Het droge Waterrijk vol archeologie

Hoe kan het dat er zomaar een overvloed aan scherven ligt in een afgeplagd duin bij Waterrijk langs de Herenweg tussen Egmond-Binnen en Rinnegom?

Geschiedenis. 

De grens tussen Rinnegom en Noord-Arem (Egmond-Binnen) zou historisch bepaald zijn door de Galenvoort een duinbeek bij Waterrijk. Rond de boerderij Waterrijk ligt een waterrijk gebied met aanvoer van water uit het duin en in de Karolingische tijd wateroverlast uit het oosten.

De taakgroep archeologie van de werkgroep Oud-Castricum assisteerde in augustus 2017 met vier man de opgraving bij Waterrijk. Deze vond plaats naar aanleiding van vondsten in 2016 op de Noorderkroft, Duinkroft en het Noorderelstbos. Oorzaak was het PWN dat de bovenlaag van het gebied aan het afplaggen was. Deze signalering leidde tot een opgraving door archeologiebedrijf Hollandia.

De vondsten

Na het maken van enkele proefsleuven bleken veel sporen te zijn vergraven. Echter in een hoger deel van het veld Noorderelstbos werden paalsporen gevonden. 

Deze duiden op bewoning. De vele paalsporen laten de indruk achter dat het hier gaat om minsten twee grote lange boerderijen of opslagplaatsen van 6 bij 24 meter.

Er is scherfmateriaal aangetroffen in enkele greppels. De ouderdom van het aardewerk varieert van de 7e tot de 15e eeuw.

In het vlak zijn vijf watertonnen aangetroffen waarvan één met een bodem, één met een vulling van een groot stuk natuursteen en één met een vlakdissel met steel.

 

 

 

De tonnen leken aan de buitenzijde begroeid met een klimopachtige plant. De duigen werden bijeengehouden door banden van gespleten wilgentenen.

vlakdissel

 

 

 

 

 

 

schijffibula

Een opvallende metaalvondst is een 10e eeuwse schijffibula versierd met een rood emaillen kruis.

Een andere zeer opvallende en unieke vondst is een soort gespplaat met een afbeelding van een achteromkijkende leeuw. Tevens zijn er vijf munten uit de 13e eeuw gevonden.

Er ligt dus materiaal uit de Merovingisch-Karolingische cultuurlaag en uit de cultuurlaag van de Volle Middeleeuwen. Het PWN blijkt naast beheerder van de zichtbare natuur ook beheerder te zijn van rijke archeologie in cultuurhistorische lagen; waarvan deze opgraving getuigt. Overigens was Waterrijk tijdens de opgraving kurkdroog. (Tekst: Rino Zonneveld)

Hielbijl uit Bronstijd in Heiloo gevonden

 

Castricummer Ron van Wezop, lid van Werkgroep Oud-Castricum, vond op 27 juni 2017 een gave en unieke hielbijl bij de archeologische opgraving in Zuiderloo te Heiloo. Het is een topvondst: een bronzen bijl van meer dan 3.000 jaar oud. De bijl lag op een veenlaag in de strandwal. In de buurt van deze bijl zijn eerder de bekende sikkels van Heiloo gevonden. Ook komen grafheuvels in dit gebied voor.

De opgraving werd uitgevoerd door het bedrijf Archol uit Leiden. Tijmen Moesker is de opgravingsleider. Archol werd bijgestaan door amateur-archeologen uit de omgeving. Ron van Wezop is al heel lang een deskundig metaaldetectoramateur en heeft een enorme kennis van metalen objecten die zich in de bodem bevinden. Meestal betreft het munten en fibulae (mantelspelden)

Zeldzaam

De vondst van een bronzen voorwerp is zeldzaam in Nederland. Dat komt omdat brons kostbaar was. Voorwerpen werden omgesmolten of als offer gebruikt. Offers bracht men vaak op natte plaatsen zoals venen, plassen en rivieren.

De bijl zal zeker een plaats in het Rijksmuseum voor Oudheden ggan krijgen omdat het een vondst van nationaal belang is. De ca 20 cm lange bijl leek nog ongebruikt en volgens Ron van Wezop kon je er een appeltje mee schillen.

