De Castricumse familie Stet

De stamvaders van het (Schulp)stet?

De nog levende leden van de familie Stet zijn terug te voeren tot twee verschillende stamvaders, die misschien familie van elkaar zijn geweest, wat echter tot dusver niet kon worden aangetoond. De twee families Stet noemen we ter onderscheiding gemakshalve de Castricumse familie Stet en de Noord-Hollandse familie Stet. De stamvader van de Castricumse familie Stet is ene Arie Janszoon Stedt, die omstreeks 1665 geboren moet zijn. De Noord-Hollandse familie Stet is terug te voeren tot ene Jacob Corneliszoon van ‘t Stet, die omstreeks 1650 werd geboren.

De Castricumse familie Stet.

De huidige generatie Stet die in Castricum woont, stamt bijna uitsluitend af van genoemde Arie Janszoon Stedt , die in 1688 trouwde met Aagje Claasdochter. Hun acht kinderen werden te Limmen gedoopt, terwijl Arie ook als boer in Rinnegom (gemeente Egmond) te boek staat. Van dit gezin zetten de drie zoons Claas-, Dirk- en Wulbert Ariensz Stedt het geslacht voort.

Claas Ariensz Stedt
 werd in 1690 gedoopt in Limmen en huwde met Maartje Cornelisse. Het gezin telde twee zoons, Cornelis Claasz Stet en Albert Claasz Stet, geboren resp. 1726 en 1727 in Limmen.

Cornelis Stet huwde met Maartje Kluyten en woonde na zijn huwelijk eerst in Bakkum en sinds 1764 op het Noordend in Castricum . Hij kocht vele stukken land en enkele huizen in Castricum. Hij was ook schepen in het gemeentebestuur en overleed in 1792. Zijn enige zoon Arie Stet trok na zijn huwelijk met Cornelia Havik in op de kapitale boerderij de Hofgeest onder Velsen, eigendom van Cornelia. Arie en Cornelia verkochten hun bezittingen in Velsen in 1801 en vestigden zich in Castricum. Zij hadden geen kinderen en dus stierf deze tak uit.

Albert Stet huwde in 1753 met Jannetje Reijerdochter van Houten en zij gingen wonen in de Nieuwpoort bij Alkmaar. Hun enige zoon Reijer Stet vernoemd naar Jannetjes vader, trouwde met de Castricumse Neeltje IJpelaan. Zij betrokken in de Oosterbuurt van Castricum de boerderij van Neeltjes vader, gelegen op de hoek van het Kronenburgerlaantje en de Doodweg. Dit gezin kreeg twee zoons, Albert Stet en Klaas Stet, geboren resp. 1787 en 1793, van wie de meeste leden van de Castricumse familie Stet afstammen. Het jaarboekje van de Werkgroep Oud-Castricum geeft hiervan een verder overzicht.

Dirk Ariensz Stedt
 werd in 1696 gedoopt in Limmen, trouwde met Jannetje Jans en woonde in Bakkum. Zij hadden drie kinderen, waaronder een zoon Arie Dirkszoon Stet, die een boerderij bezat met een stuk land aan de westzijde van de Heereweg te Bakkum. Na enkele generaties stierf het nageslacht van Dirk Stedt uit.

Wulbert Ariensz Stedt
 werd gedoopt in Limmen in 1698. Hij huwde eerst met Neeltje Jans en later met Antje van Sevenhuijze. Zijn nageslacht stierf na enkele generaties uit.

De Noordhollandse familie Stet
.

Deze familie is, zoals reeds genoemd, terug te voeren tot Jacob Corneliszoon van ‘t Stet die omstreeks 1650 werd geboren. Hij woonde in Castricum en trouwde met ene Trijntje Jans, omstreeks 1675. Uit dit huwelijk werden twee zoons en twee dochters geboren. Hiervan zou alleen zoon Cornelis, geboren in 1680, in het huwelijk treden en het geslacht voortzetten. Cornelis trouwde in in 1709 met Jannetje Bruijn. Uit dit huwelijk werden de zoons Claas, Simon, Jacob, Jan en Gerrit Cornelisz ( van ‘t) Stet geboren.

Claas Cornelisz Stet. 
Deze oudste zoon, geboren in 1710, woonde in Castricum. Hij was onbemiddeld en overleed in 1780. Uit zijn tweede huwelijk met Ariaantje Jans werden in 1743 en 1752 twee zoons geboren, resp. Jacob en Jan, die voor nageslacht zorgden. Jacob trouwde in 1772 met Antje Koeleveld en woonde in Castricum. Hun zoon Jacob Stet, geboren in 1743, vertrok rond 1800 naar Velsen; zijn nakomelingen vormen de ‘Velser Tak’ van de familie Stet, die nu nog voortleeft in Castricum en in Monnickendam. Zoon Jan Stet , een schulpvisser woonde in de Schoolstraat te Egmond aan den Hoef en huwde twee maal. Veel leden van zijn omvangrijke familie woonden aanvankelijk vooral in de Egmonden , maar tegenwoordig zijn de nakomerling van deze”Egmonder tak” vooral te vinden in IJmuiden en Beverwijk.

Simon Cornelisz Stet, geboren in 1716, huwde in 1756 met Dieuwertje Pauwels. Zij gingen wonen in Krabbendam onder de gemeente Warmenhuizen. Simon verdronk op 10 augustus 1771 in het water van de Zijpe. Zijn enige zoon Cornelis Stet, geboren in 1765 en gehuwd met Antje Overtoom zette deze tak van de familie Stet voort. De afstammelingen van deze “Warmenhuizer” tak wonen vooral in Heerhugowaard en Warmenhuizen.

Jacob Cornelisz Stet, geboren in 1720 trouwde in 1747 met Trijntje Gerrits Koore. Zij woonden eerst in Castricum, later in Limmen. Er werden uit dit huwelijk zes kinderen geboren, waaronder 2 zoons, echter zonder nakomelingen.

Jan Cornelisz Stet, geboren in 1725 huwde in 1760 met Neeltje Metselaar en woonde in Limmen. Uit dit huwelijk werden te Limmen 3 kinderen geboren, waarvan geen verdere gegevens bekend zijn. Zij hadden in ieder geval geen afstammelingen Stet, die nu in Noord-Holland wonen.

Gerrit Cornelisz Stet. 
Deze Stet, geboren in 1727, is vermoedelijk op jonge leeftijd overleden.

De naam Stet

In 1718 maken Jacob Cornelisz van ‘t Stet en zijn echtgenote Trijntje Jans een testament op. Jacob moet omstreeks 1650 geboren zijn; zijn vader Cornelis (van ‘t Stet) naar schatting rond 1620. Uit een opgave van hun bezit aan onroerende goederen blijkt een huis met erf en een schulpstet op het Noordend in Castricum. Dit gegeven maakt het waarschijnlijk dat deze Jacob of reeds een oudere generatie wonende bij ‘t Stet door plaatsgenoten de naam Jacob van ‘t Stet heeft gekregen. Om de schrijfwijze van een naam bekommerde men zich in vroeger tijd niet: de naam werd in doopboeken of andere registers ingeschreven, zoals dat op dat moment opkwam. Zo zien we de naam ingeschreven als van ‘t Stet, van Stedt, Stedt en sinds de negentiende eeuw bijna uitsluitend als ‘Stet’ zonder voorvoegsel.

Bron: A.G.P. Sminia – Wouters, S.P.A. Zuurbier, Werkgroep Oud-Castricum, Jaarboekje 16 (1993)

Print Friendly, PDF & Email