Mient, de (Jaarboek 18 1995 pg 31-36)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 18, pagina 31

 

De Mient: van zandpad tot straatweg

 

In de vorige eeuw was de grens van de duinen heel anders dan nu. De Zanderij was er nog niet, de duinen liepen tot aan de Mient. De weg was een kronkelig zandpad, dat moeilijk begaanbaar was, in de zomer vanwege het mulle zand, ‘s winters door de modder.
In bet begin van de vorige eeuw was er nog geen doorgaande ver­binding vanaf de Kramersweg over de Mient naar Bakkum. De eigenlijke hoofdweg vanaf Haarlem-Heemskerk liep via de Dorpsstraat, Alkmaarsestraatweg via Limmen naar Alkmaar. Deze hoofdweg was in 1820 aanzienlijk verbreed en op vele plaatsen nieuw aangelegd (zie hierover ook het 16e jaarboekje). De verbin­ding naar de in de 18e eeuw nog zelfstandige gemeente Bakkum en de Egmonden ging via de zogeheten Bakkummerweg, een zij­weg van de Dorpsstraat, die nu de Torenstraat, Ruiterweg, Vinkebaan, Bakkummerstraat en de Van Oldenbarneveltweg omvat en voorbij de huidige kruising met de Zeeweg in de banne (gemeente) Bakkum uitkwam en aansloot op de Heereweg naar de Egmonden. Deze weg was niet veel meer dan een wat verharde zandweg.

e situatie van het gebied aan de Duinkant tussen Kramersweg en Ruiterweg in het jaar 1832.
De situatie van het gebied aan de Duinkant tussen Kramersweg en Ruiterweg in het jaar 1832. De Mient, dan nog een zandpad, loopt vanaf de Ruiterweg, nog niet door naar de Kramersweg, maar buigt naar het westen de duinen in en vindt zijn aansluiting op de huidige Oude Schulpweg. Wel loopt er door het bos naar de Kramersweg een smal voetpad.

De Mient in het begin van de vorige eeuw

In die tijd liep er vanaf de kruising Mient en Ruiterweg een zand­pad, dat het verloop van de huidige Mient volgde tot even voorbij de huidige Dr. Leenaersstraat en daarna in een scherpe bocht naar rechts om een duintje heen ging, gelegen aan de oostzijde van de Mient. Het zandpad liep verder schuinweg de duinen in. over de huidige Oude Schulpweg naar zee. Deze route over een gedeelte van de Mient was een route, die de schelpenvissers gebruikten van het Castricumse strand naar het Schulpstet aan de Schulpvaart.

Er was nog geen verbinding van de Mient met de Kramersweg, wel was er een smal voetpad door het bos van de Mr. Joachim Nuhout van der Veen, dat aansloot op een pad komende vanaf de Kramersweg en wat liep naar een van de zes huisjes, die toen het buurtje ‘de Duinkant’ vormde.
Op de oudste kadastrale kaart uit 1832 is nauwkeurig de situatie rond de Mient aangegeven (zie hier boven). In die periode staan er slechts 3 huizen aan de westzijde van deze weg, niet ver van de Ruiterweg. Vanaf de Ruiterweg krijgen we eerst een klein huisje dat eigendom is van de Algemene Armen, hierin wonen Elisabeth en Aaltje Smit, twee zusters geboren in Krabbendam, 65 en 61 jaar oud, beiden weduwe en armlastig. Bij hen woont de 25-jarige Antje Baas, dochter van Elisabeth; ook zij wordt door de Algemene Armen onderhouden. In het huis ernaast wonen Willem Castricum, vleesslachter, tolgaarder en schelpenvisser van beroep, zijn vrouw Grietje Mors en hun negen kinderen. In het derde en laatste huis wonen de zus en zwager van Willem en wel Dirk Knaap, arbeider en schelpenvisser van beroep, zijn vrouw Willemijntje Castricum en hun dertienjarige dochter Neeltje.

