Slag bij Castricum: oorlog (Jaarboek 22 1999 pg 3-12)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over de Slag bij Castricum: Franse tijd, Huzaren, oorlog.


Jaarboek 22, pagina 3

 

Slag bij Castricum: oorlog

6 oktober 1799: de dag waarop in Castricum geschiedenis werd geschreven

 

Nederland in de tweede helft van de 18e eeuw

Het was de Republiek der Zeven Provinciƫn na de glorietijd in de 17e eeuw niet goed vergaan in de 18e eeuw. Weinig was overgebleven van de trotse natie die eeuwen lang de toon aangaf in West Europa op economisch en politiek gebied, in wetenschap en cultuur.
De neergang mondde uit in een tweetal internationale debacles. De eerste was het daverend verlies in de Vierde Engelse Oorlog waarmee elke ambitie tot beheersing van de zee en de handhaving van het immense koloniale rijk verdween. Het tweede incident was de inval van Pruisen in 1787, het gevolg van interne tegenstellingen en binnenlandse politiek.
De binnenlandse problemen van de Republiek waren omvangrijk. De patriottenbeweging was ontstaan, geĆÆnspireerd door de ideeĆ«n van de Verlichting en de Amerikaanse Revolutie en de onafhankelijksoorlog, met als idealen ‘de verklaring van de rechten van de mens’ en de totstandkoming van een constitutie die tot meer inspraak in het landsbestuur zou moeten leiden voor met name de gegoede burgerij.
De beste samenvatting van het patriottische gedachtegoed werd geleverd door Joan Derk Van der Capellen, een edelman uit Overijssel. In zijn anoniem verspreide pamflet van september 1781 ‘Aan het volk van Nederland’ vatte hij de heersende onvrede tegen de Stadhouder Willem de Vijfde en zijn heersende regentenkliek samen:

“O, landgenoten, nog eens, wapent U allen te samen en draagt zorg voor de zaken van het hele land, dat is voor Uw eigen zaken. Het land behoort aan U allen met elkaar, en niet aan een Prins en zijn groten alleen, die U, die ons allen, die Neerlands hele volk, de afstammelingen der vrije Batavieren beschouwen en behandelen als hun erfelijk eigendom.”

De middenstand, die het meest te lijden had van de economische crisis, was de belangrijkste groep die de patriottische revolutie vorm gaf. Overal in den lande werden vrijkorpsen opgericht naar het model van de Amerikaanse militia en in veel steden werd het stadsbestuur overgenomen door patriottische raden o.a. in Utrecht, Leiden en Delft. De Stadhouder ontvluchtte het vijandige westen van de Republiek en ging in Nijmegen resideren.
Ook in Castricum werd op 17 februari 1784 een schutterij opgericht, die in 1787 na de Pruisische inval op bevel van hogerhand weer werd opgeheven.
Het incident bij Goejanverwellesluis waar de echtgenote van de stadhouder, de Pruisische prinses Wilhelmina, door het vrijkorps uit Gouda werd verhinderd door te reizen naar Den Haag, was voor Frederik Willem II van Pruisen aanleiding zijn zuster en zwager te hulp te snellen. In september 1787 marcheerde de hertog van Brunswijk met 20.000 Pruisen de Republiek binnen en ontmoette verbijsterend weinig tegenstand. De patriotten – hevig verzwakt door interne tegenstellingen – bleken met hun militia geen partij tegen een goed georganiseerd staand leger. Op 1 oktober begonnen de Pruisen hun aanval op Amsterdam. De vurigste patriotten uit het hele land hadden daar een veilig heenkomen gezocht. Even werd bij Amstelveen enige tegenstand geboden, maar de onderhandelingen waren reeds begonnen. De patriotten gaven hun met moeite verkregen posities uit handen uit angst voor het dreigende Oranjegezinde volk (het grauw). Velen van de ‘vurig gezinde’ democraten verloochenden het feit dat ze ooit patriot waren. Duizenden patriotten en democraten vluchtten naar Frankrijk o.a. de Beverwijkse schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken.
Joachim Nuhout van der Veen, schout van Castricum van 1780 tot 1810 was een vurig aanhanger van de patriottische partij. Niet bekend is of hij werd gedreven door de idealen van de revolutie en de ideeĆ«n van de Verlichting. Velen van de francofiele bestuurders van die tijd beschouwden zichzelf als ‘natuurlijke erfgenaam’ van de macht en vond dat het besturen maar het best kon worden toevertrouwd aan mannen die op grond van fortuin en ontwikkeling het best voor deze zware verantwoordelijkheden waren toegerust. Nuhout van der Veen week in 1787 niet uit naar Frankrijk maar bleef in functie als schout in Castricum.

“Nu moeten we de burgerij tegemoet komen,” zei Gijsbert Karel van Hogendorp. “Medezeggenschap van de burgers is onontbeerlijk voor de nieuwe regering.” Echter Stadhouder Willem had geen enkel besef van de drijfveren van zijn tijd. Zijn stadhouderschap werd gegarandeerd door de vreemde mogendheden Engeland en Pruisen. ‘Geen democratie’. Onder raadpensionaris Van de Spiegel werd een Orangistische restauratie georganiseerd. Geen sprake van vernieuwing. De macht bleef bij de stadhouder en zijn regentenkliek. Mateloos impopulair waren de strafmaatregelen tegen de achtergebleven patriotten.

De landing van de Engelsen op 27 augustus 1799 op het strand te Groote Keeten bij Callantsoog.
De landing van de Engelsen op 27 augustus 1799 op het strand te Groote Keeten bij Callantsoog.

Jaarboek 22, pagina 4

Revolutie in Frankrijk 1789,
Fluwelen revolutie in Nederland 1795

In juli 1789 bestormt het gepeupel in Parijs de Bastille. De Franse Revolutie zal uitgroeien tot massale volksbewegingen. Verbeten zoeken de Fransen naar een betere maatschappij . Keer op keer lopen de zaken uit de hand. ‘Het is het verhaal van onstuimige idealisten, machtszoekers en profiteurs, van tweedracht en samenzweringen’. In de Nationale Vergadering komt een grondwet tot stand en een verklaring van ‘De Rechten van Mens en Burger’.
In 1792 breekt de oorlog uit tussen het revolutionaire Frankrijk en de landen van de zogenaamde Eerste Coalitie, Oostenrijk en Pruisen. Engeland en de Republiek sluiten zich bij de coalitie aan in 1793. Na aanvankelijke successen in Belgiƫ (Jemappes, oktober 1792) worden de Fransen onder generaal Dumouriez bij Neerwinden verslagen. Dumouriez loopt over naar de Oostenrijkers, vol afschuw over de koningsmoord van januari 1793 en het Jakobijnse schrikbewind van Robespierre. ln de Republiek halen de conservatieven opgelucht adem, terwijl de patriotten zwaar teleurgesteld zijn.
Ondanks Robespierre en zijn guillotines marcheren de revolutionaire legers in 1794 weer onder het zingen van de Marseillaise naar, en over de grenzen. De legers van de Eerste Coalitie worden in juni 1794 bij Fleurus vernietigend verslagen. De weg naar de Republiek ligt open. In de strenge winter van 1794/1795 trekken de Fransen onder Joubert en Pichegru de bevroren rivieren over in gezelschap van een aantal patriotten die in 1787 waren uitgeweken naar Frankrijk o.a. de Hattemse revolutionair Herman Willem Daendels. Op 16 januari 1795 bezetten de Fransen Utrecht en op 18 januari verlaat Stadhouder Willem de Republiek vanaf het strand te Scheveningen. De Pruisische en Engelse bondgenoten trekken zich rovend en plunderend terug over de oostgrens. In 1799 zijn er ongetwijfeld veel Nederlanders die zich dat maar al te goed zouden herinneren.

