Corso theater 80 jaar

Van stomme films met ’pianino’ tot films van de harde schijf.

Sinds september 1937 beschikt Castricum over een eigen bioscoop, maar ook daarvoor keek men al graag naar films, zo blijkt uit een artikel van Niek Kaan van de Werkgroep Oud-Castricum. Kaan schreef het stuk vijf jaar geleden bij het 75-jarige bestaan van Corso Filmtheater. Hij beschikte daarbij over een unieke bron, de aantekeningen van Wim Kuijs (1909-1989), een markante ongetrouwde Castricummer, die met zijn vriend Dirk Schotvanger decennialang trouw bezoeker was van het Corsotheater.

Kinematograaf

Corso theater in 1938, een jaar na de opening. Foto: WOC

Kuijs beschreef hoe hij als kind, ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, films keek in wat toen nog geen bioscoop heette maar een ’kinematograaf’. Hij herinnerde zich een film die in 1916 in een café werd vertoond en die ’De vergiftigde bonbons’ heette.

De kinematografen vertoonden hun films tijdens kermissen. Een bekende was de firma Schinkel uit Purmerend die zijn tent per dekschuit liet aanvoeren. De reizende bioscoop had houten klapstoelen; die op het balkon waren bekleed met rood pluche. De films waren nog stom. In de zaal stond een meneer ’explicateur’ die de film uitlegde. De begeleiding vond plaats op de ’pianino’, een kruising tussen een piano en een orgel.

Uiteindelijk was het de in Castricum destijds bekende aannemer Jan Res die het initiatief nam voor een vaste bioscoop. Hij ging een samenwerking aan met Roland Wefers Bettink uit Alkmaar, die bedrijfsleider/operateur was in de Alkmaarse bioscoop; het Roxy Theater. Bettink wilde graag voor zichzelf beginnen. Hij had kennis van bioscopen, Res had verstand van bouwen.

Het Corsotheater ging van start op 17 september 1937, in het gebouw aan de Dorpsstraat waar Corso nog altijd zit. Aanvankelijk was er een woning boven, dat is nu Zaal 2. Destijds beschikte het theater over 350 zitplaatsen met opklapbare stoelen verdeeld over vijf rangen. De eerste hoofdfilm die te zien was, was een Franse film met de titel ’Le Mioche’, vertaald als ’’t Jochie’.

Oranje Hein

In de oorlog werden Engelstalige films verboden. Alleen Duitse en Italiaanse films mochten nog vertoond worden. Uiteraard bepaalden de Duitsers de inhoud van het bioscoopjournaal. Als dat werd gedraaid, mocht niemand de zaal verlaten. Gewapende agenten hielden daarop toezicht. De laatste winter moest de bioscoop sluiten wegens een gebrek aan stroom, maar na de bevrijding ging Corso als een van de eerste filmzalen weer open. Vertoond werden ’Oranje Hein’ en ’It’s in the air’ met George Formby.

Corso theater in 2017. Foto: Koen van Eijk

Piet Bettink nam in 1972 de zaak over van zijn vader. Dat deed hij met zijn vrouw Jenny. Zij voerden diverse moderniseringen door. In 1996 onderging de grote zaal een ingrijpende verbouwing. Het toneel verdween, het filmdoek werd twee keer zo groot. Het aantal stoelen werd teruggebracht van 350 naar 162.
De stoelen waren gerieflijk. Bovendien kwam er boven een tweede zaal bij, met eveneens comfortabele stoelen.

Erik Weel is pas de derde eigenaar. Hij heeft Corso nu dertien jaar in bezit. Onder zijn leiding digitaliseerde de bioscoop. Geen filmrollen meer, maar films op de harde schijf.

Zoals onder Piet en Jenny Bettink al het geval was, zet ook Weel in op films van kwaliteit. Geen actie-films met knokken en schieten. Daar is in Castricum geen vraag naar. Jongeren zien dat soort films in Amsterdam en Haarlem. Corso mikt op de jongste jeugd, op 45-plussers en op ’vriendinnengroepen’. De bezoekers komen uit Castricum, maar ook uit de dorpen er omheen.

Bron: Noordhollands Dagblad 23 september 2017 – Koen van Eijk

Print Friendly, PDF & Email