Schulpstet en zijn bewoners (Jaarboek 21 1998 pg 24-29)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 21, pagina 24

 

Het Schulpstet en zijn bewoners

 

In de afgelopen jaren is in het jaarboekje telkens een artikel gewijd aan een of meerdere straten met hun bewoners rond 1940. Vanwege het hoofdthema van dit jaarboekje is nu in dat kader ‘het Schulpstet’ als straatnaam gekozen. In de voorgaande artikelen zijn de activiteiten genoemd die samenhangen met de plaatselijke schelpenindustrie en de belangrijke plaats daarin van het Schulpstet. Gedurende de vorige eeuwen was het Schulpstet het meest bedrijvige gedeelte van onze gemeente: hier was het de gehele dag een komen en gaan van schelpenkarren. De karren werden op het Schulpstet gelost en de schelpen werden per schelpenvisser op afzonderlijke hopen gestort. De schelpen werden vervolgens met kruiwagens in de schepen geladen, die over de Schulpvaart af- en aanvoeren om de schelpen verder te transporteren. De naam ‘stet’ voor een laad- of losplaats komt in meerdere dorpen in Noord-Holland voor.

Een fragment van een kaart die voor 1635 getekend moet zijn. Op dit fragment is aan de havenzijde 'Noordt Baccum' te zien grenzend aan Egmond Binnen en aan de onderkant is de Korendijk afgebeeld, vormend de grens met de gemeente Heemskerk. De geest 'Heemstede' aan de Korendijk is heel markant weergegeven. Dat geldt ook voor het Schulpstet met vele dwarssloten naar de Schulpvaart (iets boven het midden op het kaartje).
Een fragment van een kaart die voor 1635 getekend moet zijn. Op dit fragment is aan de havenzijde ‘Noordt Baccum’ te zien grenzend aan Egmond Binnen en aan de onderkant is de Korendijk afgebeeld, vormend de grens met de gemeente Heemskerk. De geest ‘Heemstede’ aan de Korendijk is heel markant weergegeven. Dat geldt ook voor het Schulpstet met vele dwarssloten naar de Schulpvaart (iets boven het midden op het kaartje).

Al in de middeleeuwen werd aan onze kust op schelpen gevist, blijkens een eerder genoemd privilege uit 1394 waarin een belasting op het vissen van schelpen werd afgeschaft. De oudste kaarten met enige details van het begin van de Schulpvaart en het hieraan grenzende Schulpstet laten op deze plaats verschillende dwarssloten zien, die naar wij mogen aannemen, dienst hebben gedaan om de schelpen in de schuiten te laden. Een andere functie van deze dwarssloten is niet goed voor te stellen. Hoewel de geografische nauwkeurigheid van kaarten voor de 19e eeuw zeer beperkt is, kan op het bijgevoegde kaartje van voor 1635 een groot aantal dwarssloten worden opgemerkt. Op de kaart van de Heerlijkheid van Castricum uit 1737 is het Schulpstet veel duidelijker getekend en zijn een zestal insteekhaventjes aanwezig om de schelpen te laden. Pas in 1832 bij de oprichting van het kadaster is de situatie heel nauwkeurig opgemeten en op kaarten opgetekend. Hierop zien we dat er nog twee haventjes zijn overgebleven en dat een deel van het terrein tussen de weg – nu Schulpstet geheten –  en de Schulpvaart in gebruik was voor de schelpenopslag.

Het Schulpstet en de Schulpvaart met een zestal haventjes waar tussen de schelpenhopen zijn weergegeven op de kaart van 'De Heerlykhyd van Castricum' uit 1737.
Het Schulpstet en de Schulpvaart met een zestal haventjes waar tussen de schelpenhopen zijn weergegeven op de kaart van ‘De Heerlykhyd van Castricum’ uit 1737.

De opslag van schelpen was goed georganiseerd en allerlei bepalingen waren in reglementen vastgelegd. In genoemd jaar 1832 waren er in totaal 16 kadastrale percelen, die als schulpstetten, ofwel afzonderlijke stortplaatsen van schelpen, in gebruik waren. De grootte van deze percelen varieerde tussen 165 en 2630 m2 met een gemiddelde grootte van 890 m2. Vijf van deze percelen waren eigendom van de’ Algemene Armen’ aan wie in Castricum de armenzorg van overheidswege was toevertrouwd. In 1704 waren reeds bij verordening bepaalde rechten aan de armenvoogden toegekend aangaande de schelpenhandel.


