Bibliotheek

De bibliotheek

 
In de nieuwe opstelling ziet de bibliotheek er als volgt uit:

Werkgroepruimte, kasten W 1-4

W 1 Tijdschriften, alleen de lopende jaargang. Voor de oude nummers, zie Archief

W 2
1a: Castricum, Geschiedenis en fotoboeken
1b: Castricum, jubileum-uitgaven van instellingen, verenigingen etc.
2. Zuid-Kennemerland
3. Noord-Kennemerland
4. Limmen, Akersloot, Uitgeest

W 3
5. Rest van Noord-Holland (ouder materiaal is naar Archief: A4.08-12)
NGN: belangrijke historische studies
20. Brochures en dunne publicaties

W 4
8. Archeologie
10. Familiegeschiedenis en Genealogie

N.B.
1. 1x: Castricum, ouder materiaal, in Archief. A4.14-15 (Bij de titel in de
computer staat bij elk boek de plaats waar je het kunt vinden).
2. De afdeling 6-7 (Geschiedenis Noord-Holland en Algemeen) is samengevoegd met 9
(Geschiedenis en Naslagwerken:). Deze staan voor het grootste deel in het Archief (Bij de titel in de computer staat bij elk boek de plaats waar je
het kunt vinden).
3. Belangrijke werken die we bewust dubbel hebben, staan naast het eerste exemplaar en hebben een B-nummer

 
Archief, kasten A4.08 – 24
A4. 14-15 Castricum 1x (ouder materiaal)
A4. 08-12 Geschiedenis (grootste deel van 5, 6-7 en 9)
A4. 16-24 Tijdschriften (oude nummers) in alfabetische volgorde

De boeken zijn er om gelezen en geleend te worden.
Als je een boek leent, vul dan de datum en het nummer op je kaart in!

Fibulae uit de lage landen

Het is een dikke pil van 600 blz. en dat is het.

De schrijvers Stijn Heeren en Lourens van der Feijst hebben een voortreffelijk naslagwerk geleverd met beschrijvingen van meer dan 20.000 spelden. Fibula is latijn en betekent oorspronkelijk kuitbeen. Een fibula is een soort veiligheidsspeld waarin je scheenbeen en kuitbeen herkent. De spelden zijn er in allerlei vormen en bevatten soms prachtige versieringen. Fibulae is het meervoud van fibula ook wel fiebel genoemd.

Het boek beschrijft 90 typen in deel één van het boek. Het tweede deel in het boek beschrijft o.a. het maken, het gebruik en de verspreiding over de lage landen. Met de lage landen wordt bedoeld Nederland en het noordwesten van België.

De speld kent 14 soorten constructies waarvan de belangrijkste zijn: draaisluiting, enkelvoudige en dubbele spiraal, veerhaken en veerhulzen. Bij de laatste kun je aan de veer van een wasknijper denken. De termen voetboog en kruisboogfibula en draadfibula behoren tot de traditionele termen.

Typen fibulae die rond Castricum worden gevonden zijn: boogfibula, ogenfibula, hoekig gebogen draadfibula, schijffibula, kniefibula, brede scharnierarmfibula, drieknoppenfibula, ringfibula, voetboogfibula, tutulusfibula, veel vroegmiddeleeuwse schijffibulae, beugelfibula.

Een prachtige aanwinst voor de vrijwillige archeologen van Oud-Castricum en voor wie dit boek in onze bibliotheek wil inzien.

ISBN 978 90-826285-0-0

Nieuw in de bibliotheek

Marco Gietema en Cecile aan de Stegge,Vergeten Slachtoffers. Psychiatrische inrichting Willem Arntsz Hoeve in de Tweede Wereldoorlog, Boom, Amsterdam 2017.

De vergeten slachtoffers in de titel van dit boek zijn de talrijke psychiatrische patiënten die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Omdat ook de patiënten van Duin en Bosch voor een deel naar de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder zijn overgebracht, worden ook deze in deze studie geregeld genoemd. Hun lot maakt vanaf de evacuatie van Duin en Bosch in juni 1942 deel uit van de politiek van de bezetter t.o.v. mensen die in psychia­trische inrichtingen werden behandeld. Er is een apart hoofdstukje gewijd aan de evacuatie van Duin en Bosch (pag. 78-81). Door wanbeheer, bewuste verwaarlozing en nalatigheid is het aantal doden in Den Dolder veel hoger dan elders. Ook na de oorlog nog, onder een nieuw bestuur, treedt er niet onmiddellijk verbetering op. Bijzondere aandacht is er dan ook voor de bemoeienis van de nieuwe geneesheer-directeur van Duin en Bosch, Dr P.E.M. Teenstra. Hij signaleerde die omstandigheden al op 16 mei 1945. Over zijn rol wordt uitvoerig bericht (204-209).