Filmpje

Op de Youtube video onze Ron van Wezop en Sven Baas (archeoloog bij Archol)

https://www.youtube.com/watch?v=eV-aT0yKMCE&feature=share

 

Bronstijd bijlen
Info over bronstijdbijlen

Bijlen uit de Bronstijd. Van links naar rechts een vlakbijl uit de vroege bronstijd, een randbijl (met al een aanzet van een hiel), hielbijl en vleugelbijl uit de midden-bronstijd en een kokerbijl uit de late bronstijd (bron: RMO)

De hielbijl is een bijl die in West- en Noord-Europa veel voorkomt. Ze is ontstaan uit de randbijl met als toevoeging een dwarsrichel die diende als stopper voor de steel. Bij de eenvoudigste vorm, de randhielbijl, was dit nog slechts een bescheiden dwarsrand. Bij de klassieke hielbijl is het gedeelte aan de klingzijde van de “hiel” veel dikker. Soms bezit de bijl een oog ter bevestiging.De bijl werd op een gehoekte en houten steel gezet. Zowel de hielbijl als de vleugelbijl worden in de late Bronstijd geleidelijk verdrongen door de kokerbijl.

Hielbijl Wieringermeer

De getoonde hielbijl Wieringermeer ligt in het Rijksmuseum van Oudheden. Deze is gevonden in 1941 in de Wieringermeerpolder. De breedte is 12,9 cm

Hielbijl Roermond

Een hielbijl Roermond is gevonden in Hatenboer bij Roermond periode 1600-1200 voor Chr.

 

 

 

 

 

 

bericht: Rino Zonneveld

Bronnen:

cultureelerfgoed.nl, geheugenvannederland.nl, rmo.nl

Fibulae uit de lage landen

Het is een dikke pil van 600 blz. en dat is het.

De schrijvers Stijn Heeren en Lourens van der Feijst hebben een voortreffelijk naslagwerk geleverd met beschrijvingen van meer dan 20.000 spelden. Fibula is latijn en betekent oorspronkelijk kuitbeen. Een fibula is een soort veiligheidsspeld waarin je scheenbeen en kuitbeen herkent. De spelden zijn er in allerlei vormen en bevatten soms prachtige versieringen. Fibulae is het meervoud van fibula ook wel fiebel genoemd.

Het boek beschrijft 90 typen in deel één van het boek. Het tweede deel in het boek beschrijft o.a. het maken, het gebruik en de verspreiding over de lage landen. Met de lage landen wordt bedoeld Nederland en het noordwesten van België.

De speld kent 14 soorten constructies waarvan de belangrijkste zijn: draaisluiting, enkelvoudige en dubbele spiraal, veerhaken en veerhulzen. Bij de laatste kun je aan de veer van een wasknijper denken. De termen voetboog en kruisboogfibula en draadfibula behoren tot de traditionele termen.

Typen fibulae die rond Castricum worden gevonden zijn: boogfibula, ogenfibula, hoekig gebogen draadfibula, schijffibula, kniefibula, brede scharnierarmfibula, drieknoppenfibula, ringfibula, voetboogfibula, tutulusfibula, veel vroegmiddeleeuwse schijffibulae, beugelfibula.

Een prachtige aanwinst voor de vrijwillige archeologen van Oud-Castricum en voor wie dit boek in onze bibliotheek wil inzien.

ISBN 978 90-826285-0-0

Afsluiting cursus archeologie in Huis van Hilde

CASTRICUM – Rino Zonneveld en Menno de Boer organiseerden dit jaar een basiscursus archeologie voor mensen die graag als vrijwilliger iets willen betekenen bij opgravingen. Het zeer gevarieerde programma werd afgelopen zaterdag in het Huis van Hilde afgesloten inclusief het uitreiken van de certificaten. 

Het merendeel van de cursisten na ontvangst van hun certificaat. Achter de reling v.l.n.r. Rino Zonneveld, Anja van Zalinge en Menno de Boer. (Foto Hans Boot).

Ze hadden beiden al eerder ervaring met het geven van een archeologische basiscursus, maar deze keer betekende het voor de amateurarcheologen Rino Zonneveld en Menno de Boer van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland toch aanzienlijk meer werk om een uitgebreid programma samen te stellen. Rino Zonneveld, die ook zeer actief is voor de Werkgroep Oud-Castricum, vertelt over deze cursus: “In het najaar van 2016 hebben Menno en ik een opzet gemaakt voor een nieuwe cursus die meer praktische inhoud bevatte dan de vorige in 2013. We zijn op 21 januari gestart in De Duynkant van Oud-Castricum met de presentatie van de bekende opgraving in de Oosterbuurt. Verder is onder andere aandacht besteed aan wetgeving, het determineren van vondsten, boren in klei en veen, de uitvoering van een gezamenlijke opgraving achter het Strandvondstenmuseum en op de laatste dag kregen de cursisten een rondleiding door het depot in het Huis van Hilde en een interessant College Tour. In totaal hebben 22 mensen vanuit de regio meegedaan, waarvan vijf uit Castricum. Daarvan zijn er weer vier lid van de Werkgroep Oud-Castricum.”