In tegenstelling met Frankrijk verloopt de revolutie in Nederland snel en zonder bloedvergieten (Fluwelen Revolutie). Zes dagen zijn voldoende om alle provincies in handen van de vijand te spelen, en in even zoveel tijd worden in alle steden de regentencolleges vervangen door revolutionaire raden. Op 31 januari 1795 worden door de ‘Provisionele Representanten van het Volk van Holland’ plechtig de rechten van mens en burger geproclameerd. In de Staten Generaal worden alle decreten en vonnissen van 1787 nietig verklaard.
De Fransen hebben geenszins de bedoeling de Republiek te bezetten of in te lijven bij Frankrijk. Ze verklaren dat: “De vijandelijkheden, vanaf het moment dat de revolutie in Nederland is uitgebarsten en de teugels van de regering in handen van een geconstitueerd gezag komen te liggen, gestaakt zullen worden. De Bataven, hun persoon en eigendommen zullen als vrienden worden behandeld. De Franse Republiek zal zich in geen geval mengen in de regeringsvorm die de Bataven in hun land wensen te voeren.”
Op 16 mei 1795 sluit de nieuwe Bataafse Republiek een vredesverdrag met Frankrijk. Echter in ruil voor wederzijdse erkenning moeten de Nederlanders een schadeloosstelling van 100 miljoen gulden betalen, af te lossen in termijnen.Ze moeten de Fransen gigantische leningen verstrekken tegen minimale rente. Maastricht, Venlo en Staats-Vlaanderen (Zeeuws-Vlaanderen) moeten worden afgestaan en de forten in het zuiden moeten worden ontmanteld. Bovendien moet een Frans leger van 25.000 man onderdak worden verleend en zij moeten worden voorzien van nieuwe wapens en kleding. Een en ander heeft ook tot gevolg dat de Bataafse Republiek gedwongen is bij elke oorlog die Frankrijk zal gaan voeren als trouwe bondgenoot op te treden.

In Castricum houdt de pro-Franse schout Nuhout van der Veen op 4 februari 1795 een rede tot de regenten van het dorp waarin hij o.a. stelt:
“Het vorige bestuur heeft een einde, het volk heeft het Recht 0m zijn eigen vertegenwoordigers te benoemen, het is nodig dat wij daarvan ook hier een voorbeeld geven. Hierom stel ik voor om alle ingezetenen of Burgers deezer plaats boven de 18 jaar oud op te roepen tegen zekeren dag , dan onze Ambten en bedieningen neder te leggen en de vervulling daar van aan de Burgerij over te laten. Het ceremonieel van die plechtigheid zal ik met innig genoegen. in persoon verrichten, zo gij het goed vindt.”
Enige dagen later zijn alle 109 stemgerechtigde Castricummers en vele andere burgers van omliggende plaatsen verzameld in de kerk. Nuhout van der Veen houdt een gloedvolle rede waarin wordt gesteld dat het rampzalige Stadhouderlijke Bestuur is afgeschaft en dat het heerlijk is te leven onder de nieuwe orde. Alle stemgerechtigden worden opgetekend met de nieuwe koers in te stemmen. De kerk stroomt leeg. Ook de fluwelen revolutie in Castricum verloopt zonder bloedvergieten en Joachim Nuhout van der Veen blijft in het zadel als ‘natuurlijke erfgenaam van de macht’.

Landelijk is de bestuurlijke hervorming een moeizaam proces. Bij de verkiezingen voor de Nationale Vergadering zijn alle mannelijke ingezetenen van boven de twintig, die geen bedeling ontvangen, stem- gerechtigd . De vergadering, die op 1 maart 1796 voor het eerst bijeenkomt, is geen afspiegeling van de bevolking. Vele afgevaardigden behoren nog tot de regentenfamilies of zijn van adel. Binnen de Nationale Vergadering, die een grondwet moet gaan ontwerpen, ontstaat een felle strijd tussen de federalisten en de unitaristen. De federalisten willen dat de steden en gewesten hun macht en invloed moeten behouden, zoals te doen gebruikelijk in de oude Republiek. De unitaristen willen een sterk centraal bestuur. Na veel geharrewar komt op 23 april 1798 de eerste Nederlandse grondwet tot stand. Een uitvoerig en onwerkbaar stuk. Men wil veel teveel tegelijk. Bovendien staat het stuk bol van revolutionaire leuzen en ideeƫn waar in de praktijk niets mee gedaan kan worden. De Republiek wordt verdeeld in departementen. De gehele kop van Noord-Holland inclusief Castricum vormt het departement Texel, met Alkmaar als zetel van het bestuur. Nuhout van der Veen wordt als afgevaardigde van dit departement voor de Nationale Vergadering in Den Haag gekozen. Een staatsgreep onder leiding van Daendels is nodig om een en ander in te voeren.

De Bataafse vloot wordt met een voor die dagen ongekende voortvarendheid weer opgebouwd. De officieren, bijna allen Oranjegezind, worden vervangen door pro-Fransen. Dit komt de vloot duur te staan tijdens de slag bij Camperduin in oktober 1797. De vloot onder commando van admiraal De Winter wordt letterlijk door de Engelse vloot van de zee weggeblazen, mede door de onbekwaamheid van officieren en commandanten. Deze admiraal was in de winter van 1795 nog brigadegeneraal in het Franse leger. Dit betekent het einde van twee eeuwen maritieme macht.

De Tweede Coalitie (1798-1802)

Na de bezetting van de Republiek viel de Eerste Coalitie snel uiteen. Pruisen sloot reeds in april 1795 de vrede van Basel. Ook Oostenrijk werd na een reeks van vernietigende nederlagen in Noord Italiƫ gedwongen de vrede van Campo Formio te sluiten in 1796. De nederlagen waren hoofdzakelijk veroorzaakt door het optreden van een jonge Franse generaal Napoleon Bonaparte. Ondanks onderhandelingen met de Fransen te Rijssel zette Engeland alleen de strijd voort, vastbesloten de expansiedrift van het revolutionaire Frankrijk in te dammen, ervan overtuigd dat dit alleen via de wapenen bewerkstelligd kon worden. Engeland had grote problemen met Oostenrijk over rente en aflossingen van de oorlogsleningen, verstrekt tijdens de Eerste Coalitie. Voor Oostenrijk was Campo Formio echter geen vredesverdrag maar een wapenstilstand.Oostenrijk had tijd nodig zich te herstellen van de nederlagen.
Grote initiator en dirigent van de Tweede Coalitie was de Engelse minister van buitenlandse zaken Lord Grenville, hierin bijgestaan door zijn premier William Pitt. De Franse expansiedrift nam in 1798 grote vormen aan. De Bataafse Republiek, Zwitserland, een groot


Jaarboek 22, pagina 5

deel van ItaliĆ« en ook de linker Rijnoever waren reeds onder Franse invloed en ook een groot deel van de Ionische eilanden. Nog riskanter werd het in het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, toen Bonaparte op 19 mei 1798 vanuit Toulon met een vloot in zee ging koers Egypte. Toen bekend werd dat de Franse invasievloot op de rede van Aboukir was vernietigd door de Engelse vloot, aangevoerd door Horatio Nelson, was dit voor Oostenrijk aanleiding weer toenadering tot Engeland te zoeken. De nederlagen tijdens de Italiaanse campagne van 1795-1796 waren zo onverbrekelijk verbonden met Bonaparte, dat zijn gedwongen verblijf in Noord Afrika – dat best wel eens lang zou kunnen gaan duren – de Oostenrijkers met hoop vervulde. Ook de Russen traden toe tot de coalitie . Zij waren bang voor Franse expansie in een gebied dat traditioneel onder Russische invloed was. Ook vreesden zij opkomend nationalisme en streven naar onafhankelijkheid in de door Rusland bezette gebieden. In SileziĆ« was het reeds tot een opstand gekomen. Ook Oostenrijk vreesde soortgelijke toestanden in Centraal Europa. Tsaar Paul de Eerste was bovendien grootmeester van de Maltezer Orde. Het feit dat Napoleon op zijn reis naar Egypte en passant Malta bezette, bracht Rusland en zijn tsaar definitief in het geallieerde kamp.

