Schoolstraat, pand Res (Jaarboek 28 2005 pg 3-10)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over de Schoolstraat: geschiedenispand Resrond 1950ruiterspoor


Jaarboek 28, pagina 3

De Schoolstraat al in de 1e eeuw bewoond

Het was al weer ruim acht jaar geleden (gerekend vanaf 2005) dat er in Castricum in de Oosterbuurt een grote archeologische opgraving had plaatsgevonden. Daarom wekte een bericht eind november 2003 in het Nieuwsblad voor Castricum over de sloop en bouw van een nieuwe woning in de Schoolstraat onze belangstelling.
Het terrein ligt immers in de Kerkbuurt direct naast de oude Pancratiuskerk, een van de oudste monumenten in het dorp en nabij het raadhuis, vroeger ‘regthuys’ of ‘dinckstoel’ geheten. De geschiedenis van het regthuys op deze plaats gaat volgens een akte, aanwezig in de leenregisters van het graafschap Egmond, terug tot 1491. De Kerkbuurt is gelegen op de strandwal waar ook bij het vroegere hotel-restaurant De Rustende Jager, vondsten zijn gedaan uit de eerste eeuwen van de jaartelling.

Aangezien door de bouw de archeologische sporen in het terrein vernietigd zouden worden, verleenden de provincie Noord-Holland, de gemeente Castricum en de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) toestemming aan de Stichting Werkgroep Oud-Castricum voor een noodopgraving, uit te voeren volgens voorgeschreven protocollen. In nauw overleg met de eigenaren, de gebroeders Res, werd een plan van aanpak opgesteld.

Luchtfoto van school en raadhuis ca. 1920.
Luchtfoto van school en raadhuis ca. 1920.

De Schoolstraat is een korte zijstraat van de Dorpsstraat. De naamgeving is het gevolg van het feit dat er op de hoek Dorpsstraat en Schoolstraat de eerste Openbare Lagere School in Castricum stond. Deze school is omstreeks 1934 gesloopt. Het opgravingsterrein wordt begrensd door de Schoolstraat en het kerkhof van de Ned. Hervormde kerk. De bouw van dit Castricumse monument kan gedateerd worden uit het begin van de 13e eeuw voor wat betreft het tufstenen middenschip terwijl de toren en het vergrote koor uit de 16e eeuw stammen.

Op het perceel Schoolstraat 5 (met een grootte van ca. 600 m ) bevond zich een woonhuis met aangrenzende timmerwerkplaats. De geschiedenis van dit pand en zijn bewoners wordt in het tweede deel van dit artikel beschreven, maar eerst willen we ingaan op de resultaten van het archeologisch onderzoek.

1 Het archeologisch onderzoek

Onderzoeksteam

Kort na de toestemming voor een noodopgraving wendde de Werkgroep Oud-Castricum zich tot de juist in oprichting zijnde Werkgroep Oer-IJ, een samenwerkingsverband van de archeologische werkgroepen van Castricum, Limmen, Akersloot, Egmond, Uitgeest en Heiloo. Hieruit is een kernteam gevormd bestaande uit: Mark van Raay (Oud-Limmen), coördinator veldwerk, Ron Duindam (Oud-Limmen) en Sjef Smulders (Oud-Castricum) uitgebreid met Cees van Roon en Mark Harsfeldt (Zaanstad), Ies de Zwart (Egmond), Paul Patist, Theo de Weerd, Rino Zonneveld en Paul Boesaart (allen Oud-Castricum); zij waren betrokken bij de dagelijkse werkzaamheden. Incidenteel werd assistentie verleend door studenten van de Universiteit van Amsterdam en de historische verenigingen uit Akersloot en Heiloo.
De financiering werd geregeld door de Werkgroep Oud- Castricum en de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN), afdeling Noord-Holland Noord.