Jaarboek 21, pagina 25

Mogelijkerwijs dat het eigendom van een aantal schulpstetten hiervan een gevolg is geweest. In totaal acht schulpstetten genummerd 1 t/m 8 werden door het bestuur van de ‘Algemene Armen’ één keer in de vijf jaar in aanwezigheid van de notaris in huur uitgegeven. De schelpenvisser, die een schulpstet huurde, gebruikte in deze periode dit schulpstet voor de opslag van zijn schelpen; de huur bedroeg afhankelijk van de grootte tussen de 6 en 20 gulden per schulpstet per jaar. Op elk schulpstet moest een wit geschilderde paal zijn geplaatst met daarop in zwarte letters de naam en het volgnummer van de schelpenvisser. Volgens het reglement op de schelpen nering werden bij toerbeurt de schelpen per stet afgenomen om in de klaarliggende schuiten te worden geladen. Dat het er niet altijd eerlijk aan toeging, valt te lezen in het voorgaande artikel over de schelpenvisserij.

De ligging van het Schulpstet. de Schulpvaart en de Stetweg met de huizen en de percelen zoals bij de oprichting van het kadaster in 1832 nauwkeurig werden opgetekend.
De ligging van het Schulpstet. de Schulpvaart en de Stetweg met de huizen en de percelen zoals bij de oprichting van het kadaster in 1832 nauwkeurig werden opgetekend.

De bewoners in 1830

Volgens de volkstelling, die in Castricum in 1830 is gehouden, was het Schulpstet een wijk in Castricum met in totaal 14 huizen op een totaal van 134 huizen in onze gemeente (zie hierover ook het artikel in het 20e jaarboekje: De samenstelling van de Castricumse bevolking in 1830). Deze huizen staan op het nu ook nog geheten Schulpstet en op de Brakersweg tot even voorbij het ‘Lange Pannenhuis’.

Een van de oudstefoto's van het Schulpstet. Rechts staat de boerderij waar de familie Lute woonde. Links achter staat de woning van de familie Kuijs.
Een van de oudstefoto’s van het Schulpstet. Rechts staat de boerderij waar de familie Lute woonde. Links achter staat de woning van de familie Kuijs.

De bewoners op het Schulpstet waren toen logischerwijze nauw betrokken bij de schelpenvisserij en vooral bij de schelpenvaart. Van de 38 mensen, die bij de telling het beroep van schelpenvisser opgaven, woonden er 8 op het Schulpstet; van de 8 schelpenvaarders echter woonden er 7 op het Schulpstet en 1 in Bakkum.
Op het bijgevoegde kaartje is de situatie van omstreeks 1830 weergegeven. De huizen zijn genummerd van 1 tot en met 14.
Achtereenvolgens laten we hier de bewoners op het Schulpstet in het jaar 1830 de revue passeren.
Op nr 1 woont de 61-jarige Pieter Bruin, boer en schelpenvisser met zijn 20 jaar jongere vrouw Maartje Duinmeijer, hun drie jonge kinderen en de 24-jarige Dirk Bruin uit Pieters eerdere huwelijk. De 41-jarige Albert IJpelaan, schelpenvisser, woont op nr 2 met zijn 33-jarige zus Maartje en haar drie jonge kinderen Huigje, Frans en Gerrit Baars. Maartje is in 1827 reeds jong weduwe geworden van Teunis Baars.
Op nr 3 woont het kinderloze echtpaar Lammert Nijman, winkelier en Antje Lotte en ook het gezin van Cornelis Kool, zijn vrouw Cornelia Groentjes en hun 2 kinderen Jan en Jannetje Kool.
In de boerderij in de bocht van het Schulpstet (nr 4) wonen eveneens twee gezinnen: de in Bergen geboren Pieter Ranke, oud 45 jaar en schelpenvisser met zijn vrouw Grietje Hollander; zij hadden geen kinderen. Ook woonden hier de 42-jarige Jan van Beek, schelpenvisser, zijn vrouw Grietje IJpelaan en hun kinderen Maarten, Frans, Pieter, Pieter (2e), Maartje en Willem.
Op nr 5 woont Hendrik Veldt, oud 33 jaar, schelpenvisser, zijn vrouw Dieuwertje Waagmeester en hun vier jonge kinderen: Jansje, Catrina, Antje en Klaas. Het volgende huisje is eigendom van het gemeentelijk Armenbestuur (nr 6). Hier wonen: de 42-jarige Gerrit Schuijt, schelpenvaarder, zijn vrouw Maartje Wijlaards met hun drie kinderen: Christina, Willem en Anthonie, en verder nog Jan Schol, schelpenvaarder, geboren uit een eerder huwelijk van Maartje. Verder woonde in dit huisje de 40-jarige Engeltje Loos, weduwe van Jacob Scholder, met haar kinderen Job, Betje en Marijtje.
Jan Zonneveld, oud 56 jaar en schelpenvaarder, woont met zijn tweede vrouw op nr 7 met zijn zoons uit zijn eerste huwelijk, Lammert en Cornelis, resp. schelpenvaarder en boerenknecht.


