Mooij, Geertje ten Wolde- (Jaarboek 35 2012 pg 52-54)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over personen: Asjes, AlbertBakker, ThijsBoreel van Hogelanden, JacobDeelen, Derk vanDekker, DirkGevers, FritsGinhoven van, HuibertHageman, ArieHeeck, CorHeideman, HenkHeimans EliHoberg, JanHurk, Gesina van derJacobi, Jan Willem – Jacobs-Wentink, Gré – Kieft, Pieter – Kortenoever, EldertKraakman, JacobKramer, MatthijsKrist, MeineLeenaers, HenriLommen, PietMooij, CorMooij, Geertje ten WoldeNuhout van der Veen, JoachimPeperkamp, CorPortegies, SijfQuack, Jan deRendorp, JacobRommel, AlbertSchotvanger, DirkStuyt, JanToepoel, LeoTulp, LideTwisk, EngelVeldt, KlaasVlaanderen-Boot, Tiny vanWeenen, Wub vanZaalberg, Hermanus


Jaarboek 35, pagina 52

Wie was … Geertje ten Wolde – Mooij

Na het gereedkomen van het Bakkerspleintje in 2010 is daar zonder ceremonieel vertoon een plaquette geplaatst met een portret van Geertje ten Wolde – Mooij. Boven haar portret staat: “Ter nagedachtenis aan de voormalige eigenaresse van de grond waarop het Bakkerspleintje is gerealiseerd.” Onder haar portret staat haar naam, geboorte- en sterfdatum en de tekst: “Een sociaal bewogen vrouw, begaan met het lot van haar dorpsgenoten, hulp biedend waar dat nodig was.” De plaquette is er gekomen door een initiatief van twee van haar kleinkinderen.

Plaquette met de beeltenis van Geertje ten Wolde - Mooij op het Bakkerspleintje.
Plaquette met de beeltenis van Geertje ten Wolde – Mooij op het Bakkerspleintje.

Amy van Gaalen – van der Woude, wonende te Lelystad, vroeg de burgemeester mevr. Emmens – Knol in een brief haar medewerking om de naam van haar grootmoeder op enigerlei wijze aan het centrumplan ‘Bakkerspleintje’ te verbinden. Ter ondersteuning van die wens en met aanvullende informatie stuurde Rie Deichmann – Hogenstijn uit Castricum ook een brief aan de burgemeester. Dit artikel is voor het grootste gedeelte aan de laatste brief ontleend. De gemeente heeft naar aanleiding van bovengenoemde brieven besloten tot het plaatsen van een plaquette. De wens van deze twee kleinkinderen van Geertje ten Wolde – Mooij is dus gehonoreerd; zij leverden voor de plaquette de foto en de daarbij horende tekst, maar wie was hun grootmoeder?

Melkventster

Geertje Mooij werd op 13 oktober 1871 in Egmond-Binnen geboren. Zij was een dochter van Jan Mooij en Trijntje Strooker. Haar ouders hadden daar een boerderijen een cafébedrijf met de naam ‘t Haasje’. Geertje groeide als achtste kind op in een gezin met negen kinderen. Zij huwde in 1898 met de boerenknecht en weesjongen Huibert ten Wolde, geboren op 16 november 1875 te Wormer. Het echtpaar vestigde zich in de mooie boerenwoning, aan het begin van de Burgemeester Mooijstraat, waar nu het nieuwe pand van kledingmodezaak Mull staat. Op de bij de boerderij behorende grond begonnen zij een tuinbouwbedrijf. Dit stuk land werd begrensd door de huidige Henri Schuytstraat, de Pernéstraat, de Kleibroekerweg, nu de Torenstraat en langs de achter-erfafscheidingen van de bebouwing aan de Dorpsstraat. Alleen de grond achter de doorrijstal – waar nu de Rabobank staat – hoorde er niet bij.

Geertje ten Wolde poserend met haar zoon Mathijs bij haar melkkar.
Geertje ten Wolde poserend met haar zoon Mathijs bij haar melkkar.

Huibert ten Wolde was vanaf 1913 ook bestuurslid van de pas opgerichte tuinbouwvereniging ‘Ons Belang’. Daarnaast was hij ook een melkventersbedrijf begonnen. Huibert en Geertje kregen acht kinderen. Het was Geertje die met de melk uit venten ging. Maria Terpstra, met als bijnaam Grote Marie, deed het huishouden. Zij is veertig jaar de familie Ten Wolde trouw gebleven.

