Stolpboerderijen 5e deel (Jaarboek 31 2008 pg 29-37)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Stolpboerderijen:
deel 1deel 2deel 3deel 4 – deel 5deel 6deel 7


Jaarboek 31, pagina 29

Stolpboerderijen in Castricum en Bakkum (deel 5)

Het agrarisch verleden van Castricum en Bakkum blijkt uit het aantal stolpboerderijen dat we hier aantreffen. In de serie ‘Stolpboerderijen’ volgt nu de vijfde aflevering met een aantal beschrijvingen van boerderijen en wel drie in Castricum en twee in Bakkum.

De boerderij aan de Polderdijk.
De boerderij aan de Polderdijk.
De situatie in 1880.
De situatie in 1880.
De situatie in 2007.
De situatie in 2007.

Polderdijk 2

Aan de zuidkant van Castricum ligt prachtig midden in de weilanden aan de Polderdijk de meest zuidelijk gelegen stolpboerderij van Castricum, die dateert uit 1880.
In 1844 werd door Dirk Nanne een stuk grond, gelegen in sectie B, nummer 568, groot 2 ha, 77 a en 70 ca, genaamd ‘de Hoogeberg’, gekocht van Maartje Muijs, gehuwd met Jan Luken. Maartje had dit land geërfd van haar ouders Pieter Muijs, boer op Cronenburg, en Guurtje Brasser. Sijbrand, de zoon van Dirk Nanne, bouwde op dit stuk weiland in 1880 een boerderij. Na het overlijden van Sijbrand Nanne volgde in 1882 een openbare verkoping en werd Willem Cornelisz. Groot de nieuwe eigenaar van het huis, schuur en erf, samen groot 24 a en 20 ca (kadastrale nummers 1453 en 1454).
In 1894 werd Henricus F.A. Franse, koopman in Castricum, de nieuwe eigenaar, die de hofstede met stalling, dors en schuur enkele maanden later, op 31 december 1894 weer verkocht aan de vorige eigenaar.
Aan de boerderij werden in 1902 en 1903 enige aanpassingen uitgevoerd en werd er een schuur bijgebouwd. Kort daarna volgde in 1905 verkoop aan Jan Gerritsz. Scheerman, landbouwer te Heemskerk, die het geheel in 1906 verkocht aan Jan Gerritsz. Beentjes, landbouwer te Castricum.

In 1920 werd Dirk Visser, landbouwer te Koedijk, eigenaar en in 1921 Evert Elias Stoel, taxateur te Haarlem, die het geheel in hetzelfde jaar overdeed aan Johannes van Dongen, bloemkweker uit Hillegom. Hij verkocht in 1932 het huis en de schuur aan Jan Hendrikse, veehouder uit Nieuwer-Amstel. Hij was gehuwd met Johanna Grede en vestigde zich als veehouder aan de Polderdijk.
Na het overlijden van Jan Hendrikse op 1 januari 1936 vond vererving plaats. De boerderij kwam op naam te staan van zijn vrouw Johanna Grede en de vier kinderen kregen hun erfdeel.
In 1943 werd hun zoon Hendrik Hendrikse, geboren in


Jaarboek 31, pagina 30

1906, de eigenaar. Hij was gehuwd met Susanna Kloosterboer uit Sint Pancras. Uit het huwelijk werden twee zoons geboren: Jan Hendrik in 1933 en Pieter Cornelis in 1934. In 1946 werd de boerderij bewoond door Johannes Beentjes en na 1950 hebben er verschillende gezinnen gewoond.
In 1966 werd een manegehal gebouwd in opdracht van Dirk Overink, die van 1965 tot 1975 ook in de boerderij woonde en eigenaar was van een nabij gelegen stuk weiland. In 1969 werd de stal uitgebreid.
In juni 1982 betrokken Gerrit Brouwer en Frederika Osewoudt de boerderij. Zij waren de nieuwe eigenarenen afkomstig uit Heiloo. De boerderij werd inwendig verbouwd tot woning en op het terrein werden een open veldschuur, hooiberg en mestput geplaatst.
Het bedrijf groeide in de loop der jaren uit tot een manege met paardenstalling.
In april 2003 werd het geheel gekocht door Pascal Xenakis, geboren in 1975 te Amsterdam, gehuwd met Leontine Reurings. Zij beheren nu de manege met paardenstalling, waarmee zij in Uithoorn al veel ervaring hadden opgedaan.