Jaarboek 21, pagina 26

Op nr 8 woont de 31-jarige Jan Louter, boer, zijn vrouw Maartje Tromp en hun kinderen Simon, Antje en Gerrit en de dienstmeid Maartje Visbeen.
Gerrit Tromp, oud 61 jaar is o.a. schelpenkoopman, gecommitteerde in de schelpenhandel en ook gemeenteraadslid; hij woont met zijn vrouw Willemijntje van Winsen en hun zoon Jan op nr 9. Gerrit Tromp heeft diverse omliggende percelen in zijn bezit, evenals het hiervoor genoemde huis nr. 8, waar zijn dochter Maartje woont. Achter zijn huis staat een schuitenhuis aan een insteekhaventje van de Schulpvaart.
In het ‘Lange Pannenhuis’ (nr 10) woont aan de noordzijde de 46-jarige vrijgezel en schelpenvisser Olof Stuifbergen. Naast hem woont Cornelis Zonneveld, oud 58 jaar en schelpenvaarder, zijn vrouw Guurtje Stet, hun zoon Engel en de 49-jarige vrijgezel Willem Duijneveld, schelpenvaarder. Aan de zuidzijde woont het gezin van Jan Baars, oud 45 jaar, schelpenvisser, zijn vrouw Guurtje Arende en hun kinderen Gerrit, Aaltje en Huijgje. Bij hen woont de 61-jarige vrijgezel en arbeider Willem Koster (die van de gemeente Limmen alimentatie ontvangt).
Het laatste pand (nr 11) dat in 1830 nog onder het Schulpstet viel, is ook in tweeën bewoond: het echtpaar Jacob Zonneveld, oud 62 jaar, schelpenvaarder en Grietje Twisk, en het echtpaar Teunis van den Bos, oud 57 jaar, arbeider en Jannetje Schrama en hun zoon Jacob, 16 jaar en reeds vletschipper van beroep.

Deze luchtfoto uit 1926 geeft het gebied vanaf de Van Tienhovenhoeve aan de Heereweg (linksonder) tot een groepje huizen van het Schulpstet (linksboven). Aan de Stetweg stonden nog niet veel huizen. Het verlengde van de Zeeweg naar Limmen bestond nog niet. Vanaf de driesprong Heereweg-Zeeweg loopt het verlengde van de Schulpvaart naar het Koningskanaal langs de Zeeweg.
Deze luchtfoto uit 1926 geeft het gebied vanaf de Van Tienhovenhoeve aan de Heereweg (linksonder) tot een groepje huizen van het Schulpstet (linksboven). Aan de Stetweg stonden nog niet veel huizen. Het verlengde van de Zeeweg naar Limmen bestond nog niet. Vanaf de driesprong Heereweg-Zeeweg loopt het verlengde van de Schulpvaart naar het Koningskanaal langs de Zeeweg.

De periode 1830-1930

In deze periode van honderd jaar is de betekenis van de schelpkalk en de schelpenvisserij aanzienlijk afgenomen. Veel minder inwoners waren nog als schelpenvisser werkzaam. Het karakter van het Schulpstet is echter niet ingrijpend veranderd. Er staan in 1930 wel wat meer huizen, maar het is nog steeds een eigen buurtje, waar vooral de schippers wonen, die als de ‘Stetters’ of ‘de Schippers van het Stet’ worden aangeduid. Het zijn vooral de families Hollenberg, Lute en Zonneveld die hier deze kleine gemeenschap vormen.
Belangrijke verandering in deze periode van honderd jaar is de aanleg van de spoorlijn, die in 1868 in gebruik is genomen en daarbij het Schulpstet aan de oostzijde begrensde. Rond 1930 zijn tegen de spoorlijn tussen Schulpvaart en Schulpstet door Cees de Groot twee kalkovens gebouwd.