Toen Willem Castricum in 1809 zijn huis kocht, werd de ligging omschreven als “een huis met erf of hofstee, groot 224 roeden, lig¬≠gende aan het Duin, helend (red: grenzend aan) ten oosten den Notweg en ten noorden den Armen van Castricum”. De Mient werd toen nog als notweg aangemerkt. Op een oud overzicht van de wegen in Castricum uit 1850 wordt de Mient vanaf de Ruiterweg (toen Bakkummerweg geheten) tot in de duinen ‘de Gullenweg’ genoemd, waarschijnlijk vanwege vooral zomers het gulle (mulle) wegdek. Volgens dit overzicht was de Gullenweg 3 meter breed en werd gebruikt en onderhouden door de schulpers.

De aanleg van de spoorlijn in 1866

Een grote verandering bracht de aanleg van de spoorlijn in 1866 teweeg. De spoorlijn doorsneed de Gullenweg en naast de spoorlijn aan de oost¬≠ kant werd vanaf de Ruiterweg de Gullenweg doorgetrokken tot aan de Kramersweg. En verder als Stationsweg naar de Dorpsstraat, waarbij het geheel een verbinding vormde van de drie spoor¬≠wegovergangen met name bij de Beverwijkerstraatweg, bij Komman en bij de Vinkebaan. Voor de aanleg van de spoorlijn werd veel zand gebruikt; de duinen die nog grensden aan de Mient werden afgegraven en zo ontstond er een nieuw stuk cultuurgrond ‘de Zanderij’.
De Mient ook toen nog niet veel meer dan een zandweg is steeds meer in gebruik gekomen als doorgaande weg van Heemskerk naar de Egmonden.

Bewoning rond de eeuwwisseling

Eén van de bewoners van de Mient omstreeks 1890 was Lourens Breetveld. hij was net als zijn vader Cornelis rietdekker van beroep. Lourens woonde in een klein bouwvallig houten huisje op


Jaarboek 18, pagina 32

De oudste afbeelding uit 1908 van enke­le huizen aan de Mient aan het gedeelte tussen Brakenburgstraat en Dr. Leenaersstraat.
De oudste afbeelding uit 1908 van enke­le huizen aan de Mient aan het gedeelte tussen Brakenburgstraat en Dr. Leenaersstraat. (Achteraan) Rechts op een duintje langs de Mient het bouwvallige houten huisje van Antje Breetveld, weduwe van Pieter Stuifbergen.

een duintje aan de Mient, op de afbeelding hier boven is dit nog goed te zien. Lourens woonde in dit huisje met zijn vrouw Maartje Castricum, acht kinderen en zijn grootmoeder Maartje Zonneveld, dus samen elf personen. In 1905 bouwde Lourens Breetveld vlak bij hun huisje een nieuw huis. Dit nieuwe huis heeft er niet lang gestaan, want het moest verdwijnen voor het rechttrekken van de huidige Mient. In het bouwvallige huisje woonde zijn zus Antje Breetveld. beter bekend als ‘zwarte Ant’, weduwe van Pieter Stuifbergen.

Ook woonde daar Engel Lute. Zijn zoon Arie trouwde in 1918 met Jansje Breetveld en ging in het huis van zijn vader wonen. Rond 1900 woonde daar ook Dirk Stuifbergen; Dirk had nog aan de aan¬≠leg van de spoorlijn gewerkt; zijn vrouw Willemijntje Knaap was op deze buurt zeer geliefd: vooral de kinderen vonden bij haar een goed onthaal. Met Sinterklaas mochten zij bij buurvrouw hun stoeltje zetten. En zij vonden die ‘s morgens vol beladen met taai-taai en speculaas.

In dezelfde buurt woonde sinds 1896 ook Gerrit Bos. Hij had daar een boerenbedrijf met vrachtrijderij met drie paarden. Hij woonde in een klein huisje naast zijn karrenhok. Het huisje had maar één kamer met een achtereindje. Toch woonden hier elf mensen. De bedsteden in dit huisje hadden twee ver­diepingen: een boven- en een onderkot. In het eerste huis vanaf het station gere­kend aan de spoorzijde van de Mient woonde de oude Willem Res, hij was tuinder en had een paar koeien. Zijn zoon Jan Res is na zijn huwelijk in 1912 hier met zijn vrouw gaan wonen.