Geertje heeft het melkventen tot haar 81ste jaar volgehouden. Zij genoot in het dorp grote bekendheid. Door het venten met melk kwam zij in aanraking met armoede en ziekte die in de eerste helft van de vorige eeuw vaak in grote gezinnen heersten. Zij hielp waar zij kon. Als er een ziek kind was, werden er wekelijks melk, eieren, room en boter gebracht en niet een enkele keer, maar soms maanden lang. In


Jaarboek 35, pagina 53

de winter kon er vaak niet betaald worden. De schulden werden dan ‘opgeschreven’ en als er weer wat inkomsten waren, werden die vaak maar gedeeltelijk afbetaald. Zo is binnen de familie het verhaal overgeleverd over een dorpsschilder die door moeilijke gezinsomstandigheden de hoog opgelopen rekening niet kon betalen. Geertje zou toen hebben gezegd: “Weet je wat Simon, schilder mijn klompenhossie (red: schuurtje) maar aan de binnenkant, dan zijn we quitte.” Maanden daarna liepen haar kinderen nog met blauwe handen. De man had geen geld voor behoorlijke verf en het goedkope spul bleef in lengte van dagen maar afgeven.

1919: Familie ten Wolde.
1919: Familie ten Wolde. Links aan de zijkant: Maria Terpstra, de huishoudster. V.l.n.r. achter: Jan, Mathijs, moeder Geertje, Leentje Blokker een logerende nicht uit Limmen; voor: Trijntje, Maria, Guurtje, Leentje, Huibert en Willem ten Wolde.

Sociale activiteiten

Haar man Huibert was ook veilingmeester en deze had de zorg over de emballage die het eigendom van de veilingvereniging was. Na het overlijden van Huibert in 1927 werd het agrarische bedrijf door Geertje en haar kinderen voortgezet. Zoon Willem zorgde voor de inname en de reparatie van de veilingemballage, zoals kisten, sloffen en juten zakken. Niet in het minst door het komen en gaan van tuinders met hun emballage bleef het om haar huis een levendig middelpunt van het dorp. Over de hagen, die haar tuinderij omzoomden, hingen soms honderden juten zakken om te laten doorwaaien. De oudste zoon Mathijs was in 1925 getrouwd. Rechts van de huidige toegangsweg naar de parkeergarage onder het Bakkerspleintje had hij in 1928 aan de Bakkummerweg – later Kleibroekerweg, nu Torenstraat – een woonhuis met daarachter een bollenschuur laten bouwen. Hij huurde (en later kocht hij) het eerdergenoemde stuk tuinbouwgrond dat langs de Torenstaat tussen zijn huis en de doorrijstal lag en met de achterzijde aan de gronden van zijn ouders grensde. Guurtje, een zus van Geertje, was getrouwd met Jan Asjes. Dit echtpaar had meer dan 40 jaar een kruidenierswinkel in Egmond-Binnen. Na het overlijden van Guurtje in 1928 is Jan bij zijn schoonzus Geertje in komen wonen. Met de woorden: “Ik moest maar bij je komen wonen,” voegde hij de daad bij het woord. Geertje ging met haar sociale activiteiten gewoon door. De eindejaarsfeesten werden bij haar thuis met haar kinderen en buurkinderen uitbundig gevierd. Vermaard was de grote en mooi versierde kerstboom die in de huiskamer tot aan de zoldering reikte. Op tweede kerstdag werd voor het kerstfeest van de Zondagsschool geheel belangeloos door haar 80 liter chocolademelk gekookt. De warme chocolademelk werd op het juiste moment in melkbussen naar de dorpskerk vervoerd. Zij kreeg daarvoor een stichtelijke plaat met bijvoorbeeld een afbeelding van de goede herder met een lam op zijn schouders. Zo’n plaat kreeg dan zeker een plek in de huiskamer.

25 jaar de Eendracht (melkboerenvereniging, mei 1957.
25 jaar de Eendracht (melkboerenvereniging, mei 1957.