Voorbereidingen

In opdracht van de firma Res is in 2003 een sonderingsonderzoek op het terrein verricht naar mogelijke verontreinigingen van de grond. Uit het rapport werd duidelijk dat op enkele plaatsen op het terrein zich concentraties bevonden van carbolineum. Immers de vloeistof werd in de beginjaren van de 20e eeuw gebruikt in de timmerwerkplaats van aannemer Res ter conservering van hout. Daartoe werden houten palen en planken enkele dagen gedompeld in een carbolineumbad.

Eind juni/begin juli 2004 werden het woonhuis en de werkplaats gesloopt. Tevens vond toen een afstemming plaats van het ‘plan van aanpak’ met de eigenaren Res. Besloten werd tot een opgravingsperiode van in totaal 3 weken (bouwvakvakantie).
Op vrijdag 16 juli werd een vooronderzoek verricht door enkele werkgroepsleden middels een tiental boringen en enkele ‘kijkgaten’. Al spoedig werd geconstateerd dat zich mogelijk interessante scherf-concentraties in de grond bevonden op een gemiddelde diepte van 1 tot 1,5 meter. Echter gezien de aangetroffen carbolineumconcentraties werd van 19 t/m 24 juli de sanering van de grond uitgevoerd, waarbij het terrein werd afgesloten. De sanering vond plaats op een drietal plekken tot een diepte van 5 tot 7 meter. De vervuilde grond werd afgevoerd en vervangen door schoon zand.
Tijdens de werkzaamheden konden we constateren dat helaas twee oude houten waterputten compleet verwijderd werden alsmede een opgemetselde stortput. Van de geplande onderzoeksperiode bleven vervolgens nog maar twee weken over.


Jaarboek 28, pagina 4

Voorbereidende saneringswerkzaamheden.
Voorbereidende saneringswerkzaamheden.
De eerste opgravingen in vlak 1.
De eerste opgravingen in vlak 1.
Zorgvuldig wordt de bodem afgeschaafd en iedere vondst zorgvuldig bekeken.
Zorgvuldig wordt de bodem afgeschaafd en iedere vondst zorgvuldig bekeken.
Duidelijke greppelsporen tekenen zich af.
Duidelijke greppelsporen tekenen zich af.

Start opgraving

Op maandag 26 juli kon de Werkgroep Oer-IJ starten met het mechanisch graven van een sleuf lopend van west naar oost: breedte 5 meter, lengte 20 meter en diepte 1,5 meter. Voorzichtig werden de vrijgekomen terreindelen afgeschaafd en al spoedig werden vele grondsporen zichtbaar. Dit eerste vlak werd ingemeten en de sporen konden ingetekend worden. De uitgegraven grond (stort) werd direct met metaaldetectoren onderzocht. Midden in het vlak werd een ronde, van roodachtige bakstenen opgemetselde put blootgelegd. Er bevonden zich helaas geen scherven of andere voorwerpen in deze put. Aan de hand van de bakstenen is de ouderdom vastgesteld op de 18e eeuw.
Ook werd een vloer aangetroffen van 1 bij 1,5 meter, belegd met groen en bruin geglazuurde tegels (estrik), vastgezet in een dik cementbed. Het gebruiksdoel ervan is niet vast te stellen. Wellicht was het de vloer van een waterput uit de 19e eeuw.
Opmerkelijk waren de vele, van west naar oost lopende geulsporen, richting straatzijde. Met enige zekerheid kan gesteld worden dat evenwijdig aan de straat een vrij grote sloot heeft gelegen waarin de geulen konden afwateren.

Het profiel van de ‘straatsloot’ kon niet vastgesteld worden, aangezien deze tot onder de klinker-bestrating doorloopt.
Aan de oostzijde van het vlak werden duidelijke paalsporen waargenomen, lopend in een rechte lijn, op regelmatige afstand van 1,3 meter van elkaar, diameter 25 cm. Parallel aan, maar ook haaks op de paalsporen, waren diverse afwateringsgeulen zichtbaar.
In de noord westhoek van het vlak werden een opgemetselde muur en een vloer blootgelegd. Vlak daarbij werden één complete en enkele halve zogenaamde ‘kloostermoppen’ gevonden. Kloostermoppen zijn oude bakstenen met veelal een afmeting van 30 cm lang, 15 cm breed en 7-8 cm dik. Deze grote bakstenen werden in de Middeleeuwen veelvuldig door de monniken-bouwlieden gebakken voor de bouw van hun kerken en kloosters.