Dit kaartje geeft de situatie omstreeks 1940. De nummers worden in de tekst gebruikt bij de vermelding van de verschillende huizen en hun bewoners.
Dit kaartje geeft de situatie omstreeks 1940. De nummers worden in de tekst gebruikt bij de vermelding van de verschillende huizen en hun bewoners.

De bewoners in 1940

In 1940 is de vroegere drukte aan het Schulpstet veel minder geworden. De kalkovens van Cees de Groot zijn nog wel in bedrijf. Het Schulpstet is in onze eeuw de naam van de zijstraat van de Stetweg, die ongeveer begint tegenover de Constantijn Huygensstraat en na twee haakse bochten naar rechts ca. 200 meter verder weer terugkomt op de Stetweg. Op de schets is de situatie rond 1940 weergegeven.
We volgen nu de huizen en bewoners van de Schulpstet en beginnen aan de rechterkant van het Schulpstet (nr 1). Hier woonde Gerrit Brakenhoff, landbouwer en bloemist, met zijn vrouw Maria Klein en enige zoon Johannes. In het dubbele woonhuis (nr 2) woonden Nicolaas van den Akker en Jan Eijkmans. De boerderij in de bocht (nr 3) was in vieren bewoond door de familie Lute; hier woonden Toon Lute sr., het gezin van Toon Lute jr. (de laatste schelpenvisser) en Cornelia Hollenberg, hun zoon Nicolaas, die werkte bij Hoogovens, met zijn vrouw Catharina Admiraal en tenslotte Piet Hollenberg, die werkte op de melksuikerfabriek en getrouwd was met Catharina Lute, dochter van Toon Lute sr.. In het huis (nr 4) voorbij de bocht woonde Maria Schoorl, beter bekend als opoe Hollenberg met haar zoon Arie Hollenberg, die werkzaam was als bronbemaler bij Toon Borst.


Jaarboek 21, pagina 27

De ingang van het Schulpstet vanaf de Stetweg.
De ingang van het Schulpstet vanaf de Stetweg.

 

De boerderij van de familie Lute (nr 3).
De boerderij van de familie Lute (nr 3).

 

In dit huisje (nr 4) woonde opoe Hollenberg met haar zoon Arie Hollenberg.
In dit huisje (nr 4) woonde opoe Hollenberg met haar zoon Arie Hollenberg.

 

Het huisje van de familie Bont (nr 5) getekend door Sijf Portegies.
Het huisje van de familie Bont (nr 5) getekend door Sijf Portegies.

 

In dit houten huisje (nr 7) woonde Freek Hollenberg.
In dit houten huisje (nr 7) woonde Freek Hollenberg.

 

Even voor de driesprong het huis van Jan Hollenberg (nr 8).
Even voor de driesprong het huis van Jan Hollenberg (nr 8).

In het volgende huis (nr 5) woonden Cor Bont met Hendrika Hopman en hun in 1939 geboren zoon. Cor was eerst los werkman en daarna gemeente-arbeider. Daarnaast (nr 6) woonde zijn vader Frans Bont, die eveneens bij de gemeente werkte en als chauffeur naast de vuilniswagen liep; die wagen had in die tijd nog het stuur aan de zijkant. Daarna kwam aan de rechterkant van de weg het huis van Freek Hollenberg (nr 7). Freek was ‘schipper van het Stet’ en woonde hier met zijn vrouw Jannetje Metselaar en zijn gezin. In het naastgelegen huis (nr 8) woonde Jan Hollenberg, eveneens schipper, zijn vrouw Maria Laan en hun kinderen. Voorbij het huis van Jan Hollenberg krijgen we een splitsing waarbij het Schulpstet zowel rechtsaf buigt naar de Stetweg als ook rechtdoor loopt tot aan de spoorlijn. Op het korte stukje tot aan de Stetweg zijn rond 1938 twee dubbele woonhuizen (nr 9) gebouwd, die maar kort tot de afbraak in de oorlogsjaren bewoond zijn geweest. Achtereenvolgens woonden in het eerste dubbele woonhuis Leendert van Essen en Lambertus Scheerman met hun gezin en in het tweede dubbele woonhuis de gezinnen van Jan Hams en van Justinus Nijsen. Voorbij de driesprong woonde Jan Zonneveld (nr 10), veelal Jan Hagel genoemd, eveneens schipper, met zijn vrouw Catharina Metselaar en hun kinderen. In het volgende huis (nr 11) woonde Heert Zonneveld met zijn moeder Cornelia Voorhout. Bij hen woonden ook Kees Zonneveld met de bijnaam Keessie Eenoog en zijn vrouw Leentje Verdwaald en hun kinderen. Heert, Jan en Kees zijn broers; Heert is vrijgezel gebleven.

