Castricum in oorlogstijd

“Castricum bloedt uit vele wonden” schreef kapelaan F. Verheul op 18 december 1942 in het waardevolle dagboek dat hij en de kapelaans Dr. F. Holthuizen en J. van der Zalm van de Pancratiusparochie in de oorlogsjaren bijhielden. Daaruit blijkt al wel dat de bezettingstijd heel ingrijpend is geweest voor de plaatselijke gemeenschap. Dat niet vanwege oorlogshandelingen, arrestaties, razzia’s of grote hongersnood maar vooral vanwege de evacuatie van vele gezinnen, de afbraak van honderden woningen en de lasten van de voortdurende Duitse bezetting.

De eerste oorlogsdagen

In de vroege ochtend van de 10e mei 1940 worden de mensen wakker van het geronk van Duitse vliegtuigen, die aanvallen doen op het vliegveld Bergen. Tussen het geronk door hoort men in de verte knallen van het afweergeschut. Op die stralende zomerse dag staan mensen in groepjes bijeen en bespreken de toestand. Sommigen hebben via de radio gehoord dat Duits- land Nederland heeft aangevallen en dat Nederland zich heeft verbonden met de geallieerden in de strijd tegen Duitsland.
Alom verbijstering en ontzetting…..

Enkele gebouwen van het ziekenhuis Duinenbosch worden in de eerste oorlogsmaand door het Rode Kruis ingericht voor lichtgewonde en herstellende militairen. In totaal zijn 212 militairen daar verpleegd.
Vanaf 29 mei 1940 worden alle gebouwen weer ontruimd en de nog aanwezige patiënten naar elders overgebracht.

Op 14 mei 1940 worden de Nachtwacht, schilderijen van Van Gogh en vele andere kunstschatten voorlopig ondergebracht in een betonnen schuilkelder in de Castricumse duinen, niet ver van Kijk-Uit.
Deze kelder was in april 1940 voor dat doel gereed gekomen.

Castricum is vluchtoord voor een aantal gemeenten, gelegen in een gebied dat in verband met de verdediging mogelijk onder water gezet zal worden. Op 13 mei komen geëvacueerde inwoners van Ankeveen en Kortenhoef hier per trein aan en worden ingekwartierd.
Enkele dagen na de capitulatie op 15 mei 1940 vindt de terugkeer al weer plaats. In het geheel zijn ongeveer 1500 personen uit Ankeveen en Kortenhoef hier gehuisvest geweest.

Duitse bezetting

Het aantal Duitse soldaten in ons dorp neemt toe. Castricum krijgt een Ortskommandant, die het de bevolking bijzonder moeilijk maakt. Hij wordt de “Bommenwerper” genoemd.

De Ortskommandantur wordt gevestigd in de Hervormde
Pastorie aan de Overtoom. Ten gevolge van alle verwikkelingen rond de ontruiming komt ds. Seulijn plotseling te overlijden. Vele huizen en gebouwen worden gevorderd, zoals de jeugdherberg Koningsbosch, de vacantiekoloniehuizen Sint Àntonius en De Eenheid en ook het badhotel bij het strand.
In opdracht van de bezettende macht worden de Prinses Julianastraat, Koningin Wilhelminalaan, Prins Bernhardstraat en Prinses Beatrixstraat omgedoopt in resp. M.H. Trompstraat, Piet Heinlaan, Jan Evertsenstraat en Daendelsstraat.
Burgemeester Sloet doet een beroep op de hoofden van scholen om te voorkomen dat jeugdigen zich op demonstratieve wijze gedragen.
De burgemeester heeft geconstateerd dat politieke andersdenkenden en zelfs Rijksduitsche personen op de openbare weg worden uitgejoeld. Bij dergelijke gelegenheden roepen deze groepen “OZO” (“Oranje Zal Overwinnen”), steken de rechterarm met uiteengespreide duim en wijsvinger in de vorm van de letter V omhoog en houden op deze wijze een betoging!

Joodse kinderen mogen in opdracht van de burgemeester met ingang van 1 september 1941 niet meer op openbare scholen worden toegelaten.