De Tweede Coalitie die eind 1798 tot stand kwam was de onwaarschijnlijke combinatie van Engeland (nog in oorlog met Frankrijk), Oostenrijk (erop uit de schande van Campo Formio uit te wissen en uit op gebiedsuitbreiding in Midden Europa en Italiƫ), Rusland en het Osmaanse Rijk (aangevallen in Egypte), en tenslotte Portugal en het koninkrijk Napels.
Pruisen is in dit verband een verhaal apart. Het verdrag van Basel garandeerde Frankrijk neutraliteit van de Pruisen in de gebieden ten oosten van de Bataafse Republiek en langs de Rijn. Frederik Willem II stierf in 1796 en werd opgevolgd door Frederik Willem III. Door het huwelijk van zijn zuster Wilhelmina met de erfprins van Oranje had ook hij, evenals zijn vader een zwagerlijke verhouding met de Oranjes.
In het voorjaar van 1799 namen de militaire operaties een aanvang. Grote successen werden geboekt door Oostenrijkers en Russen in Zwitserland en Noord-Italiƫ o.l.v.de Russische generaal Soevorov.

De Engelse luitenant-generaal Sir Ralph Abercromby, bevelhebber van de Engelse landstrijdkrachten.
De Engelse luitenant-generaal Sir Ralph Abercromby, bevelhebber van de Engelse landstrijdkrachten.

Invasie in de Bataafse Republiek

Plannen om de Bataafse Republiek binnen te vallen werden definitief in het voorjaar van 1799. Pruisen werd zwaar onder druk gezet om toe te treden tot de coalitie en deel te nemen aan de inval met een aanzienlijke troepenmacht. Als argument werd gebruikt dat een revolutionair Frankrijk met een sterke vazalstaat in het noorden een bedreiging zou zijn voor de neutraliteit van Pruisen en ook werd een beroep gedaan op de zwagerlijke gevoelens van Frederik Willem. De Pruisische vorst was echter een geheel andere mening toegedaan. Hij zag niet Frankrijk maar Oostenrijk als zijn grote rivaal in Centraal Europa en bovendien had hij zich sinds het garantie verdrag van 1787 weinig gelegen laten liggen aan zijn Oranjefamilie. De ervaringen met Oostenrijk tijdens de Eerste Coalitie waren slecht, en hij voelde niets voor een oorlog die waarschijnlijk voor een groot deel op Pruisisch grondgebied zou worden uitgevochten.

De Tsaar was woedend en ook de teleurstelling in Londen was groot. De plannen van Grenville waren namelijk zeer ambitieus. De Russen en Oostenrijkers zouden de Fransen uit Noord-Italiƫ en Zwitserland moeten verdrijven en vervolgens Frankrijk moeten binnenrukken.Tegelijkertijd moest er een geallieerde aanval plaats vinden in de Bataafse Republiek en herstel van het Oranjehuis en de conservatieve orde. Een oorlog op twee fronten dus. Militair was het niet meedoen van Pruisen een lelijke streep door de rekening, niet alleen door het wegvallen van Pruisische troepen, maar ook van transportmogelijkheden om de Russen van de Oostzee naar de Noordzee te verplaatsen.
Geruchten over een op handen zijnde invasie werden binnen de Republiek steeds talrijker en men begon zich angstig af te vragen waar deze zou plaatsvinden. Het Bataafse bewind begon, in samenwerking met de Franse bezetting, met het nemen van voorzorgsmaatregelen. Generaal Brune, de commandant van de Franse troepen in de Republiek, werd benoemd tot opperbevelhebber van de Gallo-Bataafse strijdkrachten. Het Bataafse deel bestond uit twee divisies, Ć©Ć©n onder Daendels gelegerd in het westen en Ć©Ć©n onder de Brusselse generaal Dumonceau gelegerd in Friesland en Groningen. Beide commandanten waren veteranen van het Bataafse Legioen dat met de Fransen meevocht tijdens de veldtocht van 1792-1795.
De Franse troepen bevonden zich hoofdzakelijk in Belgiƫ wegens onlusten en langs de Rijn in verband met de Oostenrijks-Russische opmars in Centraal Europa. In de Republiek waren drie Franse divisies, twee in het zuidwesten om het deltagebied te dekken en ƩƩn in strategische reserve te Utrecht. Tijdens de landingen van augustus 1799 was het aantal Franse soldaten binnen de Republiek ongeveer 16.000.
De geallieerde voorbereidingen verliepen moeizaam en chaotisch. Er was gebrek aan tijd, de gehele operatie moest voor de winter voltooid zijn. De communicatie en dus ook de coƶrdinatie was wegens de grote afstand en de gebrekkige hulpmiddelen heel slecht. Er was een groot gebrek aan scheepsruimte om de Russen vanuit de Oostzeehavens naar de Noordzee te kunnen verplaatsen.Het Engelse beroepsleger was klein. De regimenten moesten op sterkte worden gebracht door inlijving van slecht getrainde en slecht gedisciplineerde leden van de plaatselijke militia. Het resultaat van dit alles was dat de operatie door tijdnood, onvoldoende voorbereiding, slechte communicatie en logistiek tot mislukken gedoemd zou zijn.
Duidelijk bij de voorbereiding werd ook dat de politieke aspiraties en vooronderstellingen van met name Grenville niet in overeenstemming waren met de realiteit. Men ging er namelijk vanuit dat de bevolking van de Republiek de Franse bezetting meer dan zat zou zijn en de Bataafse troepen van inferieure kwaliteit waren. Men verwachtte bovendien dat de Fransen in verband met de moeilijkheden in Belgiƫ en de dreiging in Centraal Europa de Republiek niet met hand en tand zouden gaan verdedigen. Tijdens de komende militaire operaties bleek in alle gevallen het tegengestelde. Niet alleen de patriottische leiders, maar ook het overgrote deel van de bevolking zag 1795 niet als bezetting maar als bevrijding. Na de vlucht van de Stadhouder was geen enkele militaire actie tegen de Fransen ondernomen en van georganiseerd verzet was geen sprake. Na vijf oorlogen en het verlies van de Kaapkolonie en Ceylon, door Willem V verkwanseld aan zijn Engelse vrienden, was de stemming anti-Engels, mede ook door de blokkade van onze buitenlandse handel.


Jaarboek 22, pagina 6

In het westen, met name in Kennemerland, nam de overlast van de Franse maar ook van de Bataafse troepen in verband met de komende invasie sterk toe. Inkwartieringen en ook vorderingen van mensen en materiaal waren aan de orde van de dag.
De geallieerde invasieplannen wisselden een aantal malen. Aanvankelijk plande men een simultane landing in het Eems-Dollard gebied en in Zeeland. Ook een landing op de Waddeneilanden is overwogen. De Schotse generaal Sir Ralph Abercromby die de aanval zou gaan leiden, wilde echter maar op Ć©Ć©n plaats landen namelijk op de Zuid Hollandse eilanden, zo dicht mogelijk bij het regeringscentrum Den Haag. Dit plan werd vlak voor de landing, de invasievloot was al in zee, gewijzigd.Men zou aan land gaan in de Kop van Noord Holland.
De redenen waren begrijpelijk:

  1. De navigatie in de rivierendelta was moeilijk en men beschikte niet over goede kaarten en bekwame loodsen.
  2. De vestingsteden Brielle en Hellevoetsluis hadden sterke garnizoenen.
  3. De Russen hadden een geschikte debarkatiehaven nodig.
  4. De Bataafse vloot.

 
De Bataafse vloot was een belangrijk element in het machtsspel van Engelsen en Fransen rond de Bataafse Republiek. De Bataafse vloot had ondanks verval en de slag bij Camperduin nog steeds een geduchte reputatie en men herinnerde zich nog steeds Tromp en De Ruyter, Sole Bay en Chatham. Na Camperduin was de vloot weer opgebouwd. De officieren waren grotendeels vervangen door bekwame, meestal Oranjegezinde officieren. Voor Frankrijk was de Bataafse vloot een belangrijke factor in hun strijd met de Fransen met als inzet maritieme macht, voor de Engelsen vormde met name het Texelse eskader een bedreiging voor hun amfibische plannen. Geruime tijd voor de invasie bestonden er geheime contacten tussen de erfprins van Oranje enerzijds en een aantal opperofficieren en scheepskapiteins anderzijds. Een muiterij werd beraamd die plaats zou vinden op het moment dat de Britse vloot voor Den Helder zou verschijnen. De Bataafse admiraal Storey, die loyaal was aan de Bataafse zaak, zou gedwongen worden de Oranjevlag te hijsen. Inmiddels gelande troepen zouden zo snel mogelijk de kustbatterijen onschadelijk moeten maken zodat de Bataafse vloot zich ongehinderd bij de Engelsen zou kunnen voegen.

