Atlas Oer-IJ; bijzonder boek over een verborgen landschap

In de uitgestrekte groene driehoek tussen Haarlem, Alkmaar en Zaanstad ligt een uniek stuk Noord-Holland. Hier stroomde duizenden jaren geleden het Oer-IJ, de noordelijke tak van de Rijn die bij Castricum in zee uitmondde. Voor wie dat weet, is nog veel van die vroege geschiedenis in het landschap terug te zien.

Met het uitgeven van de Atlas van het Oer-IJ-gebied kan een groot publiek nu kennis nemen van de kwaliteiten en kwetsbaarheid van dit landschap. Een keur van deskundigen op het terrein van aardkunde, archeologie, geologie, geschiedenis en natuur is bereid gevonden er een bijdrage voor te schrijven. Prettig leesbare verhalen, geïllustreerd met uitzonderlijk mooie fotografie en veel (historische) historisch kaartmateriaal, waar je niet op raakt uitgekeken.

Het boek besteedt uitgebreid aandacht aan alle facetten van de ontstaans- en bewoningsgeschiedenis. Ook aan de natuur. Bijna nergens in Nederland is de variatie aan landschappen zo groot als hier. Maar de uitgave is veel meer dan een biografie van het gebied. Ook aan de bedreigingen en kansen voor de toekomst wordt een inspirerend hoofdstuk gewijd. Niet eerder is in samenhang zo’n brede publicatie over dit onderwerp verschenen.

De Atlas van het Oer-IJ-gebied kost tot 31 december 29,95 euro (daarna 39,95 euro). Beschermers van Landschap Noord-Holland en Vrienden van het Oer-IJ krijgen 5 euro korting. Bestellen kan via de website van Stichting Oer-IJ. De atlas is vanaf 23 november beschikbaar en ook verkrijgbaar in de boekhandel.

Inhoudsopgave atlas van het Oer-IJ gebied

Voorwoord – Evert Vermeer
1.1 Het Oer-IJ? Wat is dat? – Hans van Weenen

Voorhistorische periode tot 12 v.Chr.
2.1 De landschapsgeschiedenis van het Oer-IJ – Peter Vos
2.2 Pioniers van het nieuwe land. De eerste bewoners van Heiloo-Craenenbroeck– Jan de Koning

Romeinse Tijd, 12 v.Chr.-450 n.Chr.
3.1 Flevum op de kaart
Waarom kwamen de Romeinen naar Velsen? – Arjen V.A.J. Bosman
3.2 Flevum op de kaart
Hoe zag het Romeinse militaire landschap er bij  Velsen uit? – Arjen V.A.J. Bosman
3.3 De archeologie van het Oer-IJ-gebied in de Romeinse tijd – Jan de Koning & Rob van Eerden

Vroege Middeleeuwen, 450-1050
4.1 Bewoning langs het Oer-IJ (1e-16e eeuw) – Frits David Zeiler
4.2 Middeleeuwse boerderijen op de strandwal: de opgraving Limmen-De Krocht – Menno Dijkstra
4.3 Van heinde en verre: het belang van de waterwegen

Vroege Middeleeuwen – Menno Dijkstra
4.4 Het contact met de wereld buiten het Oer-IJ – Silke Lange

Late Middeleeuwen, 1050-1500
5.1 Oer-IJ: het geheim van de duinen – Rienk Slings
5.2 Tussen duin en veen – natuur en landschap van het Oer-IJ gebied – Bart Korf
5.3 Nat en droog: namen in het Oer-IJ-gebied – Frits David Zeiler
5.4 Begeesterd Egmond: kracht en macht van het geloof – Gerard Alders
5.5 Zandkastelen: middeleeuwse burchten in de binnenduinrand – Gerard Alders
5.6 Waterstand en waterstaat in het Oer-IJ-gebied (circa 950 – circa. 1600) – Frits David Zeiler
5.7 De Amstel en het Oer-IJ. Het archeologisch onderzoek bij de Noord-Zuidlijn en de vroege geschiedenis van Amsterdam – Jerzy Gawronski
5.8 ‘Een landschap dat heeft zien gebeuren’. Oorlogvoering in het Oer-IJ tussen 1200 en 1500 – Ronald de Graaf
5.9 Al die bomen staan er dankzij de buitenplaatsen – Léon Klein Schiphorst
5.10 Een ring van rijkdom: buitenplaatsen en hun plantages – Gerard Alders

6.0 Nieuwe Tijd, 1600-1860
6.1 Geld als water? Landaanwinning in het Oer-IJ gebied, 1500-1760 – Diederik Aten
6.2 Akersloot wereldwijd – Piet Kleij
6.3 Veranderingen in energie en landschap 1600-1900 – Herman Kaptein & Piet Kleij
6.4 Oorlog en vrede: inval en strijd van 1799 – Gerard Alders.

