Wat meer informatie

Wat doet Oud-Castricum?

De Werkgroep Oud-Castricum wil het cultureel-historisch erfgoed van Castricum en Bakkum behouden. De stichting bestaat sinds 1967 en heeft nu zo’n 40 vrijwilligers. De werkgroep verricht onderzoek naar bijvoorbeeld archeologie, historie en genealogie. Het onderzoek leggen we vast, voorwerpen en foto’sworden bewaard en dit maken we zoveel mogelijk toegankelijk voor het publiek. Daarnaast verzorgen we onder meer tentoonstellingen in ons gebouw de Duynkant en geven educatieve cultuurhistorie op scholen. Oud-Castricum publiceert onder meer een jaarboek, dat volledig in kleur verschijnt.

Openingstoespraak ter gelegenheid van de tentoonstelling “Het verdwenen Dorp”

Opening van de Tentoonstelling “Het verdwenen Dorp”
op Zaterdag 30 Juni 2018 13.30 uur in de Duynkant, Geversweg Castricum
door Bertus Stuifbergen.

Hoe kan je nu tentoonstellen wat er niet meer is?

Het dorp is verdwenen; nee: het verdwenen Dorp.

Waar is het dan toch gebleven?

De wagen van de Tijd heeft geen rem en ook geen achteruit! Maar hij heeft wel een achteruitkijkspiegel! Een ijverige groep vrijwilligers hebben samen door die spiegel gekeken om alles wat verdwenen is weer zichtbaar te maken met foto’s en teksten.
Veel speurwerk is daar voor nodig geweest en blij verrast was ieder als weer een foto te voorschijn kwam, waardoor ze recht in de ogen keken van de vroegere bewoners van de Duin en Bosscherweg, het Slingerpad of Onderlangs. Ze herkenden de gezichten en gaven er namen aan; ze herkenden de huizen en gaven ze een nummer en een straatnaam.

Boerderij ‘de Papenberg’ aan de rand van het duingebied, waar tot 1925 de familie Stuifbergen boerde.

Als je dieper doorkijkt en bij jezelf vragen stelt bij die verdwijning, b.v. de Waarom vraag, dan vraag je je in gemoede af hoe die mensen van de Duinkant het gevonden hebben; dat de sloophamer juist hún huisje moest vernielen; dan ga je beseffen dat de herinneringen aan die geschiedenis in het jaar 1943 Littekens zijn op hun en onze levensweg.

Als kind liep ik naar mevrouw Winkelman’s huisje om water te halen als we speelden op de Papenberg; als kind liep ik een beetje angstig door het Slingerpad, het kon er nogal donkerig zijn, echt een straatje waar de Tien Tonen en Elf Ribben fijne schuilplaatsen konden hebben. En voor die wezens was ik ijselijk bang.

V.l.n.r. Jan (1871-1947) ongehuwd, Trijn (1880-1951) ongehuwd, Anna (1877-1951) ongehuwd en Piet (1878-1952) ongehuwd. Allen kinderen van Pieter Stuifbergen en Jannetje Zonneveld geboren op boerderij De Papenberg.

Ik zie mijn Ome Jaap Stuifbergen nog op zijn aparte manier op zijn transportfiets stappen: linkervoet op een speciale step bij het achterwiel en zijn rechterbeen zwaaiend over de bagagedrager en hup op het zadel; kist voor op de drager van het stuur met kranten en tijdschriften zoals de Katholieke Illustratie! We zien hier niet alleen foto’s , maar de herinnering levert ook nog bewegende beelden voor de mens die toen leefde: ik zie ze nog : Tante Anne als de matrone, Tante Trein met haar keukensloof, Ome Piet als de onderdanige harde werker en Ome Jan, blind, met een stok bij de hand zittend op een stoel aan de zijkant van de tafel, met ogen starend in de verte, het hoofd een beetje achterover. Blind; wat is blind. Ik heb toen mijn ogen een tijdje heel stijf dicht gehouden! En ik wist blind is héél donker. Ook zie ik daar Tante Riek Glorie: ze noemden haar de kankerjuffrouw. Als kind heb ik dat nooit begrepen. In hun mooie huis woonde Theo Glorie met wie ik op de lagere school zat en die later banketbakker was in Heemstede aan de Zandvoortse Laan.