De begaanbaarheid van de Mient is nog zeer slecht, hetgeen wordt bewezen door een massale actie in 1906 van 58 dorps¬≠bewoners ‘allen dorpsbelastingbetalenden’, die een brief onderte¬≠kenen, waarin zij de gemeenteraad oproept “in overweging te nemen de onhoudbare toestand der dorpsweg, genaamd de Mient, vanaf de heer Engel Lute tot en met de heer W. Res. Daar die weg √©√©n van de drukste verkeerspunten is vanaf het station tot Bakkum en andere wijken, voor tuinders, bouwers, bloemkweekers, tot het vervoer van mest en producten, ook voor elk neringdoende en ook voetgangers, de naaste weg van en naar het station, dienaangaan¬≠de twijfelen, wij ondergeteekenden niet of de vertegenwoordigers der gemeente zullen er gunstig advies over uitbrengen, de toestand der weg te verbeteren, hetzij met koolasch, grint, schelpen of beharding met geklopte puin”.

De naamgeving

Rond 1916 zijn er plannen om de Mient te bestraten en te brengen op een breedte van 3 meter. Omdat een gedeelte van de weg hun eigendom is, vraagt het gemeentebestuur van Castricum aan de Staatsspoorwegen om toestemming. In de betreffende brief zegt het gemeentebestuur letterlijk: “Het ligt in ons voornemen den Zwarten weg, ook wel genaamd ‘de Mient’ te bestraten.” Onbekend is waarom en wanneer de Gullenweg de ‘Zwarte weg’ is gaan heten. De naam Mient werd al in het begin van deze eeuw gebruikt. Deze naam komt in onze regio vaker voor (o.a. in Alkmaar).
Volgens wetenschappelijke bronnen komt de naam Mient van Meent, een naam die gegeven werd aan een gemeen­schappelijke weide of gemeenschappe­lijk grondbezit. Onduidelijk zijn de ach­tergronden van het toekennen van de naam Mient in het begin van deze eeuw. Mogelijk dat het bezit van de Algemene Armen van enkele percelen grond en twee huizen langs deze weg hierop van invloed is geweest.

Op deze foto, genomen in 1916 vanaf de stationszijde, is de scherpe bocht in de Mient zeer duidelijk waarneembaar.
Op deze foto, genomen in 1916 vanaf de stationszijde, is de scherpe bocht in de Mient zeer duidelijk waarneembaar.

Jaarboek 18, pagina 33

Woningbouw aan de Mient

Direct na zijn ambtsaanvaarding in 1918 weet burgemeester Lommen een sterke beweging op gang te brengen om Castricum te promoten. In 1919 wordt de vereniging ‘Castricum Vooruit’ opge¬≠richt, een vereniging die zich ten doel stelt wegenaanleg en werk¬≠gelegenheid te stimuleren, naast de recreatieve functie van Cas¬≠tricum.

Zo laat de bouwvereniging St. Josef in 1919 aan de Mient 12 arbeiderswoningen bouwen en worden in de jaren die volgen meerdere enkele en dubbele woonhuizen aan de Mient gebouwd. Ook worden een aantal doorgaande wegen te smal bevonden of in een te slechte staat. Zo worden in 1924 plannen ontwikkeld om de Mient en de Bakkummerstraat te verbreden en de Zeeweg te bestraten. Voor de Mient worden voorbereidingen getroffen om de straat van 3 naar 6 meter te verbreden en de daarvoor benodigde gronden aan te kopen van de aanwonende eigenaren. Ook vindt de gemeenteraad dat de gevaarlijke bocht in de Mient bij de woning van Breetveld moet worden weggenomen. Breetveld wil aanvan¬≠kelijk niet ingaan op het financieŐąle bod van de gemeente, maar uit¬≠ eindelijk wordt er in 1925 overeenstemming bereikt, zijn huis gesloopt en de Mient verbreed en rechtgetrokken. Ook wordt dan het bovengrondse elektriciteitsnet door een onder¬≠gronds net vervangen.

In 1926 kwam dokter Leenaers naar Castricum om dokter Schoonhoff in zijn praktijk op te volgen. De eerste tijd woonde hij in “Huize Maja”, tot voor kort (anno 1995) hotel Komman. Later bouwde dok¬≠ter Leenaers op de plaats waar eerder het huisje van Gerrit Bos stond, een prachtig woonhuis met praktijk.