Deze nieuwe studie, gebaseerd op een proefschrift en een masterscriptie vult het artikel van Jaap Glastra, ‘Een ziekenhuis op drift. De evacuatie van Duin en Bosch’ in ons Jaarboek 18 van 1995, pp. 27-30 goed aan. Het laat met schokkende gegevens zien wat er met hen gebeurde vanaf het moment dat de nationaal-socialisten het bestuur over de inrichtingen overnamen en hoe het kon dat een zo groot aantal patiënten, juist op de Willem Arnstzhoeve, door kou en honger omkwamen.

 

Schaven aan Alkmaar

Kaas is het eerste waar ik aan denk. Dan wel héél oude kaas, want het gaat over de archeologie van Alkmaar. Peter Bitter, stadsarcheoloog, beschrijft in dit 228 pagina’s tellende boek de bodemvondsten van Alkmaar, Koedijk en Oudorp.

Alkmaar ligt op het noorden van de grote strandwal Limmen-Alkmaar die rond 2300 voor Chr. is gevormd. Rond 1400 voor Chr. vormt zich een laag veen waaronder men een hertshoornen werktuig, een peddelachtig stuk bewerkt hout en sporen van een akker vindt. Op deze veenlaag begint het rond 1000 voor Chr. enorm te stuiven. De ‘oude duinen’ op de strandwal worden een feit. Uit deze periode van 1000 tot 700 voor Chr. vindt men in Alkmaar de eergetouwsporen van een ploeg en uit vroege ijzertijd een pot; uit de Romeinse tijd van12 voor Chr. tot 411 na Chr. een plaggenput met houten raamwerk, een graf met gehurkte begraving; uit Merovingische tijd een Madelinus munt uit Dorestad, 630-650 na Chr. en dan….

Het ontstaan van Alkmaar in de 10e tot 13e eeuw met verhalen over de Grote Kerk; de kastelen Torenburg, Middelburg en Nieuwburg; de stadsuitbreiding en ontwikkeling van de huizen; verhalen over handel en nijverheid met leerlooiers, pottenbakkers, bier, tabak, zoutziederijen. De vestingwerken met de elf muurtorens worden belicht en natuurlijk restanten van het Spaans beleg (geen kaas !). Een hoofdstuk over de twee vrouwenkloosters en het mannenklooster op de plaats waar later de Paardenmarkt is. Afsluitend met huisraad uit al die rijkgevulde stadse beerputten en een artikel over begraafplaatsen.

In één adem van voor naar achter en terug! Het boek bevat zoveel afbeeldingen dat als je niet van lezen houdt, je toch plakje voor plakje wordt meegenomen in de Alkmaarse bodem. Peter Bitter een uitstekend archeoloog én verteller.

ISBN 978-90-820837-7-4

Het verhaal achter een kleine vondst.

SAM_0006Bij Oud-Castricum wordt een emaïlle schildje met raadselachtige letters bewaard. Er zitten leren riempjes aan waarmee het om de arm gebonden kon worden. Ooit werd het gevonden op de zolder van het oude raadhuis aan de Dorpsstraat.
De letters L.B.D. staan voor Luchtbeschermingsdienst. De andere letters voor Opruimings- en herstellingsdienst.
Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kregen gemeenten opdracht maatregelen te treffen ter bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen. Voor delen van de gemeente (wijken of blokken) werden hulpdiensten samengesteld, grotendeels met vrijwilligers. Samen met politie en brandweer telde de organisatie bijna 300 manschappen.
Ze controleerden in de nachtelijke uren ook of huizen voldoende verduisterd waren. Voor mensen die in het verzet zaten, was het een aantrekkelijke functie. Op twee plaatsen werden uitkijkposten ingericht: op de toren van de dorpskerk en in een koepeltje aan de Zeeweg. Om de inwoners te waarschuwen werden sirenes geïnstalleerd.
In l940 vielen (Engelse) bommen op een paviljoen van Duin en Bosch, waarbij twee doden en acht gewonden vielen. Ook op andere plaatsen in de gemeente o.a. de buurt Duinkant en aan de Breedeweg zijn bommen gevallen.
Dat het schildje op de zolder van het oude raadhuis werd gevonden is niet verwonderlijk. Het hoofdkwartier van de Luchtbeschermingsdienst was daar. meer dan 75 jaar geleden, gevestigd.