De Franse opperbevelhebber Brune tijdens de 'Slag bij Castricum'.
De Franse opperbevelhebber Brune tijdens de ‘Slag bij Castricum’.

De Landing

De invasietroepen embarkeerden van 9 tot 12 augustus 1799 in de havens van Zuid-Oost Engeland en de Theems monding en op 13 augustus koos de invasiemacht zee. De vloot werd gecommandeerd door admiraal Mitchell, bevelhebber van de landstrijdkrachten was de al eerder genoemde Schotse generaal Sir Ralph Abercromby. Beiden waren niet optimistisch gestemd over de goede afloop van de operatie door de nogal vage plannen en de slechte voorbereiding. Het weer was buitengewoon slecht, het konvooi kreeg onderweg twee zware stormen te verduren. Op 19 augustus verscheen een Brits eskader voor Den Helder. Daendels, de Bataafse opperbevelhebber, admiraal Storey, bevelhebber van de Bataafse vloot en ook de militaire commandant van Den Helder werden gesommeerd zich te stellen onder het wettig gezag van de Stadhouder. Deze had op 28 juli vanuit zijn residentie te Hampton Court een proclamatie doen uitgaan waarin de bevolking van de Republiek werd aangespoord de vijand te verdrijven en zich te stellen onder zijn gezag. Deels via Orangistische kanalen maar ook openlijk werd het document verspreid. Het effect zou nihil zijn.
Het verschijnen van de Engelsen voor de Noord-Hollandse kust verschafte Daendels zekerheid omtrent de landingsplaats. Hij dirigeerde zo snel mogelijk al zijn beschikbare troepen naar de Noordkop. Storey trok zijn vloot terug in de Vlieter, een smalle geul oostelijk van Wieringen. Brune, de Gallo-Bataafse opperbevelhebber, werd gewaarschuwd; hij geloofde echter nog steeds niet dat de aanval in Noord-Holland zou komen.
De landing vond plaats in de vroege ochtend van 27 augustus plusminus twee kilometer ten noorden van Groote Keeten op de smalle strook duinen, die De Zijpe verbond met Huisduinen en Den Helder, ten oosten begrensd door het wadden- en kweldergebied van het nog niet ingepolderde Koegras.
Daendels, bevreesd voor een moordend dekkingsvuur vanaf de vloot, besloot om het centrum van zijn verdediging slechts te laten bezetten door een scherm van twee jagersbataljons. De gelande troepen moesten van twee kanten worden aangevallen. Vanuit het noorden door het garnizoen van Den Helder versterkt met drie infanteriebataljons en twee cavalerie-eskadrons , het geheel onder commando van de brigadegeneraal Van GuƩricke. Vanuit het zuiden zouden de invallers aangevallen worden door een troepenmacht van drie infanteriebataljons en twee kanonnen van de rijdende artillerie. Het geheel stond opgesteld ten noorden van Callantsoog onder bevel van de kolonel Crass. Crass zou versterkt moeten worden door de brigade van Van Zuylen van Nijevelt die opmarcheerde via Beverwijk en Alkmaar. Daendels had zijn hoofdkwartier in Schagen en leidde zelfde aanval vanuit het zuiden.

Ondanks zware zeegang wisten de Engelsen 7.000 man aan wal te roeien. Door de branding verliep een en ander nogal chaotisch, landingsboten landden niet op de bestemde plaatsen en de regimenten raakten door elkaar. Toch slaagden de officieren erin de troepen in gevechtsopstelling te formeren en de Bataafse jagers uit de duinen te verdrijven en de Zanddijk te bezetten. Binnen enkele uren hadden de Engelsen een solide bruggenhoofd in handen en was Den Helder afgesneden van de hoofdmacht. Daendels aanval vanuit het zuiden werd, weliswaar met grote moeite, afgesneden en de aanval vanuit het noorden mislukte compleet door gebrek aan communicatie met de hoofdmacht. Oprukkende troepen vluchtten het Koegras in.
De eerste oorlogsdag verliep voor Daendels en zijn Bataven desastreus. De Engelsen bezetten een stevig bruggenhoofd en hadden ‘s avonds 12.000 man aan land. Het Bataafse front miste elk verband: de Helderse bezetting in het noorden afgesneden van de hoofdmacht, in het centrum de troepen in het moeras en in het zuiden een zwakke linie tussen Callantsoog en Schagen. Daendels, waarschijnlijk in paniek, besloot Den Helder te ontruimen en beval zijn troepen gedekt door de duisternis zich via het moeras te voegen bij de hoofdmacht. Vervolgens ontruimde hij de Noordkop en vormde op 30 augustus een front ten oosten van Alkmaar tot Avenhorn. De linkervleugel tussen Alkmaar en de Noordzee was inmiddels bezet door Brune en zijn ijlings toegesnelde Fransen. Het optreden van Daendels tijdens de eerste oorlogsdagen en zijn beslissing het gehele noorden te ontruimen, werd hem door Brune en zijn Fransen hoogst kwalijk genomen. Gedurende de komende campagne genoot Daendels niet meer het vertrouwen van de opperbevelhebber en werd hij steeds gedirigeerd naar de rechtervleugel van het front, daar waar de strijd het minst hevig was en waar hij naar de mening van Brune weinig schade aan de Gallo-Bataafse zaak zou kunnen berokkenen.


Jaarboek 22, pagina 7

De bezetting van Den Helder, zonder daarvoor een schot te hoeven lossen, was voor Abercromby een geweldige meevaller, zeker omdat hij veronderstelde dat dit een moeilijke klus zou worden. Reeds in de avond van 28 augustus had hij zijn gehele aanvalsmacht ongeveer 30.000 man aan land. Zonder slag of stoot had hij de gehele Noordkop kunnen bezetten. Abercromby , een voorzichtig man, ging niet verder clan de bezetting van De Zijpe, met in het oosten een linie vanaf Oudesluis langs de West-Friese Dijk tot Zijpersluis, daarna afbuigend naar het westen via de Slaperdijk naar Petten. Deze misschien strategische blunder kan verklaard worden uit het feit dat de opdracht van Abercromby was een bruggenhoofd te vormen en te wachten op versterkingen vanuit Rusland en Engeland. Bovendien bezat hij nog geen cavalerie voor de noodzakelijke verkenningen en geen artillerie voor offensieve acties.
Zijn voorzichtigheid zou tijdens de campagne veel bloed gaan kosten en misschien een der oorzaken zijn van het mislukken van de expeditie.

Van Callantsoog naar Castricum

Die natte septembermaand van 1799 stond Noord-Holland in vuur en vlam en was het toneel van vier bloedige veldslagen tussen twee legers van ongeveer 40.000 man die elkaar bestreden in de duinen, polders en moerassen van het vlakke land, dat jaar gegeseld door de regens en stormen van een vroeg ingevallen herfst. De gebeurtenissen volgden elkaar snel op:

30 augustus: op de Bataafse vloot breekt muiterij uit. Kapiteins en schepelingen weigeren om op bevel van Storey het Engels eskader op het Marsdiep aan te vallen en smijten kanonnen en munitie overboord. Storey wordt gedwongen zich over te geven, zijn bemanningen worden geĆÆnterneerd op Texel en later afgevoerd naar Engeland.

Een lid van het Bataafse Regiment huzaren: 'De huzaar van Castricum' neemt afscheid van zijn geliefde.
Een lid van het Bataafse Regiment huzaren: ‘De huzaar van Castricum’ neemt afscheid van zijn geliefde.

8 september: de slag om de Zijperstelling. De op 2 september in Noord-Holland gearriveerde Brune laat onmiddellijk de tweede Bataafse divisie onder Dumonceau uit het noordoosten en de twee Franse divisies uit het deltagebied naar het front verplaatsen. Ook de strategische reserve onder Gouvion komt naar het strijdtoneel. Op 8 september voelen de Gallo-Bataven zich sterk genoeg om te proberen de Engelsen uit hun Zijperstelling te verdrijven, waarschijnlijk met de gedachte dat de geallieerden nog niet op volle sterkte waren en dat er nog meer Russen en Engelsen op komst waren. De Engelsen verdedigen zich bekwaam langs de West-Friese Zeedijk in het gebied tussen Krabbendam en Sint Maarten. De aanval wordt afgeslagen. De veronderstelling van Grenville dat de Fransen de Republiek niet zouden willen verdedigen blijkt volkomen misplaatst.