Bij het maken van een dwarsdoorsnede van de diverse greppel- en paalsporen werden onder meer scherven aangetroffen uit de Middeleeuwen en de Inheems-Romeinse tijd. In een van de sporen werd een redelijk complete (ca. 85 procent) slank gevormde schenkpot met oor aangetroffen. Ook een Overijsselse duit uit het jaar 1680 en een Franse uniformknoop werden gevonden. Vlak langs de straatzijde werd het geraamte van een koe gevonden, dat helaas niet in zijn geheel kon worden opgegraven aangezien een gedeelte zich nog onder de straatklinkers bevond.
In dit eerste vlak werden ruim tachtig sporen aangetekend en gelabeld. Ter plaatse gedetermineerde vondsten zijn afkomstig uit de 17e en 18e eeuw.


Jaarboek 28, pagina 5

Restanten van het muurtje en de vloer.
Restanten van het muurtje en de vloer.
Fraaie schenkpot van zogenaamd protosteengoed, 13e eeuw.
Fraaie schenkpot van zogenaamd protosteengoed, 13e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.

Jaarboek 28, pagina 6

Leden van de Werkgroep Oer-IJ in actie.
Leden van de Werkgroep Oer-IJ in actie.
Het geraamte van een koe uit de 18e of 19e eeuw.
Het geraamte van een koe uit de 18e of 19e eeuw.
Een reconstructie van een stalwoning.
Een reconstructie van een stalwoning.
Paalsporen van het gebouw. De gele lijn geeft de omtrek van het gebouw aan.
Paalsporen van het gebouw. De gele (?) lijn geeft de omtrek van het gebouw aan.

Boerderijplattegrond

In de tweede week werd een tweede vlak van 5 x 15 meter opengelegd. Ook hierbij kwamen vele grondsporen vrij. En er werd, zoals reeds vermoed, een tweede rij paalsporen zichtbaar, die duidelijk in verband stond met de paalsporen uit vlak 1. Uit een reconstructie blijkt het te gaan om een gebouw (stalwoning?) van ca. 6,5 meter breed en minstens 20 meter lang, lopend van noord naar zuid en zeer vermoedelijk uit de 13 eeuw. Waarschijnlijk is het gebouw nog langer geweest. De begrenzing aan het pleintje aan de noordzijde hebben we vastgesteld, maar de begrenzing aan de zuidzijde was vanwege het eerder gesaneerde terreindeel niet meer te bepalen.
Naast de paalsporen werden de resten van de opgemetselde muur en vloer opgegraven. De vloer van een kelder(?) bevond zich op 1,8 meter diepte en bestond uit zorgvuldig naast elkaar geplaatste, los gelegde halve klinkertjes en diverse gele en rode kleinere steentjes. Op de eerste vloer was een tweede gelegd van gebakken en geglazuurde tegels in verbrokkelde kalkspecie waarop duidelijk brandsporen zichtbaar waren. Ons was reeds uit de archieven bekend dat er op 29 juli 1795 brand was ontstaan in de vierkante kap van een kleine boerderij direct ten noorden van de kerk en dat deze brand was overgeslagen naar vijf andere omliggende boerenwoninkjes. Het is heel goed mogelijk dat de aangetroffen brandsporen met deze brand in 1795 in verband staan.
Bestudering van de vloer en de muurresten wijzen op een datering uit het begin van de 18e eeuw.

