Tulp, Lide Jaarboek 21 1998 pg 30-33

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over personen: Asjes, AlbertBakker, ThijsBoreel van Hogelanden, JacobDeelen, Derk vanDekker, DirkGevers, FritsGinhoven van, HuibertHageman, ArieHeeck, CorHeideman, HenkHeimans EliHoberg, JanHurk, Gesina van derJacobi, Jan Willem – Jacobs-Wentink, Gré – Kieft, Pieter – Kortenoever, EldertKraakman, JacobKramer, MatthijsKrist, MeineLeenaers, HenriLommen, PietMooij, CorMooij, Geertje ten WoldeNuhout van der Veen, JoachimPeperkamp, CorPortegies, SijfQuack, Jan deRendorp, JacobRommel, AlbertSchotvanger, DirkStuyt, JanToepoel, LeoTulp, LideTwisk, EngelVeldt, KlaasVlaanderen-Boot, Tiny vanWeenen, Wub vanZaalberg, Hermanus


Jaarboek 21, pagina 30

Wie was … Lide Tulp

De wieg van Lide Tulp stond in Dordrecht, waar ze op 25 september 1892 werd geboren. Haar laatste rustplaats is te vinden op de begraafplaats ‘Onderlangs’ te Castricum.
Een klein, simpel monumentje dekt haar graf. Men gaat er misschien door die haast aandoenlijke eenvoud gemakkelijk aan voorbij. Het is een kleine grijze sokkel, die wat schuin omhoog een palet draagt met daarop in blokletters haar naam en jaar en datum van geboorte en overlijden: 25-9-1892 en 21-11-1985. Een tijdsspanne van 93 jaar, die leven en werken van de ook buiten haar dorp Castricum bekend geworden schilderes omvat. Over haar schreef ik dit artikel, een schets van een vrouw, die na haar afscheid van het onderwijs in 1952 in de Jan Hobergstraat 26 woonde en werkte tot ze er 33 jaar later te midden van haar schilderijen stierf.

Lide Tulp reeds op hoge leeftijd.
Lide Tulp reeds op hoge leeftijd.

Op 25 september 1892 was Ruurd Johannes Tulp in het stadhuis van zijn woonplaats Dordrecht bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand om aangifte te doen van de geboorte van een dochter uit zijn huwelijk met Johanna Margaretha Alida Valkhoff. Die dochter zou als Alida Gezina Tulp door het leven gaan, al zou ze zich in de loop van haar lange leven heel gewoontjes Lide gaan noemen en zo zouden velen uit ons dorp haar leren kennen nadat ze zich in 1949 in Castricum vestigde.
Lide was één van de zes kinderen uit het gezin, waarvan drie kinderen jong zijn overleden en het jongste kind geestelijk gehandicapt was. Haar broer Adolf Ype was een ‘rode’ onderwijzer, die als lid van de ‘Kwekelingenbond’ dikwijls optrok met Koos Vorrink, die eerst voorzitter was van de S.D.A.P. en na de oorlog van de Partij van de Arbeid. De grootouders van Lide waren relatief jong, omstreeks 1860, aan de cholera overleden. Lides vader Ruurd Johannes Tulp was als boekhouder werkzaam bij een sigarenfabriek en werd erfgenaam van een rijke oom in Leeuwarden, wat hem in de gelegenheid stelde zich in te kopen in een drukkersbedrijf in Zutphen. Zo trok Lide nog heel jong met haar ouders van Dordrecht naar het Gelderse, waar ze opgroeide en haar jeugd doorbracht. We weten dat ze als kind al graag tekende en kleurde en met ‘kleine frutseltjes’, bezig was en blijk gaf over de nodige creativiteit te beschikken.

Een kindertekening van Lide Tulp.
Een kindertekening van Lide Tulp.