Oorlog: de afgebroken woningen en hun bewoners

Een schets van de huizen aan de Mient, die in de tweede wereld­ oorlog zijn afgebroken. De nummers zijn niet de oorspronkelijke huisnummers, maar worden gebruikt in de tekst en bij de foto 's.
Een schets van de huizen aan de Mient, die in de tweede wereld¬≠ oorlog zijn afgebroken. De nummers zijn niet de oorspronkelijke huisnummers, maar worden gebruikt in de tekst en bij de foto ‘s.

Op last van de Duitsers moesten veel huizen aan de westkant van Castricum worden gesloopt om de ‘Atlantikwal’ te kunnen verde¬≠digen tegen aanvallen in de rug. De gehele buurtschap ‘de Duinkant’, de Vinkebaan, en de westkant van de Beverwijkerstraatweg en van de Mient moesten in 1943 worden gesloopt.

Vanaf de Ruiterweg is het eerste huis aan de westzijde van de Mient (op de schets nr. 1) het spoorhuis, waarin Hendrik Heijstek, de overwegwachter, woonde. In het huis op de voorgrond (op schets nr. 2) woonde Alida de Munk, weduwe van Willem Castricum. Aan de Ruiterweg is de bakkerij van Hemmer nog zichtbaar.
Vanaf de Ruiterweg is het eerste huis aan de westzijde van de Mient (op de schets nr. 1) het spoorhuis, waarin Hendrik Heijstek, de overwegwachter, woonde. In het huis op de voorgrond (op schets nr. 2) woonde Alida de Munk, weduwe van Willem Castricum. Aan de Ruiterweg is de bakkerij van Hemmer nog zichtbaar. Red: ter hoogte van Mient 78.

 

Het huis van Hein Zonneveld, de groenteboer (op schets nr. 3).
Het huis van Hein Zonneveld, de groenteboer (op schets nr. 3). Red: ter hoogte van Mient 74.

De oostzijde van de Mient

We verplaatsen ons nog even naar de jaren dertig, naar de bewo¬≠ners van de woningen, die in de oorlog moesten worden afgebro¬≠ken en naar de families die gedwongen werden te evacueren. Op de bijgaande schets zijn de afgebroken huizen aangegeven en zijn gemakshalve genummerd van 1 t/m 25. We gaan vanaf de Ruiter¬≠ weg de Mient op: links vooraan op de hoek woont Simon Stuif¬≠bergen, kruidenier (zie schets nr. 22); de winkel was door zijn vader, Bertus Stuifbergen, ‘de kleine winst’ genoemd. Daarnaast woonde (nr. 23) Hendricus Zandbergen, de voorouders van Joop Zandbergen, nu lid van de gemeenteraad. Naast Zandbergen woonden zuster Baars (nr. 24) en ook Jaap Verver, tuinder van beroep (nr. 25). Dan kwam een PEN-gebouwtje en vervolgens het rijtje huizen van woningbouwvereniging St. Jozef.
De St. Jozefwoningen zijn als enige in deze rij niet afgebroken in 1943. In deze woningen woonde als eerste op de rij Jan Stroomer, gemeentewerker. Dan kreeg men Jan de Graaf, werkzaam bij de Hoogovens, vervolgens Piet Nijman, de gasfitter. Dirk Bakker, in die tijd delver bij het PWN en eigenaar van het strandpaviljoen, daarnaast Maria de Munk, zij was weduwe van Henk van Zon, Arie van Weenen, metselaar, Jan Korver, gasfitter en stoker op de (red: tekst loopt door hieronder op pagina 35)


Jaarboek 18, pagina 34

De rijwielzaak van Tinus Brakenhoff (op schets nr. 6), eerder was hierin Cees de Wit gevestigd.
De rijwielzaak van Tinus Brakenhoff (op schets nr. 6), eerder was hierin Cees de Wit gevestigd. Red: ter hoogte van Mient 66.

