Tour de Flevo (Jaarboek 38 2015 pg 13-24)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 38, pagina 13

Herinneringen aan … de Tour de Flevo

Tour de Flevo.
Tour de Flevo.

Kapelaan Cor van der Wel was in de jaren 1950 geestelijk adviseur en organisator van het parochie jeugdwerk en nam het initiatief om een fietstocht van vier dagen te houden rondom het IJsselmeer voor jongens in ons dorp van twaalf tot en met zestien jaar. Gebaseerd op de historische oorsprong van het IJsselmeer, werd de wielerronde ‘Tour de Flevo’ genoemd.
In 1957 ging de Tour de Flevo van start. De tocht, gesponsord door de plaatselijke middenstand, werd daarna nog vijf keer gereden. Ook voor meisjes kwam er een ronde in 1961 en 1962.

Kapelaan Van der Wel helpt met het plakken van een band in 1958.
Kapelaan Van der Wel helpt met het plakken van een band in 1958.

Fietsen keuren en banden plakken

Voor de organisatie van de fietstochten moest heel wat werk worden verzet. Ton Settels (1927) was een van de jeugdleiders en vertelde over zijn belevenissen:
“Aan de eerste ronde in 1957 namen zo’n veertig jongens deel. Een half jaar voor de start werden de route en overnachtingen door vier man uitgestippeld. Het jaar daarop moesten we voor zo’n tachtig jongens en tien leiders op zoek naar bivakplaatsen, want een dergelijke groep kon niet worden ondergebracht in een pension. Daarom gingen wij bij boeren langs, maar ook instellingen als kloosters werden benaderd. We probeerden daarbij zoveel mogelijk te variëren in routes en stopplaatsen.

De ploeg die voor de Tour de Flevo van 1957 werd gesponsord door juwelier Plas.
De ploeg die voor de Tour de Flevo van 1957 werd gesponsord door juwelier Plas. V.l.n.r.: Kees de Zeeuw, Hans de Vries, Kees Bakker, mevr. Plas, Lau Bakker, Sjaak Briefjes, de heer Plas, Ben Borst, Hans Molenaar en Ton Molenaar.

Uiteraard moest er geld komen voor overnachtingen, eten en drinken, vervoer etc. Hiervoor werd de plaatselijke middenstand ingeschakeld, die de ploegen sponsorde. Enkele bekende namen van de sponsors waren toen: juwelier Plas, ijssalon Beentjes, Jan Mul kleding, garage Geluk, Weda spuiterij, automatiek Simon Boer, groenteboer Buter en Zijlstra’s rijwielhandel. De jongens, voor wie deelname echt een uitje was, werden dan voorzien van een heuse wielrennerstrui met de naam van de sponsor. Ze kregen ook een plunjezak en een ravitailleringszakje, die allemaal door de vrouwen van de leiders werden gemaakt. Voor de begeleiding werden er diverse auto’s gecharterd. Ze deden dienst als een commandowagen en voor het vervoer van kookspullen, plunjezakken en eten en drinken voor onderweg. Verder reed er een bezemwagen mee voor calamiteiten. De commandowagen, die voorop reed, was een DC2 Citroën van Wim Houtenbos en de (achterste) bezemwagen een Volkswagenbusje met een geluidsinstallatie erop voor de muziek en om het verkeer achter ons te waarschuwen. Voor de veiligheid hadden we een radioverbinding tussen de voorste en achterste wagen, zodat we direct konden stoppen als er iets verkeerd ging. Hiervoor werden twee zogenaamde ‘19 Sets’ gebruikt. Dat waren zenders van de


Jaarboek 38, pagina 14

Om geld in te zamelen werden enveloppen verspreid.
Om geld in te zamelen werden enveloppen verspreid.

Amerikanen uit de Tweede Wereldoorlog met op elke wagen een grote gebogen buis met een antenne erin verborgen, want het was illegaal. Op die buizen hingen allemaal vlaggetjes. Gé Bouwhuis, die altijd bij mij in de bezemwagen zat, verzorgde de muziek en de radioverbinding en ik hield mij vooral bezig met het plakken van banden.
Naast tourleider Wim Houtenbos zat Jan van Scheppingen in de commandowagen. Jan was bij de rijkspolitie en ging in uniform mee, zodat hij het verkeer kon regelen. Er was nog weinig verkeer, dus als de jongens op de fietspaden reden, bleven de begeleidende wagens gewoon ernaast op de weg rijden.
Tijdens de eerste tocht hadden we veel pechgevallen en lekke banden. Daarom keurde ik vanaf het tweede jaar alle fietsen vooraf om onderweg zoveel mogelijk pech te voorkomen. De keuringen werden bij Theo Weda in de Torenstraat gedaan. Als een fiets gekeurd was, kreeg deze een loden zegel aan de lamphaak en daar waren de jongens erg zuinig op, want zonder zegel mochten ze niet meedoen.
Het was natuurlijk een hele karavaan die bij elkaar moest blijven. Daarom bleef de commandowagen op de kruispunten staan en nam de bezemwagen zijn plaats over door naar voren te rijden, totdat de volledige groep voorbij was. Dat gaf natuurlijk wel eens problemen, maar die werden door het andere verkeer altijd lachend en zwaaiend naar de tour opgelost. De organisatie zat heel goed in elkaar. We beschikten zelfs over eigen briefpapier en voor allerlei zaken als ongevallen, volgauto’s, geluids-, film- en fotoapparatuur waren aparte verzekeringen afgesloten.

De leiding van de tour in 1961.
De leiding van de tour in 1961. V.l.n.r. staand: Nic de Graaf, Theo Lute, Hans Molenaar, Jan van Scheppingen, Gé Bouwhuis, Leo Ruckert en Piet Hein
van Cranenburgh; zittend: Jo Lute, Dook Lute, Theo Weda, Wim Houtenbos, kapelaan Van der Linden, Ton Settels en een medewerker van sponsor Sterovita.

