Starrenburg, boerderij en haar bewoners (Jaarboek 10 1987 pg 15-18)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 10, pagina 15

 

Boerderij Starrenburg en haar bewoners

 

Tegenover de buitenplaats Gaeff of Starburg is aan de Bleumerweg de nu nog aanwezige boerderij Starrenburg gelegen. Het bouwjaar van deze boerderij is niet bekend; wel mogen we aannemen dat de voorganger ervan deel uitmaakte van de eigendommen van de eigenaar van de buitenplaats.
We kunnen aan de hand van notariële akten, die zijn gepasseerd bij eigendomsoverdrachten, enige bijzonderheden van deze boerderij achterhalen.
De oudst bekende verkoping dateert uit 1827; op 12 november van dat jaar vindt er een publieke verkoping plaats van: “Een kapitale en welgelegen huysmanswoning (boerderij) met stalling en berging van hooi voor 17 koeien en 2 paarden met erf, tuin, boomgaard en bosjes, groot 74 roeden en 20 ellen, staande en gelegen te Zuid Bakkum, belend ten oosten Jacob Stuifbergen en ten westen Van Merode Westerloo”.
Verder worden nog 14 percelen land met een totale grootte van ruim 27 hectare te koop aangeboden 1).

Openbare verkoping in 1827 van de inboedel van boerderij Starrenburg.
afb. 1 Openbare verkoping in 1827 van de inboedel van boerderij Starrenburg.

De boerderij was eerder eigendom van Pieter Morsch; na zijn overlijden in 1827 worden zijn bezittingen geërfd door zijn 2e vrouw Gijsje Jansdr Hagen en zijn meerderjarige kinderen Cornelis en Maartje Morsch uit zijn eerste huwelijk met Ceetje Dreeger.
In genoemde publieke verkoping komt de boerderij met omliggende landerijen voor 6.375 gulden aan Gijsje Jansdr. Hagen; zij had reeds als erfgename 2/3 gedeelte in haar bezit. De publieke verkoping is waarschijnlijk gehouden om er voor te zorgen dat de twee stiefkinderen Cornelis en Maartje Morsch hun rechtmatig erfdeel zouden ontvangen.

Tijdens haar eerste huwelijk met Arend Bruin woonde Gijsje in Egmond aan de Hoef, alwaar haar man in 1810 is overleden. In 1811 hertrouwt zij met de dan in Velsen woonachtige weduwnaar Pieter Morsch. Vermoedelijk gaan zij zeer kort na dit huwelijk in Bakkum wonen op de boerderij, die zij in 1817 in eigendom verwerven.

De inrichting van de boerderij

Enkele maanden na het overlijden van Pieter Morsch was reeds in aanwezigheid van notaris Jacob Nuhout van der Veen op 8 augustus 1827 een zeer uitvoerige inventarisatie verricht van de veestapel en de inboedel van de boerderij 2). In deze beschrijving staat zeer nauwkeurig aangegeven, waaruit de inboedel bestaat en wat in welke vertrekken aanwezig is. De inventarisatie is zo grondig verricht dat o.a. allerlei kledingstukken, serviesgoed, gereedschappen gedetailleerd staan vermeld. Hierdoor weten wij ook uit welke vertrekken de boerderij bestaat.
Zo worden genoemd: de keuken, het voorend, een opkamertje, een klein kamertje, de kelder, de koestal en de dors. In de keuken staat een tafel met 8 stoelen, er is een haard en een bedstede en er hangen 15 schilderijtjes; de keuken is kennelijk als woonkamer in gebruik. Bedsteden zijn er ook in het voorend en op de koestal (voor de knecht). Op de koestal staan 360 zoetmelkskazen opgeslagen. Te oordelen naar de boerengereedschappen worden op de boerderij veel kazen gemaakt.
Op de dors staan 2 boerenwagens; in de boet naast de boerderij staan nog een schulpkar en een boerenkar.

Aan levend vee staan in het land 17 koeien, 2 vaarsen, 3 pinken, 6 graskalveren, 2 bruine paarden, 4 schapen en 4 lammeren, 5 varkens, 3 kippen en 1 haan.
De totale waarde van de roerende goederen, waaronder verder ook veel gouden en zilveren sieraden, wordt geschat op ruim 2.900 gulden. Op 14 en 15 november 1827 worden alle roerende goederen in het openbaar verkocht ter verdeling van de nalatenschap van Pieter Morsch 3). Gijsje Hagen blijft het boerenbedrijf uitoefenen; bij de volkstelling van omstreeks 1830 woont zij als 69-jarige weduwe en boerin op de boerderij met de 29-jarige Dirk Castricum en de 26-jarige Dirk Groenveld als boerenknechten en de 24-jarige Antje Krom als werkmeid.