Hier gaan we naar de overkant van de weg en bekijken nu de bewoning aan de noord- en westzijde van het Schulpstet. Tegen de spoorlijn stonden de kalkovens met het naastliggende pand (nr 12), waarin onder andere de kalk werd geblust. Hierin woonde eerst Simon Admiraal met zijn vrouw Anna Bruinenberg en hun vele kinderen.


Jaarboek 21, pagina 28

De tweede ingang van het Schulpstet bij de spoorlijn vanaf de Stetweg.
De tweede ingang van het Schulpstet bij de spoorlijn vanaf de Stetweg.

 

Foto genomen over de tweede ingang. Links twee nieuwe dubbele woonhuizen (nr 9), waarin o.a. de families Van Essen, Scheerman, Harms en Nijsen woonden. Achtereenvolgens naar rechts het huis van houthandelaar Jo Duin (nr 15), het huisje van Jan Zonneveld (nr 10) en van Simon Dekker (nr 14). Uiterst rechts stond aan de Stetweg de boerderij van de familie van den Berg.
Foto genomen over de tweede ingang. Links twee nieuwe dubbele woonhuizen (nr 9), waarin o.a. de families Van Essen, Scheerman, Harms en Nijsen woonden. Achtereenvolgens naar rechts het huis van houthandelaar Jo Duin (nr 15), het huisje van Jan Zonneveld (nr 10) en van Simon Dekker (nr 14). Uiterst rechts stond aan de Stetweg de boerderij van de familie van den Berg.

 

De kalkovens met de omliggende bedriifsgebouwen (nr 12).
De kalkovens met de omliggende bedriifsgebouwen (nr 12).

 

Het huisje van Joop Sprenkeling (nr 16).
Het huisje van Joop Sprenkeling (nr 16).

 

In dit nog vrij nieuwe huis woonde Karel van Welsenes (nr 18).
In dit nog vrij nieuwe huis woonde Karel van Welsenes (nr 18).

 

Engel Lute woonde in dit huisje (nr 19). Op de achtergrond nog het weidegebied tot aan de kruising Zeeweg-Heereweg.
Engel Lute woonde in dit huisje (nr 19). Op de achtergrond nog het weidegebied tot aan de kruising Zeeweg-Heereweg.

Simon werkte op de kalkovens van Cees de Groot en in die hoedanigheid komen we hem ook tegen in het artikel over de kalkovens. In de dertiger jaren is door Cees de Groot een nieuw huis gebouwd, waarin het gezin van Simon Admiraal (nr 13) ging wonen.
In het naastliggende huis (nr 14) woonden Simon Dekker, landarbeider en zijn vrouw Maria Zonneveld en hun kinderen; Maria is een dochter van de aan de overkant wonende Kees Zonneveld. In het volgende huis (nr 15) woonde Jo Duin met zijn vrouw Alida Tiebie uit Krommenie. Jo staat te boek als houthandelaar; hij had achter zijn huis een grote schuur voor houtopslag. Hiernaast (nr 16) woonden Joop Sprenkeling, tuinder en Margaretha Reijnders met hun vier kinderen. In het volgende huis (nr 17) woont Herman de Graaf met zijn vrouw Naatje de Reus en hun talrijke gezin. Herman was landarbeider, tuinder. De weg vervolgend passeren we een onbebouwd gedeelte; het is nog een restant van het stet, de stortplaats van o.a. de schelpen. Hier lag een vuilnisbelt, ook puin van afgebroken huizen is daar gestort. Het was een geliefde speelplaats voor de jeugd. Ten oosten van de vuilnisbelt lagen twee sloten naar de Schulpvaart, waar de schuiten werden geladen, gelost of gekeerd. In het eerstvolgende huis (nr 18) woonde Karel van Welsenes en Catharina Knijnsberg. Karel werkte als timmerman op Duinenbosch. Hiernaast (nr 19) woonde Engel Lute, tuinder, met zijn vrouw Catharina Beentjes en hun gezin.