De pas gebouwde boerderij omstreeks 1919. V.l.n.r. Arie Meijne met zijn knecht Jan Brakenhoff zijn schoonzus Anna Ruijter en zijn kinderen Thea en Mien.
De pas gebouwde boerderij aan de Breedeweg 67 omstreeks 1919. V.l.n.r. Arie Meijne met zijn knecht Jan Brakenhoff zijn schoonzus Anna Ruijter en zijn kinderen Thea en Mien.
De situatie in 2007.
De situatie in 2007.

Breedeweg 67

Aan de Breedeweg liggen in het kenmerkende agrarische gebied van voorheen gelukkig ook nog enkele stolpboerderijen.
Een ervan is deze stolp op nr 67, die dateert uit 1912 en nu alleen als woning wordt gebruikt.
In 1842 vond een publieke verkoping plaats van een aantal weilanden aan de Breedeweg, die in bezit waren van Aagje Kraakman, weduwe van Jan Glorie. De nieuwe eigenaar werd Klaas Stet, landman en raadslid te Castricum, die woonde aan de Brakersweg. Hij was gehuwd met Trijntje Koeleveld en na haar overlijden met Neeltje Bruijn. Deze Neeltje was eerder gehuwd met Jan Mooij, uit welk huwelijk in 1821 te Bergen een zoon Cornelis Mooij werd geboren. Zij had haar in 1830 opgestelde testament laten wijzigen, waardoor na haar overlijden in 1855 haar eigendom op 3 juli 1855 verdeeld werd over haar man Klaas Stet voor 1/4 deel en haar zoon Cornelis Mooij, landman, voor 3/4 deel.
Zo werd Cornelis Mooij in 1855 eigenaar van een stuk wei- en bouwland, gelegen in sectie B, kadaster nummer 454, groot 60a en 80 ca en gelegen tussen de Breedeweg en de Doodweg. Na zijn overlijden in 1888 ging het stuk grond over op zijn zoon Jan Mooij, burgemeester van Castricum.

In 1912 werd dit perceel verkocht aan Adrianus (Arie) Meijne, tuinder en bloembollenkweker, geboren in 1887 te Anna Paulowna, die woonde te Castricum. Hij was in 1911 te Jisp getrouwd met Columba (Duifje) Maria Ruijter en liet in 1912 aan de Breedeweg door aannemer Jan Tromp een boerderij met schuur bouwen, die hij in datzelfde jaar betrok.
Uit het huwelijk werden aan de Breedeweg zes kinderen geboren. Na het overlijden van Arie Meijne in 1920 werd de boerderij eigendom van zijn weduwe Duifje Ruijter. In 1941 verkocht zij de boerderij aan haar zoon Arie, geboren in 1914 en in 1941 gehuwd met Anna Koppes uit Egmond-Binnen. Uit dit huwelijk werden in Castricum zes kinderen geboren, waarvan er een zeer jong is overleden (zie jaarboek 27).
Na het overlijden van Anna Koppes werd in 1956 een scheidingsakte opgemaakt, waarbij de echtgenoot en de vijf kinderen ieder een 1/6 deel kregen toegewezen. Arie hertrouwde in 1959 met Maria Plantenga en het gezin bleef op de boerderij wonen.


Jaarboek 31, pagina 31

De huidige boerderij aan de Breedeweg.
De huidige boerderij aan de Breedeweg.

In 1963 volgde verkoop van een stukje grond aan de Doodweg aan Cornelis Stolk, die er een huis en schuur bouwde. Daardoor wijzigde ook de kadastrale vastlegging van de boerderij: nu sectie B, nummer 6986, groot 52 a. en 97 ca., een huis, schuur en tuingrond. In 1967 bouwde hij achter zijn pand een rolkas.
In 1987 werd het woonhuis op naam van de kinderen gezet, ieder 1/5 deel met het beding van levenslang vruchtgebruik door Arie Meijne, gehuwd met Maria Plantenga. Zijn zoon Adrianus Th. (Arie) woonde ook nog thuis en oefende er de tuinderij uit tot 1989.

Arie Meijne, de laatste Meijne die op de boerderij woonde, met echtgenote Nel de Bree.
Arie Meijne, de laatste Meijne die op de boerderij woonde, met echtgenote Nel de Bree.