10 september: de eerste Russen debarkeren in Den Helder.

15 september: de expeditiemacht is aangegroeid tot ongeveer 40 .000 man. Opperbevelhebber is geworden de Hertog van York, de zoon van de Engelse koning George III. Ook tijdens de campagne van 1794/1795 was hij de aanvoerder van de Engelse troepen in de Eerste Coalitie.

19 september: de eerste slag rond Bergen. Van de verwachte Orangistische revolte blijkt niets. De geallieerden zullen gedwongen gaan worden een strijd te voeren die zeer moeilijk zal zijn voor de aanvaller. Met grote legers was het immers alleen mogelijk te opereren langs dijken en wegen en niet in het daartussen gelegen drassige polderland, doorsneden door ontelbare sloten en vaarten. Een terrein perfect voor een verdediging in de diepte tegen een aanvaller die gedwongen is zijn troepen te concentreren in colonnes. York gaat in het offensief teneinde uit het bruggenhoofd te breken en zich een toegang te verschaffen tot ‘Holland op zijn Smalst’, de smalle landengte tussen Noordzee en het IJ bij Beverwijk, de enige verbinding tussen de Kop van Noord-Holland en het centrum van de Republiek. Zijn plan is een gecombineerde aanval. Op rechts frontaal met drie colonnes en op links een strategische omsingeling. De hoofdaanval op rechts moet worden uitgevoerd door de Russen. Zij krijgen opdracht op te rukken vanuit De Zijpe via de duinvoet langs de dorpen Camperduin, Groet, Schoorl en vervolgens Bergen te veroveren. Een Engelse colonne onder Dundas moet links van de Russen de dorpen Krabbendam, Warmenhuizen en Schoorldam veroveren. Deze dorpen waren bezet en versterkt door de tweede Bataafse divisie onder Dumonceau. Na de verovering zou de colonne moeten worden gesplitst. ƉƩn divisie zou de Russen moeten gaan assisteren bij de aanval op Bergen en de rest moest de Bataafse flank gaan bedreigen in de Geestmerambacht en verhinderen dat de Bataven de Franse verdediging van Bergen zouden gaan helpen. Een tweede Engelse colonne onder Pulteney zou veel oostelijker moeten gaan opereren en proberen de eerste Bataafse divisie van Daendels uit het zwaar versterkte Oudkarspel op de kop van de Langedijk te verdrijven richting Alkmaar en indien mogelijk te omsingelen teneinde de Franse verdediging op links in de rug aan te vallen. Abercromby tenslotte zou op links oprukken met een colonne naar Hoorn, en Amsterdam moeten gaan bedreigen.

De Russische aanval op Bergen mislukt compleet. De Russen gaan op een veel eerder tijdstip dan gepland in het duister op pad. In het donker raken verschillende eenheden door elkaar en openen het vuur op eigen troepen. De opmars langs de voet van de duinen ontaardt in een ongeorganiseerde bende die al plunderend en rovend door Kamp, Groet en Schoorl richting Bergen trekt. Brune heeft zijn verdediging in de diepte georganiseerd en weet ook heel tactisch de Russische reserves in de strijd te lokken. Als men Bergen bereikt, slaan de troepen meteen aan het plunderen. Versterkingen onder Gouvion vanuit Egmond en Bataven vanuit Koedijk gaan in de tegenaanval en de Russen worden uit Bergen verdreven. Hun vaandel wordt veroverd en de gewonde generaal Hermann wordt gevangen genomen. De Fransen hebben de Russen weggelokt van de hoofdmacht. Ook in andere sectoren is het gevecht inmiddels losgebarsten. Vanuit Eenigenburg is Dundas opgerukt en hij weet na zware strijd Warmenhuizen en Schoorldam te veroveren, ondersteund door drie Russische bataljons. Inmiddels zijn de Russen in Bergen al verslagen en op de vlucht richting De Zijpe. De Engelsen trekken de pontonbrug bij Schoorldam over, niet om de Russische aanval op Bergen te ondersteunen, maar om te proberen een front te vormen tussen de oprukkende Fransen en de vluchtende Russen. Pogingen om de Russen tot staan te brengen en in de tegenaanval te gaan mislukken. Het kost opperbevelhebber York grote moeite om zijn rechtervleugel te reorganiseren en het Zijper bruggenhoofd te redden.
De aanval op Daendels in Oudkarspel is in de aanvang ook geen succes. De Oudkarspel redoute wordt bekwaam verdedigd door de Bataven van de eerste divisie, op links gedekt door de kletsnatte


Jaarboek 22, pagina 8

Geestmerambacht en op rechts door het kanaal Omval-Kolhorn. Een frontale aanval mislukt en ook een omtrekkende beweging van Coote via het Niedorper Verlaat heeft geen resultaat. Als Daendels op de hoogte wordt gebracht van de geallieerde successen in Warmenhuizen en Schoorldam besluit hij de tweede Bataafse divisie te hulp te snellen. De verzwakte Bataafse verdediging kan zodoende een Engelse frontaanval niet stoppen en de Bataven worden over de Langedijk teruggedreven richting Alkmaar. Inmiddels is het Anglo-Russische fiasco op rechts compleet en krijgt Pulteney opdracht zijn opmars te staken en zich ook terug te trekken in het Zijper bruggenhoofd. Ook Abercromby, die na een lange mars over zeer slechte wegen inmiddels Hoorn heeft bezet, werd gesommeerd terug te keren.
Tijdens de grootste veldslag uit de campagne verliezen de Russen 3067 man, waarvan 1300 krijgsgevangenen, de rest gewond, gesneuveld of vermist. De Engelsen verliezen 1414 man. De Franse verliezen bedragen slechts 815 man en die van de Bataven 2591 waarvan 1052 krijgsgevangen. Ter vergelijking: in Normandiƫ juni 1944 bedragen de verliezen aan weerszijden ongeveer 10.000 man. Maar daar vochten miljoenenlegers met veel geavanceerder wapens.

26 september: nieuwe Russische versterkingen arriveren. Ook de Fransen versterken zich geducht. Brune, tactisch maar ook strategisch heel bekwaam, weet als geen ander dat de weg naar Den Haag via Beverwijk voert en dat in die buurt de beslissende klap moet vallen. De Fransen zullen de Republiek tegen iedere prijs verdedigen en van een opstand is geen sprake. Sterker, Bataafse regimenten worden versterkt door vrijkorpsen uit het oosten des lands. Een grote teleurstelling voor erfprins Willem Frederik die op 7 september vanuit Duitsland in Noord-Holland is gearriveerd.

2 oktober: de tweede slag rond Bergen ook wel de ‘Duinenslag’ genoemd. York valt opnieuw aan, frontaal maar langs een veel smaller front in het gebied tussen Koedijk en de Noordzeekust. De Russen rukken weer op naar Bergen maar worden nu op rechts in de duinen gesteund door een Engelse colonne onder Abercromby ĆØn een Engelse colonne op links. Het gelukt de Engelsen door te breken in de duinen ten westen van Bergen en zo Egmond aan Zee te bereiken. Brune, bevreesd dat zijn troepen in Koedijk en Bergen zullen worden omsingeld,kort zijn front in en ontruimt Noord-Kennemerland. De nieuwe linie loopt van Wijk aan Zee via Heemskerk en Uitgeest van de Noordzee tot het Alkmaardermeer. Een aantal voorposten in het voorterrein bij Limmen en Bakkum worden bezet gehouden. Daendels trekt zich terug in de polders oostelijk van Alkmaar teneinde Amsterdam vanuit het noorden te dekken. Ook worden grote gebieden onder water gezet.

De geallieerden bezetten Alkmaar, Bergen, Heiloo en de Egmonden. De ‘Duinenslag’ wordt gevierd als een grote overwinning. De erfprins trekt het ‘bevrijde’ Alkmaar binnen, met een groot vertrouwen in de goede afloop van de expeditie.

