Nuhout van der Veen, Joachim (Jaarboek 01 1978, pg 20-21)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over personen: Asjes, AlbertBakker, ThijsBoreel van Hogelanden, JacobDeelen, Derk vanDekker, DirkGevers, FritsGinhoven van, HuibertHageman, ArieHeeck, CorHeideman, HenkHeimans EliHoberg, JanHurk, Gesina van derJacobi, Jan Willem – Jacobs-Wentink, Gré – Kieft, Pieter – Kortenoever, EldertKraakman, JacobKramer, MatthijsKrist, MeineLeenaers, HenriLommen, PietMooij, CorMooij, Geertje ten WoldeNuhout van der Veen, JoachimPeperkamp, CorPortegies, SijfQuack, Jan deRendorp, JacobRommel, AlbertSchotvanger, DirkStuyt, JanToepoel, LeoTulp, LideTwisk, EngelVeldt, KlaasVlaanderen-Boot, Tiny vanWeenen, Wub vanZaalberg, Hermanus


Jaarboek 1, pagina 20

Wie was … Joachim Nuhout van der Veen

Gegraveerd door R. Vinkeles als President der Nationale Vergadering
Afb. 1 Gegraveerd door R. Vinkeles als President der Nationale Vergadering

Joachim Nuhout van der Veen is de meest invloedrijke schout geweest van Castricum en Bakkum. Dit niet alleen vanwege het feit dat hij het ambt hier 34 jaar bekleed heeft en naast schout ook secretaris en notaris was, maar omdat hij in zijn tijd een vurig aanhanger was van de Patriottische partij en daarmee landelijke bekendheid verwierf.

Amsterdammer van geboorte

Joachim werd op 23 jan. 1756 te Amsterdam geboren als zoon van Jacob Nuhout van der Veen en Aaltje Boerregter. Voor de academische lessen werd hij opgeleid op de Latijnse school te Ootmarsum, daarna studeerde hij te Leiden, alwaar hij op 21 sept. 1776 werd bevorderd tot dokter in de rechten.
Een jaar later op 30 okt. 1777 kwam Joachim uit Amsterdam naar Castricum en werd op 13 nov. van dat jaar benoemd tot notaris en secretaris van Castricum en Bakkum. Hij was lidmaat van de Hervormde kerk en trouwde op 27 mei 1778 te Castricum met Elisabeth Fabritius, geboren te Alkmaar op 18 dec. 1753 en dochter van Ernst Fabritius en Anthonia Sijbrands.
In 1780 werd Joachim Nuhout van der Veen benoemd tot schout van Castricum en tot baljuw en schout van Bakkum door Mr. Joan Geelvinck, de ambachtsheer van beide dorpen.

Gedurende 34 jaar schout van Castricum en Bakkum

Nuhout van der Veen was van 1780 tot 1814 schout van Castricum en Bakkum.
Het ambt van de schout is het beste te vergelijken met dat van burgemeester. De schout was de plaatsvervanger en handelde uit naam van de ambachtsheer en had naast zijn bestuurlijke functie ook als handhaver van het gezag rechterlijke bevoegdheden. Nuhout van der Veen kocht meerdere huizen en gronden in opdracht van Mr. Joan Geelvinck, die zelf maar weinig in Castricum kwam. Op 8 mei 1787 echter kocht Nuhout van der Veen van de familie Geelvinck de herberg “de Rustende Jager”.
Hij stond bij de Heer van Castricum zeer goed aangeschreven. Op 26 febr. 1794 was hij “omme ‘t goed gedrag en bequaamheid ende sonderlinge redenen” voor zijn leven Schout van Castricum geworden.
De schout woonde in het zogeheten “Knophuis”, tegenwoordig de boerderij van de Fa. Steeman aan de Verlegde Overtoom.

Aanhanger van de patriottische partij

Nuhout van der Veen was een vurig aanhanger van de patriottische partij. Deze partij was groot voorstander van de afschaffing van de regentenheerschappij en vergroting van de invloed van het volk op de samenstelling van de regering en de controle op haar doen en laten.
Als deze ideeën werkelijkheid zouden worden betekende dit een sterke inperking van de macht van de stadhouder en daarom werden zij beschouwd als anti-prinsgezind.
In vele steden werden rond 1784 patriottische vrij korpsen opgericht, waarbij het met de prinsgezinden vaak tot bloedige gevechten kwam. Ook in Castricum werd op 27 febr. 1785 een schutterij opgericht, die op bevel van hogerhand reeds in 1787 werd opgeheven.
In 1787 was Nuhout van der Veen o.a. secretaris van de commissie ter directie van het Noordhollandse gewapende burgerleger. In 1795 waren de Franse troepen ons land binnengetrokken, door de patriottische partij werden ze als bevrijders ingehaald. In Castricum werden de Franse soldaten met toestemming van Nuhout van der Veen in de school gelegerd.
De sterk pro-franse schout hield reeds op 4 febr. 1795 in het rechthuis te Castricum een toespraak voor de burgers, waarin hij met grote voldoening constateerde dat er een einde was gekomen aan het geweld, de heerszucht en de dwingelandij van de stadhouder en waarin hij aankondigde dat het vorig bestuur een einde had genomen en dat het volk het recht had om zijn eigen bestuurders te benoemen – Vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Ook in andere plaatsen werd het plaatselijk bewind door patriot- ten bezet. In Velsen gaf de vorming van het nieuwe bestuur moei-


Jaarboek 1, pagina 21

J. Nuhout van der Veen, silhouet
afb. 2 J. Nuhout van der Veen, silhouet

lijkheden door naijver tussen Velsen en Santpoort. Op 9 febr. 1795 werd het geschil opgelost door tussenkomst van Nuhout van der Veen.
Op 1 maart 1796 werd de eerste Nationale Vergadering gehouden. In deze vergaderingen had Nuhout van der Veen zitting voor het district van de Noordzee met als hoofdplaats Beverwijk. Meerdere malen bekleede hij het voorzitterschap van deze vergadering. Hierin uitte hij op 20 okt. 1796 de wens tot afschaffing van de doodstraf.
Op 4 febr. 1796 werd hij benoemd tot dijkgraaf van de Honds-bossche en Duinen te Petten en eind mei 1799 werd hij door het kiesdistrict Westzaandam tot lid van het Vertegenwoordigend Lichaam verkozen.

