Vermoedelijk nóg een ‘kasteel’

Het onderzoeksteam wordt geassisteerd door wethouder Marcel Steeman en Hans van Weenen (rechts)    Foto: Peter van Eerden

Een grote verrassing, ook voor deskundigen: naast de ondergrondse overblijfselen van het voormalige kasteel Cronenburg bevat de bodem van Castricum mogelijk resten van nog een klein kasteel of ‘blockhuijs’. Het zou zijn gebouwd in de veertiende eeuw en heeft gestaan in een weiland aan de Doodweg bij het Bonhoeffer College.

Resten

Donderdag (15 maart 2018) werd door middel van geofysisch onderzoek gezocht naar resten in de bodem. De gebruikte technieken zijn bij uitstek geschikt voor het opsporen van aan het oppervlak onzichtbare resten van muren, funderingen en greppels. Het onderzoek werd uitgevoerd door het bedrijf ArcheoPro onder belangstelling van wethouder Marcel Steeman. Aangetoond werd dat er in de bodem nog restanten zijn van een grachtenstelsel met een vierkante structuur. De uitslag van aanvullende inmetingen naar de indeling van het kasteelterrein wordt binnenkort verwacht.

Onderzoek

De gemeente werd over de mogelijke archeologische resten geïnformeerd door amateurhistoricus Hans van Weenen die bij archiefonderzoek aanwijzingen voor het kasteel ontdekte. Het college besloot op basis van de gegevens van Van Weenen nader onderzoek te financieren dat moest uitwijzen wat eventueel over is van de voormalige bebouwing. De omgeving staat bekend om zijn archeologische waarden, maar aan nóg een kasteel nabij Cronenburg werd nooit gedacht. Ook het Rijk en de Provincie Noord-Holland wisten niet van deze historische plek af. De resten zullen niet worden opgegraven, in lijn met wetgeving die beoogt archeologische waarden in de grond (‘in situ’) te behouden voor het nageslacht.

Parel

Van Weenen vertelde enthousiast dat hij zich al langer verdiept in het ontstaan van Castricum, met name de tijd voor de stichting van kasteel Cronenburg: “Daarover bestaan weinig geschreven bronnen. De werkgroep Oud-Castricum heeft echter voortreffelijk onderzoek verricht in het Oud-rechterlijk Archief en grondtransacties vertaald waarin veel oude veldnamen voorkomen die mij op het spoor hebben gezet. De mensen woonden destijds namelijk op de hoge gronden en dat waren ook de plekken waar vaak versterkingen werden gebouwd. Die worden genoemd op slechts een paar heel oude kaarten. Eén daarvan is dit ‘blockhuijs’, vermoedelijk gebouwd in 1338”. Hij besluit: “Een nieuwe parel in het Oer-IJ gebied om trots op te zijn”.

Peter van Eerden

Bron:
Nieuwsblad Castricum.nl

Stolpen geven geheim prijs

Constructie van een stolpboerderij met in het midden het vierkant St. Boerderij Onderzoek. Foto: St. Boerderij onderzoek

Bevlogen presenteerde Pieter Blom dinsdag aan B&W en genodigden de uitkomsten van ‘jaarringonderzoek’ in drie stolpboerderijen aan de Breedeweg. Hij is oud-voorzitter van de Stichting werkgroep Oud-Castricum en nu ‘lid in ruste’. Daar was tijdens zijn voordracht niets van te merken. Enthousiast deed hij verslag van de bevindingen die nieuw licht werpen op de ouderdom van de boerderijen en de herkomst van het hout dat voor de bouw is gebruikt. Blom is expert op het gebied van stolpboerderijen met veel publicaties op zijn naam. Bij een recente renovatie van een stolp aan de Breedeweg zag hij een kans voor breder onderzoek, kreeg daarvoor handen op elkaar én er kwam geld beschikbaar. Erfgoedwethouder Marcel Steeman schonk vorig jaar op Monumentendag de financiering bij het 50-jarig jubileum van Oud-Castricum.

PIRAMIDE Vanwaar die passie voor stolpen? Blom: “Het agrarische verleden van de gemeente vervaagt. Er zijn nog wat tuinderswoningen en bedrijfspandjes, maar gelukkig ook een aantal oude stolpboerderijen. Die hebben een opvallend piramidedak dat is gebouwd op vier zware, houten staanders. Helaas zijn er veel verloren gegaan door brand, woningbouw en aanleg van wegen. In Castricum en Bakkum zijn er nog veertig te vinden, meestal niet meer als agrarisch bedrijfspand, maar ingericht als woonhuis, wat vaak het behoud van de stolp is geweest”.