Stokkenfabriek

Marja Lute-Stet is een van die werkgroepleden die heel blij is dat ze de cursus heeft gevolgd: “Het was heel boeiend omdat we zowel theorie als praktijk kregen en steeds op een andere locatie. Ik was bijvoorbeeld nog nooit in het archeologisch depot in Zaandijk of het museum Kennemerland in Beverwijk geweest. Wat ook erg leuk is dat je een kijkje kan nemen in de keuken van andere oudheidkundige instellingen. Een van de hoogtepunten waren deelname aan een opgraving in de stokkenfabriek Afra in Uitgeest en de lezing aldaar over bijvoorbeeld kleipijpen. De cursus komt mij nu heel goed van pas bij mijn werkzaamheden als vrijwilliger bij het project ‘Archeo Hotspot’ van het Huis van Hilde.”

Ook Castricummer Erik van Schagen is enthousiast over het resultaat: “Ik heb meegedaan als aanvulling op de kennis die ik vorig jaar tijdens de cursus Oer-IJgids heb opgedaan. Het programma was nu zeer veelzijdig en we hebben veel buiten gedaan. Zodoende leert je de basisregels voor het archeologiegebeuren goed kennen. Als er ooit een vervolgcursus komt, geef ik me zeker weer op. Overigens doe ik iets heel anders voor mijn beroep en is archeologie puur een hobby van me.”

Certificaten

Na het eveneens boeiende College Tour onder leiding van Anja van Zalinge, stadsarcheoloog van Haarlem, werden zaterdag de certificaten uitgereikt aan alle deelnemers die de basiscursus hadden gevolgd. Menno de Boer zei tot slot: “Het kost veel inspanning en tijd om zoiets in elkaar te zetten, maar het is ook weer heel leuk om kennis op die manier te kunnen overdragen. Het was een enthousiaste groep met een gezamenlijk doel. Dat houdt in dat ze straks ook graag willen helpen bij een professionele opgraving.” (tekst Hans Boot)

Verslag Praktische basiscursus archeologie 2017

Praktische basiscursus archeologie

In 2012-2013 is een basiscursus archeologie gegeven in de kapel van Willibrord in Heiloo. De cursus is toen door ca 45 mensen gevolgd. De cursus was inhoudelijk goed, maar had een hoog kijk- en luistergehalte. Vanwege de overweldigende deelname destijds is besloten weer een cursus te organiseren.

In najaar 2016 is de opzet voor een nieuwe cursus gemaakt door Menno de Boer van AWN 3 (Zaanstreek) en Rino Zonneveld van AWN 9 (deel Kennemerland en Kop van Noord-Holland). De pop-up-archeotuin is in november aangelegd. Ook nu is er veel animo en schrijven 22 mensen zich in van Schagen tot Monnikendam tot Heemskerk. Ook negen Oer-IJ gidsen volgen een op hen afgestemde cursus die vooral de archeologische vindplaatsen in het Oer-IJ zal belichten. In januari 2017 is de basiscursus gestart met meer praktische inhoud. AWN betekent Archeologische Werkgemeenschap Nederland.

Het programma:

Inleiding en casus Oosterbuurt Castricum

21 januari is de start op locatie De Duynkant van Werkgroep Oud-Castricum. Thema Inleiding archeologie en termen door Menno de Boer en presentatie opgraving Oosterbuurt 1995-1996 door Rino Zonneveld. Het doel is: woordenschat- en kennisuitbreiding en tijdens andere onderdelen van de cursus het terug kunnen vallen op die ene grote casus: Oosterbuurt.

Wetgeving, rol vrijwilligers en prehistorie Kennemerland/Oer-IJ

4 februari vindt plaats op locatie Museum Kennemerland in Beverwijk. De eerste gastspreker is Eliza van Rooijen van het NMF (Nationaal Museum Fonds) die prachtig vertelt over de Wetgeving, het verdrag van Malta, beleid van Gemeenten en wat de rol van de vrijwilliger hierin kan zijn. De tweede spreker is Roel van Gulik, voorzitter van AWN 4, die duidelijk uitleg geeft over de geologie en archeologie van Kennemerland in de historie tot ongeveer 800 na Chr.. De cursisten genoten vervolgens van een rondleiding door het museum.