Volgens de beschrijving die bij de instelling van het kadaster in 1830 is opgemaakt, wordt de boerderij omgeven door enkele stukjes bos, een boomgaard, details zijn (zie schets):

perceelnummer:
190-groot: 2 are 30 ca – in gebruik als: bos
191-groot: 27 are – in gebruik als: boomgaard
192-groot: 12 are – in gebruik als: huis en erf
193-groot: 4 are 60 ca – in gebruik als: tuin
194-groot: 3 are 10 ca – in gebruik als: weiland
195-groot: 3 are 50 ca – in gebruik als: bos
196-groot: 41 are 70 ca – in gebruik als: bouwland

Links de boerderij in 1830; rechts na de verbouwing in 1896.
afb. 2 Links de boerderij in 1830; rechts na de verbouwing in 1896.

Jaarboek 10, pagina 16

Bewoning van Zuid Bakkum omstreeks 1830.
afb. 3 Bewoning van Zuid Bakkum omstreeks 1830.

Huisnummers en hoofdbewoners:

  1. Pieter Breedveld (34 jaar), boer, gehuwd met Maartje Brakenhoff
  2. Jan Tromp (72 jaar), arbeider, weduwnaar van Trijntje Mente.
  3. Klaas Wagemeester (74 jaar), boer, gehuwd met Antje Nijman en hun zoon Jan Wagemeester (33 jaar), schelpenvisser, gehuwd met Elisabeth Wiebes.
  4. Engel Visbeen (44 jaar), schelpenvisser, gehuwd met Marijtje Knaap.
  5. Pieter Hogeduijn (74 jaar), tapper, weduwnaar van Adriaantje Limmen en zijn dochter Cornelia Hogeduijn, gehuwd met Lammert Hageman (40 jaar), schelpenvisser
  6. Lourens Zonneveld (60 jaar), schelpenvaarder, gehuwd met Antje Sluijs (voormalig raadhuis en school van Bakkum).
  7. Cornelis Ranke (64 jaar), schelpenvisser, weduwnaar van Maartje Duijn.
  8. Pieter Kuijs (35 jaar), boer, gehuwd met Maartje Bruin (Blauwhoef).
  9. Gijsje Hagen (62 jaar), boerin, weduwe van Pieter Morsch (Starrenburg).
  10. Floris Twisk (54 jaar), boer, gehuwd met Maartje Bakkum.
  11. Job de Zeeuw (30 jaar), schelpenvisser, gehuwd met Marijtje Stuifbergen.
  12. Jacob Stuifbergen (75 jaar), boer, gehuwd met Dieuwertje Mente.

 
De boerderij is van het Noordhollandse stolptype. Kenmerkend voor dit type is de vierkante vorm met in het midden een vierkant voor hooiberging. Om dit vierkant zijn de woonvertrekken, dors, koestal en dergelijke gesitueerd. Het dak heeft een piramide vorm.

Neeltje Bruin de nieuwe eigenares

Op 22 februari 1832 overlijdt Gijsje Hagen; haar 3 kinderen Maartje, Marijtje en Neeltje Bruin uit haar eerste huwelijk met Arend Bruin zijn haar erfgenamen. Neeltje Bruin, eerder gehuwd met Jan Mooij, is in 1829 getrouwd met Klaas Stet, dan weduwnaar van Trijntje Koeleveld en als boer woonachtig op het Noordend. Op 12 mei 1832 koopt Klaas Stet, mede namen zijn vrouw voor 2.668 gulden het erfdeel van Maartje – en Marijtje Bruin 4). Maartje was gehuwd met Pieter Kuijs en woonde op de nabijgelegen boerderij Blauwhoef en Marijtje met Gerrit de Groot; zij woonden in de Oosterbuurt.
Na het overlijden van Neeltje Bruin in 1855 wordt haar nalatenschap geërfd door haar man Klaas Stet en door Cornelis Mooij, zoon uit haar eerder huwelijk met Jan Mooij. De boerderij en een aantal percelen land worden toegedeeld aan Klaas Stet 5).

Klaas Stet is vele jaren wethouder, heemraad van de Limmerpolder en gedurende 32 jaar kerkmeester; in 1860 gaat hij op 64 jarige leeftijd in Huiswaard (gem. Alkmaar) bij zijn dochter Neeltje wonen, alwaar hij in 1866 overlijdt. De vier kinderen uit zijn eerste huwelijk met Trijntje Koeleveld zijn de enige erfgenamen. Tot zijn nalatenschap behoren o.a. 3 boerderijen en ruim 61 ha land. De boerderij aan de Bleumerweg met ca. 17 ha land wordt geërfd door zijn dochter Antje Stet, dan weduwe van Gerrit Brakenhoff en als boerin vanaf haar huwelijk reeds woonachtig op de boerderij 6).
Enkele veldnamen van de weilanden, die zij in haar bezit krijgt zijn: de Hugten, de Lageven, het Voorhoogje, de Savert, het Groote Weer, het Weidje, de Biezenweid, het Munnikenweidje en de Akkers aan den Weg.