(Gedicht in het Nieuwsblad voor Castricum van 26 juli 195)

De Tour de Flevo

Vrijdag, zesentwintig juli
’s Morgens om precies 6 uur
Dan vertrekt de Tour de Flevo
Alle renners zijn vol vuur.
Want wie zal de prijs gaan winnen
Van dit mooi sportief festijn.
Ja het blijft nog een verrassing,
Wie de kampioen zal zijn.

Dat men na de afloop zegt:
“Dit was écht sportiviteit
Onze jeugd ging demonstreren
Hoe het moet ten allen tijd.
Ook een voorbeeld voor veel oud’ren,
Deze pracht-sportieve sfeer
Was voor Castricum en Bakkum
Wel een hele grote eer”.

Jongens van Stavast laat zien dus
Wat een flinke boy presteert
Zorg dat je vooral nog fit bent
Als je hier straks wederkeert.
Val dan in de trotse armen
Van je Vader en je Moe,
Die gaan immers vol illusies
Zondag naar de finish toe.

J. de Haan
Poelvenstraat 3
Bakkum


Op vrijdag 26 juli 1957 rond 7.00 uur werd het startsein gegeven voor de eerste Tour de Flevo. Daarna reden we zuidwaarts naar de eerste overnachting. Dagelijks werden er tijdritten gereden, waarbij natuurlijk een beker te


Jaarboek 38, pagina 15

winnen viel. Ja, en wat hebben we niet allemaal met elkaar beleefd?
Soms moesten we een ploeg uit een boomgaard halen of een kussengevecht stoppen, maar dat hoort er nu eenmaal bij. ’s Avonds werden er meestal films gedraaid. Dat gebeurde ook een keer toen we bij de inrichting van de paters overnachtten en de jongens in de koeienstal sliepen. Na de film was het altijd even rommelig en werd er met elkaar gestoeid. Op een gegeven moment ontdekte een jongen een dichte deur. Geprobeerd werd die open te krijgen, maar dat lukte niet direct. Zodra dat wel het geval was, stonden de jongens oog in oog met een snuivende grote stier. De hilariteit was natuurlijk groot, maar je begrijpt dat die deur snel dichtgegooid werd en niet meer open mocht. Op diezelfde avond misten we ook nog eens twee jongens die tijdens de film waren weggeslopen en naar de stad waren gegaan. Die hebben we toen opgewacht en meteen als straf naar huis gebracht.

Elke avond was er contact met het thuisfront. We belden op een afgesproken tijd naar Castricum, waar familieleden zich op het pleintje voor het café van ‘Kouwe Bal’ aan de Dorpsstraat verzamelden. Radio Molenaar zorgde voor een aansluiting op een luidspreker, zodat iedereen kon horen wie er die dag winnaar was, wie er was gevallen of in de sloot was beland en hoeveel lekke banden er waren geplakt.
Met elkaar is er zesmaal zo’n tocht gereden, toen werd het tijd om te stoppen. Er is veel plezier aan beleefd door de deelnemers, maar ook door de leiding. Naast kapelaan Van der Wel en genoemde personen waren bekende namen: Dook Lute, Leo Ruckert, Harry Rullens, Cees Bodewes, Jo en Wijnand Lute, Niek de Graaf, Piet Hein van Cranenburgh, Niek Marsé en Thijs Geerts. Alleen Thijs ik zijn nog in leven.
Op 21 februari 2004 vond er in het Clusius College een grote reünie plaats voor de deelnemers aan de Tour de Flevo. Samen met Henk Hommes heb ik die georganiseerd. Het was een groot succes met veel mooie verhalen, film en foto’s.”

Het startschot op de Verlegde Overtoom voor de eerste tour. Rechts is een deel van de oude pastorie zichtbaar.
Het startschot op de Verlegde Overtoom voor de eerste tour. Rechts is een deel van de oude pastorie zichtbaar.

Brief van de leiding aan de ouders van de deelnemers aan de Tour de Flevo 1959

Castricum, 20 juli 1959

Geachte ouders,

Het startschot heeft weer geklonken en daarmee is de voorbereiding van de tour afgelopen en de eigenlijke ‘TOUR DE FLEVO’ begonnen. We nemen aan dat U belang stelt in de dagen die Uw zoon gaat beleven, daarom vindt U in bijgaand stencil een volledig touroverzicht van dag tot dag. Voor nadere bijzonderheden mogen we U verwijzen naar het verslag van onze reporter en de pers. Bij de terugkomst, welke zal plaatsvinden na het pIaatselijke wielerprogramma om ongeveer 9 uur (zondagavond), verwachten we U en vele andere belangstellenden langs het parcours.

Nu het touroverzicht :

1e dag: Castricum – Beverwijk, langs het Noordzeekanaal naar Buitenhuizen, met het rijksveer naar de overkant en over Halfweg richting Schiphol. We rijden daarna door het Amsterdamse Bos, langs Amstelveen naar Ouderkerk a/d Amstel; hier volgen we de Holendrecht, passeren het Abcoudermeer en komen aan in Abcoude, een rustiek dorpje; vervolgen onze route in zuidelijke richting langs de Vecht naar Baambrugge en Loenersloot en gaan na Vreeland oostwaarts, aan onze rechter zijde ligt het meer ‘De Wijde Blik’, dat in verbinding staat met de beroemde Loosdrechtse plassen; na Kortenhoef gepasseerd te zijn arriveren we in Hilversum, waar in een internaat overnacht zal worden. Als slot van deze enerverende dag zal de K.R.O.-studio worden bezocht.

2e dag: We zullen trachten hier zo vroeg mogelijk te vertrekken omdat een tamelijk lange rit op het program staat, echter door een schitterend deel van het land. Het grootste gedeelte van de route gaat door bosachtig gebied. Van Hilversum, waar we na een ongetwijfeld goede nachtrust zullen vertrekken, gaan we over de Lage Vuursche, Bilthoven rechts van ons latend naar Den Dolder.