Langstolpboerderij aan de Breedeweg in de Oosterbuurt te Castricum  Foto: Pieter Blom

OOSTERBUURT Een fraai gebied in Castricum met nostalgische stolpboerderijen is de Oosterbuurt. Aan de Breedeweg staan er drie dicht bij elkaar. Ze zijn al ingetekend op een kaart uit 1683 en oorspronkelijk ingericht voor de melkveehouderij. In 2013 werd de boerderij op de kop van de Breedeweg verkocht aan nieuwe eigenaars die het pand geschikt lieten maken voor dubbele bewoning. Tijdens de werkzaamheden in 2015/16 bleek dat de boerderij aanvankelijk slechts één vierkant had, waarin een eikenhouten staander werd aangetroffen. Later zijn twee vierkanten van grenenhout bijgeplaatst.

MONSTER Blom was benieuwd naar de leeftijd van het eikenhout en liet een monster analyseren door een laboratorium in Berlijn. Het bleek afkomstig van een boom uit Zuid-Noorwegen of West-Zweden met een kapdatum van omstreeks 1563: “Heel verrassend met een onverwachte datum. Nieuwsgierig naar de leeftijd van ook de twee andere boerderijen volgde een uitgebreider ‘dendrochronologisch onderzoek’ waarmee alle bewoners/eigenaren na enige uitleg akkoord gingen: ‘Dendro’ is Grieks voor boom en ‘dendrochronologie’ is hout dateren aan de hand van jaarringen”, aldus Blom.

MICROSCOOP “Onder een microscoop worden die jaarringen opgemeten en in een grafiek vastgelegd. Vergelijking met meerdere gegevens uit eenzelfde gebied leidt tot een vrij exacte datering. Als bij het monster de laatste ring onder de bast nog aanwezig is, kan nauwkeurig worden aangegeven wanneer de boom is gekapt en waar hij vandaan komt”. Het onderzoek werd uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf uit Deventer aan de hand van boormonsters uit verschillende onderdelen van de drie stolpen. De resultaten geven beduidend meer informatie over de ontstaansgeschiedenis en bouwhistorie van de boerderijen dan tot nu toe werd aangenomen. Interessant is ook de uitkomst dat al het onderzochte hout destijds met schepen over zee is aangevoerd, want afkomstig uit Noorwegen, Finland en Zweden.

Pieter Blom houdt zijn boeiende presentatie voor B en W, genodigden en belangstellenden   Foto: Peter van Eerden

CRONENBURG Tot besluit vroeg Blom nadrukkelijk aandacht voor de iconische boerderij Cronenburg, ook in de Oosterbuurt, vrijstaand en beeldbepalend in het landschap. Hij dateert mogelijk uit 1729 en is gebouwd nabij de ondergrondse resten van het voormalige kasteel. Het gebied is in 2003 verklaard tot ‘eerste provinciaal archeologisch monument’. De boerderij is al lange tijd buiten bedrijf, niet meer bewoond en heeft dringend onderhoud nodig: “Houtdatering en -herkomst kunnen ook hier een goed inzicht geven in de bouwhistorie van deze imposante boerderij. Voor de financiering doe ik weer graag een beroep op medewerking van de gemeente en mogelijk de provincie”. Daarover volgt binnenkort nader overleg. Belangstellenden kunnen het gedetailleerde onderzoeksrapport inzien bij de gemeente en de werkgroep Oud-Castricum.

Peter van Eerden

Bron: Nieuwsblad Castricum.nl 14-3-2018

Het volledig rapport is hier  20171206 17.002 rapport Castricum, Breedweg 72, 75, 77 en 80 beschikbaar.

Nieuwe tentoonstelling Van Viking tot Graaf van Holland in Huis van Hilde

Vikingmunten uit Bakkum voor het eerst voor publiek te zien


De aanwezigheid van Vikingen in de Europese kustgebieden is een van één van de heftigste onderwerpen uit onze vroege geschiedenis…Ook in het noorden van Nederland zijn de Vikingen geweest. Dat weten we sinds de vondst van de Vikingschat van Wieringen in 1996. Het kustgebied was in de 9e eeuw uitgeleend aan Vikinghoofdmannen die het verdedigden. Maar wat is er waar van de verhalen over plunderingen en verbrande dorpen door de Noormannen?