Hij vertelde:
“Mijn vader wilde graag onderwijzer worden, maar toen zijn vader was overleden heeft zijn moeder, Duifje Ruijter, de tuin altijd voor hem als enige zoon bewaard.
Hij nam het bedrijf in 1941 over en legde zich vooral toe op de bollenteelt, tulpen maar ook gladiolen. Dat laatste deed hij samen met Gerrit Lute. Ze hadden een stuk grond achter het Vitesse-terrein dat voor de teelt van gladiolen geschikt was. Vader selecteerde ze, pelde ze en liet de bollen drogen. Allemaal erg bewerkelijk.

In één winter had hij een stuk of drie koeien binnen staan, zoals zijn vader dat ook regelmatig deed. Hij, zijn vader, had hiervoor, samen met Jacob van der Park, een stuk weiland, sectie C, nummer 20, groot ruim 3 hectare, dat in 1919 op een veiling door zijn grootvader was gekocht.
Voor eigen gebruik werden ook aardappelen verbouwd, die ook aan vrienden en bekenden werden verkocht. Dat leverde wel wat op!

Wij, de vijf zoons, hielpen natuurlijk vaak mee in de zomer, na schooltijd aan de Augustinus, zei vader dat we nog wel even een hoekje konden schoffelen, bollen konden pellen of onkruid wieden. Als het dan klaar was gingen we eten en daarna moesten we naar bed! Na de lagere school ben ik bij vader gaan werken en ben naar de tuinbouwschool gegaan.
Mijn broers hielpen natuurlijk wel, maar vonden het werken in de tuin niet echt leuk en gingen later dan ook ander werk doen.
Dick, geboren in 1944, vertelde dat in de herfst, als het koud en winderig was, je wortelen moest rooien. Met je blote handen in die koude grond en dan met je nagel van je vingers langs die koude wortel! Dat deed toch zeer! ik voel het nog, brrr. Ja, later gingen we handschoenen gebruiken.

Het bedrijf was niet zo groot. Alleen bollen kweken daar redde je het niet mee. Dus ging ik er ook sla en andijvie bij doen. Daar was de grond ook geschikt voor, hoewel we het wel omgespit hebben, soms drie steken diep om door de kattenklei te kunnen komen, die soms wel 80 cm. diep zat. Sterke grond, geestgrond, die de kunstmest vasthield en ook voldoende nat was in de regentijd. We hadden wel last van kweek en in het voorjaar van paardebloemen: aan de zuidoostkant grensden we aan een stuk weiland, dat in de oorlog werd omgezet in bouwland, een stukje van Roele. Tegenwoordig staat er maïs op. Bij oostenwind in het voorjaar zag het wit van de pluizen van de paardebloemen. En dan enige tijd later kon je wel aan het trekken blijven!


Jaarboek 31, pagina 32

Door dat werk, dat bijna helemaal met de hand werd gedaan, had je wel contact met de grond, zeker. Je kwam ook wel eens wat tegen. Oude munten bijvoorbeeld, heel veel heb ik er gevonden. Piet Bleijendaal kwam ook wel zoeken. Hij heeft er veel van mij gekregen: munten uit 1758, zelfs een cent uit 1637, centen Willem uit 1826, 1827, 1837, 1855; 2,5 cent uit 1914, een Belgische cent uit 1890, kijk hier, leuk toch in zo’n doosje, een stuk of 22 heb ik er nog.

Wat ik al zei, bijna alles werd met de hand gedaan, we hadden kleine akkertjes, niet te diep de grond in. Later had ik een klein trekkertje en een freesmachine, maar het bleef heel hard werken met sterk wisselende inkomsten. Daarom heb ik ook een rolkas gezet. Je kon dan in de winter narcissen, soms wat tulpen en in de herfst chrysanten telen. En die bracht ik dan naar de veiling in Beverwijk.
In de loop van de tijd werd het steeds zwaarder: eisen die gesteld werden aan gebruik van bestrijdingsmiddelen, gebruik van mest, allerlei regels waaraan je moest voldoen en waarvoor investeringen nodig waren. De kosten werden steeds hoger, ook transportkosten: geen veiling meer in Beverwijk, dat werd Alkmaar, ook opgeheven. Daarom naar Aalsmeer!
In 1988 ben ik ermee gestopt en ben ander werk gaan doen.

Na het overlijden van vader is de boerderij aan de Breedeweg verkocht. Mijn vrouw heeft er een schilderij van gemaakt, is het niet fraai?”