Afbeelding I Paviljoen Duinenbosch na de bomexplosie
Afbeelding I
Paviljoen Duinenbosch na de bomexplosie

In de nacht van 12 op 13 augustus 1940 wordt het ziekenhuis Duinenbosch kort na middernacht getroffen door brisantbommen en brandbommen.
In één van de paviljoens ontstaat grote schade.
Twee patiënten worden vrijwel onmiddellijk gedood, acht raken gewond.

In juni  1942 wordt het ziekenhuis op last van de bezetter geheel ontruimd.
Bijna 800 patiënten worden ondergebracht in psychiatrische inrichtingen te Warnsveld, Den Dolder, Medemblik en Rosmalen.
De Joodse patiënten, die naar Den Dolder en Rosmalen waren geëvacueerd, konden uit de handen van de bezetter worden gehouden; die te Medemblik en Warnsveld zijn slachtoffer van de terreur geworden.

Evacuatie en afbraak

Dan komt in november 1942 het bevel dat de inwoners van Castricum, met uitzondering van de land- en tuinbouwers en een aantal personen, wier verblijf noodzakelijk wordt geacht, de gemeente moeten verlaten. Degenen die geen werk hebben, moeten op 30 november 1942 weg zijn; de anderen op 31 december 1942. Een eigen evacuatie-adres kan worden gekozen en anders wijst de burge- meester er een aan: o.a. in de gemeenten Wildervank, Oude en Nieuwe Pekela en Vlagtwedde vinden Castricummers onderdak.
Een aantal huizen en boerderijen o.a. aan de Oosterbuurt, Alkmaarderstraatweg, Brakersweg en Beverwijkerstraatweg moeten worden afgebroken. Dit zou nodig zijn voor verruiming van het schootsveld. Op grote schaal wordt begonnen met de bouw van bunkers, tankmuur, tankgracht etc. De hele gemeente wordt “Sperrgebiet”, waar uitsluitend bezitters van een Ausweis mogen komen. Bakkum is alleen met speciale vergunning toegankelijk.

In januari 1943 is met inbegrip van de bewoners van het Provinciaal Ziekenhuis Duinenbosch ongeveer de helft van de bevolking geëvacueerd. In een brief van 18 januari 1943 schrijft de in 1942 nieuw benoemde NSB-burgemeester Masdorp aan de commissaris der provincie Noord-Holland dat in het Sperrgebiet ten westen van de Spoorlijn, waar voorheen 1.162 gezinnen woonden, er nu nog 232 verblijven, hoofdzakelijk tuinders.
Uit dit gebied zijn 930 gezinnen verhuisd, waarvan 368 naar het gedeelte van de gemeente, dat als woongebied is aangewezen: 562 gezinnen verhuisden naar elders.

In september 1943 komt er weer een bevel dat nog 2.000 inwoners moeten evacueren.
Ongeveer 250 huizen aan de Vinkebaan, Onderlangs, Kramers weg, Mient, Stetweg, Brakersweg, Kooiweg en 1e en 2e Groenelaan worden gesloopt. De wijk ten westen van de spoorlijn en
ten zuiden van de Geversweg verdwijnt nagenoeg.
Het aantal inwoners, dat op I januari 1942 8.964 bedroeg, was op I januari 1944 gedaald tot 3.009.

Afbeelding 2 Afgebroken woningen aan de westzijde van de Mient nabij de aansluiting op de Ruiterweg.
Afbeelding 2
Afgebroken woningen aan de westzijde van de Mient nabij de aansluiting op de Ruiterweg.

Het aantal percelen in Castricum bedroeg kort voor de oorlog 1.875; hiervan werden er 267 afgebroken, waaronder het badhotel, vakantiekoloniehuis De Eenheid, 40 winkels en bedrijven en 49 agrarische bedrijven.
Van de overgebleven 1.608 woningen waren er aan het eind van de oorlog nog 967 bewoond en in behoorlijke staat.

 

Van de 641, welke leeg hadden gestaan of waren gebruikt door de Duitsers, zijn er 541 zwaar beschadigd.