Jaarboek 38, pagina 16

De karavaan in 1959 met Harry Rullens voorop.
De karavaan in 1959 met Harry Rullens voorop.

Zeist passeren we aan de oostkant, terwijl we Austerlitz zuidelijk van ons laten. De karavaan rijdt daarna door naar Maarn en Doorn, langs Leersum naar Amerongen, waar we de Rijn bereiken. Door Elst bereiken we Rhenen, beklimmen de Grebbeberg en dalen daarna in snel tempo af naar Wageningen; nog steeds de Rijn volgend rijden we over Renkum en Heelsum naar de plaats waar overnacht wordt: Overbeek. Na deze tocht, die niet van het wedstrijdelement is ontdaan, zullen de jongens ongetwijfeld niet laat naar bed gaan.

3e dag: Van Oosterbeek uit zulIen we een makkelijke dag hebben. De route is klein en mooi. Over Otterloo, het Nationaal Park ‘DE HOGE VELUWE’ rechts laten liggend, rijden we naar Hoenderloo; hierna passeren we Beekbergen en hopen aan het einde van de morgen Apeldoorn te bereiken. Dit is de eindbestemming van deze dag. We hopen dat het weer hier meewerkt. In de middag is namelijk een ploegenoriëntatierit gepland, terwijl tevens gezwommen zal worden. In de avond zal een film worden gedraaid in een speciaal hiervoor ingerichte zaal.


4e dag: De laatste dag. Bij de start wordt richting Amersfoort gereden; spoedig slaan we echter rechtsaf en rijden richting Uddel, vandaar langs landgoed Staverden naar Ermelo en Harderwijk, waar per schip de Veluwezoom wordt verlaten in de richting Amsterdam. Over Buitenhuizen en Heemskerk hopen we ons duindorp om ongeveer 9 uur te bereiken.

Na dit festijn gaan we door met de jeugdclubs en wellicht de voorbereiding voor de volgende vakantie.

Een oudercontactavond in 1959.
Een oudercontactavond in 1959.

Uw belangstelling verwachten wij op de gebruikelijke OUDERCONTACTAVONDEN.

De leiding

De gebruikelijke heilige mis voor de fietstocht van start ging.
De gebruikelijke heilige mis voor de fietstocht van start ging.

Mijn droom was wielrenner te worden …

Terwijl Nico Ruckert (1944) in een dikke ordner van zijn vader bladerde met foto’s, knipsels etc. van de Tour de Flevo, vertelde hij wat hij zich daarvan nog kon herinneren:
“Ik heb drie keer met de tour meegedaan. Mijn vader Leo was actief in de leiding. In mijn optiek is het evenement ontstaan uit de jongerenclub van de katholieke kerk. Kapelaan Van der Wel en mijn vader waren daar ook bij betrokken. Dat verklaart ook dat er overwegend katholieke jongens deelnamen aan de fietstocht. Zoals gebruikelijk in die tijd werd er op de ochtend van vertrek een heilige mis gehouden in de Pancratiuskerk, gevolgd door een gezamenlijk ontbijt.

De organisatie bestond uit verschillende commissies, zoals de materiaal-, de keuken- en de pedagogische commissie. Hier staat dat laatstgenoemde commissie tot taak had om


Jaarboek 38, pagina 17

de goede geest onder de deelnemers te bevorderen, om de gemeenschapszin aan te kweken en om de deelnemers een lichamelijk en geestelijk verantwoorde ontspanning te bieden … Mijn vader zat jarenlang in de keukencommissie en kookte onderweg.

Ook werd er eerst gezamenlijk ontbeten. Hier onder leiding van meester Cees Bodewes.
Ook werd er eerst gezamenlijk ontbeten. Hier onder leiding van meester Cees Bodewes.

Ik weet nog goed dat we met een grote groep aankwamen bij een boerderij, waar we in het hooi sliepen. Onderweg werden er verschillende tijdritten gereden, zowel individuele- als ploegenritten van 5 à 7 kilometer. Daarvoor werden stille wegen in bijvoorbeeld de Flevopolder gebruikt, want nergens werd volgens mij de rijweg afgezet. Overigens gingen we niet helemaal om het IJsselmeer heen en namen we ook de boot van Enkhuizen naar Stavoren of van Urk naar Enkhuizen.

Nico Ruckert (met bril) wordt in 1958 feestelijk ingehaald als winnaar van de ‘kleine jongens’.
Nico Ruckert (met bril) wordt in 1958 feestelijk ingehaald als winnaar van de ‘kleine jongens’.

Tijdens mijn tweede tour in 1958 won ik de eerste prijs van de zogeheten ‘kleine jongens’. Ik reed voor de ploeg Gems, maar weet eerlijk gezegd niet meer waar die naam voor stond. Als prijs kreeg ik een standaardje dat ik jarenlang bewaard heb. Ook ontbraken de bloemen niet. Natuurlijk was ik enorm trots dat ik deze prestatie met een gewone fiets en een lager gezet stuurtje had bereikt en mijn droom was toen wielrenner te worden. Het jaar daarop deed ik bij de grote jongens mee en had echter geen schijn van kans meer. In 1960 werd ik 16 jaar en kreeg toen andere interesses.”

Omdat ik goed gepresteerd had, mocht ik met mijn vader naar het Olympisch stadion

Henk Hommes (1945), de vroegere bode van het gemeentehuis en beheerder van De Kern, was deelnemer aan de Tour de Flevo in de jaren 1957 tot en met 1960. Ook bij hem kwamen er nog wel wat herinneringen naar boven:
“Zelf beschikte ik niet over een fiets, maar gelukkig kreeg ik er een te leen van mijn oom Paul, de melkboer. Zijn fiets had echter drie versnellingen en het was niet toegestaan om die tijdens de tijdrit te gebruiken. Dat deed ik als eigenwijze Hommes toch, werd gesnapt en vervolgens gediskwalificeerd. De saamhorigheid in de groep was heel groot. We hadden zoiets als: kom op jongens, we maken er met z’n allen wat moois van, ook omdat we de naam van de sponsors hoog wilden houden.

