Hoe te handelen bij archeologische vondsten

In de Wet op de Archeologie en MonumentenZorg is vastgesteld, dat archeologische vondsten en grondsporen gemeld moeten worden bij een bevoegde persoon of instantie.

Voor het melden van vondsten en grondsporen is ook het formulier “Melding eerste bevindingen onderzoek / Vondstmeldingsformulier” ontwikkeld. Het e-formulier kunt u zelf invullen.

Het maakt daarbij niet uit of het gaat om toevalsvondsten (van het oppervlak geraapt of bijvoorbeeld aangetroffen in een bouwput), resultaten van opgravingen of via andere vormen van onderzoek (bijvoorbeeld
 metaaldetectie) verzameld materiaal. In principe moeten archeologische bodemvondsten worden gemeld bij de provinciale depots en/of provinciale archeologen, i.c. Rob van Eerden (e-mail: eerdenr@noord-holland.nl of 023 514 4012)

Van de vondstmelding worden de gegevens in 
Archis (Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland) vastgelegd. De RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) is verantwoordelijk voor het beheer van Archis.

Deel dorpskern Castricum in Archis

In Archis  worden archeologische gegevens verzameld, ontsloten en onder bepaalde voorwaarden toegankelijk gemaakt voor (amateur-)archeologen, overheden en andere instanties, die betrokken zijn bij de archeologische monumentenzorg . 
Archis is een systeem dat continue wordt aangevuld met nieuwe informatie. 
Het actueel en compleet houden van deze informatie is essentieel voor de uitvoering 
van de Archeologische Monumenten Zorg.

Daarom is het belangrijk dat personen en instanties nieuwe gegevens tijdig en zo volledig mogelijk  melden.

Opgraving bij Station Castricum

Op 22 augustus 2011 start een driedaagse opgraving bestaande uit twee proefsleuven en een aantal boringen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door medewerkers van archeologiebedrijf ACVU-HBS. De leiding van het project heeft Maurice Langeveld. Rino Zonneveld amateur-archeoloog van Oud Castricum en Werkgroep Oer-IJ nam een kijkje. Opvallend was de laag waddenzand met veel schelpen waar je eigenlijk duinzand zou verwachten. Het gebied is blijkbaar niet door duinzand overstoven. Uit oude landkaarten en geologische gegevens zou hier een oer-ij geul kunnen lopen. Ook Peter Vos, deskundige op Oer-IJ gebied, zal een kijkje komen nemen.

De vondsten zijn tot nu toe een loden musketkogel uit 1799 en een deel van een skelet van een paard.

Proefsleuf op de Puikman
Proefsleuf op de Puikman

Eihof voer voor archeologen

Aan de Dorpstraat 75, dat 135 jaar een horecabestemming heeft gehad, zal binnen afzienbare tijd worden gestart met de bouw van het project Eihof, bestaande 
uit 20 appartementen, een penthouse en 5 bungalows. Op dit moment wordt het 
terrein uitgegraven en bouwrijp gemaakt. 
Al eerder werden er diverse vondsten gedaan.

Rino Zonneveld is lid van de Werkgroep Oud-Castricum en voorzitter van de 
regionale Werkgroep Oer-IJ. Vanuit die functies houdt hij nauwlettend de bodemverstoringen binnen de gemeente Castricum in de gaten, die wellicht 
kunnen bijdragen aan de geschiedenis van vroegere bewoning. 
Van het project aan de Dorpsstraat 75 zegt hij: “In 2007 en in november 2010 
zijn er ter plaatse door een archeologiebedrijf opgravingen gedaan, die vondsten opleverden uit de Late IJzertijd/Romeinse tijd, de Late Middeleeuwen en de 
Nieuwe tijd. 
Het materiaal dat verzameld is, bestaat uit schelpsoorten, dierlijk botmateriaal en aardewerkvondsten, waarmee sporen van bewoning zijn aangetoond. 
Daarnaast zijn er ook diverse greppels aangetroffen en vage paalkuilen, die 
mogelijk onderdeel vormden van een (huis)plattegrond of andere structuur.”