Aan de uiterste rand van vlak 2, grenzend aan het kerkhofterrein, werd een sloot met veel afval blootgelegd, die was omgeven met enkele oude houten palen. De beschoeiing liep langs de gehele westelijke begrenzing van het kerkterrein (zoals werd waargenomen tijdens de eerdere sanering). Opvallend is dat de sloot ruim 1,8 meter onder het maaiveld lag. De grote diepte is merkwaardig, omdat men een glooiend verloop zou verwachten vanaf het kerkhofterrein naar het opgravingsterrein, in dit geval de sloot, en niet een direct verval van anderhalve meter. Een ongefundeerde theorie zou kunnen zijn dat de sloot er al was voordat de terp van de kerk en het kerkhof werd aangelegd, maar dan spreken we over de 12e eeuw.
Wel werd duidelijk dat de sloot in het verleden enkele malen is voorzien van een soort borstwering, vermoedelijk om


Jaarboek 28, pagina 7

het vollopen van zand vanaf de zijkanten te verhinderen. Uit de sloot kwam een grote hoeveelheid geglazuurde en ongeglazuurde scherven van kookpannen, enkele pijpenkopjes, stukken glas, diepgroen en delftsblauw aardewerk, alsmede een schoen met leerresten. Deze scherven kunnen we dateren uit de 18e en 19e eeuw. Ondanks vele pogingen konden er van alle scherven uit deze sloot geen reconstructies van enigerlei aardewerk gemaakt worden. Alles bleek zeer fragmentarisch.
Op de voorlaatste dag werden in vlak 2 op een diepte van 1,8 m nog de resten van een waterput, vervaardigd van houten duigen, aangetroffen. De opgraving ervan kon niet in rust geschieden, aangezien de vondst onder het grondwaterpeil lag en snel handelen dus geboden was. De duigen zijn onder water bewaard; de datering daarvan moet nog geschieden (ROB).
Meer tijd voor het onderzoek was niet beschikbaar, omdat de voorbereiding van de bouw een aanvang nam.

De keldervloer.
De keldervloer.
Waterput met houten duigen.
Waterput met houten duigen.

Publiciteit

Gedurende het onderzoek werd de opgraving bezocht door de burgemeester, mevrouw A. Emmens – Knol, alsmede wethouder Könst, enkele raadsleden en de heer Venema, ambtenaar voor monumentenzorg. Daarnaast werd dagelijks uitgebreide voorlichting door werkgroepleden gegeven aan de tientallen bezoekers. Ook in de pers (Noordhollands Dagblad, de Castricummer, Nieuwsblad voor Castricum en de Zondagskrant) verschenen uitgebreide artikelen en foto’s. Het maandblad ‘de Makelaar’ plaatste in haar augustus-uitgave een uitgebreid artikel met op de cover een foto van de opgraving. Zelfs Radio Noord-Holland besteedde aandacht aan dit archeologisch onderzoek.
Een verder onderzoek van het terrein was niet mogelijk, aangezien zich hierin de gesaneerde terreindelen bevonden, alsmede een terreindeel met tegelbestrating, dat gehandhaafd diende te worden als opslagterrein voor de toekomstige nieuwbouw. Nadat het opgravingsterrein weer genivelleerd was, ontstond de mogelijkheid om onderstaande unieke foto van de kerk te maken. Dit was tot nu toe, en dat zal ook voor de toekomst gelden, niet mogelijk omdat er altijd een woonhuis in de weg stond en zal staan.

Nederlands Hervormde kerk.
Nederlands Hervormde kerk.

Terugblik

Het was boeiend om weer eens een vrij grote opgraving te ondernemen met vele gedreven amateur-archeologen die tezamen weer een stukje geschiedenis toegevoegd hebben aan onze fraaie gemeente. Heel interessant is dat dit gebied vanaf de le/2e eeuw na Christus tot heden bewoond is geweest, dat er een huisplattegrond, waterputten en een keldervloer is aangetroffen en dat we een rijke verzameling aan scherven uit diverse periodes hebben gevonden.
De opgegraven scherven en sporen tonen onomstotelijk aan dat er toen al sprake was van bewoning op een van de strandruggen van het Oer-IJ-gebied, vele eeuwen voordat er ook maar sprake was van de naam Castricum.


Jaarboek 28, pagina 8

2 De historie van het pand Schoolstraat 5

De situatie van de panden aan de Schoolstraat in 1822.
De situatie van de panden aan de Schoolstraat in 1822.