Een charge in de duinen: 5e Halve Brigade infanterie en 1e batalon jagers in 1799.
Een charge in de duinen: 5e Halve Brigade infanterie en 1e batalon jagers in 1799.

De slag bij Castricum

Op zondag 6 oktober gaat de erfprins in Alkmaar ter kerke. Hij gaat vroeg omdat de opperbevelhebber York op een later tijdstip een Engelse dienst wil bijwonen. De zondagsrust wordt echter wreed verstoord. In het zuiden bulderen de kanonnen . Bij Castricum wordt zwaar gevochten.
Waarschijnlijk is de slag op 6 oktober door beide partijen niet gepland. York’s plan is om de beslissende slag op zijn vroegst op 7 oktober uit te vechten. Om de juiste uitgangsposities te verkrijgen valt hij op 6 oktober Gallo-Bataafse voorposten aan. Deze schermutselingen escaleren in een complete veldslag waarin beide partijen steeds meer troepen naar het slagveld sturen.
Ongeveer zeven uur in de morgen vallen Engelse eenheden vanuit de Boekelermeer een Franse voorpost aan te Limmen. Het kost weinig moeite om de Fransen te verdrijven en de Britten achtervolgen hen richting Akersloot. Akersloot wordt bezet door een Frans en een Bataafs bataljon plus een squadron cavalerie. De Bataafse luitenant-kolonel Nicholson stelt zijn troepen zorgvuldig op en wacht de aanval af. Als de strijd losbarst vluchten de Fransen in paniek richting Uitgeest. Pogingen tot een hergroepering en een tegenaanval mislukken en Nicholson wordt bevolen zich met zijn Bataven en de resterende Fransen te voegen bij de tweede Bataafse divisie onder Bonhomme te Uitgeest. Bonhomme is de vervanger van de tijdens de eerste slag bij Bergen gewond geraakte generaal Dumonceau. In deze sector blijft het verder de gehele dag rustig.
Intussen is een Russische colonne onder generaal-majoor d’Essen opgerukt vanuit de Egmonden en valt Franse voorposten aan in Bakkum en in het duingebied ten noordwesten van Castricum. Hun opdracht luidt voorposten aanvallen en opruimen en verdere opmars staken. Verrast door de geringe tegenstand gaan de Russen echter door en vallen de Franse bezetting onder Pachtod te Castricum aan. Brune, in zijn hoofdkwartier te Beverwijk ingelicht omtrent de aanvallen, neemt terstond maatregelen. Boudet krijgt opdracht Bonhomme in Uitgeest te gaan versterken met een colonne en brigade-generaal Gouvion moet met zijn troepen het gebied ten zuidwesten van Castricum in de duinen bezetten teneinde een Engelse colonne onder Abercromby tegen te houden en Pachtod op links te steunen.
De Franse 43e halve brigade in Castricum geeft aanvankelijk geen duimbreed toe, maar als de linkerflank omsingeld dreigt te worden door de Russen, wordt men gedwongen Castricum te ontruimen. Men trekt zich terug naar het zuiden en bezet nieuwe stellingen ter hoogte van Noorddorp zodanig dat de artillerie de weg vanuit Castricum bestrijkt. In eendrachtige samenwerking met Gouvion wordt stand gehouden. Er volgen felle gevechten aan de voet van de Papenberg en in de duinen ten zuidwesten ervan. De posities bij Noorddorp worden ondertussen voortdurend versterkt door vers aangevoerde troepen uit Beverwijk in gezelschap van Brune zelf. De heen en weer golvende strijd luwt omstreeks 15.00 uur door gebrek aan munitie aan weerszijden.


Jaarboek 22, pagina 9

De immer onberekenbare Russen proberen op dat tijdstip met een colonne van ongeveer 1500 man vanuit Castricum in oostelijke richting naar Uitgeest op te rukken teneinde de Gallo-Bataafse troepen aldaar te bedreigen. Ze lopen echter vast in de sloten en modder van de Zienerpolder, die dag extra nat door de aanhoudende regen. Brune grijpt zijn kans en valt de colonne aan vanuit zijn posities in Noorddorp. Tegelijkertijd worden de Russen in de duinen aangepakt met de bajonet. Zij vluchten in paniek weg richting Bakkum waar ze weer worden verzameld door d’Essen. Gesterkt door dit succes richt Brune zijn aanval op Castricum. Om het dorp te veroveren moet eerst een sterke Russische eenheid worden verdreven die zich bevindt tussen de duinen en het dorp, ongeveer op de plaats waar zich nu het station bevindt. Deze klus wordt kundig geklaard door een Bataafs bataljon onder commando van majoor Achenbach. Aldus wordt de weg vrijgemaakt om Castricum, verdedigd door Russische grenadierbataljons in huis aan huis gevechten te heroveren.De vluchtende Russen kunnen achtervolgd worden, tot aan het Schilpwater (Schulpvaart). Daar wordt de brug vernietigd en de achtervolgers worden gestopt met behulp van artillerie.
Ondertussen hebben de Engelsen langs het strand en in de duinen ten westen van Bakkum een sterke troepenmacht opgebouwd . Op verzoek van d ‘Essen wordt besloten tot een gecombineerd Engels-Russische tegenaanval vanuit Bakkum, te samen met een felle Russische stoot vanuit Limmen van achter de Schulpvaart. Opnieuw volgen er felle gevechten. De Gallo-Bataven, uitgeput door de gehele dag strijd en door gebrek aan munitie, worden weer opgerold aan hun linkerflank en andermaal gedwongen Castricum te ontruimen. Gevechten van man tegen man tussen Russenduinen en Krengenbos. De verdediging wankelt. Op het kritieke moment van de slag ontstaat de legende van de ‘Huzaren van Castricum’. Een Bataafs regiment huzaren onder leiding van de Italiaanse kolonel Quaita is de gehele dag in reserve geweest met een merkwaardige opdracht van Brune: “Aanvallen op plaatsen waar het kritiek wordt.” De tijd is gekomen en de huzaren vallen aan te samen met de infanterie. “La cavalerie ne tirez plus, en avant mes enfants de la patrie, battez la charge aux bajonettes, pas de charge.” (Red. vrij vertaald: niet schieten, maar vechten met de bajonet). De cavaleriecharge wordt gesteund door het 10e RĆ©giment Dragons (red: soldaten te voet) en het 4e RĆ©giment Chasseurs Ć  Cheval (red: ruiters). Deze aanval is het keerpunt van de slag. Britse cavalerie vlucht in paniek, Vandamme krijgt de kans de vijand richting Bakkum te drijven en Pachtod de Russen terug naar Limmen.
Gedurende de gehele dag hebben in de duinen ten westen van Castricum en op het strand gevechten plaatsgevonden tussen oprukkende Engelsen vanuit de Egmonden en Fransen van de divisie van Gouvion die de linkerflank van de Gallo-Bataafse verdediging vormt. Door de invallende duisternis moeten de gevechten over de gehele linie worden afgebroken en zo eindigt de laatste slag van de invasie onbeslist. De verliezen aan geallieerde zijde aan doelen gewonden en vermisten bedragen ongeveer 2600, aan Bataafs-Franse zijde ongeveer 1600 man.

Ook in de omringende dorpen is het gebeuren in Castricum niet ongemerkt voorbij gegaan. In de ‘geschiedkundige beschrijving van Uitgeest’ van H. Westerveld,geschreven in 1846, staat het volgende:
“De 4e oktober rukte het Gallo-Bataafse leger op van hier naar Akersloot, maar moest reeds de volgende dag van daar terugwijken, waarop de brug bij den Dogmolen werd afgebroken, om de nadering van de vijand te beletten. De Engelsen plaatsten nu hun voorposten bij Dorregeest, en een troep hunner ruiters kwam zelfs tot den Dogmolen, maar werd door het geschut, dat op het Hornsche veld stond verdreven. Men was hier in den grootsten angst, dat de vijand tegen het dorp zou oprukken, vrouwen en kinderen, ja zelfs mannen namen de vlucht, terwijl meer dan 4000 soldaten in her dorp waren gelegerd (tweede Bataafse divisie).
Zo brak onder bange vrees de 6e oktober aan. Reeds in den morgen hoorde men hevig schieten, want het gevecht was in den duinen bij Castricum. Hier (in Uitgeest) stond het geheele leger in den wapenen. De infanterie was op her Molleveld en verder westwaarts, de cavalerie op den Geest en de artillerie op den Berg geplaatst.