De Vitesse-ploeg in 1959.
De Vitesse-ploeg in 1959. V.l.n.r.: Jan Rademakers, Nico Zonneveld, Jan Hoebe, Peter Houtenbos, Henk Hommes, Johan Mohrs, Theo Zijlstra en Ber Castricum.


In 1959 reed ik voor de ploeg Vitesse ’22. Mijn vader was secretaris van die voetbalclub en omdat ik dat jaar in de tour goed gepresteerd had, mocht ik als beloning met hem mee naar een wedstrijd van het Nederlands elftal in het Olympisch stadion.


Jaarboek 38, pagina 18

Tour de Flevo Lied

Wie van fietsen houdt; er op!
Castricum wil naar de top,
Dus we gaan door ’t land non-stop
Jongens trap maar aan!
Tijdrit en het klassement
Lokt ons uit onz’rennerstent,
Want de strijd wordt ongekend.
’t Zal er dus om gaan.

Refrein: Ringelingeling, vooruit op zij,
De Tour de Flevo komt voorbij!
Jong Castricum gaat fietsen.
Ringelingeling, twee drie vier
We hebben reuze veel plezier,
Jong Castricum is hier!

Pakken wij de gele trui
Kijk dan zijn we echt niet lui
Want de eerste wint,
Dus we jachten al maar door
Daar is ’t Tour de Flevo voor
En dan zingt het hele koor
In een felle sprint: refrein.

(tekst A. van Kluyve)

Wat mij ook nog bijstaat, is dat het Tour de Flevo Lied elk jaar regelmatig werd gezongen. Het schalde ook uit de luidspreker van de geluidswagen als we door dorpjes heen kwamen.
De Tour de Flevo sprak heel wat Castricummers aan en het ging zelfs zover dat kunstschilder Geert Middelveld er een schilderijtje van gemaakt heeft, waarvoor ik een foto moest inleveren.

In 2004 vond een reünie plaats.
In 2004 vond een reünie plaats. V.l.n.r. de vroegere tourleiders Gé Bouwhuis, Thijs Geerts en Ton Settels.

Ook na bijna 50 jaar leefde het evenement nog in de hoofden van diverse oud-deelnemers en leiders, wat bleek uit de fantastische reünie in Clusius in februari 2004. Ton Settels en ik hebben daarvoor zoveel mogelijk mensen persoonlijk of via de pers benaderd, waarop een stuk of 50 aanmeldingen binnen kwamen. Ik had een CD gemaakt met heel veel foto’s die vertoond werden. Natuurlijk kwamen er genoeg verhalen los en hebben we die middag vreselijk gelachen. Iedereen kreeg weer het gevoel dat hij tussen de 12 en 16 jaar oud was en op de fiets zat tijdens die onvergetelijke Tour de Flevo …”

Binnenkomst van de tour in 1961. De renners passeren de spoorwegovergang bij de Ruiterweg.
Binnenkomst van de tour in 1961. De renners passeren de spoorwegovergang bij de Ruiterweg.

Verslaggeving

In de periode dat de Tour de Flevo werd verreden, hadden de redacties van de plaatselijke en regionale kranten nog volop ruimte om aandacht aan dit soort activiteiten te besteden. Al ruim van te voren werd de tocht in het Nieuwsblad voor Castricum aangekondigd. In de editie van 2 juli 1957 werd de voorpagina zelfs geopend met een verslag van de ouderavond die aan de eerste tour voorafging. Kapelaan Van der Wel hield op deze avond een inleiding en daarna vertelde Wim Houtenbos als algemeen tourleider van alles over de route, kosten, overnachtingen, keuringen, nieuwsbulletins etc. Vervolgens lichtte Harry Rullens de indeling van de etappes, tijdritten en klassementen toe en werd meegedeeld dat er om de gele en rode trui werd gereden. Na de pauze konden de ouders vragen stellen en kregen zij te horen dat de jongens maximaal 2,50 gulden zakgeld mochten meenemen. Ook de prijzen kwamen aan de orde. Simon Boer, eigenaar van de toen bekende automatiek aan de Dorpsstraat, bood een grote wisselbeker en acht kleine bekertjes aan. Door anderen werden bijdragen als 100 rollen pepermunt, kistjes Coca-Cola, 40 eieren, even zoveel bananen, een rondje limonade en zelf bereide ballen gehakt beschikbaar gesteld. De krant van 30 juli uit dat jaar deed uitgebreid verslag van de resultaten van de tocht en de ontvangst in Castricum:
“De terugkeer was emotioneel. De vele honderden die de winnaar van de Ronde van Castricum luide hadden toegejuicht, zwaaiden en riepen nu luidkeels de veertig (aspirant)renners toe, waarvan de ploeg Boer met bloemen werd getooid.” 
Het bericht werd vervolgd met de beschrijving


Jaarboek 38, pagina 19

van een feestelijke slotavond in zaal Roozendaal, waar de deelnemers werden gehuldigd en de prijsuitreiking plaats vond. Als dank en waardering ontvingen de organisatoren een doos sigaretten ..Het artikel werd afgesloten met een dankwoord van kapelaan Van der Wel richting leiders, begunstigers, propagandisten en de pers. Ook herinnerde hij de jongens eraan dat zij de vrijdag daarop om 19.00 uur bij Wim Houtenbos werden verwacht om hun shirts, petten en ravitailleringszakjes in te leveren.