De dorpstimmerman meer dan twee eeuwen in de Schoolstraat

Als oudste vermelding in het Kadaster in 1832 komt Hendrik Beugeling voor als eigenaar van twee aan elkaar gebouwde huizen, die in de Kerkbuurt staan op een plaats waar in onze tijd het timmerbedrijf van de familie Res aan de Schoolstraat was gevestigd.
Hendrik Beugeling werd geboren in 1774 in Castricum als zoon van Hermanus Beugeling en Eva Jansdr.
Hij had deze panden geërfd van zijn vader, die in 1750 in Beverwijk was geboren en die al vanaf zijn trouwen in 1769 in Castricum woonde en hoogst waarschijnlijk toen al in de straat die later Schoolstraat zou gaan heten. Vader Hermanus Beugeling was timmerman en wordt genoemd bij de verkoop van het naastliggende huis.

Zoon Hendrik was meester timmerman en is in dit huis op 11 mei 1831 overleden. Hendrik trouwde op 10 augustus 1800 te Castricum met Johanna Bakker; uit dit huwelijk werden te Castricum vier kinderen geboren. De enige zoon Jan koos niet voor het beroep van zijn vader; hij trouwde in 1824 met een meisje uit Ursem en ging uiteindelijk in die plaats wonen. Hendrik Beugeling had in de loop der jaren veel land gekocht of geërfd. Hij had 3 huizen en ruim 27 hectare land in Castricum in zijn bezit, toen hij op 24 december 1829 de twee aaneengebouwde huizen in de Schoolstraat voor 1.500 gulden verkocht aan Klaas Dirkszoon de Vries, timmerman te Zaandijk. De grootte van het erf van het ene huis, dat als timmermanswinkel in gebruik is, is 620 vierkante meter (nr. 405) en van het andere erf 260 vierkante meter (nr. 406).

Klaas de Vries woont met zijn vrouw Hilletje de Vries in het pand in de Schoolstraat. Hier worden hun vijf kinderen geboren in de periode 1830 – 1838. Op 16 april 1842 verkoopt hij in een onderhandse akte de ‘twee aaneen verheelde huizen’, staande en gelegen aan de Kerkbuurt voor 2.000 gulden aan Hendrik Handgraaf, timmerman uit Santpoort. Hendrik Handgraaf overlijdt in 1863 en zijn vrouw Catharina Traan wordt dan eigenaar van het bedrijf. Catharina hertrouwt op 22 januari 1865 met weduwnaar Jan Dirksz Schotvanger, veehouder op het Noordend, waar zij gaat wonen. Enkele dagen na haar huwelijk houdt zij in het pand aan de Schoolstraat een publieke verkoping van timmermansgereedschappen, huisraad en inboedel. Een lijst, door de notaris opgemaakt, vermeldt 343 te verkopen stukken, die bij de verkoop in totaal ruim 400 gulden opbrengen. Nog weer enkele dagen later, op 1 februari 1865, verkoopt zij het timmerbedrijf aan de Schoolstraat voor 2.200 gulden aan Johannes Res, timmerman te Castricum.

Handtekeningen bij de verkoop van het timmerbedrijf in 1865 door Catharina Traan, haar man Jan Schotvanger en de nieuwe eigenaar Johannes Res.
Handtekeningen bij de verkoop van het timmerbedrijf in 1865 door Catharina Traan, haar man Jan Schotvanger en de nieuwe eigenaar Johannes Res.

Vijf generaties Res met een bouwbedrijf aan de Schoolstraat

Johannes Res wordt geboren op 18 oktober 1834 in Castricum als de oudste zoon van Bernardus Res, de plaatselijke heelmeester, en van Johanna Maria Kuin. (Zie stamboom familie Res in het 6e jaarboekje.)

Johannes Res, geb. in 1834 en eerste Res als timmerman aan de Schoolstraat.
Johannes Res, geb. in 1834 en eerste Res als timmerman aan de Schoolstraat.