7.0 Moderne Tijd, 1850-heden
7.1 De Stelling van Amsterdam: verdedigen met water – Agnes de Boer
7.2 Van zeearm tot kanaal. De waterstaatkundige ontwikkeling van het IJ van 1850 tot heden – Rob Veenman
7.3 Sociale gevolgen van de aanleg van het Noordzeekanaal – Pauline van Vliet
7.4 Het Oer-IJ-gebied: hoe verder in de toekomst? – Jos Teeuwisse & Rik de Visser

Persbericht van Stichting Oer-IJ

2018: Alweer een grondradar op de Zanderij?

In 2013 heeft het bedrijf EmpecSurvey de werkgroep Oud-Castricum én Menno Twisk van het strandvondstenmuseum een aanbod gedaan om onderzoek te doen naar wat er in de bodem van de Zanderij verborgen ligt.

Er is bij grond verzet een stuk hout gevonden door dhr Jan Twisk. Hij meende dat het een spant van een schip zou kunnen zijn. De uitslag van het onderzoek van Empec is voor kennisgeving aangenomen. Er is een kijkgaatje gemaakt of geologisch gezien een oer-ij-geul zichtbaar zou zijn. Er werden schelpjes aangetroffen.

In 2017 bood Wima aan opnieuw een grondradar in te zetten en hun bevindingen van te vergelijken met de gegevens uit 2013. Wima is een werkgroep van archeologie-amateurs die zich bezig houden met innovatieve meettechnieken. In dit geval grondradar. Wima beargumenteerde het aanbod als volgt: het is niet om het beter te doen dan in 2013 maar om hun apparatuur in de zandbodem en mogelijk zout bevattende bodem te testen.  Volgend de ecoloog van het PWN bevat het Zanderijzand een te verwaarlozen deel zout.

De resultaten ….

De meting van Wima op 135 cm boven NAP, dat is ongeveer 120 cm diep.
De meting van Wima 30 cm dieper op 105 cm boven NAP, dat is ongeveer 150 cm diep.

Er zijn twee dieptes gemeten. Op de tweede is meer te zien! De geel-rode reflectie duidt op aanwezigheid van materiaal anders dan het zand. Harder materiaal. Op de volgende plaat wordt de meting van Empec vergeleken met Wima en dit levert een overeenkomstig beeld. Let op! De beelden zijn gemixt.

Er ligt dus een verstoring in de ondergrond.

Onze volgende stap is om met een zuigboor geologisch onderzoek te verrichten bij deze locatie. Een zuigboor is een boor die vacuüm zuigt zodat het natte zand er niet uitloopt maar mee omhoog komt.

We houden je op de hoogte …

Bericht van Rino Zonneveld, Archeologie

Vermoedelijk nóg een ‘kasteel’

Het onderzoeksteam wordt geassisteerd door wethouder Marcel Steeman en Hans van Weenen (rechts)    Foto: Peter van Eerden

Een grote verrassing, ook voor deskundigen: naast de ondergrondse overblijfselen van het voormalige kasteel Cronenburg bevat de bodem van Castricum mogelijk resten van nog een klein kasteel of ‘blockhuijs’. Het zou zijn gebouwd in de veertiende eeuw en heeft gestaan in een weiland aan de Doodweg bij het Bonhoeffer College.

Resten

Donderdag (15 maart 2018) werd door middel van geofysisch onderzoek gezocht naar resten in de bodem. De gebruikte technieken zijn bij uitstek geschikt voor het opsporen van aan het oppervlak onzichtbare resten van muren, funderingen en greppels. Het onderzoek werd uitgevoerd door het bedrijf ArcheoPro onder belangstelling van wethouder Marcel Steeman. Aangetoond werd dat er in de bodem nog restanten zijn van een grachtenstelsel met een vierkante structuur. De uitslag van aanvullende inmetingen naar de indeling van het kasteelterrein wordt binnenkort verwacht.