Arbeidsinzet/Wachtdiensten

Op bevel van de Duitse Wehrmacht moeten alle mannen in de leeftijd van 17 tot 41 jaar zich voor werk in Duitsland aanmelden.
Strenge straffen worden gesteld op onderduiken.
Ook in Castricum zijn er veel slachtoffers van deze zgn. arbeidsinzet.
Vanaf 1941 worden Castricumse burgers regelmatig opgeroepen om bewakingsdiensten te verrichten. Aanleiding is dat kabels van de Wehrmacht zijn doorgesneden. Deze wachtdiensten worden in Castricum “kabelen” genoemd.
Ook moeten wachtdiensten worden verricht langs de wegen, spoorbaan en straten, waarlangs de zgn. dekkingsgaten en schuttersputten zijn gegraven.

Fietsenrazzia

In beslagneming van paarden, wagens, radio’s en fietsen komt regelmatig voor, maar op 20 september 1944 moeten op last van de plaatselijke S.S.-commandant alle fietsen worden ingeleverd.
In het dagboek van de kapelaans van de Pancratius-parochie is daarover vermeld dat de dorpsomroeper, de beroemde Dorus Kuys, met dit bericht het dorp rondging.
Niemand geeft gehoor aan dat bericht uitgezonderd een enkele N.S.B.er.
De volgende dag wordt bekend gemaakt, dat als vóór 12.00 uur niet een groot aantal fietsen ingeleverd is, er tien huizen in brand gaan. Toen is er een aantal fietsen gebracht, ± 300 meest heel oude karretjes.
Om 12.00 uur wordt vervolgens omgeroepen, dat als om 16.00 uur niet alle fietsen er zijn, er tien mannen van Castricum worden doodgeschoten.
Er was een lijst samengesteld van deze personen, waarbij o.a. de direkteur van het Postkantoor de heer G.P. Klaase, notaris van Cranenburg, Tj. van Eik, direkteur van de Zuivelfabriek “De Holland”, pastoor G. Goes en de kapelaans J. van der Zalm en F. Holthuizen.
Een vuurpeleton staat voor de uitvoering van deze daad gereed. Dan worden ongeveer 1.100 fietsen ingeleverd plus een groot aantal rijwielonderdelen! Niet meer dan 150 fietsen worden uitgezocht en meegenomen.

Represaillemaatregelen

Naar aanleiding van een bomaanslag van de illegaliteit op de spoorlijn, worden op 9 oktober 1944 door de Grüne Polizei drie huizen met inboedel in de Pernéstraat in brand gestoken, waaronder dat van de direkteur van de Zuivelfabriek. Op l0 oktober 1944 wordt vervolgens de boerderij van Corn. Groen aan de spoorlijn tussen Uitgeest en Castricum in brand gestoken, wegens een vermeende beschieting van leden van de Duitse Wehrmacht langs deze spoorlijn.

Afbeelding 3 Afgebrande woningen in de Pernestraat.
Afbeelding 3
Afgebrande woningen in de Pernéstraat.

Voor de boerderij in brand gaat, spelen de Duitsers eerst op de piano…..
Vreselijke gebeurtenissen spelen zich af op 7 januari en op 6 april 1945.
Bij de Provinciale Weg Limmen-Uitgeest zijn toen, uit wraak voor aanslagen op een Duitse soldaat en op een Landwacht, twee maal tien mannen gefusilleerd.
Een 18-jarig meisje uit Castricum wordt gedwongen de fusillade van 6 april aan te zien.
Het monument voor de gevallenen is niet ver van de plaats van de fusillades opgericht.

Afbeelding 4 Bekendmaking van de fusillade op 6 april 1945 bij de provinciale weg.
Afbeelding 4
Bekendmaking van de fusillade op 6 april 1945 bij de provinciale weg.

Distributie

Met de instelling van distributiediensten was al voor de oorlog een begin gemaakt. Het land was in ruim 500 distributiekringen ingedeeld.
Castricum vormde een kring met Limmen en Uitgeest.
Iedere inwoner had een zgn. distributiestamkaart ontvangen op grond waarvan men periodiek bonkaarten voor levensmiddelen kreeg; met die bonnen van de bonkaart kon men, uiteraard tegen normale betaling in de winkels levensmiddelen kopen voor zover ze gerantsoeneerd waren.