Jaarboek 21, pagina 29

Links de boerderij van de familie Lute. Aan het einde van de bocht het huisje van Frans Zonneveld (nr 25) met het damhek naar de boerderij van Jaap Cornelisse (nr 24). Rechts achter het witte huisje waar Kees Mooij en Lou Zonneveld woonden.
Links de boerderij van de familie Lute. Aan het einde van de bocht het huisje van Frans Zonneveld (nr 25) met het damhek naar de boerderij van Jaap Cornelisse (nr 24). Rechts achter het witte huisje waar Kees Mooij en Lou Zonneveld woonden.

 

Dit huisje werd in tweeën bewoond door Kees Mooij (nr 22) en Lou Zonneveld (nr 21 ); zij waren beiden vrijgezel.
Dit huisje werd in tweeën bewoond door Kees Mooij (nr 22) en Lou Zonneveld (nr 21 ); zij waren beiden vrijgezel.

 

De twee dubbele woonhuizen (nr 26). Hier woonden in 1940 v.l.n.r. Engelbertus Zonneveld, Marinus Hofstede, Johannes Iepenga en Pieter Schotvanger.
De twee dubbele woonhuizen (nr 26). Hier woonden in 1940 v.l.n.r. Engelbertus Zonneveld, Marinus Hofstede, Johannes Iepenga en Pieter Schotvanger.

Dan komt Jaap Veldt (nr 20); hij vertrok rond 1940 met zijn vrouw Antonia Kroone en hun vier kinderen naar ‘t Woud onder Bergen. Het Schulpstet maakt nu de bocht naar links. In de bocht woonden bij elkaar Lou Zonneveld (nr 21), Kees Mooij (nr 22) en Kees Kuijs (nr 23); Lou Zonneveld, ook wel Lou van Lijp genoemd (zie nr 39 bij de stamboom van de familie Zonneveld) was tuinder, los werkman en net als Kees Mooij vrijgezel. Langs het smalle paadje naar het achterliggende weiland woonde Kees Kuijs, tuinder, met zijn vrouw Trijntje Hogenstijn en hun enige zoon Hendrik. Verder langs het Schulpstet stond vooraan het huis nr 25 waarin Frans Zonneveld woonde met zijn vrouw Agnes de Wit en hun vele kinderen. Frans werkte op de kalkovens van Cees de Groot; over zijn gezin is in het 20e jaarboekje geschreven (blz. 15 en verder). Achter het huis van Frans Zonneveld stond de boerderij van Jaap Cornelisse (nr 23). Jaap was vrachtrijder en gehuwd met Anna Zonneveld, eerder weduwe van Cornelis Borst. Op het resterende stukje naar de Stetweg vinden we nog vier huizen (nr 26), die in 1936 zijn gebouwd. Hier wonen achtereenvolgens in 1940 Pieter Schotvanger, Marinus Hofstede, Johannes Iepenga en Engelbertus Zonneveld.

De veranderingen na 1940

Op bevel van de bezetter moet in november 1942 moest er aan de westzijde van onze gemeente een zeer groot aantal huizen worden gesloopt om een ruimer schootsveld te realiseren en om daardoor bij een mogelijke invasie zich beter te kunnen verdedigen. Ook wordt op grote schaal begonnen met de bouw van bunkers, tankmuur, tankgracht etc. De hele gemeente wordt “Sperrgebiet” en alleen die inwoners, wier verblijf in de gemeente noodzakelijk wordt geacht, mogen blijven, alle anderen moeten worden geëvacueerd. Ook het Schulpstet ondergaat een grote verandering: een breed gebied langs de spoorlijn moet vlak terrein worden. De huizen op het kaartje genummerd 5 tot en met 17 worden gesloopt, inclusief de kalkovens.

Inmiddels is dit terrein al weer aardig volgebouwd. In 1952 is hier de timmerfabriek gekomen van Tinus Hopman. Jaren later kwam de gemeente met een eerste loods. In het begin van de zestiger jaren is hier de Van Haerlemlaan aangelegd (loopt tussen huis nr 4 en nr 5 in noordelijke richting) en is de Van Uytrechtlaan in het verlengde gekomen van het Schulpstet (tussen huis nr 23 en 24 in westelijke richting). In het gebied tussen de Van Haerlemlaan en de spoorlijn hebben zich verschillende bedrijven gevestigd. Ook is een groot gedeelte in beslag genomen door gemeentewerken.
Nu is voor de vele inwoners van onze gemeente ‘het Schulpstet’ opnieuw een begrip: het is de plaats waar zij allerlei soorten afval en papier kunnen afleveren bij gemeentewerken.

L. Zonneveld
S.P.A. Zuurbier

Print Friendly, PDF & Email