Onderlangs, de boerderij Papenberg van Stuifbergen.

Mijn grootvader Bertus Stuifbergen is geboren in een huisje tegen de duinen; zijn vader heet Piet en zijn moeder was Ooitje Zonneveld. Daarom werd mijn opa Bertus van Ooitje genoemd. Ze hadden een landje naast de woning waar de kippen liepen. Toen mijn vader stervend was zei hij tegen mij : “Ber, je gaat me als ik dood ben toch niet naar het kippenlandje brengen!”

Het is een eer deze tentoonstelling te mogen openen en een vreugde om de schitterende herinneringen op deze manier op te halen. Maar ik blijf zeggen dat die herinneringen ook littekens blijven in de geschiedenis van ons dorp.
Dank aan de Tentoonstelling groep en laten we samen heerlijk genieten van wat zij ons nu voorzetten.

Ik heb gezegd.

Bibliotheek

De bibliotheek

 
In de nieuwe opstelling ziet de bibliotheek er als volgt uit:

Werkgroepruimte, kasten W 1-4

W 1 Tijdschriften, alleen de lopende jaargang. Voor de oude nummers, zie Archief

W 2
1a: Castricum, Geschiedenis en fotoboeken
1b: Castricum, jubileum-uitgaven van instellingen, verenigingen etc.
2. Zuid-Kennemerland
3. Noord-Kennemerland
4. Limmen, Akersloot, Uitgeest

W 3
5. Rest van Noord-Holland (ouder materiaal is naar Archief: A4.08-12)
NGN: belangrijke historische studies
20. Brochures en dunne publicaties

W 4
8. Archeologie
10. Familiegeschiedenis en Genealogie

N.B.
1. 1x: Castricum, ouder materiaal, in Archief. A4.14-15 (Bij de titel in de
computer staat bij elk boek de plaats waar je het kunt vinden).
2. De afdeling 6-7 (Geschiedenis Noord-Holland en Algemeen) is samengevoegd met 9
(Geschiedenis en Naslagwerken:). Deze staan voor het grootste deel in het Archief (Bij de titel in de computer staat bij elk boek de plaats waar je
het kunt vinden).
3. Belangrijke werken die we bewust dubbel hebben, staan naast het eerste exemplaar en hebben een B-nummer

 
Archief, kasten A4.08 – 24
A4. 14-15 Castricum 1x (ouder materiaal)
A4. 08-12 Geschiedenis (grootste deel van 5, 6-7 en 9)
A4. 16-24 Tijdschriften (oude nummers) in alfabetische volgorde

De boeken zijn er om gelezen en geleend te worden.
Als je een boek leent, vul dan de datum en het nummer op je kaart in!

Vermoedelijk nóg een ‘kasteel’

Het onderzoeksteam wordt geassisteerd door wethouder Marcel Steeman en Hans van Weenen (rechts)    Foto: Peter van Eerden

Een grote verrassing, ook voor deskundigen: naast de ondergrondse overblijfselen van het voormalige kasteel Cronenburg bevat de bodem van Castricum mogelijk resten van nog een klein kasteel of ‘blockhuijs’. Het zou zijn gebouwd in de veertiende eeuw en heeft gestaan in een weiland aan de Doodweg bij het Bonhoeffer College.

Resten

Donderdag (15 maart 2018) werd door middel van geofysisch onderzoek gezocht naar resten in de bodem. De gebruikte technieken zijn bij uitstek geschikt voor het opsporen van aan het oppervlak onzichtbare resten van muren, funderingen en greppels. Het onderzoek werd uitgevoerd door het bedrijf ArcheoPro onder belangstelling van wethouder Marcel Steeman. Aangetoond werd dat er in de bodem nog restanten zijn van een grachtenstelsel met een vierkante structuur. De uitslag van aanvullende inmetingen naar de indeling van het kasteelterrein wordt binnenkort verwacht.