Onderzoek

De gemeente werd over de mogelijke archeologische resten geïnformeerd door amateurhistoricus Hans van Weenen die bij archiefonderzoek aanwijzingen voor het kasteel ontdekte. Het college besloot op basis van de gegevens van Van Weenen nader onderzoek te financieren dat moest uitwijzen wat eventueel over is van de voormalige bebouwing. De omgeving staat bekend om zijn archeologische waarden, maar aan nóg een kasteel nabij Cronenburg werd nooit gedacht. Ook het Rijk en de Provincie Noord-Holland wisten niet van deze historische plek af. De resten zullen niet worden opgegraven, in lijn met wetgeving die beoogt archeologische waarden in de grond (‘in situ’) te behouden voor het nageslacht.

Parel

Van Weenen vertelde enthousiast dat hij zich al langer verdiept in het ontstaan van Castricum, met name de tijd voor de stichting van kasteel Cronenburg: “Daarover bestaan weinig geschreven bronnen. De werkgroep Oud-Castricum heeft echter voortreffelijk onderzoek verricht in het Oud-rechterlijk Archief en grondtransacties vertaald waarin veel oude veldnamen voorkomen die mij op het spoor hebben gezet. De mensen woonden destijds namelijk op de hoge gronden en dat waren ook de plekken waar vaak versterkingen werden gebouwd. Die worden genoemd op slechts een paar heel oude kaarten. Eén daarvan is dit ‘blockhuijs’, vermoedelijk gebouwd in 1338”. Hij besluit: “Een nieuwe parel in het Oer-IJ gebied om trots op te zijn”.

Peter van Eerden

Bron:
Nieuwsblad Castricum.nl

Stolpen geven geheim prijs

Constructie van een stolpboerderij met in het midden het vierkant St. Boerderij Onderzoek. Foto: St. Boerderij onderzoek

Bevlogen presenteerde Pieter Blom dinsdag aan B&W en genodigden de uitkomsten van ‘jaarringonderzoek’ in drie stolpboerderijen aan de Breedeweg. Hij is oud-voorzitter van de Stichting werkgroep Oud-Castricum en nu ‘lid in ruste’. Daar was tijdens zijn voordracht niets van te merken. Enthousiast deed hij verslag van de bevindingen die nieuw licht werpen op de ouderdom van de boerderijen en de herkomst van het hout dat voor de bouw is gebruikt. Blom is expert op het gebied van stolpboerderijen met veel publicaties op zijn naam. Bij een recente renovatie van een stolp aan de Breedeweg zag hij een kans voor breder onderzoek, kreeg daarvoor handen op elkaar én er kwam geld beschikbaar. Erfgoedwethouder Marcel Steeman schonk vorig jaar op Monumentendag de financiering bij het 50-jarig jubileum van Oud-Castricum.

PIRAMIDE Vanwaar die passie voor stolpen? Blom: “Het agrarische verleden van de gemeente vervaagt. Er zijn nog wat tuinderswoningen en bedrijfspandjes, maar gelukkig ook een aantal oude stolpboerderijen. Die hebben een opvallend piramidedak dat is gebouwd op vier zware, houten staanders. Helaas zijn er veel verloren gegaan door brand, woningbouw en aanleg van wegen. In Castricum en Bakkum zijn er nog veertig te vinden, meestal niet meer als agrarisch bedrijfspand, maar ingericht als woonhuis, wat vaak het behoud van de stolp is geweest”.

Langstolpboerderij aan de Breedeweg in de Oosterbuurt te Castricum  Foto: Pieter Blom

OOSTERBUURT Een fraai gebied in Castricum met nostalgische stolpboerderijen is de Oosterbuurt. Aan de Breedeweg staan er drie dicht bij elkaar. Ze zijn al ingetekend op een kaart uit 1683 en oorspronkelijk ingericht voor de melkveehouderij. In 2013 werd de boerderij op de kop van de Breedeweg verkocht aan nieuwe eigenaars die het pand geschikt lieten maken voor dubbele bewoning. Tijdens de werkzaamheden in 2015/16 bleek dat de boerderij aanvankelijk slechts één vierkant had, waarin een eikenhouten staander werd aangetroffen. Later zijn twee vierkanten van grenenhout bijgeplaatst.