11 februari is de locatie De Duynkant van Werkgroep Oud-Castricum alwaar de eerste cursusdag voor de Oer-IJ gidsen start met een licht aangepaste versie van de cursusinhoud op 21 januari.

Ik heb bot en een scherf gevonden

18 februari zoekt de cursist de locatie van AWN 3 in Zaandijk. Hier vertelt Gerard Graas enthousiast over botmateriaal en hoe hiermee om te gaan. Een bottenpracticum volgt. Het tweede deel geeft Mark Phlippeau, medewerker van depot Huis van Hilde, een praktisch deel determineren van aardewerk dat eveneens gevolgd wordt door determineeroefeningen.

25 februari is op dezelfde locatie voor de Oer-IJ gidsen een cursus bureau-onderzoek met name kaartmateriaal toegespitst op het Oer-IJ. Het tweede deel is een schervenpracticum door Menno en Rino.

Kaartstudie en scherven tekenen

4 maart gaan de cursisten naar locatie Baduhenna in het gebouw Willibrordus te Heiloo. In de basement een boeiende uitstalling van wat er in Heiloo op de strandwal is gevonden. De ruimte is recent vernieuwd en heropend. Het thema is bureau-onderzoek en dan gespitst op het vinden en gebruiken van historische bronnen en kaarten. Het tweede thema is een vondst determineren en leren tekenen van randen en bodems van potscherven.

Wandelen langs ruïnes, polders en rietveen

11 maart staan de Oer-IJ gidsen bij Twaalfmaat om in een twee uur durende wandeling hen te wijzen op de rijke archeologisch omgeving in de Heemskerker- en Wijkerbroekpolder met eerst de resten van Oud-Haerlem en dan het archeologisch monument daar ter plaatse (zie foto) en vervolgens gaan we aan de oostzijde van het OerIJ het rietveen in bij de Groenedijk om te zoeken naar enkele kreekruggen en met het veenontginningsverhaal in gedachten te wijzen op archeologische sites uit de IJzertijd. En ja, waar werd de huttentut verbouwd en hoe zou dat smaken?

Figuur 1 Monument in wijkpark De Vlaskamp foto: Menno de Boer

Ik heb een pijpenkop gevonden, plan van aanpak en spontane opgraving

18 maart verzamelen cursisten zich in Stokkenfabriek Afra aan de Meldijk in Uitgeest. De heer Arie Zonjee geeft een resumé van de historie van de fabriek waar als sinds 1804 stokken worden gemaakt. Elke cursist krijgt een beschilderde stokroosstok als souvenir. Het onderwerp is pijpelogie met gastspreker Tom de Kleijn. Doel is determineren van een pijpenkop. Menno de Boer vertelt over boren en Rino Zonneveld over Plan van Eisen en Plan van Aanpak. De cursisten krijgen als huiswerk: maak een PvA voor locatie archeotuin op de Zanderij in Castricum.

Er volgt ’s middags een overdekte mini-opgraving in een loods waar de vloer is verwijderd en we direct 200 jaar terug in de tijd gaan. De ‘s middags geplande boring wordt vanwege minder weer uitgesteld naar zondag 25 maart.

Boren in klei en veen

Kaart voor boringen

25 maart geeft boorprofessional Rinke Timmerman van Sialtech een adequate uitleg over boren aan cursisten en Oer-IJ cursisten. Dan gaat de groep het veld in bij Busch en Dam bij de boerderij van Glijnis. Er wordt gewerkt met een Edelmanboor en een 3 cm guts. De diepte is bijna 3 meter. Nadat de guts is gemesd wordt de grondsoort bestudeerd en gelet op aanwezigheid van aardewerk of schelpdeeltjes. Na een week krijgen de cursisten de boorresultaten opgestuurd.

Ik heb goud gevonden en voorbereiden opgraving

1 april is de locatie ’s morgens De Duynkant van Oud-Castricum. Er wordt verteld door Ron van Wezop over het vinden en behandelen van metalen voorwerpen. Natuurlijk ontbreekt de metaaldetectie en de bijhorende regelgeving niet. Gave metalen voorwerpen als sleutels, fibulae en muntjes gaan rond. Dan een theoretisch verhaal over materiaal dat nodig is bij een opgraving en de stappen die theoretisch gezet moeten worden.