Na het overlijden van Adrianus Johannes Meijne werd het woonhuis in 1994 verkocht aan Eric Albert Kroese, geboren in 1948 te Amsterdam, kapitein der grote vaart, gehuwd met Theodora J.J. (Dorien) Kaandorp. Het woonhuis werd omschreven als ‘woonhuis, schuur, tuingrond en verdere aanhorigheden, gelegen te Castricum, sectie B, nummer 6986, groot 52 a. en 97 ca.’.
In december 2005 kocht Rob Beijer, geboren in 1966 te Huissen (bij Nijmegen), verkeersvlieger, het woonhuis met een deel van de grond. In juli 2006 ging hij er wonen met zijn vrouw, Monique Stoutenbeek, verkeersvlieger; zij hebben drie kinderen.

De boerderij gezien vanaf de Brakersweg.
De boerderij gezien vanaf de Brakersweg.
De situatie in 1836.
De situatie in 1836.
De situatie in 1985.
De situatie in 1985.

Brakersweg 71

De stolpboerderij, die nu op de hoek van de Brakersweg en de Kooiweg staat, had een voorganger uit het begin van de 19e eeuw. Gerrit Duinmeijer, de toenmalige eigenaar, verkocht in 1834 huis en erf, gelegen in sectie B, kadastraal nummer 132, met de omliggende percelen, samen groot 85 are, aan de toen 36-jarige Jan Louter, die het vervolgens langdurig in bezit had. Na zijn overlijden kwam in 1872 het huis, dat tegen de weg stond, met erf in bezit van zijn dochter, Aagje Louter, gehuwd met Jacob Kuijs, landbouwer te Castricum.
In 1892 volgde sloop van het huis en schuur en in 1893 de bouw van een nieuw huis, waarbij in 1894 een boet werd bijgebouwd. Dit huis stond vermoedelijk iets meer naar het zuiden, op vele meters afstand van de weg.
Deze boerderij werd herbouwd in het jaar 1911 , waarbij gebruik gemaakt werd van bouwmateriaal (planken, balken en gebikte stenen) afkomstig van de oude r.-k. Pancratiuskerk aan de Dorpsstraat, die in 1910 gesloopt was. Gerrit Kuijs Jacobszoon, geboren in 1875 (ook wel lange Luuk genoemd), werd de eigenaar en bewoner, samen met zijn zuster Guurtje Kuijs, geboren in 1870; beiden waren ongehuwd.

Gerrit Kuijs (Lange Luuk), was eigenaar van de boerderij tot 1951.
Gerrit Kuijs (Lange Luuk), was eigenaar van de boerderij tot 1951.

Jaarboek 31, pagina 33

Gerrit Kuijs verkocht het geheel in 1951 aan Nicolaas Adrianus (Niek) Hes, met als omschrijving: ‘een huis, schuw; weiland en e1f, groot 45 are en 40 centiaren’. Niek Hes was aanvankelijk landbouwer, later melktransporteur en was in 1949 gehuwd met Afra Alida Besseling. Uit het huwelijk werden zeven kinderen geboren, waarvan er twee jong gestorven zijn.

De boerderij gezien vanaf de Kooiweg.
De boerderij gezien vanaf de Kooiweg.

Hij vertelde:
“Mijn vader Cornelis Hes uit Egmond-Binnen was tuinder aan de Limmerweg in Bakkum en later, in 1904, veehouder aan de Madeweg (Johanna Hoeve, waar nu  – in 2008 – Jos Hes zit). Hij was getrouwd met Marie Ruiter van Egmond aan den Hoef en zij hadden 12 kinderen: 6 jongens en 6 meisjes.
Als tiende kind ben ik op 27 november 1924 daar geboren en dus van jongs af de melkveehouderij leren kennen en ook thuis meegewerkt. Voor de lagere school gingen we naar Limmen, de Corneliusschool. In de oorlog heb ik nog bij de Arbeidsdienst moeten werken, kwam zelfs nog in Berlijn terecht!
Maar in 1944 ben ik ondergedoken bij een boer in Hem en daar heb ik Afra leren kennen. Zij is daar geboren op 9 februari 1927 als dochter van Gerrit Besseling, vrachtrijder en van Aaltje Buur.
ln 1949 zijn we in Venhuizen getrouwd en zijn we gaan wonen aan de Poelven 41, een nieuw huis, waar we twee jaar gewoond hebben.
Ik werkte toen bij de Hoogovens als kraandrijver in de Martin Staalfabriek, in 4-ploegendienst en dat heb ik acht en half jaar met plezier gedaan, nooit verzuimd. In 1951 het huis gekocht onder voorwaarde dat Gerrit Kuijs er tot zijn dood in mocht blijven wonen. Hij had een eigen kamer, maar hij zat altijd hier in dit hoekie in de keuken. Hij heeft hier 5 jaar gewoond tot zijn overlijden in 1957, hij was toen 82 jaar. Nou dat viel niet altijd mee, hij was niet zo makkelijk!
En in huis hebben we veel zelf opgeknapt: de muren waren halfsteens, dus daar hebben we een spouw-muur van laten maken en Kees de Groot metselde ook de schoorsteen. We hebben een WC en later een douche gemaakt, een washok, een berging en achter nog een aparte kamer; daar kan je alleen buitenom binnen komen.