Evenals in het jaar daarvoor kreeg burgemeester Smeets voor het vertrek van de tour in 1958 de gelegenheid om een ten geleide te schrijven voor het Nieuwsblad. Hij zei onder meer:
“De Tour gaat een evenement worden, dat niet alleen de naam van de gemeente meer bekendheid gaat geven, maar dat vooral een binding onder de inwoners onzer gemeente gaat brengen.”
De burgervader betuigde zijn hartelijke dank aan allen die aan de organisatie hadden meegewerkt en wenste alle deelnemers een prachtige tocht, waarbij hij hoopte dat het niet nodig zou zijn om de ‘bezemwagen’ in gebruik te nemen.

De ploeg van Simon Boer werd winnaar van de eerste fietstocht.
De ploeg van Simon Boer werd winnaar van de eerste fietstocht.

Het sportieve festijn kreeg in 1958 ook landelijke bekendheid, want De Telegraaf plaatste een artikel met een grote foto in de krant van zaterdag 19 juli. Daar stond het volgende in:
“De ‘fietstocht met een wedstrijdkarakter’ zal ook een pedagogische kant hebben. Niet alleen met rijden kunnen punten worden verzameld, er worden tevens punten gegeven voor ‘gedrag’, bijvoorbeeld voor betoonde hulpvaardigheid onderweg. De knapen hoeven weliswaar in de rustpozen niet hun eigen boontjes te doppen, maar ze moeten wel corveediensten verrichten, bedden opmaken en borden wassen. Stipte plichtsvervulling en kameraadschap kunnen dus kostbare punten opleveren.”
En over het zakgeld werd opgemerkt: “Voor onderweg krijgt ieder een rijksdaalder en geen cent meer. Niemand zal dus door extra uitgaven zijn minder welgestelde vriendjes jaloers kunnen maken. Een blijk van gezond sociaal inzicht der wedstrijdleiding!”

Ook tijdens het verblijf in Weesperkarspel in 1960 werd er flink gegeten.
Ook tijdens het verblijf in Weesperkarspel in 1960 werd er flink gegeten.

Ook in de daarop volgende jaren waarin de Tour de Flevo werd gereden, deed het Nieuwsblad uitgebreid verslag van de voorbereiding en uitvoering van de fietstocht. Zo liet de chef-kok van de organisatie in 1959 weten dat de jongens 240 kg aardappelen, enorme hoeveelheden groenten, 80 liter soep, 100 ballen gehakt, 20 kg saucijsjes, 100 pond margarine, 20 pond vet, 75 liter yoghurt en 150 broden met beleg hadden verorberd. Vanaf die tijd verscheen het nieuws over de tocht regelmatig in de rubriek ‘tour-flitsen’.

Advertentie uit 1960.
Advertentie uit 1960.

Opvallend waren nog wat berichten over de start van de tour in het Nieuwsblad van 28 juli 1961. In de eerste plaats werd vermeld dat de acht jongens van de Locomotiefploeg allen een splinternieuwe fiets van die fabriek hadden gekregen, wat voor die tijd toch een bijzondere sponsorbijdrage is te noemen. Daarnaast werd er gewezen op de jaarlijkse ziekendag die in Castricum werd gehouden. Voor de Tour de Flevo hield dat in dat er namens de leiding en renners in de St. Gerardusschool aan 22 zieken bloemen plus een taart werden overhandigd. Vermeldenswaard is ook nog een artikel in het Nieuwsblad van 1 augustus 1961, waarin staat dat alle deelnemers na terugkomst in Castricum ‘de laatste rennersmaaltijd’ in hotel Borst nuttigden.


Jaarboek 38, pagina 20

We wisten niet dat de kapelaan ook in het hooi sliep …

De tweede leider, die nog wat over het Castricumse wielerevenement kon vertellen, is Thijs Geerts (1932). Hij zei het volgende:
“Ik ben in de jaren 1958 tot en met 1960 mee geweest en mijn taak was het rijden van de bus die ingericht was als keukenwagen. Alle ingrediënten als aardappels, groenten, vlees etc. waren door de middenstand geschonken en werden opgeslagen in de spuiterij van Theo Weda in de Torenstraat. Tijdens de tocht werden ze vervoerd met een oude vrachtwagen van verhuisbedrijf De Wit.
Het eerste jaar dat ik erbij was, kwam ik op de ochtend van de tweede dag in Urk tot de ontdekking dat we de kaas, geschonken door Bank Beentjes, waren vergeten. Toen ben ik helemaal teruggereden naar Castricum om de kaas op te halen.
In 1960 was ik leider van de ploeg ‘Simon’s rijwielhandel’. De ploegleiders fietsten zelf niet mee, met uitzondering van meester Bodewes. Hij reed altijd achteraan om de laatste jongens in de gaten te houden. Ik kan mij herinneren dat hij er nog wel eens een paar duwend naar de eindstreep heeft gebracht. Voorop reed Harry Rullens op een brommer en hield alles in de gaten met gebruikmaking van een megafoon.
De volgende gebeurtenis zal ik ook nooit vergeten. We overnachtten een keer bij een boer en moesten van hem in de stal slapen. Dat deden we echter niet, want de hooiberg leek ons veel aantrekkelijker. Ook kapelaan Van der Wel sliep in het hooi, maar dat wisten we niet. Voordat de jongens onder zeil gingen, werden er verschillende moppen getapt en ’s morgens hoorden we dat de kapelaan daar ook erg van had genoten. Hij moest er overigens als eerste uit om de mis op het erf op te dragen en toen hij de trap uit de hooiberg afkwam, kreeg hij van de boer de wind van voren omdat wij niet in de stal waren gaan slapen …”

De leiding van de Tour de Flevo in 1959 voor de vrachtwagen van verhuisbedrijf De Wit. Derde van rechts staat Thijs Geerts.
De leiding van de Tour de Flevo in 1959 voor de vrachtwagen van verhuisbedrijf De Wit. Derde van rechts staat Thijs Geerts.