MONSTER Blom was benieuwd naar de leeftijd van het eikenhout en liet een monster analyseren door een laboratorium in Berlijn. Het bleek afkomstig van een boom uit Zuid-Noorwegen of West-Zweden met een kapdatum van omstreeks 1563: “Heel verrassend met een onverwachte datum. Nieuwsgierig naar de leeftijd van ook de twee andere boerderijen volgde een uitgebreider ‘dendrochronologisch onderzoek’ waarmee alle bewoners/eigenaren na enige uitleg akkoord gingen: ‘Dendro’ is Grieks voor boom en ‘dendrochronologie’ is hout dateren aan de hand van jaarringen”, aldus Blom.

MICROSCOOP “Onder een microscoop worden die jaarringen opgemeten en in een grafiek vastgelegd. Vergelijking met meerdere gegevens uit eenzelfde gebied leidt tot een vrij exacte datering. Als bij het monster de laatste ring onder de bast nog aanwezig is, kan nauwkeurig worden aangegeven wanneer de boom is gekapt en waar hij vandaan komt”. Het onderzoek werd uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf uit Deventer aan de hand van boormonsters uit verschillende onderdelen van de drie stolpen. De resultaten geven beduidend meer informatie over de ontstaansgeschiedenis en bouwhistorie van de boerderijen dan tot nu toe werd aangenomen. Interessant is ook de uitkomst dat al het onderzochte hout destijds met schepen over zee is aangevoerd, want afkomstig uit Noorwegen, Finland en Zweden.

Pieter Blom houdt zijn boeiende presentatie voor B en W, genodigden en belangstellenden   Foto: Peter van Eerden

CRONENBURG Tot besluit vroeg Blom nadrukkelijk aandacht voor de iconische boerderij Cronenburg, ook in de Oosterbuurt, vrijstaand en beeldbepalend in het landschap. Hij dateert mogelijk uit 1729 en is gebouwd nabij de ondergrondse resten van het voormalige kasteel. Het gebied is in 2003 verklaard tot ‘eerste provinciaal archeologisch monument’. De boerderij is al lange tijd buiten bedrijf, niet meer bewoond en heeft dringend onderhoud nodig: “Houtdatering en -herkomst kunnen ook hier een goed inzicht geven in de bouwhistorie van deze imposante boerderij. Voor de financiering doe ik weer graag een beroep op medewerking van de gemeente en mogelijk de provincie”. Daarover volgt binnenkort nader overleg. Belangstellenden kunnen het gedetailleerde onderzoeksrapport inzien bij de gemeente en de werkgroep Oud-Castricum.

Peter van Eerden

Bron: Nieuwsblad Castricum.nl 14-3-2018

Het volledig rapport is hier  20171206 17.002 rapport Castricum, Breedweg 72, 75, 77 en 80 beschikbaar.

Nieuwe tentoonstelling Van Viking tot Graaf van Holland in Huis van Hilde

Vikingmunten uit Bakkum voor het eerst voor publiek te zien


De aanwezigheid van Vikingen in de Europese kustgebieden is een van één van de heftigste onderwerpen uit onze vroege geschiedenis…Ook in het noorden van Nederland zijn de Vikingen geweest. Dat weten we sinds de vondst van de Vikingschat van Wieringen in 1996. Het kustgebied was in de 9e eeuw uitgeleend aan Vikinghoofdmannen die het verdedigden. Maar wat is er waar van de verhalen over plunderingen en verbrande dorpen door de Noormannen?