De winkelier plakte de ontvangen bonnen op vellen, leverde die vellen bij de distributiedienst in en kreeg dan van die dienst weer toewijzingsbonnen, waarna hij weer via de groothandel herbevoorraad kon worden.
De distributie greep vanaf het begin van de bezetting steeds verder om zich heen.
Steeds meer zaken komen op de bon zoals brood, aardappelen, melk, bloem, boter, vet en vlees, maar ook voor fietsbanden, klompen, steenkolen of tabaksartikelen zijn bonnen nodig. De rantsoenen worden echter steeds kleiner. Het rantsoen per week voor 2 personen bedraagt in juli 1944 o.a. 1 pond suiker, 175 gram vlees, 1% liter tapte melk, 1 ons kaas en 1 à 1% kg aardappelen.
De heer H. Nielen wordt als ambtenaar bij de afdeling sociale zaken gedetacheerd als leider bij de distributiedienst. In 1942 wordt de dienst naast de bioscoop tegenover het gemeentehuis gevestigd.
Op 28 maart 1944’s nachts om ± 1.00 uur breekt in het kantoor een felle brand uit, die nagenoeg het gehele gebouw met inhoud in de as legt.
Er zijn duidelijke aanwijzingen gevonden dat van brandstichting sprake is. Tot represaillemaatregelen van de Duitsers heeft deze brand wonderlijk genoeg niet geleid.

Centrale keuken

In 1941 wordt al een poging gedaan om te komen tot de oprichting van een gemeentelijke centrale keuken.
De belangstelling daarvoor is dan nog zo gering dat de burgemeester van dat voornemen afziet.
Op 13 november 1944 komt de centrale keuken wel in bedrijf, ook al omdat de gasvoorziening is stopgezet.
De keuken is gevestigd in de garage van het tegenwoordige taxibedrijf aan de Stationsweg. Vervolgens begint de strijd om aan voldoende aardappelen, groenten enz. te komen.
Het aantal klanten van de keuken loopt op van 500 tot 2.000 deelnemers in mei 1945.
Iedere dag, zondag inbegrepen, worden maaltijden verstrekt. Het eten wordt thuis bezorgd. Zo’n 8 of 9 mannen met diverse handkarren trekken eerst het dorp in om de lege pannen bij hun klanten op te halen. Ook passanten uit de steden, die op weg zijn om eten te halen voor hun hongerende familieleden, maken gebruik van de centrale keuken. Over de kwaliteit van het eten, hoofdzakelijk verschillende soorten stamppot is men tevreden. De “capucijnersstamp” is één van de meest geliefde en voedzame maaltijden.
Tot juli 1945 blijft de keuken funktioneren. Daarna werkt deze uitsluitend nog voor de distriktsgevangenis, die in het ziekenhuis Duinenbosch wordt gevestigd.

Verzet

Bruut optreden van Duits militair geweld, alsmede het steeds verder gebukt gaan onder telkens weer nieuwe Duitse bekendmakingen en angst voor de met de Duitsers sympathiserende personen, huiszoekingen, vordering van radio’s en fietsen, kerkklokken en koperwaren, beperking van artikelen op distributiebonnen, waren even zovele oorzaken dat de Duitse bezettende macht de haat opwekte van de bevolking.
“Het was geen wonder dat daardoor ‘t verzet tegen de Duitse bezetting ook in Castricum al vrij vroeg georganiseerde vorm kreeg”, aldus de heer G. van Weel in een artikel “Castricum rond de bevrijding” dat in 1970 in een speciale uitgave verscheen.
Het verzet kon in een aantal groepen worden onderscheiden. De O.D.-M.l.D. (Orde-Dienst-Militaire Inlichtingendienst) was een organisatie, waarin oud-militaire kaderleden, deelnamen.
Dan was er de L.O.-L.K.P. (Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers en de Landelijke Knokploeg).
Deze groepen waren mede belast met de illegale voedselvoor ziening, c.q. verstrekking van stam- en distributiekaarten. Dan was er de C.l.D. (Centrale Inlichtingen Dienst), die o.a. de uitgifte van het plaatselijke illegale blad “Strijd” verzorgde. Stencil- en typemachine werden in de oorlogsjaren in Castricum, vijf keer naar een ander onderduikadres verplaatst.
Eén van die adressen was het huisje van mevr. Veldt, beter bekend als tante Sientje aan de Kooiweg. Over haar verscheen een artikel in het 3e jaarboekje van de Werkgroep Oud- Castricum.
Ook was een verspreidgroep van illegale bladen als “Vrij Nederland” en “Trouw” aktief.
Tenslotte waren er dan nog de individuele verzetsstrijders, die werkzaam waren in buitengemeentelijke verzetsorganisaties zoals de Raad van Verzet (R.V.V.) en de Geuzengroep, het Artsenverzet en het Studentenverzet.
Zeker zijn hier ook toe te rekenen de onderduikgezinnen, de voedselhulpverleners, vervoerders van illegale wapens en di- verse goederen.
Op 5 september 1944 is zowel landelijk als plaatselijk het verzet, ingevolge het zgn. “Deltaplan” samengebundeld in een militaire organisatie onder de naam “Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten” (B.S.) met o.a. de afdelingen S.G. (Strijdend Gedeelte), B.T. (Bewakingstroepen) en I.D. (lnlichtingendienst).