De aanvangsposities der strijdende partijen voorafgaande aan de slag bij Castricum.
De aanvangsposities der strijdende partijen voorafgaande aan de slag bij Castricum.

Jaarboek 22, pagina 10

Men trachtte van hier met geschut naar Castricum te trekken, maar hetzelve bleef in den weg zitten, waardoor men genoodzaakt was terug te keeren. Het gevecht duurde tot des namiddags 4 uren, maar men bleef hier tot den volgende morgen in onzekerheid wegens den afloop.”

Het dagboek van de Zaandijker Jacob Honig Jansz geeft van dag tot dag een relaas van de gebeurtenissen in Zaandijk met betrekking tot de invasie. Hij beschrijft hoe er dagelijks per schuit over de Zaan troepen naar het front worden aangevoerd en gewonden terug. Ook dat er paarden en mankracht worden gevorderd om te helpen schansen en stellingen op te werpen bij Purmerend, Knollendam en Schermerhorn en dat er ‘s nachts door de burgers de wacht moest worden gehouden tegen rovend en plunderend krijgsvolk.

“3 oktober. Zijnde er veel schuiten met gekwetsten. Berichten dat ons leger aan het retireren was. ‘s Avonds bericht dat de Engelsen in Alkmaar getrokken waren.

4 oktober. Men kon alhier op den tooren de prinsenvlag zien waaien op de Alkmaarder toren.

5 oktober. Zijnde geruchten dat de Engelsen in Limmen en Heyloo waren.

6 oktober. Hebbende deze morgen sterk horen schieten. ‘s Middags ten Ć©Ć©n uur, hoorde men nog schieten, komende hier vele vluchtelingen aan, die de een van hun man, en de ander van hun zoon niks wisten.Zijnde de gehele dag sterk geschoten, zodat het hier met het een en ander een allerakelijkste dag was. Men was telkens bevreest voor nadelige berichten. ‘s Avonds komt er nog bevel de boeiers en vaartuigen te evacueren dat indien de Engelsen mochten komen daar zij geen nut van konden hebben.

7 oktober. Zijnde bericht uit Beverwijk gekomen dat er gisteren weder een groot gevecht geweest was, dat er 1100 Engelse en Russische krijgsgevangenen in Beverwijk waren en dat de donkerte een einde aan het gevecht had gemaakt.”

Het einde

Een ander ooggetuigenverslag van de gebeurtenissen wordt gegeven door de Castricumse pastoor Bommer. In zijn verslag wordt ook het enige tot nog toe bekende burgerslachtoffer vermeld, Neeltje een dochter van Bakkumer Jan Groentjes, doodgeschoten in de kelder door een Russische soldaat. In vergelijking met de grote aantallen gewonde en gesneuvelde militairen is het aantal burgerslachtoffers gering. Dit is gemakkelijk te verklaren uit het feit dat in die tijd de gebruikte wapenen primitief waren en een klein bereik hadden. Dit gaf de burgers vrij gemakkelijk de gelegenheid het slagveld te ontvluchten en de gebeurtenissen op een veilige afstand af te wachten. Ook tijdens de andere veldslagen van de invasie was het aantal slachtoffers onder de burgerij op Ć©Ć©n hand te tellen. De primitieve bewapening was ook oorzaak van het grote aantal doden en gewonden onder de combattanten. Het grootste deel van de strijd was immers ‘close combat’ dat wil zeggen na een enkel musketsalvo ging men elkaar te lijf met bajonet, messen, bijlen en geweerkolven.
Groot moet echter de ravage en verwoesting zijn geweest na de strijd. Ook de overlast van rondzwervende troepen, zowel geallieerde als Gallo-Bataafse was enorm.
Jacob Jansz. Honig beschrijft in zijn dagboek dat hij op 11 oktober met zijn vriend Adam Adamie het slagveld bij Castricum bezoekt. Hij vertelt over de verwoestingen, het grote aantal gevallenen,

Dit schilderij hangt in het raadhuis van de gemeente Castricum. Het geeft een goed beeld van de hevigheid waarmee tijdens de slag gestreden werd.
Dit schilderij hangt in het raadhuis van de gemeente Castricum. Het geeft een goed beeld van de hevigheid waarmee tijdens de slag gestreden werd.

Jaarboek 22, pagina 11

dat nog op het slagveld lag en begraven moest worden en de angst van de burgerij voor de nog steeds rond- zwervende troepen. “Op onze terugrijs na Uitgeest hadden wij een slechte weg, … zo zelfs dat onze laarzen tot boven de kuiten in de slik kwamen.” De herfst van 1799 was dus een zeer natte herfst.

De inscheping in Den Helder van de Russen en Engelsen voor vertrek naar Engeland.
De inscheping in Den Helder van de Russen en Engelsen voor vertrek naar Engeland.

Het geallieerde opperbevel kwam na 6 oktober tot het besef dat de situatie onhoudbaar was. De Franse stelling bij Beverwijk bleek onneembaar en werd nog voortdurend versterkt door aanvoer van verse Franse troepen vanuit BelgiĆ« en Duitsland.Ook de geallieerde aanval in Centraal Europa was vastgelopen en de beslissende slag voor ZĆ¼rich op 26 september, dus nog voor Castricum, verloren. Dit betekende het einde van de Russische deelname aan de Tweede Coalitie. Reeds op 7 oktober besloot York tot ontruiming van Noord-Kennemerland, dit tot grote ontzetting van de erfprins.
Op 7 oktober vindt in Limmen een interessante ontmoeting plaats tussen geallieerde en Gallo-Bataafse officieren. Een en ander wordt nauwkeurig beschreven in het dagboek van de eerdergenoemde pastoor Bommer. Hij schrijft dat de bijeenkomst plaatsvindt in het huis van ‘den Burger Frederik Zinniger’, de hoefsmid. De deuren van het huis waren door schildwachten bewaakt. De smid en zijn zoon verbleven in hetzelfde vertrek waar de onderhandelingen plaatsvonden maar konden geen woord hiervan verstaan. De voertaal zal waarschijnlijk Frans geweest zijn. Na afloop werden de vier Fransen en drie Hollanders weer geblinddoekt afgevoerd en per wagen over de Voort naar Castricum gebracht.
“Enigen tijd daarna ging een Engelschman door de voorposten bij de Voort tot de voorposten der Franschen bij de scheidspaal van Castricum en Limmen. Hij swaaide met een witte doek die hij om zijn hoofd had. De Franschen kwamen bij de Engelsman met zijn gevolg en ontvingen van de Engelschen drie Ć  vier kistjes en Crelis Schrama heeft het gezien, wat daarin was weet men niet, maar zeker geen doove nooten.”

Het verhaal gaat dat in Limmen op het aambeeld van de smederij de capitulatie is getekend. Van der Aa (1846) vermeldt: ‘”In dit dorp werd op een aambeeld, hetwelk nog in eenen smidswinkel te zien is, in den avond van den 10e oktober 1799 de capitulatie geteekend.”

De officiƫle geschiedschrijving meldt dat op 14 oktober de onderhandelingen over een wapenstilstand beginnen, die op 18 oktober te Alkmaar wordt bekrachtigd. De voorwaarden zijn voor de geallieerden buitengewoon gunstig. De krijgsgevangenen zullen worden uitgewisseld en de geallieerden krijgen vrije aftocht. Ze moeten uiterlijk 30 november Noord-Holland ontruimd hebben. De Bataafse vloot blijft in Engelse handen. Het is opmerkelijk dat de Engelsen ondanks de mislukte invasie toch een belangrijk oorlogsdoel hebben bereikt, namelijk de verovering van de Bataafse vloot. In ieder geval is het onbegrijpelijk en teleurstellend voor de Bataven die zo succesvol hebben gestreden aan Franse zijde. Een theorie zou kunnen zijn, dat generaal Brune, een echte revolutionair, dus arm en niet wars van steekpenningen, tijdens de bijeenkomst in Limmen in ruil voor veel geld een en ander met de Engelsen heeft bekokstoofd.
De Bataafse overwinning wordt in eigen land met gejuich begroet. Na jaren van vernedering kon de natie deze opsteker goed gebruiken.