 

Het huis van Piet Bleijendaal (nr. 7). Rechts is nog juist de heg van het Dokterspad zichtbaar.
Het huis van Piet Bleijendaal (op schets nr. 7). Rechts is nog juist de heg van het Dokterspad zichtbaar. Red: ter hoogte van Mient 64.

 

 Naast Piet Bleijendaal woonde Arie Lute en Jansje Breetveld en hun grote gezin. Op de foto Arie Lute, Jansje Breetveld en zijn moeder Guurtje Admiraal. Aan de overkant is nog juist de kap­perswinkel van Carl Assmann zichtbaar, op de hoek van het Dokterspad en de Mient.
Naast Piet Bleijendaal woonde Arie Lute en Jansje Breetveld en hun grote gezin. Op de foto Arie Lute, Jansje Breetveld en zijn moeder Guurtje Admiraal. Aan de overkant is nog juist de kap­perswinkel van Carl Assmann zichtbaar, op de hoek van het Dokterspad en de Mient. Red: ter hoogte van Mient 62.

 

Het huis van dokter Leenaers (op schets nr. 11). Rechts op de foto het woonhuis van de heer Vos (op schets nr. 12); dit huis maakte deel uit van een blok van vier huizen.
Het huis van dokter Leenaers (op schets nr. 11). Rechts op de foto het woonhuis van de heer Vos (op schets nr. 12); dit huis maakte deel uit van een blok van vier huizen. Red: ter hoogte van Mient 52.

 

 Het woonhuis van Carl Bakhoven (nr. 16); na zijn overlijden in 1936 wordt Henri Bakhoven de hoofdbewoner.
Het woonhuis van Carl Bakhoven (op schets nr. 16); na zijn overlijden in 1936 wordt Henri Bakhoven de hoofdbewoner. Red: ter hoogte van Mient 46.

 

Het nog betrekkelijk nieuwe huis van zuster Baartscheer (op schets nr. 20).
Het nog betrekkelijk nieuwe huis van zuster Baartscheer (op schets nr. 20). Red: ter hoogte van Mient 30.

Jaarboek 18, pagina 35

 Een overzichtsfoto van de Mient omstreeks 1940; de huizen links op de foto zijn in de oorlog alle afgebroken. Vooraan links het dubbele woonhuis van zuster Bruins (oip schets nr. 17) en Jaap de Nijs op schets (nr. 18).
Een overzichtsfoto van de Mient omstreeks 1940; de huizen links op de foto zijn in de oorlog alle afgebroken. Vooraan links het dubbele woonhuis van zuster Bruins (op schets nr. 17) en Jaap de Nijs (op schets nr. 18). Red: ter hoogte van Mient 19.

gasfabriek en Gerbrand Heine, de schoenmaker. Jan Korver had met succes de bemiddeling van pastoor Engering ingeroepen om als niet-katholiek een St. Jozefwoning te mogen huren. Schoenmaker Heine kwam in 1935 uit Uitgeest en nestelde zich met zijn schoenenwerkplaats in de schuur van Baltus. Jarenlang was Heine verbonden aan voetbalvereniging Vitesse ’22 en voor menig eerste elftal speler heeft hij de schoenen verzorgd. Naast Gerbrand Heine woonde Jaap Zonneveld, fabrieksarbeider, dan Gerrit van Velzen de haringboer. Willem Zaal, verpleger van het ziekenhuis Duin en Bosch en als laatste van het rijtje Jan Hoebe van de bronbemaling.
Naast de St. Jozefwoningen was het Dokterspad, een weggetje dat