Middeleeuwse lunch

Als verrassing wordt een middeleeuwse lunch geserveerd door Gerti de Koeijer van bedrijf Beleef de Geschiedenis. Heerlijke uien- of tomatensoep en smakelijk belegde broodjes.

Opgraven in de pop-up-archeo-tuin

Dan komen de Oer-IJ cursisten binnen en volgt een gezamenlijke opgraving in de pop-up Archeotuin achter het Strandvondstenmuseum in Castricum. De groep wordt in vieren verdeeld en gaat hun Plan van Aanpak uitvoeren. Sommigen komen greppels tegen, sommige paalsporen en één groep iets dat op een waterput lijkt met hout op de bodem. Het vergt van de vier veldcoördinatoren een flinke inspanning. Het doel is leren put uitzetten, vlak maken, detecteren, schaven, sporen krassen, intekenen 1:50, coupe zetten, tekenen 1:20, vondsten verzamelen en vondstkaarten maken. Deponeren bij de cursusleiders.

Figuur 2 Ebirdsview foto: Menno de Boer

Bezoek depot, museum Huis van Hilde en College Tour

15 april is de laatste cursusdag en verzorgt Mark Phlippeau, medewerker depot HvH, een rondleiding door het archeologisch depot, tegelijk gaat een groep het museum in om van Suzanne Hoeve, collectiebeheer HvH, te horen welke afwegingen en keuzen zijn gemaakt om het museum in te richten zoals het nu is. Na de lunch sluit de groep af met een College Tour waarvoor Anja van Zalinge, stadsarcheoloog van Haarlem, onze gast is en prangende vragen van deelnemers beantwoordt.

Certificaat

Er wordt besloten met het uitreiken van een Certificaat Praktische Basiscursus Archeologie.

We kijken terug op een cursus met zeer enthousiaste deelnemers die nu graag willen helpen bij een professionele opgraving. Een cursus op verschillende locaties waarvan eigenaren de educatie van de archeologie (gratis) steunen. Bezielde gastsprekers ! Iedereen dank die het in welke vorm dan ook mede mogelijk heeft gemaakt ongeveer 25 mensen blij te maken met een uitgebreidere kennis over archeologie.

Menno de Boer en Rino Zonneveld.

 

 

 

 

Schaven aan Alkmaar

Kaas is het eerste waar ik aan denk. Dan wel héél oude kaas, want het gaat over de archeologie van Alkmaar. Peter Bitter, stadsarcheoloog, beschrijft in dit 228 pagina’s tellende boek de bodemvondsten van Alkmaar, Koedijk en Oudorp.

Alkmaar ligt op het noorden van de grote strandwal Limmen-Alkmaar die rond 2300 voor Chr. is gevormd. Rond 1400 voor Chr. vormt zich een laag veen waaronder men een hertshoornen werktuig, een peddelachtig stuk bewerkt hout en sporen van een akker vindt. Op deze veenlaag begint het rond 1000 voor Chr. enorm te stuiven. De ‘oude duinen’ op de strandwal worden een feit. Uit deze periode van 1000 tot 700 voor Chr. vindt men in Alkmaar de eergetouwsporen van een ploeg en uit vroege ijzertijd een pot; uit de Romeinse tijd van12 voor Chr. tot 411 na Chr. een plaggenput met houten raamwerk, een graf met gehurkte begraving; uit Merovingische tijd een Madelinus munt uit Dorestad, 630-650 na Chr. en dan….

Het ontstaan van Alkmaar in de 10e tot 13e eeuw met verhalen over de Grote Kerk; de kastelen Torenburg, Middelburg en Nieuwburg; de stadsuitbreiding en ontwikkeling van de huizen; verhalen over handel en nijverheid met leerlooiers, pottenbakkers, bier, tabak, zoutziederijen. De vestingwerken met de elf muurtorens worden belicht en natuurlijk restanten van het Spaans beleg (geen kaas !). Een hoofdstuk over de twee vrouwenkloosters en het mannenklooster op de plaats waar later de Paardenmarkt is. Afsluitend met huisraad uit al die rijkgevulde stadse beerputten en een artikel over begraafplaatsen.

In één adem van voor naar achter en terug! Het boek bevat zoveel afbeeldingen dat als je niet van lezen houdt, je toch plakje voor plakje wordt meegenomen in de Alkmaarse bodem. Peter Bitter een uitstekend archeoloog én verteller.

ISBN 978-90-820837-7-4