Prijzen

Naar voorbeeld van de Tour de France waren er met de Tour de Flevo diverse prijzen te winnen. In de eerste plaats mocht de winnaar bij de grote jongens (14 tot en met 16 jaar) van het algemeen klassement aan het eind van tocht de felbegeerde gele trui dragen. Deze werd, evenals de rode trui voor de winnaar van het puntenklassement, jaarlijks beschikbaar gesteld door kapper Quax uit de Burgemeester Mooijstraat. Naast de individuele prijzen werd ook jaarlijks de beste ploeg op basis van de resultaten in de tijdritten gehuldigd. Dit gold ook voor de ploeg die als eerste eindigde in het sportiviteitklassement.

Toegangsbewijs  voor de huldigingsavond.

Verder blijkt uit de bewaard gebleven krantenknipsels dat


Jaarboek 38, pagina 21

er diverse bekers, medailles en speldjes werden uitgereikt. Volgens zeggen waren de prijzen in het eerste jaar nog aan de bescheiden kant, maar daarna werden er zowel door burgemeester en wethouders als de dagbladen De Telegraaf en Volkskrant fraaie wisselbekers beschikbaar gesteld voor de winnaars bij zowel de grote als kleine jongens. Ook middenstanders schonken bekers voor de beste of sportiefste ploegen. Later werden de renners ook beloond met waardevolle artikelen. Zo ontving Karel Hille (Ketel) in 1960 als beste ploegleider een fototoestel.

Prijsuitreiking door burgemeester Smeets in 1959.
Prijsuitreiking door burgemeester Smeets in 1959.

Naast de te veroveren prijzen op grond van prestaties, waren er de eerste jaren prijzen te winnen door verloting tijdens een tombola op de slotavond. De absolute hoofdprijs daarvan was een jongensracefiets, maar ook kleinere prijzen als polshorloges werden fel begeerd.
Voor sommige deelnemers had de leiding bijzondere prijzen in petto. Theo Zijlstra legde bijvoorbeeld in 1957 beslag op de prestatieprijs, omdat hij de kleinste wielrenner was. Harry Poeze kreeg in 1959 een vergulde speld voor het bezit van de kleinste fiets. Ook Ton Stuifbergen ontving deze speld; de reden daarvan was dat hij de ‘kwiekste’ jongen was geweest. Verder werd aan een aantal jongens de pechprijs toegekend in verband met materiaalpech of ziekte. Er bestond zelfs een prijs voor de meest luie renner, maar de krant leek het beter om de uitslag in dit geval anoniem te houden.

Will van den Berg, eerste tourwinnaar.
Will van den Berg, eerste tourwinnaar.

Winnaars Tour de Flevo

1957 Will van den Berg, ploeg Mul, onderdeel Grote jongens
1957  Hans Tromp, ploeg Buter, onderdeel Kleine jongens
1958  Jan Brakenhoff, ploeg Simon de Boer, onderdeel Grote jongens
1958  Nico Ruckert, ploeg Gems, onderdeel Kleine jongens
1959  Nico Lute, ploeg Buter, onderdeel Grote jongens
1959  Ton Molenaar, ploeg Plas, onderdeel Kleine jongens
1960   Karel Hille (Ketel), ploeg Sterovita, onderdeel Grote jongens
1960  Gé Mul, ploeg De Toekomst, onderdeel Kleine jongens
1961  Nico van de Ven, ploeg Zijlstra, onderdeel Grote jongens
1961 Ben Groot, ploeg Locomotief, onderdeel Kleine jongens

De eerste winnaar van het algemeen klassement in 1957 was Will van den Berg (1941). Hij woont tegenwoordig in België, waar hij dit liet weten: “Verrassend om na 57 jaar de Tour de Flevo weer tot ‘leven’ te zien komen. Mijn tourjaren bestonden uit zegge en schrijven één jaar vanwege het bereiken van de ‘pensioengerechtigde’ leeftijd. Ik denk dat ik op dat moment de oudste van het peloton was. Doordat ik al een paar jaar naar de middelbare school in Alkmaar fietste, was ik goed getraind. Achter de ‘derny’ van een van de leraren werd tussen Alkmaar en Castricum – hij woonde in Beverwijk – soms tot thuis gefietst met een snelheid van circa 35 km per uur. Alleen bij plankgas moest ik lossen.
De Tour was een zalige belevenis. Ik zie mij nog over het Uitgeesterweggetje naar Castricum koersen en uiteindelijk fier op het podium staan: apetrots en in gedachten al een coureur. Roemloos is de renner in mij uitgedoofd, alleen een fijne herinnering is gebleven.”

Jan Brakenhoff eindigde in 1958 in de gele trui en Jan van de Wetering veroverde het rode tricot.
Jan Brakenhoff (links) eindigde in 1958 in de gele trui en Jan van de Wetering veroverde het rode tricot.

In 1957 was de gele trui voor Jan Brakenhoff (1942) nog ver weg, maar het jaar daarop wist hij deze te bemachtigen en daarmee over de eindstreep te gaan.
Jan: “Ik kan me niet zoveel herinneren uit die tijd, maar weet nog wel dat we vooraf trainden door rondjes te rijden rondom de Marijkestraat. Daar woonde een meneer Lute die twee kwartjes uitbetaalde aan de winnaar. We gingen dan door de Korte Cieweg, Torenstraat, Wilhelminalaan en finishten bij Lute voor de deur. Zo heb ik wel eens een paar centen verdiend. Zowel in 1957 als 1958 reed ik voor de ploeg Simon Boer en dat was goed voor een extra zak patat. Als winnaar ontving ik naast de gele trui een grote wisselbeker van De Telegraaf. Jan van de Wetering legde toen beslag op de rode trui. Hij had de mazzel dat hij bij de prijsuitreiking tijdens de tombola met zijn lot ook nog


Jaarboek 38, pagina 22

eens een racefiets won. Zelf had ik een goeie fiets van het merk Union. Hoe kan het ook anders, want deze was geleverd door mijn ome Tinus die een rijwielzaak aan de Mient had! Na 1958 fietste ik niet meer mee met de Tour de Flevo en ging mij toeleggen op tourritten van zo’n 500 à 600 kilometer. Die heb ik twee à drie keer gereden van Amsterdam-Maastricht-Amsterdam of van Brussel-Parijs- Brussel.”