Het eerste huisje vanaf het station aan de westzijde van de Mient is het huisje van Willem Res, later woonde hier zijn zoon Jan Res, diens vrouw Trijntje Klei broek en hun kinderen (op schets nr. 21). In de naastgelegen schuur hielden zij enkele koeien.
Het eerste huisje vanaf het station aan de westzijde van de Mient is het huisje van Willem Res, later woonde hier zijn zoon Jan Res, diens vrouw Trijntje Klei broek en hun kinderen (op schets nr. 21). In de naastgelegen schuur hielden zij enkele koeien.
Links op de achtergrond de bakkerij van Hemmer aan de Ruiterweg. Het eerste huis op de hoek van de Mient was rechts woonhuis en winkel 'de kleine winst' van Simon Stuifbergen, eerder van zijn vader Bertus Stuifbergen (op schets nr. 22). In het ernaast naast staande witte huis woonde Hendricus Zandbergen (op schets nr. 23).
Links op de achtergrond de bakkerij van Hemmer aan de Ruiterweg. Het eerste huis op de hoek van de Mient was rechts woonhuis en winkel ‘de kleine winst’ van Simon Stuifbergen, eerder van zijn vader Bertus Stuifbergen (op schets nr. 22). In het ernaast naast staande witte huis woonde Hendricus Zandbergen (op schets nr. 23).

Jaarboek 18, pagina 36

in de oorlog Doktersstraat heette en in mei 1945 Dokter Leenaersstraat werd gedoopt. Op de hoek van het dokterspad stond een woonhuis met een dubbele winkel. Daar woonde tot 1940 ene Carl Assmann, een Duitse kapper. Volgens de toenmalige buren was dit een vreemde man, van wie beweerd werd dat hij ‘s avonds vele malen in de polder ronddoolde. Na de Duitse inval in mei 1940 heeft hij zijn huis in de brand gestoken zegt men. Daarna is er niets meer van hem vernomen.

De westzijde van de Mient

We gaan terug naar de Mient, nu naar de overkant. Bij de spoor¬≠ wegovergang Vinkebaan stond een spoorhuis (op schets nr. 1). Daarin woonde Hendrik Heijstek, een overwegwachter. Daarnaast was het eerste huis (nr. 2) Alida de Munk, weduwe van Willem Castricum; zij had een zoon en twee dochters. Haar zoon zat in Nederlands IndieŐą. Alida was wel een vrouw die van aanpakken wist. In de oor¬≠ log verhuisde zij met haar gezin naar de Ruiterweg. Het volgende huis (nr. 3) werd bewoond door Hein Zonneveld, de groenteboer. Dan kreeg men Piet Brakenhoff (nr. 4) met daarnaast Jaap Braken¬≠ hoff (nr. 5) en zijn vrouw Annie Levering.

Naast Jaap Brakenhoff stond een rijwielzaak (nr. 6), waar Tinus Brakenhoff woonde; hier woonde Cees de Wit vroeger; de wedu­we van Cees de Wit hertrouwde met Tinus Brakenhoff. Een stukje verderop stond het huis van Piet Bleijendaal (nr. 7). Piet werkte bij het PWN als onderhoudsman. Daarnaast (nr. 8) woonde Arie Lute. tuinder, Arie had een groot gezin.

Naast Arie Lute woonde een verpleegster van Duin en Bosch (nr. 9), dan de familie Zijlstra met achter het huis een rijwielherstelplaats (nr. 10), opnieuw een verpleegster van Duin en Bosch (nr. 11) en vervolgens familie Vos (nr. 12). De heer Vos was huis­knecht van Duin en Bosch, naast hem woonde dokter Leenaers, vrijwel op dezelfde plaats als nu het dokter Leenaershuis staat (nr. 13). Een huis verder woonde Simon Res (nr. 14), en verder op dit rijtje de families Dekker (nr. 15) en Bakhoven (nr. 16) en in een dubbel woonhuis (nr. 17) zuster Bruins (hier woonde eerder zuster Baartscheer) en Jaap de Nijs (nr. 18), Gerard de Nijs (nr. 19), zus­ ter Baartscheer (nr. 20) en als laatste Jan Res (nr. 21).

Daar er in die jaren veel werd verhuisd, is het soms moeilijk te achterhalen wie er allemaal in hetzelfde huis gewoond hebben.

J.J. Stuifbergen
L. Zonneveld
S.P.A. Zuurbier

Een foto van de St. Jozef-woningen, die in 1919 werden gebouwd. Deze woningen zijn in de oorlog niet afgebroken en bestaan nog steeds.
Een foto van de St. Jozef-woningen, die in 1919 werden gebouwd. Deze woningen zijn in de oorlog niet afgebroken en bestaan nog steeds. Red: ter hoogte van Mient 85.
Print Friendly, PDF & Email