Vikingmunten uit Bakkum

Denarius, 9e eeuw, Bakkum

In de tentoonstelling is te zien hoe het landschap er duizend jaar geleden uit zag. Er zijn vondsten uit die tijd, waaronder munten en aardewerk uit de 9de en 10de eeuw na Chr. Bijzonder zijn de in Bakkum opgegraven munten, waaronder een zilveren Denarius uit de 9e eeuw die waarschijnlijk door Vikingen is geslagen, en ook andere munten uit Engeland. De Noormannen kwamen hier dus zeker niet alleen als plunderaars, maar handelden vreedzaam met de plaatselijke bevolking en sloegen ook zelf munten. Nadat de laatste Viking hoofdman in de 9de eeuw werd vermoord, ontstond het graafschap Holland. Vervolgens waren de graven hier eeuwenlang de baas.

 

De tijd van de Graven van Holland

Uit deze periode zijn veel archeologische vondsten bekend. Kleine dorpen veranderden in welvarende steden, en de graafschappen functioneerden als centra voor handel en macht. In de tentoonstelling maak je kennis met boeren, ridders, monniken, en met de koopmannen met wie de graaf zijn zaken deed. Aan bod komen thema’s zoals geloof, kerk, de middeleeuwse samenleving, burchten, steden en handel. Te zien zijn o.a. zwaarden, dolken, een pelgrimsschelp, aardewerk en schoenen uit die tijd. Video’s illustreren het leven van Dirk III, Willem I, Floris V, Albrecht van Beieren en Jacoba van Beieren. De tentoonstelling is te zien van 22 oktober 2017 t/m 11 februari 2018. Er is ook een lezingenprogramma en in de schoolvakanties zijn er speciale kinderactiviteiten.

Huis van Hilde Geopend: di t/m vrij 9-17 uur; za en zo 11-17 uur, in de vakanties ook op maandag. 
Westerplein 6, 1901 NA Castricum; www.huisvanhilde

 

 

Het droge Waterrijk vol archeologie

Hoe kan het dat er zomaar een overvloed aan scherven ligt in een afgeplagd duin bij Waterrijk langs de Herenweg tussen Egmond-Binnen en Rinnegom?

Geschiedenis. 

De grens tussen Rinnegom en Noord-Arem (Egmond-Binnen) zou historisch bepaald zijn door de Galenvoort een duinbeek bij Waterrijk. Rond de boerderij Waterrijk ligt een waterrijk gebied met aanvoer van water uit het duin en in de Karolingische tijd wateroverlast uit het oosten.

De taakgroep archeologie van de werkgroep Oud-Castricum assisteerde in augustus 2017 met vier man de opgraving bij Waterrijk. Deze vond plaats naar aanleiding van vondsten in 2016 op de Noorderkroft, Duinkroft en het Noorderelstbos. Oorzaak was het PWN dat de bovenlaag van het gebied aan het afplaggen was. Deze signalering leidde tot een opgraving door archeologiebedrijf Hollandia.

De vondsten

Na het maken van enkele proefsleuven bleken veel sporen te zijn vergraven. Echter in een hoger deel van het veld Noorderelstbos werden paalsporen gevonden. 

Deze duiden op bewoning. De vele paalsporen laten de indruk achter dat het hier gaat om minsten twee grote lange boerderijen of opslagplaatsen van 6 bij 24 meter.

Er is scherfmateriaal aangetroffen in enkele greppels. De ouderdom van het aardewerk varieert van de 7e tot de 15e eeuw.

In het vlak zijn vijf watertonnen aangetroffen waarvan één met een bodem, één met een vulling van een groot stuk natuursteen en één met een vlakdissel met steel.

 

 

 

De tonnen leken aan de buitenzijde begroeid met een klimopachtige plant. De duigen werden bijeengehouden door banden van gespleten wilgentenen.

vlakdissel

 

 

 

 

 

 

schijffibula

Een opvallende metaalvondst is een 10e eeuwse schijffibula versierd met een rood emaillen kruis.

Een andere zeer opvallende en unieke vondst is een soort gespplaat met een afbeelding van een achteromkijkende leeuw. Tevens zijn er vijf munten uit de 13e eeuw gevonden.

Er ligt dus materiaal uit de Merovingisch-Karolingische cultuurlaag en uit de cultuurlaag van de Volle Middeleeuwen. Het PWN blijkt naast beheerder van de zichtbare natuur ook beheerder te zijn van rijke archeologie in cultuurhistorische lagen; waarvan deze opgraving getuigt. Overigens was Waterrijk tijdens de opgraving kurkdroog. (Tekst: Rino Zonneveld)