Onderwijs

Na de lagere school koos ze voor een onderwijzersopleiding waarnaast zij – het was en werd steeds meer haar grote hobby – cursussen in portret- en figuurtekenen en handvaardigheid volgde. In 1910 behaalde ze de onderwijzersakte, gevolgd door de aktes tekenen en handvaardigheid. Als achttienjarige zocht ze zich in het onderwijs een baan: ze was – vond ze – zelfstandig genoeg om de maatschappij en het echte leven in te gaan.
Die baan werd de betrekking van onderwijzeres aan de Openbare Lagere School in de buurtschap Kotten bij Winterswijk voor een klas van maar liefst 50 kinderen. Daar kon ze het vak leren: geen sinecure!
Drie jaar later, in 1914, werd ze benoemd tot onderwijzeres aan een O.L.S. (red: Openbare Lagere School) in Vaassen, die ze na twee jaar al weer vaarwel zei, toen ze werd aangesteld als leerkracht bij één van de  lagere scholen in Hengelo (Overijssel). Daar bleef ze werkzaam tot 1926 en verwisselde ze het oosten des lands voor het westen toen ze, omdat ze iets anders wilde aan een B.L.O.-school in Alkmaar werd benoemd. Na nog een paar jaar in haar oude woonstad Zutphen te hebben gewerkt, trok ze opnieuw naar het westen, naar de randstad, ditmaal naar Beverwijk, waar ze in 1948 werd aangesteld bij het Buitengewoon Lager Onderwijs. Ons dorp koos ze tot woonplaats, ze woonde in de Geelvinckstraat op no. 38.
Na 41 jaren bij het onderwijs werd ze in 1952 gepensioneerd en nam ze haar intrek in de Jan Hobergstraat 26. Het werd voor de rest van haar leven de plek waar ze zich eindelijk volledig aan haar hobbies kon wijden.


Jaarboek 21, pagina 31

Dat was ze ook helemaal van plan, getuige haar uitspraak: “Oude dag ? Ik haat dat gezeur over de ‘oude dag’. Lieve hemel. Het zijn de jaren waarin je alles kunt doen, wat een weelde.” Over haar schilderwerk waarmee ze toen allang bezig was zei ze: “Ik hoop altijd dat het me een beetje lukt daarin iets te vertolken, niet slechts ‘net echt’ maar het ‘wezen’ dat ik er aan beleef.”

Eén van haar vele stillevens van een vaas bloemen.
Eén van haar vele stillevens van een vaas bloemen.

Schilderen

Had zij aanvankelijk alleen met potlood en tekenpen gewerkt, ze waagde zich al gauw aan het schilderen met olieverf, waarvoor ze de grove lijnen met potlood uitzette om die thuis met olieverf verder uit te werken, een techniek waarmee ze rond haar veertigste jaar begon. Haar werk bij het onderwijs stond haar niet zo veel vrije tijd toe als ze wel zou wensen, maar ze buitte die vrije avonden en weekenden dan ook wel helemaal uit. Naast uitbundige stillevens, die ze met een forse penseelvoering op het doek bracht, waren het soms portretten, later bijna uitsluitend landschappen, die van haar hand kwamen. Ze koos daarvoor uit de rustige tinten in groen, grijs, geel, blauw en roze, die haar schilderijen kenmerkten. Vaak afhankelijk van haar stemming. Haar ideaal, schilderen in Zuid- Frankrijk, kreeg na de oorlog in 1946 gestalte in haar eerste reis naar Antibes, Menton en Cagnes-sur-Mer waar ze inspiratie opdeed. Ze doolde door de vele kleine, soms vervallen dorpjes en stadjes en maakte – bezeten – schetsen van wat haar schildersoog trof in de oude huisjes en op de pleintjes, waar vóór haar zo veel impressionisten en expressionisten hun onderwerpen hadden gezocht en gevonden. Ze had een mateloze bewondering voor hen, vooral voor Van Gogh, Picasso en Chagall. In hun voetspoor bleef ze elk jaar – meestal in september of oktober – naar het zuiden reizen, waarbij ze na die eerste keer in 1946 schetsboek en potlood of tekenpen thuis liet en haar schildersgerei inpakte.
Tijdens haar onderwijsperiode in Alkmaar werd ze lid van de tekenclub ‘Kunst zij ons doel’ waarvan ze zich later met een aantal anderen afscheidde en overging naar de groep ‘Doorwerken’. In deze groep voelde ze zich kennelijk kunstzinnig beter thuis.

Een smal straatje in Frankrijk. Vele landschappen zijn door Lide Tulp geschilderd.
Een smal straatje in Frankrijk. Vele landschappen zijn door Lide Tulp geschilderd.