Vanuit de plaatselijke melkfabriek “De Holland” is melkpoeder en boter geleverd aan de Raad van Verzet ten behoeve van krijgsgevangenen en onderduikers. Kontaktpersoon was daarbij eerst Cor Beentjes van de Van Tienhovenhoeve en later de zo bekend geworden Hannie Schaft.
Met eerbied wordt herdacht de geliefde arts Dokter Leenaers, die een van de leiders was van de landelijke verzetsorganisatie van artsen. In het dagboek van de kapelaans wordt op 19 okto- ber 1942 vermeld: “Onverschrokken en onverdroten getuigt onze dokter voor het vaderland. Tot voorbeeld voor ons nageslacht willen we even wijzen op de grote naastenliefde, die door de dokter wordt beoefend. Honderden zakken aardappelen en graan zijn door hem opgekocht voor arme arbeiders.” Dr. Leenaers wordt in 1943 naar een kamp in Vught gestuurd. Op 22 juli 1944 overlijdt hij in Tilburg op 42-jarige leeftijd na een ernstige ziekte en wordt op 27 juli in Castricum begraven.
Er was ook een krans uit Vught waarop stond:
“Uit dankbaarheid van hen wier lijden gij in het kamp hielp verlichten”.
Zijn grafschrift en tevens devies was ‘alleen een vrij man kan een goed geneesheer zijn”.

Afbeelding 5 Verzetsman dokter H.J.M. Leenaers
Afbeelding 5
Verzetsman dokter H.J.M. Leenaers

Na de oorlog is het Dokterspad omgedoopt in “Dr. Leenaersstraat”. Ook de uit Castricum afkomstige verzetsstrijders Huibert van Ginhoven, Jan Hoberg en Leo Toepoel zijn in straatnamen geëerd.
Huibert van Ginhoven werd op 17 maart 1942 te Laren gefusilleerd wegens spionage, verbinding met Engeland en verraad van Duitse staatsgeheimen.
Jan Hoberg (18 jaar) werd op 14 april 1944 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd, nadat hij bij een overval op het stadhuis Alkmaar, in verband met het bemachtigen van distributiebescheiden, door de Duitsers was gearresteerd. Op 13 december 1944 werd Leo Toepoel wegens spionage-aktiviteiten te Velp door een vuurpeleton doodgeschoten.
De graven van Dr. Leenaers, Jan Hoberg en Leo Toepoel bevinden zich op de R.K. begraafplaats bij de St. Pancratiuskerk.

 

 

Oorlogsgeweld

In het laatste oorlogsjaar zijn grote golven geallieerde vliegtuigen in de lucht.
Veel bemanningen vinden op zee de dood en op het strand spoelen slachtoffers aan.
Op het kerkhof bij de Ned. Hervormde Kerk bevinden zich 36 oorlogsgraven van 28 Engelsen, 1 Pool, 1 Nederlander en 6 onbekenden. Amerikanen en Fransen worden elders begraven.
Lokomotieven worden door Engelse en Amerikaanse vliegtuigen onder vuur genomen. In februari 1945 stort een Amerikaanse jager in de weilanden neer, daar waar nu het wijkje Molenweide is.
Op 29 augustus 1944 komt nog eens een schriftelijk bevel dat nog meer mensen moeten evacueren.
Deze evacuatie is echter niet doorgegaan. De medewerking wordt geweigerd, vooral nadat op Dolle Dinsdag, 5 september 1944 wilde geruchten de ronde deden.
Maastricht, Breda en Tilburg zouden al in handen van de geallieerden zijn. Ten gevolge van deze geruchten verlaten nu anderen de gemeente vrijwillig. Dit zijn de Nationaal Socialisten, die een veilig heenkomen zoeken.
Van nu af aan komt de spanning er steeds meer in. Dikwijls gaan grote goederentreinen leeg naar het noorden en komen volgeladen met oorlogstuig en soldaten terug om naar de fronten te worden gebracht.
De Duitsers worden driester en schieten op mensen die het wagen ‘s avonds na acht uur nog op straat te komen.