In 1867 hertrouwt Antje Stet met de weduwnaar Jan Schotvanger en gaat op diens boerderij op het Noordend wonen. Haar nog ongehuwde meerderjarige kinderen Klaas, Cornelis en Neeltje Brakenhoff blijven op Starrenburg wonen. Klaas trouwt in 1874 met Neeltje Kuijs; hun kinderen worden op Starrenburg geboren. In 1878 overlijdt Jan Schotvanger, zijn echtgenote Antje Stet gaat in mei 1880 weer terug naar Starrenburg. Haar zoon Klaas gaat dan met zijn gezin op het Schulpstet wonen.

Periode 1905-1927 eigenaar Freek Grapendaal; V.l.n.r.: Ant en Jane Grapendaal, Bet Hogenstijn en Freek Grapendaal.
afb. 4 Periode 1905-1927 eigenaar Freek Grapendaal; V.l.n.r.: Ant en Jane Grapendaal, Bet Hogenstijn en Freek Grapendaal.

Jaarboek 10, pagina 17

Luchtfoto van Starrenburg en de boerderij van Hendrik Twisk; beide nog omgeven door weiland.
afb. 5 Luchtfoto van Starrenburg en de boerderij van Hendrik Twisk; beide nog omgeven door weiland.

Bij haar overlijden op 19 september 1891 woont Antje Stet met haar nog ongehuwde dochter de 41-jarige Maartje Brakenhoff en sinds december 1890 met haar zoon Cornelis Brakenhoff en zijn vrouw Aafje Schermer op Starrenburg.
De boerderij met erf, schuur, boomgaard, bos, bouw- en weiland ter grootte van 5.5 hectare worden in 1892 toegedeeld aan de hierboven genoemde zoon Cornelis; hij is een van de 12 kinderen 7).
Op 22 juli 1905 ruilt Cornelis Brakenhoff de boerderij en de direkt aangrenzende percelen (nr. 190 t/m 196) met Frederik Grapendaal, landbouwer te Castricum. Inmiddels waren de percelen 190 t/m 195 samengevoegd tot perceelnummer 644; dit was gebeurd in 1896 na enige sloop- en bouwactiviteiten. Volgens de kadastrale hulpkaarten blijkt een kleine schuur te zijn gebouwd ten oosten van de oorspronkelijk gesloopte schuur. Verder is de westgevel van de boerderij enkele meters naar binnen verplaatst. De nieuwe eigenaar is dus Frederik Grapendaal na bijbetaling van 2.000 gulden 8).

Ruim 22 jaar later verkoopt hij op 25 oktober 1927 de boerderij, die dan voor het eerst officieel Starrenburg wordt genoemd samen met omliggend erf, tuin en boomgaard voor 9.000 gulden aan Willem de Zeeuw, tuinder, dan nog ongehuwd en 35 jaar 9). Door Willem de Zeeuw zijn enkele aanpassingen uitgevoerd aan het interieur; ook Iaat hij omstreeks 1936 een nieuwe schuur bouwen, nadat de vorige in vlammen was opgegaan.

De indeling van de boerderij voor de verbouwing in 1970.
afb. 6 De indeling van de boerderij voor de verbouwing in 1970.

Jaarboek 10, pagina 18

Willem de Zeeuw voor de dorsdeuren.
afb. 7 Willem de Zeeuw voor de dorsdeuren.

De familie De Zeeuw heeft heel lang op Starrenburg gewoond. Om gezondheidsredenen stopt Willem de Zeeuw omstreeks 1962 met boeren. Op 1 juni 1970 verkoopt Gerarda Adriana van der Meij, weduwe van Willem de Zeeuw, de boerderij met het bijbehorende land aan de huidige eigenaar Arnold J. Bruynjé, algemeen directeur van bouwbedrijf Van Hattum en Blankenvoort 10).

S.P.A. Zuurbier

Noten:

1) Notaris Jacob Nuhout van der Veen te Alkmaar dd. 12-11-1827
2) Notaris Jacob Nuhout van der Veen te Alkmaar dd. 8-8-1827
3) Notaris Jacob Nuhout van der Veen te Alkmaar dd. 14-11-1827
4) Notaris Jacob Nuhout van der Veen te Alkmaar dd. 12-5-1832
5) Notaris Abraham P. de Lange te Schoorldam dd. 11-5-1855
6) Notaris Hendrik Jan de Lange te Alkmaar dd. 14-9-1866
7) Notaris Hendrik Jan de Lange te Alkmaar dd. 4-5-1892
8) Notaris Adrianus P.H. de Lange te Alkmaar dd. 22-7-1905
9) Notaris Jacobus P Stuijt te Castricum dd. 25-10-1927
10) Notaris A.D.Th. Bruijning te Beverwijk dd. 1-6-1970

Starrenburg in de huidige vorm.
afb. 8 Starrenburg in de huidige vorm.
Print Friendly, PDF & Email