Willem George Frederik , Erfprins van Oranje, de latere koning Willem I. Hij was een zoon van Prins Willem V.
Willem George Frederik , Erfprins van Oranje, de latere koning Willem I. Hij was een zoon van Prins Willem V.

De geest van Castricum

De Engels-Russische invasie wordt wel de ‘Vergeten Oorlog’ genoemd. Het was geen Waterloo, geen Verdun en geen Grebbeberg. Toch is deze oorlog het bloedigste conflict dat ooit op Nederlands grondgebied is uitgevochten. Het aantal slachtoffers bedroeg het veelvoudige van Heiligerlee, de Mookerhei, Nieuwpoort en zelfs van ‘Market Garden’ in september 1944. Het lijkt erop dat het eeuwig bewegend duinlandschap de sporen en herinnering van die strijd heeft willen uitwissen, en niet alleen het duinlandschap. Lange tijd heeft de officiĆ«le geschiedschrijving moeite gehad de invasie te plaatsen in onze vaderlandse geschiedenis. Het was zo leerde men een gevecht van vreemde mogendheden op ons grondgebied of een mislukte bevrijdingsoorlog, een poging om het Oranjehuis op zijn wettige plaats terug te brengen. Deze opvattingen werden met name geproclameerd door negentiende-eeuwse geschiedschrijvers en ook nog in de eerste helft van de 20e eeuw. Na de glorieuze 17e eeuw was de 18e eeuw een eeuw van verval, die eindigde met een Franse bezetting en het verjagen van de prins van Oranje. Oranje zo onverbrekelijk verbonden met de Republiek. De jaren na 1795 werden geschiedkundig een blinde vlek.


Jaarboek 22, pagina 12

Nederland is een Franse satellietstaat zonder eigen identiteit hetgeen culmineert in Franse annexatie in 1810. Pas in 1813 na Leipzig en de terugkeer van de erfprins op verzoek van 150 vooraanstaande Nederlanders onder leiding van Gijsbert Karel van Hogendorp, wordt de vaderlandse geschiedenis weer ingekleurd.
Pas na de Tweede Wereldoorlog is het besef gekomen dat de Franse of Bataafse tijd wel degelijk belangrijk is geweest voor Nederland. In de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd de Nederlandse staat geboren, maar in de Franse tijd (1795-1813) werden de fundamenten gelegd van de moderne eenheidsstaat waarin we thans leven. De patriotten in de tweede helft van de 18e eeuw moeten gezien worden als hervormers, progressieven, te vergelijken met de liberalen in het midden van de 19e eeuw en de sociaal democraten van de 20e eeuw. Zij ijverden voor ideeƫn en beginselen die nu voor ons vanzelfsprekend zijn. Verklaring van de Rechten van de Mens, gelijkheid en kiesrecht voor alle burgers, afschaffing van de voorrechten van adel en grootgrondbezitters, emancipatie van katholieken, joden en andere minderheidsgroepen.
Ook de ballingschap van Oranje was niet de eerste keer. In de 17e eeuw lag men regelmatig overhoop met de Stadhouder, getuige twee stadhouderloze tijdperken. Verdienstelijke Nederlanders, zoals raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt, rechtsgeleerde Hugo de Groot en anderen, waren fervent anti-Oranje.
Stadhouder Willem V stond niet boven de partijen in de Republiek. Zijn soevereiniteit werd gegarandeerd door de buitenlandse mogendheden Engeland en Pruisen. In 1787 had hij zelfs Pruisische bajonetten nodig om zijn gezag te herstellen. Het staatsbestel binnen de Republiek was verouderd en de besluitvorming traag hoofdzakelijk door federalisme en talloze overlegorganen.

Niet alleen de patriotten maar ook veel andere Nederlanders zagen 1795 als een bevrijding. V an eni g militair verzet tegen de Fransen is binnen de Republiek nooit sprake geweest. Pas na 1810 kwam er ontevredenheid vanwege de conscriptie (dienstplicht)  en de grote schaarste als gevolg van het Continentale Stelsel. De fluwelen revolutie van 1795 verliep zonder bloedvergieten en was binnen enige dagen een feit.
Echter tussen idealen en realiteit stonden veel praktische bezwaren. Het opbouwen van een nieuw staatsbestel, rechtvaardig en met inspraak van alle burgers was geen eenvoudige zaak. Toch kwam op 23 april 1798 de eerste Nederlandse grondwet tot stand.Een zeer uitvoerig en ingewikkeld stuk waarmee in de praktijk niet mee viel te werken. Het stuk was verreweg de mindere van de Amerikaanse Constitutie van 1789. Een meesterstuk wat nog steeds van kracht is. De schrijvers van dit document waren wel geĆÆnspireerd door de Nederlandse patriotten, met wie ze in contact waren en die zij zelfs adviezen vroegen. De herdenking, vorig jaar, van het 150 jarige jubileum van de grondwet van Thorbecke van 1848 was misplaatst en toch weer het gevolg van de historische verwaarlozing van de Frans tijd. In 1998 had 200 jaar grondwet in Nederland gevierd moeten worden.
De Nederlanders die vochten en sneuvelden nabij Castricum en op andere Noord-Hollandse slagvelden zagen de invasie wel degelijk als een vijandelijke inval. De opvatting van Grenville c.s. dat er een oproer zou komen, was verkeerd. Een groot deel der Nederlandse bevolking wilde helemaal niet terug naar de situatie van voor 1795 maar koos voor de revolutie met al zijn onzekerheden en onrust, maar ook met zijn hoop op een betere en rechtvaardiger samenleving. Willem V hield niet van nieuwigheden. Indien de Engelsen en Russen op 6 oktober 1799 bij Castricum zouden zijn doorgebroken zou dit het einde van het reeds begonnen hervormingsproces hebben betekend en dit zou de wording van de moderne Nederlandse staat ernstig vertraagd kunnen hebben. Dit is de betekenis van de slag bij Castricum en maakt die gebeurtenis meer dan waard herdacht te worden.

Erfprins Willem Frederik was in Noord-Holland tijdens de invasie. Daar heeft hij misschien begrepen dat er geen terugweg mogelijk was en dat de veranderingen niet ongedaan gemaakt konden worden . In tegenstelling tot zijn vader begreep hij wel de tekenen des tijds. Hij kwam terug als constitutioneel vorst. De grondwet van 1814 was niet alleen het werk van G.K. van Hogendorp maar kwam voor een groot deel voort uit de ideeƫn en gedachten van de oude patriotten en Bataafse voormannen. Na de terugkeer van de Oranjes kwam er geen bijltjesdag en veel vooraanstaanden uit de Bataafs Franse tijd bleven op hun hoge posten, inclusief Nuhout van der Veen.
Toen Willem het strand betrad bij Scheveningen moet hij ongetwijfeld hebben terug gedacht aan die ‘lange herfst van 1799’ en aan ‘die natte zondag in oktober’ toen bij Castricum geschiedenis werd geschreven.

Jan Zuurbier, M.Sc.
Bestuurslid ‘Stichting Herdenking 1799’

Bronnen:

  • Alberts, A.: De huzaren van Castricum. Een geschiedenis van de Nederlandse Republiek van 1780 tot 1800, Amsterdam, 1973.
  • Dagboek van Pastoor Bommer,collectie Werkgroep Oud-Castricum
  • Deelen van, D.: Historie van Castricum en Bakkum, Schoorl, 1973.
  • Honig, G.J.: De landing van het Engels-Russische leger in Noord- Hollancl, De Zaende, 4, 1949.
  • Israel, Jonathan I.: De Republiek, deel II vanaf 1647, Franeker, 1996.
  • Mackesey, Piers: Statesmen at War, the Strategy of Overthrow 1798-1799,New York, 1974.
  • Nieuwland, Ilja e.a.: De lange herfst van 1799,Castricum. 1998.
  • Schama, Simon: Patriotten en Bevrijders , Revolutie in de Noordelijke Nederlanden, 1780-1813, Amsterdam, 1989.
  • Zeiler, mr. F.: Openingsrede van tentoonstelling te Bergen uitgesproken op 22 april 1999.
Print Friendly, PDF & Email