Niek Hes en Afra Besseling met hun kinderen.
Niek Hes en Afra Besseling met hun kinderen v.l.n.r. Kees, Lida, Gerard, Nico en Jos.

Na mijn periode bij Hoogovens ben ik melk gaan rijden voor weduwe Schermer uit Bakkum. Het was nog de tijd van de melkbussen en twee keer per dag werden die opgehaald bij de boeren in Castricum, Bakkum, Limmen en Heiloo; 16 jaar heb ik naar de melkfabriek in Ursem gereden. Later naar Opmeer, de Waard en Lutjewinkel, totaal 26 jaar gereden.
Een Bedford had ik overgenomen, ik heb er wel vier gehad en één keer heb ik wel 204 bussen op de wagen gehad, twee lagen boven elkaar!
Maar ik had ook nog zes koeien, wat varkens en mestkalveren, dus er werd hard gewerkt. ‘s Morgens om 4 uur opstaan, beesten verzorgen, koeien melken – met de hand hoor – en om 7 uur melk rijden. Tussen de middag te bed, anders hield je het niet vol. In de middag om 4 uur de eigen beesten weer verzorgen en om 6 uur weer in de melkwagen, 7 dagen per week. Vakantie, nou dat ging eigenlijk niet. Mijn vrouw weet ervan, altijd hard meegewerkt. Ze voegt er aan toe: “Vakantie, nooit gehad. Ik verzorgde de kinderen, zorgde dat het eten op tijd op tafel stond en deed al het huishoudelijk werk. Nee, koeien melken heb ik nooit gedaan, wel de verzorging van de kalveren.” En ‘s avonds laat thuis, een uur of half elf. In de jaren 1970 ben ik gestopt met die beesten.


Jaarboek 31, pagina 34

Het melkrijdersbedrijf van Niek Hes.
Het melkrijdersbedrijf van Niek Hes.

Oh ja, met die melkbussen nog wel eens een ongeluk gehad: kreeg een volle bus, die weggegleden was van de wagen op mijn borst. Ben nog wel naar Ursem gereden, maar daar zakte ik in elkaar. Met twee gebroken ribben en longschade in het ziekenhuis gelegen. M’n jongens Kees en Nico hielpen toen, die kenden alle adressen en die jongen van Molenaar die reed. Nico kreeg zelfs drie weken vrij van militaire dienst, hij zat in Amersfoort. Maar na drie weken reed ik zelf weer.
Het was mooi werk, zelfstandig werk ook en op het laatst reed ik voor Campina in Heiloo. Dat heb ik vier jaar gedaan en toen ik 62 jaar werd, in 1986, was het over, voorbij.
Maar we hebben een grote tuin, dus werk was er wel. Dirk Stuifbergen heeft de tuin altijd gedaan, toen ik nog melk reed, ook met zijn broer Teun, ja die lustten graag een biertje. Dirk bleef ook heel vaak bij ons eten, dat kon wel.

Ik heb nu nog een stuk tuin naast het huis natuurlijk, ook mijn zoon heeft een stuk, maar het gaat me niet zo makkelijk meer af. Spitten gaat nu niet meer, de tuin is eigenlijk te groot: “Moet je een stukkie tuin hebben, dat kan wel hoor!”
Om die tuin had ik indertijd 45 melkbussen staan, met kettingen ertussen, maar ze werden regelmatig omgetrapt, vandaar dat er nu een hekje om de tuin staat. We wonen hier al lang en prettig, kinderen in de buurt, twee wonen hierachter in dat dubbele woonhuis en we redden het nog wel. Auto rijden doe ik ook nog, in de buurt. Als we verder weg willen, brengt een van de kinderen ons daar naar toe.
We hebben het goed, das zeker.”