Onderzoek

De gemeente werd over de mogelijke archeologische resten geïnformeerd door amateurhistoricus Hans van Weenen die bij archiefonderzoek aanwijzingen voor het kasteel ontdekte. Het college besloot op basis van de gegevens van Van Weenen nader onderzoek te financieren dat moest uitwijzen wat eventueel over is van de voormalige bebouwing. De omgeving staat bekend om zijn archeologische waarden, maar aan nóg een kasteel nabij Cronenburg werd nooit gedacht. Ook het Rijk en de Provincie Noord-Holland wisten niet van deze historische plek af. De resten zullen niet worden opgegraven, in lijn met wetgeving die beoogt archeologische waarden in de grond (‘in situ’) te behouden voor het nageslacht.

Parel

Van Weenen vertelde enthousiast dat hij zich al langer verdiept in het ontstaan van Castricum, met name de tijd voor de stichting van kasteel Cronenburg: “Daarover bestaan weinig geschreven bronnen. De werkgroep Oud-Castricum heeft echter voortreffelijk onderzoek verricht in het Oud-rechterlijk Archief en grondtransacties vertaald waarin veel oude veldnamen voorkomen die mij op het spoor hebben gezet. De mensen woonden destijds namelijk op de hoge gronden en dat waren ook de plekken waar vaak versterkingen werden gebouwd. Die worden genoemd op slechts een paar heel oude kaarten. Eén daarvan is dit ‘blockhuijs’, vermoedelijk gebouwd in 1338”. Hij besluit: “Een nieuwe parel in het Oer-IJ gebied om trots op te zijn”.

Peter van Eerden

Bron:
Nieuwsblad Castricum.nl

Stolpen geven geheim prijs

Constructie van een stolpboerderij met in het midden het vierkant St. Boerderij Onderzoek. Foto: St. Boerderij onderzoek

Bevlogen presenteerde Pieter Blom dinsdag aan B&W en genodigden de uitkomsten van ‘jaarringonderzoek’ in drie stolpboerderijen aan de Breedeweg. Hij is oud-voorzitter van de Stichting werkgroep Oud-Castricum en nu ‘lid in ruste’. Daar was tijdens zijn voordracht niets van te merken. Enthousiast deed hij verslag van de bevindingen die nieuw licht werpen op de ouderdom van de boerderijen en de herkomst van het hout dat voor de bouw is gebruikt. Blom is expert op het gebied van stolpboerderijen met veel publicaties op zijn naam. Bij een recente renovatie van een stolp aan de Breedeweg zag hij een kans voor breder onderzoek, kreeg daarvoor handen op elkaar én er kwam geld beschikbaar. Erfgoedwethouder Marcel Steeman schonk vorig jaar op Monumentendag de financiering bij het 50-jarig jubileum van Oud-Castricum.

PIRAMIDE Vanwaar die passie voor stolpen? Blom: “Het agrarische verleden van de gemeente vervaagt. Er zijn nog wat tuinderswoningen en bedrijfspandjes, maar gelukkig ook een aantal oude stolpboerderijen. Die hebben een opvallend piramidedak dat is gebouwd op vier zware, houten staanders. Helaas zijn er veel verloren gegaan door brand, woningbouw en aanleg van wegen. In Castricum en Bakkum zijn er nog veertig te vinden, meestal niet meer als agrarisch bedrijfspand, maar ingericht als woonhuis, wat vaak het behoud van de stolp is geweest”.

Langstolpboerderij aan de Breedeweg in de Oosterbuurt te Castricum  Foto: Pieter Blom

OOSTERBUURT Een fraai gebied in Castricum met nostalgische stolpboerderijen is de Oosterbuurt. Aan de Breedeweg staan er drie dicht bij elkaar. Ze zijn al ingetekend op een kaart uit 1683 en oorspronkelijk ingericht voor de melkveehouderij. In 2013 werd de boerderij op de kop van de Breedeweg verkocht aan nieuwe eigenaars die het pand geschikt lieten maken voor dubbele bewoning. Tijdens de werkzaamheden in 2015/16 bleek dat de boerderij aanvankelijk slechts één vierkant had, waarin een eikenhouten staander werd aangetroffen. Later zijn twee vierkanten van grenenhout bijgeplaatst.