De winnaar van de laatste wedstrijdtocht was Nico van de Ven (1946). Hij wist het volgende te vertellen:
“In de jaren 1959 tot en met 1961 mocht ik meedoen aan de Tour de Flevo. Voor heel veel jongens in de leeftijd van 12 tot en met 16 jaar in Castricum was dat hét hoogtepunt van hun zomervakantie, want slechts weinig kinderen gingen in die tijd met hun ouders uitgebreid op vakantie. Een groot deel van het jaar leefde je er naar toe. Wekelijks ging je naar het jeugdhuis aan de Overtoom om een kwartje te brengen, zodat de uitgave niet in één keer zo groot was. Vaak werden die avonden ook opgefleurd door de vertoning van een film. Als de zomer naderde, steeg de spanning. Na bekendmaking van de ploegenindeling werden de eerste ploegenfoto’s genomen. Ook de fietsenkeuring was een markant punt op weg naar de start van de tour.

De serieuze ploegen gingen ook echt in training door samen bijvoorbeeld tijdritten te oefenen op de Zeeweg en dan met name hard tegen de kluft op naar het strandplateau. In 1959 deden we dat met de ploeg Garage Geluk, waardoor ook ongetwijfeld de winnaar van dat jaar uit onze ploeg kwam. Dat was Nico Lute, de jongere broer van de toen bekende renners Cees en Toon.

In 1960 kwam ik in de ploeg IJs De Toekomst met een groep maatjes die de wedstrijden niet zo serieus namen, maar meer voor de keet en de lol meegingen. Bijna werd een deel van onze ploeg halverwege de tour nog naar huis gestuurd wegens nachtelijk rumoer op de gang van ons onderkomen, een klooster ergens in het Gooi. Gelukkig mochten we allemaal blijven, maar het winnen van het puntenklassement (laten we zeggen de braafste ploeg) zat er niet meer in. De winnaar dat jaar was Karel Hille (Ketel).

Een foto uit een regenachtig Friesland in 1961.
Een foto uit een regenachtig Friesland in 1961.

Het jaar 1961 werd voor mij echt onvergetelijk. Ingedeeld in de ploeg Zijlstra’s Rijwielhandel wist ik de tour te winnen door de beste overall tijd in de tijdritten neer te zetten na een nek aan nek race met Henk Heijne. Henk heeft ook nog een dag in de gele trui gereden, maar in de laatste tijdrit wist ik die te heroveren.
De terugkeer in Castricum was ook een belevenis. We mochten met de hele karavaan een ronde rijden over het parcours van de Ronde van Castricum, waarlangs natuurlijk veel publiek stond. Vervolgens door naar Hotel Borst in Bakkum, waar de feestelijke prijsuitreiking plaatsvond en we een afsluitende maaltijd kregen.

Prijsuitreiking in 1961 met Nico van de Ven die de winnaarsbeker in de wacht sleepte.
Prijsuitreiking in 1961 met Nico van de Ven die de winnaarsbeker in de wacht sleepte.

Wat me verder nog is bijgebleven: de etappeplaatsen waren vaak grote boerderijen, kloosters of seminaries. Je sliep vaak op stromatrassen en de maaltijden waren geweldig. Een keukenteam zorgde altijd weer tijdig voor een prima ontbijt, een voedzame lunch voor onderweg en een stevige avondmaaltijd. Ook de renners hadden met toerbeurt keuken- of opruimdienst.

Opvallende etappes waren in die jaren de overtocht van Enkhuizen naar Stavoren (of andersom) per boot en de fietstocht naar Friesland over de Afsluitdijk.
Van de begeleiding noem ik kapelaan Van der Wel voor ons geestelijk welzijn en wachtmeester Van Scheppingen van de Rijkspolitie, die zorgde dat we overal veilig mochten doorrijden. Daarnaast Ton Settels van de techniek,


Jaarboek 38, pagina 23

Gerard Bouwhuis, Engel Lute en nog vele anderen, waaronder de vaders van de wielrenners Lute en Rullens, die op de bromfiets de tour begeleidden.
Ik wil ook nog vermelden dat van het thuisfront mijn vader André van de Ven ‘s avonds op het pleintje voor Café Lute de toegestroomde familie van de renners middels interviews met een ‘reporter’ in de etappeplaats op de hoogte bracht van de laatste stand van zaken.

De ploeg van Sterovita, ook wel Milky Dilky genoemd.
De ploeg van Sterovita, ook wel Milky Dilky genoemd. V.l.n.r. staand: een medewerker van de sponsor, Henny de Wit, Karel Hille (Ketel), Sjaak Kaandorp, Ad van de Velde en Hans Schumacher; knielend: Fred de Wit, Rini Bollemeijer, Hans Huizinga en een tweede mede- werker van de melkfabriek.