President van de rechtbank te Alkmaar

Nuhout van der Veen werd op 6 sept. 1814 als – schout en secretaris van Castricum en Bakkum opgevolgd door Pieter Kieft.
Rond dezelfde datum ging hij in Alkmaar wonen, alwaar hij door keizer Napoleon op 24 jan. 1811 reeds tot lid van de rechtbank, op 19 mei tot lid van de municipale raad en op 13 aug. van dat jaar als president van de rechtbank werd geïnstalleerd. Hij bleef in deze functie tot aan zijn dood.
In 1816 had Nuhout van der Veen een buitenplaats gekocht met koepel, koetswagenhuis en stalling genaamd “Middenhout” en gelegen in de Alkmaarse Hout.
Van febr. 1822 tot maart 1824 was hij een van de 4 burgemeesters, die Alkmaar toen telde.

Lid der vrijmetselarij

Nuhout van der Veen heeft grote verdienste gehad voor de vrijmetselarij in Alkmaar, maar ook voor de Orde in het algemeen. Op 54-jarige leeftijd werd hij in loge “de Noordstar” opgenomen op voordracht van zijn zoon Jacob.
De inwijding tot leerling, gezel en meester had op eenzelfde dag plaats in 1809, hetgeen in bijzondere gevallen wel meer geschiedde. Op 13 dec. 1815 wordt Nuhout van der Veen tot voorzitter gekozen.
Het is het begin van een lange regeerperiode, die eerst zal eindigen door zijn overlijden. Daarenboven werd hij tweemaal tot lid van het hoofdbestuur der Orde benoemd en wel tot Groot Hofmeester van 1812 tot 1815 en later tot Adjunct Groot Zegelbewaarder van 1820 tot 1822. Vooral zijn lidmaatschap van het hoofdbestuur in de eerste periode is voor de Orde van betekenis geweest, omdat hij in die tijd krachtig stelling heeft genomen tegen het plan van het Groot Oosten van Frankrijk om de Nederlandse loges in de Franse grootmacht te doen opgaan. In die tijd van overheersing door de Franse bezettingslegers, moet (fit een uiterst delicate aangelegenheid zijn geweest, waarbij van de verantwoordelijke bestuurders veel tact en wijsheid werd verlangd.
Van de grote waardering voor de bestuurlijke kwaliteiten van Nuhout van der Veen getuigt de eervolle onderscheiding die hem ten deel viel in 1824, toen hij als opvolger van Z.K.H. Prins Frederik der Nederlanden werd benoemd tot Groot Meester der Hoge Graden, welke waardigheid hij tot zijn dood heeft mogen bekleden. Een fraaie bokaal, welke thans nog in het bezit is van het hoofdbestuur in Den Haag, werd hem door het Hoofdkappittel ten geschenke gegeven in 1828 bij gelegenheid van zijn 50-jarige huwelijksfeest.
Bij dezelfde gelegenheid schonk Nuhout van der Veen de Grote – of Sint Laurenskerk te Alkmaar een prachtig zilveren doopbekken.

Drie generaties doctor in de rechten

Op 12 april 1833 overleed Joachim Nuhout van der Veen te Alkmaar. Zijn vrouw was reeds enkele weken na de gouden bruiloft op 15 juni 1828 overleden.
Uit zijn huwelijk met Elisabeth Fabritius werd te Castricum op 24 febr. 1779 als enig kind een zoon Jacob geboren. Deze Jacob trad in de voetsporen van zijn vader door eveneens rechten te gaan studeren. Hij werd bevorderd tot doctor in de rechten op 25 okt. 1798 en werd aangesteld tot notaris van Castricum op 12 mei 1802. In die periode nam hij een aantal notariële zaken over van zijn vader, die toen ook nog notaris te Castricum was. Zoon Jacob bleef tot 1811 notaris te Castricum, werd op 12 dec. 1811 als notaris te Alkmaar bevestigd, alwaar hij in de Langestraat een notaris praktijk begon.
Uit de notariële acten, die in diens Alkmaarse periode zijn gepasseerd, blijkt dat hij veelvuldig naar Castricum kwam om daar openbare verkopingen te houden, acten van eigendomsoverdracht of testamenten op te maken.
Hij overleed op 28 sept. 1837 te Alkmaar. Uit zijn huwelijk met Vrouwe Catharina Barbara Druijvestein werd op 31 maart 1811 te Alkmaar geboren als enig kind Joachim Elisa Nuhout van der Veen, die op 8 nov. 1834 eveneens bevorderd werd tot doctor in de rechten en op 19 nov. d.a.v. toegelaten werd tot advocaat.

S.P.A. Zuurbier

Gegevens uit o.a.:
D. van Deelen: “Historie van Castricum en Bakkum”, Schoorl 1973.
Mr. H.J.J. Scholtens: “Uit het verleden van Midden-Kennemerland”, Den Haag 1947.
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel II, blz. 1483.
Loge “de Noordstar” 1800 -1975
Aantekeningen P. Boer te Alkmaar.
Notarieel Archief – Nuhout van der Veen – aanwezig op het Gemeentearchief te Alkmaar.

Print Friendly, PDF & Email