Johannes Res en zijn broer Willem Res zijn de stamvaders van de Castricumse familie Res. Johannes trouwt in 1860 met Maartje Brakenhoff en koopt in dat jaar een stukje tuingrond ter grootte van 250 vierkante meter aan de Dorpsstraat en bouwt hierop een huis en schuur, waar zij gaan wonen (de plaats waar nu (in 2005) Stevens Mode is gevestigd). Johannes Res was timmerman, aannemer en bouwde onder andere in 1868 een nieuw raadhuis. Zijn eigen bezit aan de Schoolstraat onderging in 1870 een flinke verandering met als resultaat een groot pand, waarin de woning en de werkplaats waren ondergebracht op in totaal 844 m en daarnaast was er nog een afzonderlijk huisje van 36 vierkante meter.


Jaarboek 28, pagina 9

Uit zijn huwelijk met Maartje Brakenhoff werden dertien kinderen geboren, waarvan acht na hun verhuizing in 1870 op de Schoolstraat. Daar zullen ook vier kinderen op nog jonge leeftijd overlijden.

Johannes Res overlijdt in 1881 op 46-jarige leeftijd. Zijn vrouw wordt de nieuwe eigenaar. In 1884 en in 1902 wordt er bijgebouwd en het totale grondgebied anders opgesplitst, waardoor er in het laatstgenoemde jaar op een iets vergroot perceel een huis, schuur en erf (604 vierkante meter) staat dat eigendom wordt van zoon Jacobus Res jr. en nog twee kleine woonhuizen met erven van resp. 120 en 156 vierkante meter die eigendom blijven van Maartje Brakenhoff.
Na haar overlijden in 1907 wordt dit bezit door de erfgenamen in een openbare verkoping verkocht aan dezelfde Jacobus Res jr. Laatstgenoemde, geboren op 15 maart 1868, is timmerman, aannemer en in 1893 gehuwd met Alida Bibo; hij bouwt in 1911 aan de Dorpsstraat het nieuwe raadhuis dat het in 1868 door zijn vader gebouwde raadhuis vervangt. Nu (in 2005) is dit pand eigendom van het Landschap Noord-Holland.

Interieur van de timmerwerkplaats. De werkplaats fungeerde ook als timmerwinkel. Als dorpelingen hout, spijkers of schroeven nodig hadden, konden ze hier terecht. Doe-het-zelf-zaken bestonden nog niet. V.l.n.r.: Ber van Benthem, Jan Korsman en Jan Res.
Interieur van de timmerwerkplaats. De werkplaats fungeerde ook als timmerwinkel. Als dorpelingen hout, spijkers of schroeven nodig hadden, konden ze hier terecht. Doe-het-zelf-zaken bestonden nog niet. V.l.n.r.: Ber van Benthem, Jan Korsman en Jan Res.

Jacobus (Co) Res en Alida Bibo hebben zeven kinderen; hun zoon Johannes J. zal het bedrijf gaan voortzetten.
Johannes Jacobus (Jan) Res, geboren op 2 juli 1899, is ook timmerman-aannemer en trouwt in 1925 met Adriana Agatha Maria Fatels. Zij krijgen negen kinderen in de periode 1926 tot 1947. In 1933 neemt Jan voor 5.000 gulden het huis met aangebouwde timmerwerkplaats, erf en grond aan de Schoolstraat van zijn vader over. In 1939 wordt op deze grond nog een houtloods gebouwd.

Exterieur van de timmerwerkplaats: 3e van links zoon Jan Res en 2e van rechts met pet zijn vader Co Res.
Exterieur van de timmerwerkplaats: 3e van links zoon Jan Res en 2e van rechts met pet zijn vader Co Res.

Door aannemer Jan Res is veel gebouwd. In verband met de herbouwplicht nam dat direct na de oorlog grote vormen aan. Daarna werden in Castricum vele woningen in bestaande straten of in nieuwe wijken door de firma Res gebouwd. Ook de Henricus Mavo werd door Res gebouwd. Er werkte toen ongeveer 25 man personeel bij het bedrijf; van de familie Korsman waren er meerdere personen uit twee generaties bij het bedrijf werkzaam.