Naast de Castricumse middenstanders waren er enkele landelijk bekende sponsors. Ik herinner mij Milky Dilky. Dat was een Vrumonamerk voor een soort chocolademelk met een sinaasappelsmaakje. Dat was erg lekker en tijdens de tour reed er ook een reclamewagen van Milky Dilky mee. Uiteraard werden de renners met enige regelmaat voorzien van een dosis Milky Dilky …”

De laatste tocht

Nadat de Tour de Flevo vijf keer in dezelfde vorm was verreden, kwam er een kentering, zoals blijkt uit een brief van 21 juni 1962 van Wim Houtenbos aan de ouders van de jongens die op dat moment stonden ingeschreven. Deze brief werd geopend met: “De ‘FLEVO’ krijgt een nieuw jasje, dit in verband met de tanende belangstelling voor de wielerronde”. Vervolgens werd meegedeeld dat besloten was om met de 32 deelnemers een vast kamp te houden in Apeldoorn en dat er minder leiders zouden meegaan dan gebruikelijk. Daaraan werd toegevoegd dat het programma bestond uit onder andere een fietsrace, behendigheidsritten, een oriëntatierit, een wandeltocht en een bezoek aan een museum. In een brief van dezelfde datum aan de deelnemers werd meegedeeld dat de start op donderdag 26 juli vroeg zou plaatsvinden en dat per boot de overtocht van Amsterdam naar Harderwijk werd gemaakt. De groep vertrok in de loop van zondag 29 juli weer naar huis.

De kampweek vond in 1961 plaats in ‘t Gooi.
De kampweek vond in 1961 plaats in ‘t Gooi.

De meisjestour

In 1961 vond de leiding van de Tour de Flevo de tijd rijp om ook een tour voor meisjes te houden. Daaraan ging een lange vergadering vooraf op 30 januari van dat jaar bij Wim Houtenbos thuis. In een uitgebreid vergaderstuk werd de vraag gesteld of de organisatie niet te veel een belasting zou zijn van het bestaande comité, ervan uitgaande dat daarop teruggevallen moest worden. Verder vroeg men zich onder andere af hoeveel kilometer de tocht moest bevatten, of er wel bivakken voor de meisjes waren, hoe de gezagsverhoudingen lagen en hoe de karavaan zou moeten worden samengesteld.

Besloten werd om de tour door te laten gaan en die werd in 1961 en 1962 gereden. De invulling van de leiding was snel rond. Naast kapelaan Martin de Groot en Ton Settels werd deze gevormd door de dames Jo Padt, Jo Bos, Tiny Briefjes, Nelly Boonstoppel, Joke IJpelaan, Dia Sneekes en Rinie Tromp. Ton Settels staat de volgende anekdote nog helder voor de geest:
“Jo Padt vroeg bij aankomst in een kampplaats aan de deelneemsters of er nog iemand was die zadelpijn had. Toen zei een meisje: Ja ik. Nou zei Jo, kom dan maar even mee naar mijn hokje, waarop het meisje meedeelde dat haar fiets bij de schuur stond …”

Volgens het Nieuwsblad van 11 augustus 1961 was de eerste meisjestour een uitstekend geslaagd experiment. De tocht hield een korte kampweek in die plaats vond in Blaricum en omgeving. Er werd niet alleen gefietst, want ook een heidewandeling en een bezoek aan het zwembad in Huizen stonden op het programma. ’s Avonds was er veel ruimte voor ontspanning en werden er platen gedraaid, gitaar gespeeld, gezongen en gedanst.

Anders dan bij de jongenstour werden er geen prijzen toegekend aan de resultaten op de fiets, maar alleen voor prestaties in het kader van hulpvaardigheid en sportiviteit. Zo ontving Yvonne Boer na afloop van de eerste tocht als eerste een prijs voor haar inzet. Een andere prestatieprijs was voor Marga Vlaarkamp, de sportprijs ging naar Ans Gooyer en aan Willy Briefjes werd de pechprijs uitgereikt. Yvonne Duinmeijer -Boer (1947) moest heel diep graven


Jaarboek 38, pagina 24

om het volgende te kunnen vertellen:
“We fietsten behoorlijk wat kilometers, maar het waren er niet zoveel als bij de jongens. Onze kampplaats werd in een dag bereikt met de nodige stops, waarbij we regelmatig iets te eten en te drinken kregen. Onder elkaar was het erg gezellig, ook omdat er door de leiding naast het fietsen van alles werd georganiseerd, zoals spelletjes doen of zwemmen. Ook vond ik het leuk dat we het eerste jaar een bezoek brachten aan het huis van Tom Manders in Blaricum. Helaas was ‘Dorus’ zelf niet thuis, maar zijn vrouw was zo vriendelijk om aan iedereen een foto van hem te geven.
Tijdens het kamp stak ik graag mijn handen uit de mouwen, want er was veel corveewerk te doen. Dat ik daar volgens de krant nog een prijs voor heb ontvangen, weet ik echter absoluut niet meer!”

De groep meisjes, waarvoor in 1961 ook een Tour de Flevo werd georganiseerd.
De groep meisjes, waarvoor in 1961 ook een Tour de Flevo werd georganiseerd. Vooraan in het midden leidster Jo Padt.

Het tweede jaar leidde de tocht naar Woudenberg. Ton Settels zal ook die week niet gauw vergeten: “We overnachtten toen bij een boer, vlakbij een jongenskamp. Die jongens hadden ontdekt dat er 40 meiden in een kippenschuur lagen en ze zwierven op een avond rond de schuur. Dat betekende natuurlijk wegjagen en ’s nachts waken. Ik ben ook nog een keer met Martin de Groot op jacht geweest naar een jongen die zich in de bosjes had verstopt …”

De Tour de Flevo is een grote gebeurtenis voor ons dorp geweest. Dat er na bijna 50 jaar een reünie werd georganiseerd en weer tien jaar later nog zoveel oud-deelnemers enthousiast hun verhaal vertelden, illustreert de enorme betekenis van dit evenement.

Hans Boot

Bronnen:

  • Archief Tour de Flevo;
  • Edities De Telegraaf en regionale dag- en weekbladen.

Met dank aan:
Will van den Berg, Jan Brakenhoff, Yvonne Duinmeijer – Boer, Thijs Geerts, Henk Hommes, Nico Ruckert, Frans Rullens, Ton Settels en Nico van de Ven.

Print Friendly, PDF & Email