Vikingmunten uit Bakkum

Denarius, 9e eeuw, Bakkum

In de tentoonstelling is te zien hoe het landschap er duizend jaar geleden uit zag. Er zijn vondsten uit die tijd, waaronder munten en aardewerk uit de 9de en 10de eeuw na Chr. Bijzonder zijn de in Bakkum opgegraven munten, waaronder een zilveren Denarius uit de 9e eeuw die waarschijnlijk door Vikingen is geslagen, en ook andere munten uit Engeland. De Noormannen kwamen hier dus zeker niet alleen als plunderaars, maar handelden vreedzaam met de plaatselijke bevolking en sloegen ook zelf munten. Nadat de laatste Viking hoofdman in de 9de eeuw werd vermoord, ontstond het graafschap Holland. Vervolgens waren de graven hier eeuwenlang de baas.

 

De tijd van de Graven van Holland

Uit deze periode zijn veel archeologische vondsten bekend. Kleine dorpen veranderden in welvarende steden, en de graafschappen functioneerden als centra voor handel en macht. In de tentoonstelling maak je kennis met boeren, ridders, monniken, en met de koopmannen met wie de graaf zijn zaken deed. Aan bod komen thema’s zoals geloof, kerk, de middeleeuwse samenleving, burchten, steden en handel. Te zien zijn o.a. zwaarden, dolken, een pelgrimsschelp, aardewerk en schoenen uit die tijd. Video’s illustreren het leven van Dirk III, Willem I, Floris V, Albrecht van Beieren en Jacoba van Beieren. De tentoonstelling is te zien van 22 oktober 2017 t/m 11 februari 2018. Er is ook een lezingenprogramma en in de schoolvakanties zijn er speciale kinderactiviteiten.

Huis van Hilde Geopend: di t/m vrij 9-17 uur; za en zo 11-17 uur, in de vakanties ook op maandag. 
Westerplein 6, 1901 NA Castricum; www.huisvanhilde

 

 

Het droge Waterrijk vol archeologie

Hoe kan het dat er zomaar een overvloed aan scherven ligt in een afgeplagd duin bij Waterrijk langs de Herenweg tussen Egmond-Binnen en Rinnegom?

Geschiedenis. 

De grens tussen Rinnegom en Noord-Arem (Egmond-Binnen) zou historisch bepaald zijn door de Galenvoort een duinbeek bij Waterrijk. Rond de boerderij Waterrijk ligt een waterrijk gebied met aanvoer van water uit het duin en in de Karolingische tijd wateroverlast uit het oosten.

De taakgroep archeologie van de werkgroep Oud-Castricum assisteerde in augustus 2017 met vier man de opgraving bij Waterrijk. Deze vond plaats naar aanleiding van vondsten in 2016 op de Noorderkroft, Duinkroft en het Noorderelstbos. Oorzaak was het PWN dat de bovenlaag van het gebied aan het afplaggen was. Deze signalering leidde tot een opgraving door archeologiebedrijf Hollandia.

De vondsten

Na het maken van enkele proefsleuven bleken veel sporen te zijn vergraven. Echter in een hoger deel van het veld Noorderelstbos werden paalsporen gevonden. 

Deze duiden op bewoning. De vele paalsporen laten de indruk achter dat het hier gaat om minsten twee grote lange boerderijen of opslagplaatsen van 6 bij 24 meter.

Er is scherfmateriaal aangetroffen in enkele greppels. De ouderdom van het aardewerk varieert van de 7e tot de 15e eeuw.

In het vlak zijn vijf watertonnen aangetroffen waarvan één met een bodem, één met een vulling van een groot stuk natuursteen en één met een vlakdissel met steel.

 

 

 

De tonnen leken aan de buitenzijde begroeid met een klimopachtige plant. De duigen werden bijeengehouden door banden van gespleten wilgentenen.

vlakdissel

 

 

 

 

 

 

schijffibula

Een opvallende metaalvondst is een 10e eeuwse schijffibula versierd met een rood emaillen kruis.

Een andere zeer opvallende en unieke vondst is een soort gespplaat met een afbeelding van een achteromkijkende leeuw. Tevens zijn er vijf munten uit de 13e eeuw gevonden.

Er ligt dus materiaal uit de Merovingisch-Karolingische cultuurlaag en uit de cultuurlaag van de Volle Middeleeuwen. Het PWN blijkt naast beheerder van de zichtbare natuur ook beheerder te zijn van rijke archeologie in cultuurhistorische lagen; waarvan deze opgraving getuigt. Overigens was Waterrijk tijdens de opgraving kurkdroog. (Tekst: Rino Zonneveld)

Hielbijl uit Bronstijd in Heiloo gevonden

 

Castricummer Ron van Wezop, lid van Werkgroep Oud-Castricum, vond op 27 juni 2017 een gave en unieke hielbijl bij de archeologische opgraving in Zuiderloo te Heiloo. Het is een topvondst: een bronzen bijl van meer dan 3.000 jaar oud. De bijl lag op een veenlaag in de strandwal. In de buurt van deze bijl zijn eerder de bekende sikkels van Heiloo gevonden. Ook komen grafheuvels in dit gebied voor.