De huidige boerderij aan de Bleumerweg.
De huidige boerderij aan de Bleumerweg.
De situatie in 1919.
De situatie in 1919.
De situatie in 2007.
De situatie in 2007.

Bleumerweg 20, ‘de Sleutelhoeve’.

Aan de noordkant van de Bleumerweg, op de hoek van het Jan Miessenlaantje, staat een groot aantal bedrijfspanden, waarvan een voormalige stolpboerderij een herkenbaar deel uitmaakt. Deze boerderij kent een heel lange geschiedenis. Een huis op die plaats was reeds voor 1771 in bezit van Pieter Maijnszoon, die getrouwd was met Aagje Pieters Limmen. In 1771 is Pieter Maijnsz. overleden en toen Aagje Pieters Limmen in 1784 hertrouwde met Jacob Stuifbergen, kwam het huis in bezit van laatstgenoemde. In 1797 trouwde Jacob met Dieuwertje Mente en zij kregen zeven kinderen, waarvan er twee zeer jong overleden.
In 1830 woonde Jacob Stuifbergen nog in dit huis als veehouder, inmiddels 75 jaar oud, met zijn vrouw Dieuwertje en met nog twee kinderen: Klaas, schelpenvisser, 22 jaar en Willemijntje, 17 jaar.
Na het overlijden van Dieuwertje werd in 1837 de boedelscheiding vastgelegd, waarin de vijf kinderen deelden. Zoon Klaas werd eigenaar van twee percelen weiland en “een huis en erve, staande en gelegen te Bakkum, het erf groot 15 Roe en 20 Ellen, sectie A, nummer 216, belend ten zuiden de weg, ten oosten de Algemene Armen van Castricum, ten westen de erven mr. Jacob Nuhout van der Veen.


Jaarboek 31, pagina 35

Klaas trouwde in 1838 met Antje Krom en was naast veehouder ook schelpenvisser. Uit het huwelijk werden 8 kinderen geboren. Klaas Stuifbergen overleed in 1902 op 95-jarige leeftijd.

In 1903 volgde de verkoop van het huis aan Pieter Zonneveld, landman, gehuwd met Maartje Levering. Vanaf 1908 woonde hier hun dochter Marijtje Zonneveld, gehuwd met Petrus M. Borst. Pieter Zonneveld ging wonen aan de Heereweg 74 te Bakkum.
Petrus Martinus (Piet) Borst was geboren in 1879 te Schagen, zoon van Cornelis Borst en Anna Maria Janse. In april 1930 werd door Piet Borst bij de gemeente Castricum een bouwvergunning aangevraagd voor het bouwen van een hooibergplaats met veestalling. Het betrof het plaatsen van een onvolledige stolp met een enkel vierkant, aan de noordkant, tegen het bestaande woonhuis aan, waarvoor hij vergunning kreeg.
In 1936 volgde, na overlijden van zijn schoonmoeder Maartje Levering, overdracht van het huis met erf en schuur aan Piet Borst.

Cor Borst omstreeks 1960.
Cor Borst omstreeks 1960.

In 1953 werd zijn zoon Cornelis P. (Cor) Borst de nieuwe eigenaar, geboren in deze boerderij in 1912. Hij trouwde met Petronella (Nel) E. van Niekerk. Cor Borst kocht in 1954 een stuk weiland van ruim 9 hectare aan het Jan Miessenlaantje. Ook liet hij een aantal werkzaamheden uitvoeren, zoals een gierkelder in 1941, verbouwing van de woning in 1958 en de stal in 1959, de bouw van een loopvoederstal in 1973 en het bouwen van een bergloods in 1980. Toch leek het bedrijf te klein voor de mogelijke opvolger, zoon Gerard Borst, die uiteindelijk naar Nieuw-Zeeland vertrok.
In 1982 werd het geheel overgenomen door Ron M.C. de Nijs, melkveehouder, zoon van aannemer Thijs de Nijs en Netty Toepoel. Hij realiseerde een uitbreiding van de loopstal en opslag voor landbouwwerktuigen. In 1983 volgde een wijziging van de buitengevels en een inwendige verbouwing van de woning. In 1984 werd de boerderij met een technische werkruimte uitgebreid.

In 1993 werd het bedrijf, toen in het gebied verkaveling werd doorgevoerd, overgenomen door Petrus C.J. (Piet) Borst, geboren in 1939, zoon van Petrus J. Borst en Margaretha P. Hes, en kleinzoon van de vroegere eigenaar Piet Borst.