Mark Harsveld geeft niveau IJzertijdgreppel aan

Met het uitgraven van het terrein is begonnen aan de achterzijde, waar voorheen 
het pand van Eieren Glorie was gevestigd. Zonneveld: “Het archeologiebedrijf heeft 
de gemeente verzocht de werkzaamheden voor het bouwrijp maken en met name 
in de omgeving van de IJzertijdgreppel te begeleiden, wat inmiddels deels achter de rug is. 
Zo’n 75 cm boven een resterend deel van de greppel wordt een parkeerplaatsje aangelegd. 
Wanneer dat ooit weer eens verstoord gaat worden, zullen archeologen dit deel onderzoeken, beschrijven en rapporteren.”

Proefsleuven rondom gebouw de Bogaert

Op 7 en 8 februari jl. 2008 zijn de eerste proefsleuven aangelegd op het terrein van het woonzorgcentrum de Bogaert te Castricum door het Zaandijkse archeologiebedrijf Hollandia. Eerdere boringen hadden aangetoond dat er vermoedelijk bewoningssporen aangetroffen konden worden.
Echter in de eerste proefsleuf van zo’n 30 meter lang, 2 meter breed en 1 meter diep werden geen sporen aangetroffen. De grondlagen bleken geheel verstoord te zijn.
Ook in de tweede en derde sleuf aan de achterzijde van het gebouw werden geen sporen aangetroffen die het archeologiehart sneller konden doen kloppen.

De eerste proefsleuf

De eerste proefsleuf

 

 

 

 

 

 

De vierde proefsleuf

Eenzelfde lot leek de vierde sleuf aan de zijkant van het gebouw nabij de vijver te zijn beschoren maar daar verschenen halverwege toch diverse duidelijke bewoningssporen en vele brokstukken aardewerk.

 

 

 

 

 

Een heldere verklaring voor de diverse sporen kon in het korte tijdsbestek nog niet worden vastgesteld. Het gevonden aardewerk stamde uit de 2e, 3e, en 4e eeuw na C. en liet zich determineren als inheems en inheems-romeins aardewerk en een fraaie roodgekleurde Terra Sigillata scherf. Terra Sigillata is roodgekleurd romeins luxe-aardewerk. De kleur is het gevolg van de keuze voor een fijne klei met een hoog ijzeroxydegehalte en deze vervolgens oxyderend te bakken op een temperatuur van 920 tot 960°C.

Fragment terra sigilata

Onder de vondsten bevonden zich ook enkele zwarte potbodems en een mooie forse potrand.

Bodem en rand van pot

Naast archeoloog Jan de Koning van Hollandia verleende ook Ron Duindam van de Werkgroep Oer-IJ zijn medewerking.

Van deze proefopgraving zal een rapport worden opgemaakt dat aan de Wonerij, de eigenaar van het woonzorgcentrum, zal worden aangeboden.
Afhankelijk hiervan zal beslist worden of verdere opgravingen noodzakelijk zijn.
Wel dient vermeld te worden dat de werkgroep Oud-Castricum in de jaren 60, 70 en 80 in de directe omgeving veel opgravingen heeft verricht, o.a. aan de Cieweg, de dr. de Jongweg en naast het zwembad.

Een van de meest opmerkelijke en unieke vondsten was toen de waterput bestaande uit zes op elkaar gestapelde potten waarvan de bodem was verwijderd.

Archeologie in de regio

De vrijwillige archeologen van de historische verenigingen van Akersloot, Uitgeest, Limmen, Castricum, Egmond en de stichting Baduhenna uit Heiloo hebben in januari 2005 besloten om in regionaal verband met elkaar samen te werken. Al snel sloten ook vertegenwoordigers van Heemskerk/Beverwijk en Zaanstad aan. Het werkgebied omvat de kernen Bergen, Egmond, Heiloo, Castricum, Akersloot, Limmen en Uitgeest. Tegen de achtergrond van het Europese verdrag van Malta, dat het Europese ondergrondse erfgoed beter moet beschermen, hebben de amateurarcheologen besloten om een krachtiger organisatie te introduceren waardoor deze amateurs ook in de toekomst mogelijkheden behouden om actief een rol te blijven spelen bij opgravingen. Zij kunnen betrokken worden bij gemeentelijke uitbreidingsplannen en adviseren over archeologisch belangrijke terreinen aan de gemeente en provincie. 
De gevormde werkgroep Oer-IJ functioneert onder auspiciën van de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (A.W.N.). De organisatie bestaat uit een vast team van veertien vrijwillige archeologen.