De opgraving werd uitgevoerd door het bedrijf Archol uit Leiden. Tijmen Moesker is de opgravingsleider. Archol werd bijgestaan door amateur-archeologen uit de omgeving. Ron van Wezop is al heel lang een deskundig metaaldetectoramateur en heeft een enorme kennis van metalen objecten die zich in de bodem bevinden. Meestal betreft het munten en fibulae (mantelspelden)

Zeldzaam

De vondst van een bronzen voorwerp is zeldzaam in Nederland. Dat komt omdat brons kostbaar was. Voorwerpen werden omgesmolten of als offer gebruikt. Offers bracht men vaak op natte plaatsen zoals venen, plassen en rivieren.

De bijl zal zeker een plaats in het Rijksmuseum voor Oudheden ggan krijgen omdat het een vondst van nationaal belang is. De ca 20 cm lange bijl leek nog ongebruikt en volgens Ron van Wezop kon je er een appeltje mee schillen.

Filmpje

Op de Youtube video onze Ron van Wezop en Sven Baas (archeoloog bij Archol)

https://www.youtube.com/watch?v=eV-aT0yKMCE&feature=share

 

Bronstijd bijlen
Info over bronstijdbijlen

Bijlen uit de Bronstijd. Van links naar rechts een vlakbijl uit de vroege bronstijd, een randbijl (met al een aanzet van een hiel), hielbijl en vleugelbijl uit de midden-bronstijd en een kokerbijl uit de late bronstijd (bron: RMO)

De hielbijl is een bijl die in West- en Noord-Europa veel voorkomt. Ze is ontstaan uit de randbijl met als toevoeging een dwarsrichel die diende als stopper voor de steel. Bij de eenvoudigste vorm, de randhielbijl, was dit nog slechts een bescheiden dwarsrand. Bij de klassieke hielbijl is het gedeelte aan de klingzijde van de “hiel” veel dikker. Soms bezit de bijl een oog ter bevestiging.De bijl werd op een gehoekte en houten steel gezet. Zowel de hielbijl als de vleugelbijl worden in de late Bronstijd geleidelijk verdrongen door de kokerbijl.

Hielbijl Wieringermeer

De getoonde hielbijl Wieringermeer ligt in het Rijksmuseum van Oudheden. Deze is gevonden in 1941 in de Wieringermeerpolder. De breedte is 12,9 cm

Hielbijl Roermond

Een hielbijl Roermond is gevonden in Hatenboer bij Roermond periode 1600-1200 voor Chr.

 

 

 

 

 

 

bericht: Rino Zonneveld

Bronnen:

cultureelerfgoed.nl, geheugenvannederland.nl, rmo.nl

Fibulae uit de lage landen

Het is een dikke pil van 600 blz. en dat is het.

De schrijvers Stijn Heeren en Lourens van der Feijst hebben een voortreffelijk naslagwerk geleverd met beschrijvingen van meer dan 20.000 spelden. Fibula is latijn en betekent oorspronkelijk kuitbeen. Een fibula is een soort veiligheidsspeld waarin je scheenbeen en kuitbeen herkent. De spelden zijn er in allerlei vormen en bevatten soms prachtige versieringen. Fibulae is het meervoud van fibula ook wel fiebel genoemd.

Het boek beschrijft 90 typen in deel één van het boek. Het tweede deel in het boek beschrijft o.a. het maken, het gebruik en de verspreiding over de lage landen. Met de lage landen wordt bedoeld Nederland en het noordwesten van België.

De speld kent 14 soorten constructies waarvan de belangrijkste zijn: draaisluiting, enkelvoudige en dubbele spiraal, veerhaken en veerhulzen. Bij de laatste kun je aan de veer van een wasknijper denken. De termen voetboog en kruisboogfibula en draadfibula behoren tot de traditionele termen.

Typen fibulae die rond Castricum worden gevonden zijn: boogfibula, ogenfibula, hoekig gebogen draadfibula, schijffibula, kniefibula, brede scharnierarmfibula, drieknoppenfibula, ringfibula, voetboogfibula, tutulusfibula, veel vroegmiddeleeuwse schijffibulae, beugelfibula.

Een prachtige aanwinst voor de vrijwillige archeologen van Oud-Castricum en voor wie dit boek in onze bibliotheek wil inzien.

ISBN 978 90-826285-0-0