Piet Borst vertelde:
“We zaten eerst op de Brakersweg, maar dat werd te klein. We hadden er toen wel een zuivelwinkel bij, maar we kregen de kans om naar Bakkum te gaan, Na de overname ben ik doorgegaan met de melkveehouderij, een stuk of 50 koeien en wat schapen erbij, zo’n 60, 70, maar de zuivelwinkel hebben we niet voortgezet. Wel deed ik er wat bij: groente, wortelen en spruitjes en zo. Mijn vrouw deed vooral de schapen, zeker in de lammerentijd was dat nodig en zij kon dat goed: haar handen waren smal, dus als er ingegrepen moest worden, kon zij dat. Mijn handen waren te grof!
In 1993 zijn we, na de vraag ‘mogen we ons tentje hier opzetten?’ met de camping begonnen, dat geeft wat aan-


Jaarboek 31, pagina 36

loop, gezelligheid. Van half april tot eind september. Maar het was de tijd van de superheffing, de tijd van de beperking van de melkproductie! Het werd allemaal minder en ik had vanaf mijn zesde jaar al tussen de koeien gezeten, melken vanaf mijn elfde en in die tijd eerst helpen met melken, naar de mis, naar school, thuis koeien melken, aardappelen schillen; we hadden een groot gezin, 17 kinderen en ik was de oudste. Eigenlijk was ik na al die jaren op, toen ik besloot in 2002 te stoppen! Een moeilijke beslissing. We hebben een slechte tijd doorgemaakt.

Piet Borst in de moderne aardbeienkas achter de boerderij.
Piet Borst in de moderne aardbeienkas achter de boerderij.

Maar gelukkig heb ik mijn aardbeien en bollen, dat is erg leuk werk.
Die aardbeien staan in drie lange kassen en (dat) vraagt veel werk, waarbij mijn broer Wim helpt. Ik koop stekken in, die na planten in de grond half december worden gerooid en in de vriezer gaan. In maart worden ze geplant of in juni en dan heb je het volgend jaar een mooie plant, die goede volle smakelijke aardbeien geeft. Ja, ik lever ook wel stekken aan volkstuintjes. Natuurlijk moet je veel aandacht geven aan de voeding en bewatering, maar ook aan het onderkennen van ziektes en het kiezen van bestrijdingsmiddelen. Maar het is ook hobby net zoals de bollen, heel veel handwerk, maar leuk om te doen.

Piet samen met zijn broer Wim aan het aardbeien plukken.
Piet samen met zijn broer Wim aan het aardbeien plukken.

Die bollen horen tot de familie der aronskelkachtigen, een geurend bolgewas, dat op mijn grond goed gekweekt kan worden. De bol is wat giftig, als je eraan likt, krijg je een dikke tong, dus dat moet je niet doen. Die bollen passen heel goed in het werk met de aardbeien, ze worden voornamelijk geëxporteerd en zijn bestemd vooral voor de aanmaak van medicijnen. Ze staan nu in de loods in kratten, ja wel veel, zo’n 150.000 denk ik. En er is nog steeds gelukkig wat drukte om ons heen, want één van onze beide zoons, met zijn loonbedrijf, stalt hier zijn machines. Die andere jongen werkt in de groenvoorziening.
En de camping zorgt natuurlijk in het seizoen voor aanloop.
We zitten hier best!”

De boerderij aan de Heereweg in 1980.
De boerderij aan de Heereweg in 1980.
De situatie in 1880.
De situatie in 1880.
De situatie in 2007.
De situatie in 2007.

Heereweg 37

In het jaar 1866 stond het stuk grond op de hoek Heereweg-Bleumerweg omschreven als een perceel genaamd ‘De akkers aan den Weg’, in sectie A, nummer 205 groot 51 are. In dat jaar werd dit perceel samen met boerderij Starrenburg aan de Bleumerweg en een groot aantal andere percelen uit de nalatenschap van Klaas Stet, toegedeeld aan zijn dochter Antje Stet, weduwe van Gerrit Brakenhoff. Hun zoon Cornelis ging het huis bewonen dat in 1878 gereed kwam: ‘een huis, erf en schuur met boomgaard en erf’. In 1904 nam Jan Beentjes Gerritszoon, landbouwer te Heemskerk, de woning over.