Exposities

In 1952 begon in de Jan Hobergstraat een nieuwe fase in haar leven, een periode waarin ze het ene werk na het andere schilderde. Kort daarvoor had ze nog in 1951 ter gelegenheid van het Sint-Nicolaasfeest de gemeente Castricum een schilderij aangeboden, dat een boerderij in de buurt van de Breedeweg voorstelde. Het kreeg een plaats in het toenmalige raadhuis in de Dorpsstraat en is nu nog in het nieuwe raadhuis te zien.
Lide Tulp bleef haar hele leven ongetrouwd. Ze was niet zonder vrienden en kennissen en had een hechte band met haar ‘broeder in de kunst’ Cor Heeck en zijn vrouw Kitty en het echtpaar Groesz, dat in de Burg. Mooijstraat een kunst- en antiekzaak dreef, waar haar schilderijen soms in de etalage een plaatsje kregen. Toen de Culturele Werkgroep Castricum in 1973 onder de naam ‘Lide Tulp en 40 anderen’ een grote tentoonstelling organiseerde, exposeerde ze daar samen met Cor Heeck. Hun beider werk trok grote belangstelling.
Ook buiten Castricum trokken de schilderijen van haar de aandacht zoals bijv. in 1980 bij het Kunstgenootschap ‘Pictura’ in Groningen,


Jaarboek 21, pagina 32

Lide Tulp zeer vele uren met palet en penseel aan de Jan Hobergstraat.
Lide Tulp zeer vele uren met palet en penseel aan de Jan Hobergstraat.

waar ze na Cor Heeck een aantal doeken tentoonstelde. In hetzelfde jaar – ze was inmiddels achtentachtig – was ze ook tegenwoordig op een expositie van olieverven in Galerie Emily in Heiloo, waarover Cor Heeck toen schreef: “Nu op zeer hoge leeftijd maakt ze nog werk met een jeugdig elan waarover ik stomverbaasd ben en waarnaar ik met lichte na-ijver sta te kijken.” Een tentoonstelling in Galerie Tholen in Bergen toonde haar werk. Ze kreeg door die exposities ook in de regio de nodige bekendheid. Toen ze in februari 1979 in het programma “Van gewest tot gewest” voor de televisie kwam en vertelde over haar werk en haar leven, kreeg ze veel fanmail, heel waarderende brieven uit alle hoeken van het land. Ze beantwoordde de meeste ervan!
Inmiddels hoopten op de Jan Hobergstraat 26 de schilderijen zich op en bleef geen plekje aan de wand van de kamer, de hal en de zolder, waar ze haar ‘atelier’ had, meer onbezet. Dat haar leeftijd zijn tol begon te eisen en haar erfgenamen, zoals ze zich uitdrukte, er geen ‘pakhuis’ op na hielden zal er ongetwijfeld toe geleid hebben, dat ze in 1981 na een expositie in het nieuwe gemeentehuis verreweg het grootste deel van haar oeuvre, circa 200 schilderijen, aan de gemeente Castricum overdroeg in de hoop dat die er wat ‘zinnigs’ mee zou kunnen doen. Haar legaat werd in de raadsvergadering van 27 mei van dat jaar met erkentelijkheid en onder dankzegging aanvaard onder de volgende voorwaarden:

  1. van gemeentewege zal zorg worden gedragen voor het in goede conditie houden van de schilderijen;
  2. de schilderijen zullen zoveel mogelijk in tijdelijke bruikleen worden afgestaan aan c.q. ten behoeve van openbare instellingen.

Zo kan men bijv. in het verzorgingstehuis ‘De Santmark’ in de beneden gang een rijtje olieverven uit haar Franse tijd vinden en heeft de ‘Duinrand Artotheek’ werken van haar in bruikleen.

Als vrouw

Hoe was Lide Tulp privé? Ik vroeg het aan Piet en Rie Baltus, die jarenlang op de Jan Hobergstraat 24 haar naaste buren waren en die in de loop der jaren haar grote steun werden.
Rie Baltus: “Veel familie had ze niet, maar eenzaam was ze echt niet. ‘s Zomers kwamen er wel eens kinderen, neefjes en nichtjes, bij haar logeren. Ze trok met hen op, wandelde, speelde, liet ze tekenen met kleur en gaf hen verf en penselen, wat natuurlijk wel een knoeiboel werd, maar dat vond ze helemaal niet erg: ze liet ze hun gang gaan. Ze was wat men noemt geen feministe in de zin van het woord, maar kwam wel voor de vrouw op. Ze was sociaal-voelend en op haar eigen wijze vooruitstrevend, ze hield van kinderen en was daarbij altijd heel tolerant. Ze mopperde of klaagde niet als onze kinderen in de weekends wel plaatjes draaiden of dansten en dan wel eens wat te luidruchtig waren voor de naaste buurvrouw, want het was best gehorig zo huis aan huis. In haar opvattingen was ze soms eigenzinnig, ook als het haar hobby, het schilderen betrof, maar al met al was het een lieve vrouw, die we naar beste weten en kunnen hebben bijgestaan tot haar overlijden in 1985.”