In juli 1962 overleed Jan Res plotseling. Bij de overdracht van de bezittingen kort na het overlijden aan zijn weduwe Adriana Fatels worden deze omschreven als: een woonhuis, werkplaats, schuur en erf aan de Schoolstraat nr. 5, te samen groot 625 vierkante meter. Het bedrijf stond bekend als de firma J.J. Res.

In april 1968 volgt de verkoop van het woonhuis, werkplaats, erf en verdere aanhorigheden voor 65.000,- gulden aan de zonen Jacobus Fredericus (Jaap) Res, geboren in 1930, aannemer, gehuwd met Maria Antonia Afra (Rie) Kuilman, aan Johannes Timotheus (Jan) Res, geboren in 1934, timmerman-aannemer, gehuwd met Agatha Maria de Waard en aan Reinier (René) Res, geboren in 1942, uitvoerder en gehuwd met Maartje Christina Ooms.

Kort na de overdracht overlijdt Jaap Res. Op 19 augustus 1969 draagt Rie Kuilman, die toen woonde aan de Dorpsstraat 15, haar aandeel in het woonhuis over aan haar zwagers Jan en René Res. Jan Res woont dan al in het pand aan de Schoolstraat. De omschrijving was toen: het woonhuis, kantoren, werkplaats, bergplaats, erf en grond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen in de Gemeente Castricum, aan de Schoolstraat nummer 5, te samen groot 62 vierkante meter. In 1971 koopt Jan Res het deel van zijn broer René en zo komt het geheel in zijn bezit. In 1977 heeft Jan Res de bestaande en in slechte staat verkerende houtloods aan de voorzijde van het perceel herbouwd; in 1980 volgt nog een uitbreiding door in de ruimte tussen Schoolstraat 9 en het bedrijfspand een garage met enkele voorzieningen te bouwen.

In 1982 stopt Jan Res met het bouwbedrijf en begint aan de Dorpsstraat ‘Handy House’, een winkel voor de ‘doe-het-zelver’. De werkplaats en de schuur aan de Schoolstraat worden gebruikt als opslag voor de winkel. In 1988 sluit hij zich aan bij de landelijke Doeland-keten en wordt de naam van de winkel gewijzigd in ‘Doeland’. Zoon Paul Res werkt al jaren mee in het bedrijf en hij neemt de winkel in 1990 van zijn vader over. Een uitbreiding van het bedrijf volgt in 1995 als Paul samen met zijn broer John een pand overneemt op de Castricummerwerf. Deze zaak gaat in oktober van dat jaar van start als Big Boss, een franchise van een landelijke keten. Beide bedrijven zijn nu (in 2005) gezamenlijk bezit van Paul en John Res.

Agatha M. de Waard is in 1995 te Alkmaar overleden en haar man Jan Res op 67-jarige leeftijd in 2001 te Castricum. De ‘Doeland’-winkel aan de Dorpsstraat wordt gesloten en Paul en John Res geven nu samen leiding aan het bedrijf Big-Boss op de Castricummerwerf.

In 2004 worden aan de Schoolstraat de werkplaats, de schuur en de woningen nummer 5 en nummer 7 gesloopt en verrijzen op die plaats twee vrijstaande woningen. Hiermee komt een einde aan een eeuwenlange geschiedenis van timmerbedrijven aan de Schoolstraat.

Sjef Smulders


Jaarboek 28, pagina 10

Bronnen:

  • Castricumse archieven op het Regionaal Archief te Alkmaar.
  • Kadastrale gegevens te Alkmaar en Haarlem.
  • Blom, P.C.M., onderzoek perceel Schoolstraat 5, febr. 2005.
  • Zuurbier, S.P.A., De Castricumse familie … Res, 6e Jaarboekje

Werkgroep Oud-Castricum, 1984.

Met dank aan:
Huib Korsman, Bob en René Res.

Het bedrijf met woonhuis van de fa. J.J. Res gezien vanaf de noordzijde.
Het bedrijf met woonhuis van de fa. J.J. Res gezien vanaf de noordzijde.
Print Friendly, PDF & Email