MONSTER Blom was benieuwd naar de leeftijd van het eikenhout en liet een monster analyseren door een laboratorium in Berlijn. Het bleek afkomstig van een boom uit Zuid-Noorwegen of West-Zweden met een kapdatum van omstreeks 1563: “Heel verrassend met een onverwachte datum. Nieuwsgierig naar de leeftijd van ook de twee andere boerderijen volgde een uitgebreider ‘dendrochronologisch onderzoek’ waarmee alle bewoners/eigenaren na enige uitleg akkoord gingen: ‘Dendro’ is Grieks voor boom en ‘dendrochronologie’ is hout dateren aan de hand van jaarringen”, aldus Blom.

MICROSCOOP “Onder een microscoop worden die jaarringen opgemeten en in een grafiek vastgelegd. Vergelijking met meerdere gegevens uit eenzelfde gebied leidt tot een vrij exacte datering. Als bij het monster de laatste ring onder de bast nog aanwezig is, kan nauwkeurig worden aangegeven wanneer de boom is gekapt en waar hij vandaan komt”. Het onderzoek werd uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf uit Deventer aan de hand van boormonsters uit verschillende onderdelen van de drie stolpen. De resultaten geven beduidend meer informatie over de ontstaansgeschiedenis en bouwhistorie van de boerderijen dan tot nu toe werd aangenomen. Interessant is ook de uitkomst dat al het onderzochte hout destijds met schepen over zee is aangevoerd, want afkomstig uit Noorwegen, Finland en Zweden.

Pieter Blom houdt zijn boeiende presentatie voor B en W, genodigden en belangstellenden   Foto: Peter van Eerden

CRONENBURG Tot besluit vroeg Blom nadrukkelijk aandacht voor de iconische boerderij Cronenburg, ook in de Oosterbuurt, vrijstaand en beeldbepalend in het landschap. Hij dateert mogelijk uit 1729 en is gebouwd nabij de ondergrondse resten van het voormalige kasteel. Het gebied is in 2003 verklaard tot ‘eerste provinciaal archeologisch monument’. De boerderij is al lange tijd buiten bedrijf, niet meer bewoond en heeft dringend onderhoud nodig: “Houtdatering en -herkomst kunnen ook hier een goed inzicht geven in de bouwhistorie van deze imposante boerderij. Voor de financiering doe ik weer graag een beroep op medewerking van de gemeente en mogelijk de provincie”. Daarover volgt binnenkort nader overleg. Belangstellenden kunnen het gedetailleerde onderzoeksrapport inzien bij de gemeente en de werkgroep Oud-Castricum.

Peter van Eerden

Bron: Nieuwsblad Castricum.nl 14-3-2018

Het volledig rapport is hier  20171206 17.002 rapport Castricum, Breedweg 72, 75, 77 en 80 beschikbaar.

Klaar!

Schaapsherderswoning Klein Johanna’s Hof.

We zijn er mee klaar ! Ga naar fotobeeldbank van Werkgroep Oud-Castricum. Typ twee zoekwoorden KUNST 300 en geniet van de 815 afbeeldingen die getekend, geschilderd, geschetst zijn door en voor Castricummers en Bakkummers. Vorig jaar hebben 125 werken bij Streetscape gehangen in het kader van het project Castricumse Streken tgv 50 jaar Oud-Castricum. De werkgroepleden Jacques Schermer en Rino Zonneveld hebben alles beschreven. GENIET van de “Castricumse School”.

Enkele namen van kunstenaars: Alois Kapr, Cor Heeck, Frans Zaal, Geert Middelveld, Huib Hogenstijn, Ingrid de Haas, Jan Pasman, Jan Reinders, Kees Bakker, Lau Hoebe, Meinard Kloppenburg, Pé Zonneveld, Ton Revers, Wim de Goede, Sijf Portegies….

Bron: JBCA