Een andere, veel jongere vriend van Lide was Jan (Joggem) de Graaf over wie ik in mijn artikel over Cor Heeck in het vorig jaarboekje al schreef. Dit voorjaar vertelde hij me telefonisch vanuit de Ardèche, waar hij alweer een aantal jaren met zijn vrouw Mette woont en schildert, over een even onverwachte als toevallige ontmoeting met ‘mevrouw Tulp’ zoals hij haar noemde. Ik laat hem graag even aan het woord: “In mijn jongensjaren, zeg maar het begin van mijn ‘Sturm- und Drangperiode’ , zag ik het werkzaam zijn in de missie als een mooie droom, die na een enthousiaste lezing over het missiewezen door een missionaris op school voor mij resulteerde in een plaatsje op een seminarium in de buurt van Maastricht. Helaas, helaas, ik kon er niet aarden: de fraters waren er streng, vond ik; alles moest, niets mocht. Ik hield het er niet meer uit en liep weg, trok door België en dwars door Frankrijk naar het zuiden, terwijl ik onderweg in mijn levensonderhoud voorzag met wat ik als schapenhoeder, druivenplukker en weet ik wat allemaal verdiende. In een klein dorpje in Frankrijk stond ik op het dorpsplein plotseling oog in oog met mevrouw Tulp. Ze schilderde er, hoorde mijn verhaal aan en sommeerde me – boos als ze was – direct rechtsomkeert te maken en naar huis of school terug te keren. Daar op dat Zuid-Franse dorpspleintje was ze weer even de schooljuffrouw ten voeten uit! Enfin, ik kreeg ze uitgemeten en begon aan de terugreis.”

Eind mei van dit jaar bezocht ik samen met de heer Zuurbier in het Utrechtse Doorn mevrouw Elisabeth Ruitenberg, achternicht van Lide Tulp. Zij logeerde als kind van drie jaar, herstellende van een ziekte, drie maanden bij tante Lida in Castricum en weet zich daarvan heel vaag nog iets te herinneren, van latere logeerpartijen weet ze veel meer te vertellen: “Het was een lieve tante, wel niet altijd even gemakkelijk, maar ook weer fascinerend en voor mij onverbrekelijk verbonden met dat huisje waar altijd een doordringende verflucht hing en waar ik met enige eerbied haar atelier hoven betrad alsof dat iets heiligs was. En dan die fijnzinnige tekeningetjes, die zij maakte bij door haar bedachte verhaaltjes voor haar neefjes en nichtjes. Juweeltjes …”

Bij de teraardebestelling op 21 november 1985 stond Liesbeth Ruitenberg, haar achternichtje, stil bij de laatste fase van het bewogen leven van Lide Tulp, de fase die ze grotendeels in ons dorp doorbracht. Ze dankte de vele vrienden voor de hulp en de steun in die lange jaren en in het bijzonder bedankte ze Rie Balms, die lang voor haar zorgde. “Een van de meest kenmerkende eigenschappen van Tante Lida heb ik altijd gevonden de enorme belangstelling


Jaarboek 21, pagina 33

die zij had voor alles om haar heen, zowel voor het wereldgebeuren als voor de mensen of die nu vlakbij of – zoals wij – vrij ver van haar vandaan woonden.”

Dit eenvoudige monumentje bedekt haar graf op de begraafplaats 'Onderlangs'.
Dit eenvoudige monumentje bedekt haar graf op de begraafplaats ‘Onderlangs’.

Wie was … Lide Tulp?
Een begeesterde vrouw, die zich gelukkig voelde als ze maar kon schilderen.
Dat fanatisme behield ze haar hele lange leven, tot de schilderes van Jan Hobergstraat 26 op een herfstdag in 1985 overleed en palet en penseel te midden van haar schilderijen als verstild achterbleven …

Jaap Glastra

Bronvermelding:

  • Fam. Baltus, Jan Hobergstraat 24
  • Joggem de Graaf, Zuid Frankrijk
  • Mevr. Elisabeth Ruitenberg, Doorn
  • Hr. v.d. Borg, afd. Welzijnszaken gem. Castricum
Print Friendly, PDF & Email