Bevrijding

Op 4 mei 1945 aanvaardt Veldmaarschalk Montgomery op de Luneburgerheide in Noord-Duitsland de capitulatie van alle Duitse strijdkrachten in Noordwest-Europa.
Op 4 mei wordt ‘s avonds in de pastorie feest gevierd met vijf jaar bewaarde vooroorlogse sigaretten, eigen teelt sigaren, wijn, omelet en het Wilhelmus.
Op 5 mei werd in Hotel “De Wereld” te Wageningen de officiële capitulatie van de Duitse troepen getekend. Er wordt nog niet gevlagd in Castricum. De leiding van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) maant tot voorzichtigheid in verband met de aanwezigheid van zwaar bewapende Duitse soldaten. Het ogenblik, dat algemeen zal kunnen worden gevlagd, zal kenbaar worden gemaakt door vlaggen op de kerktorens.
Op maandag 7 mei nog wordt een Castricummer, Cornelis Beentjes, door een Feldwebel doodgeschoten, toen hij palen uit een weiland haalde.
Op 8 mei komen de eerste Canadezen Castricum binnen. De hele dag en avond is er een voortdurend doortrekken van Canadese wagens. Ze worden met grote blijdschap begroet.
In de nacht van 8 op 9 mei is er in het raadhuis aan de Dorpsstraat een officiële ontmoeting van de eerste Canadezen met de plaatselijke staf van de B.S., waarvan de heer J. Blom commandant is. Op 15 mei wordt een voorlopig maar niet minder vreugdevol bevrijdingsfeest gevierd met herdenking van de gevallenen, een optocht en volksdansen.
De grote bevrijdingsfeestweek begint op 31 augustus.

Castricum na de oorlog

Op 3 mei 1945 wordt een commissie van samenwerking geïnstalleerd, waarin alle illegale organisaties zijn vertegenwoordigd.
Deze commissie bestaat in Castricum uit 5 personen.
Dr. H.J. v. Nievelt wordt gekozen als voorzitter, de heer Tj. vanEik als sekretaris.
De andere leden zijn de heren J.C. Blom, C. van der Kaay en J. Rozing. Deze commissie fungeert als advies-commissie voor de waarnemend burgemeester van Castricum, de heer J.J. Nieuwenhuizen, burgemeester van Limmen.

Afbeelding 6 Aftocht van de Duitsers door de Dorpsstraat
Afbeelding 6
Aftocht van de Duitsers door de Dorpsstraat

Het hoofd van het distributiekantoor en aktief verzetsman H.Nielen wordt loko-burgemeester.
Op 10 december 1945 volgt dienst benoeming tot burgemeester van Heemskerk.
Op 16 november 1945 wordt de eerste na-oorlogse burgemeester benoemd: de heer C.F. Smeets.
Het bestuur van de gemeente wordt gevormd door de burgemeester en één wethouder, de heer Hellinga.
Een nieuw gekozen gemeenteraad komt op 3 september 1946 voor het eerst bijeen.
De heren P. de Vries en G. Meijer worden tot wethouder gekozen.
Voor Castricum en haar inwoners breekt een nieuwe periode aan.

N.A. Kaan

Bronnen

-Archief van de gemeente Castricum
-Mondelinge en schriftelijke informatie van de heer G. van Weel, secretaris van de afdeling Midden-Kennemerland van de Vereniging van Oud-illegale Werkers
-Informatie van vele plaatsgenoten en oud-plaatsgenoten.

Meer info Castricum-Bakkum in WO2.

Bron: 8e Jaarboekje – Stichting Werkgroep Oud-Castricum – 1985

Print Friendly, PDF & Email