Dirk Cornelis Twisk, geboren in 1866, zoon van Floris Twisk en Trijntje Bruijn, nam de boerderij over in 1910. Hij was gehuwd met Maria Nagel (Stamboom fam. Twisk in 10e jaarboek). Uit het huwelijk werden 9 kinderen geboren.
Toen Dirk C. Twisk in 1936 overleed, kwam de boerderij (sectie A, nummer  865) in bezit van zijn zoon Christiaan Twisk,


Jaarboek 31, pagina 37

geboren in 1893 en ongehuwd; hij zette de melkveehouderij voort.

De jongste zoon van Dirk C. Twisk, Cornelis Bernardus Twisk, geboren in 1905, in 1939 gehuwd met Catharina Boots, had aanvankelijk (in 1941) een melkveehouderij aan de Heereweg nummer 20. Het was een woonhuis met een eigentijdse stal en hooiberg, een bedrijf met ca. 20 melkkoeien. Hij was omstreeks 1948 daar begonnen met de inrichting van een soort ‘trekkersherberg’, in de stal in de zomertijd, bestemd voor passerende vakantiegangers (fietsers).
In 1951 nam hij de boerderij over van Christiaan Twisk en kocht in 1953 een aantal barakken uit de Noordoostpolder, die op het naastgelegen stuk grond aan de Bleumerweg, waarop al een aantal vakantiehuisjes waren geplaatst, werden neergezet. De barakken werden ingericht als jeugdherberg en konden in 1955 in gebruik worden genomen. De opening van de r.-k. jeugdherberg ‘De Mantelmeeuw’ werd verricht door burgemeester Smeets.

De melkveehouderij werd gestopt en de boomgaard, gelegen aan de noordzijde van de boerderij, werd in 1955 verkocht als bouwterrein.
Het gezin van Cornelis Twisk en Catharina Boots woonde met de vier kinderen in de zomermaanden in de jeugdherberg. De boerderij/woonhuis werd bewoond door zijn ouders en gedeeltelijk verhuurd.
In 1966 werden de barakken overgenomen door Johannes C.M. Obdam, Bleumerweg 5; het geheel heeft nog enige tijd dienst gedaan als onderkomen voor gastarbeiders van Hoogovens en Bruynzeel.
Het terrein met de voormalige jeugdherberg werd in 1973 vrij gemaakt en als bouwterrein voor de woningbouw verkocht. De boerderij was inmiddels aan de woonwensen aangepast.
In 1978 volgde na het overlijden van Cornelis B. Twisk verkoop van het huis aan zijn zoon Dirk Cornelis Twisk, geboren in 1943, actuarieel medewerker, gehuwd met Astrid F.A. Wüstlich.
Hij bleef er enkele jaren met zijn gezin wonen tot het huis in 1986 verkocht werd aan Jacobus Johannes van der Veen, gehuwd met Gerharda Belia van Tiel uit Heemskerk.
Zij verbouwden de woning in 1986. Op kerstavond brak er in de kap een brand uit, die tijdig kon worden bestreden; hierdoor kon het pand behouden blijven. In 1987 werd de verbouw voortgezet waarbij het pannendak werd vervangen door een dak met kunstriet.
Zij verkochten de woning met garage, erf en tuin in 1991 aan Rinus Verloop, adjunct-directeur van een pensioenfonds, gehuwd met Maija Kooistra.

De boerderij aan de Heereweg in 2002: de dakpannen zijn vervangen door riet.
De boerderij aan de Heereweg in 2002: de dakpannen zijn vervangen door riet.

In april 1999 werd de woning overgenomen door Bartel Kranendonk, directievoerder in de bouw, geboren in 1952 te Beverwijk en gehuwd met Gerda Koster; zij hebben twee dochters.
Hij heeft de woning inwendig verbouwd en wil het geheel zo veel mogelijk weer in de oude staat brengen.

Piet Blom

Bronnen:

  • Borst, Jan Th., Stamboom van de familie Borst, het geslacht Borst, vanaf midden l 6e eeuw, 1976.
  • Egmond-van Rookhuizen, A. van, Overzicht van de familie Kuijs/Kuis, 1985.
  • Gemeentearchief te Castricum, dossiers bouwaanvragen.
  • Jaarboeken van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.
  • Kadaster directie Noordwest, vestiging Amsterdam-Sloterdijk.
  • Regionaal Archief te Alkmaar, Oud-Rechterlijk Archief, Notarieel Archief, Bevolkingsregisters enz.
Print Friendly, PDF & Email