Er is een tijd geweest dat er maar liefst 16 melkventers waren en er op een dag soms drie of meer venters door een straat kwamen. De leden van de in 1932 opgerichte melkslijtersvereniging maakten één keer per jaar een uitstapje maar tot samenwerking kwam het nauwelijks. Het heeft dan ook lang geduurd totdat er een wijkverdeling kwam. Met steun van de heer Van Eik, directeur van de


Jaarboek 35, pagina 54

lokale melkfabriek De Holland, en notaris Van Cranenburgh kwam er uiteindelijk een plan tot stand waarover overeenstemming werd bereikt. Op 11 februari 1948 werd in café Broksma (hoek Dorpsstraat – Burg. Mooijstraat) een bijeenkomst belegd om de overeenkomst te tekenen. Iedereen was aanwezig, behalve Geertje ten Wolde – Mooij. Zij zou volgens de aanwezigen gezegd hebben dat ze niet wilde tekenen. De afspraak was dat wanneer iemand niet wilde meewerken het hele plan niet zou doorgaan. Van Eik ging naar haar huis aan de overkant van de Burg. Mooijstraat, en zei alleen maar: “Juffrouw ten Wolde, het is zover.” Geertje trok haar jas aan, ging met Van Eik mee en tekende. Het wijkverdelingsplan was gered.

De enige uitstapjes die Geertje tot op hoge leeftijd maakte, waren in de zomer een dag bramen plukken in de zeeduinen met haar zoon Mathijs en bij storm voettochten door de duinen naar het strand. Door haar klanten werd Geertje ‘Moggie’ genoemd, naar de opgewekte groet waarmee zij ’s morgens bij hen langs kwam. Rondtrekkende kooplieden liet zij bij het warme fornuis in haar keuken met een sterke kop koffie weer op verhaal komen.
Haar inwonende zwager Jan Asjes kwam in 1945 te overlijden. Voor uitbreiding van de bebouwing werd haar grond rond 1950 door de gemeente Castricum onteigend. Dit heeft haar veel gedaan. Haar zoon Willem, die de tuin van haar huurde, kreeg een nieuwe woning aan de Henri Schuytstraat, waar hij een bloemenzaak mocht beginnen, maar voor Geertje leverde de verkoop van de grond niet veel op.

Geertje ten Wolde - Mooij (1871-1953).
Geertje ten Wolde – Mooij (1871-1953).

Haar overlijden

Na haar plotselinge overlijden op 7 mei 1953 werd in de oude dorpskerk een afscheidsdienst gehouden. De kerk was te klein voor de honderden dorpsgenoten die haar de laatste eer wilden bewijzen. Met als kop ‘Bekend inwoonster ten grave gedragen’ wordt in een klein krantenartikel verslag gedaan van haar uitvaart.
“Verleden week Donderdagavond overleed plotseling in haar woning aan de Burgemeester Mooijstraat, mevrouw de weduwe G. ten Wolde – Mooij. Zij was ongetwijfeld een van de bekendste figuren van de gemeente Castricum, waar zij samen met haar zoon Huib een melkzaak dreef. Tot op de dag van haar verscheiden, bezorgde zij melk- en melkproducten bij vele ingezetenen van Castricum, die Donderdag niet konden vermoeden, dat de 81-jarige zulks voor de laatste maal deed. Onder grote belangstelling is Mevrouw Ten Wolde – Mooij Maandag op de bizondere begraafplaats van de Hervomde Kerk begraven. Tevoren vond in de kerk een dienst plaats die door ds. Bloemhoff uit Heiloo werd geleid. Namens het comité Ouden van Dagen in Castricum sprak mevr. Le Clerq – Pels.”
Een ander klein krantenartikeltje besluit met de woorden:
“Tal van bloemen vormden een stille hulde voor het vele goede werk, dat deze vrouw in haar werkzaam leven deed.”

Het graf van Geertje, haar man en een zoon.
Het graf van Geertje, haar man en een zoon.

Op het kerkhof aan de noordzijde van deze kerk ligt zij bij haar man en haar vroeg gestorven zoon Jan begraven. Na haar bijzetting is de bestaande grafplaat vlak geschuurd en zijn de teksten er opnieuw in gebeiteld, met haar naam in het midden. Het graf wordt nog steeds bezocht en onderhouden. In afwijking van de gegevens op haar geboorteakte staat op de grafplaat 14 oktober als geboortedag gebeiteld in plaats van 13 oktober. De familie wist niet beter, want Geertje vierde haar verjaardag altijd op 14 oktober en zo is die datum ook op de plaquette terechtgekomen. Geertje had blijkbaar een hekel aan het ongeluksgetal 13.

Ernst Mooij

Bronnen:


Print Friendly, PDF & Email