard Lommen 81 jaar oud, nog in leven te zijn. Zijn grootvader was in 1908 met zijn tweede vrouw naar België vertrokken. Edouard woont in Brussel en vol verwachting maakte ik een afspraak met hem. Helaas had hij geen informatie over zijn in Holland achtergebleven familie. Wel bijzonder was dat in zijn leven, net als bij zijn voorouders, verf een grote rol had gespeeld. Hij had een schildersbedrijf gerund.
Van de familie Maury leeft niemand meer. In de straat in Den Haag, waar Emma Maury tot haar overlijden ruim 20 jaar woonde, kon geen enkele bewoner zich haar herinneren en een oproep op de website van de parochie, waar ze deel van uitmaakte, leverde niets op. Geraadpleegde leden van de familie Sauveur hadden ook geen informatie over Cateau Lommen – Sauveur.
Bij de verder verwijderde aangetrouwde familie stuitte ik op de familie Van Geffen. Cornelia, zuster van de burgemeester, was met Jacobus Julius van Geffen getrouwd. Kleinkinderen, die Piet Lommen nooit hebben gekend, bleken nog in het bezit van enkele foto’s waarop de burgemeester staat.
Voor de samenstelling van het artikel moest hoofdzakelijk gebruik gemaakt worden van archiefstukken en de herin- neringen van enkele oud-inwoners.

Bronnen:

Archieven, instellingen:

  • Archief gemeente Castricum aanwezig in het Regio- naal Archief Alkmaar
  • Regionaal Archief Tilburg;
  • Westfries Archief te Hoorn;
  • Centraal Bureau voor Genealogie;
  • Historische Kring Ursem.

Publicaties:

Print Friendly, PDF & Email