De verdedigingswerken in Castricum

Bekijk eerst de C-TV documentaire:

Sporen uit de Tweede Wereldoorlog

 

Castricum was in de Tweede Wereldoorlog een zwaar verdedigde plaats (honderden bunkers). In totaal was er een troepenmacht gelegerd van meer dan 1000 man.
Deze troepen waren gelegerd op het strand, in de duinen of in het dorp Castricum zelf. De zwaar verdedigde locaties bevonden zich op het strand bij paal 43, tussen paal 44 en 45 nabij strandafgang Castricum aan Zee, bij paal 47 ofwel de Zuidernollen en bij paal 46 rondom het zogeheten Hazenduin.
In het duin stonden bunkercomplexen o.a. bij het Vogelwater, het Vogelduin, nabij Johanna’s Hof, het gebied van de Brabantse Landbouw, rondom Kijk-uit en bij Koningsbosch.
Radartorens stonden tussen de strandpalen 42 en 45 (een paar honderd meter landinwaarts) en er stond ook een radaropstelling bij de Zanderij.
Naast dit alles waren er ook nog minstens vier VI lanceerplaatsen in aanbouw en wel nabij camping Castricum, camping Bakkum, Kijk-uit en waarschijnlijk nabij Koningsbosch.
Voor de burgers van Castricum was het duingebied (bijna) onbereikbaar, omdat het behoorde tot het zogenaamde Sperrgebiet; er waren draketandversperringen, tankmuren en een diepe tankgracht aanwezig.

Het voorspel

Voordat op 14 december 1941 het besluit tot de bouw van de zogenoemde Atlantikwall langs de bezette West-Europese kust is genomen, heeft de Duitse krijgsmacht bijna vanaf haar bezetting van Nederland beziggehouden met de verdediging van de Noordzeekust. Kort na mei 1940 begint de Duitse Kriegsmarine met de inrichting en verdediging van de belangrijkste havens en haveningangen in ons land.

Havens als Den Helder, IJmuiden, Hoek van Holland en Vlissingen bieden een goede uitvalsbasis voor Duitse maritieme akties en zijn zeer belangrijk voor de handelsvaart langs de Duitse en door de Duitsers beheerste kust. Ter verdediging van de havens met hun kostbare installaties en ter bescherming van het kust-verkeer worden kustbatterijen geplaatst.
Als vanaf februari 1941 blijkt dat de geplande verovering van de Britse eilanden voorlopig een onhaalbare zaak is, wordt de verdediging van de Nederlandse kust niet door de Marine autoriteiten, maar door de bevelhebber van de Duitse landmachttroepen in Nederland georganiseerd.

De Atlantikwall

1-kustverdediging

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 14 december 1941 komt via het Oberkommando der Wehrmacht een verordening tot het bouwen van een ‘neue Westwall’ langs de Noorse, Deense, Duitse, Nederlandse, Belgische en Franse westkust. Het doel van deze verdedigingslinie is om met behulp van zo weinig mogelijk verdedigers en met zekerheid iedere vijandelijke landing af te kunnen slaan. Ongetwijfeld brengt de niet geheel ‘planmassig’ verlopende veldtocht in Rusland en de daaruit voortvloeiende onmogelijkheid zelf afdoende akties tegen Groot-Brittannië te ondernemen, de Duitse krijgsmacht tot deze daad.

Het bouwen van de ‘neue Westwall’ resulteert in het vervangen van de tijdelijke kustversterkingen door duurzame versterkingen. De Atlantikwall, zoals de verdedigingslijn nadien wordt genoemd, wordt een starre verdedigingslijn; de kust, het strand en het direkt aangrenzende achterland worden tot strijdtoneel verklaard van waaruit onder geen voorwaarde teruggetrokken mag worden. Hiertoe wordt de te verdedigen kust veranderd in een serie rondom verdedigbare steunpunten, die een langdurig beleg van en eventueel doorgebroken vijand moeten kunnen doorstaan.

De meest waarschijnlijk geachte landingsplaatsen zijn de havens. Zowel de havens als de batterijen worden rondom verdedigbaar gemaakt en bestrijken terreinen van verscheidene vierkante kilometers. IJmuiden en Den Helder o.a. worden zo ingericht en krijgen een grote bezettingsmacht.

In het tussenliggende gebied worden de kustbatterijen binnen een zogeheten steunpuntsgroep gebundeld; dit is een in opper-vlakte en bezetting kleinere eenheid dan de havenverdedigingswerken. Tussen de ‘vestingen’ Den Helder en IJmuiden vinden we zo 4 steunpuntgroepen: Callantsoog, Petten, Schoorl en Castricum. De ruimte tussen de steunpuntgroepen wordt weer ingenomen door verspreide steunpunten en weerstandsnesten. Steunpunten zijn eenheden met zware wapens; weerstandsnesten hebben slechts een kleine bemanning en zijn uitgerust met machinegeweren.

De vier genoemde verdedigingswerken (haven’vesting’, steunpuntgroep, steunpunt en weerstandsnest) zijn alle rondom geheel afgegrendeld door prikkeldraad en tankhindernissen; de ruimte tussen de verschillende versterkingen is vaak opgevuld met mijnenvelden.

De ‘Organisation Todt’

De bouworganisatie Todt krijgt de opdracht voor de bouw van de Atlantikwall. Deze organisatie heeft al naam gemaakt sinds de machtsovername van Hitler in 1933 met de aanleg van vele duizenden kilometers Autobahn in Duitsland. De organisatie beter bekend onder de afkorting O.T. ontwikkelt in 1942 plannen betreffende de constructies, de materiaal – en de personeelsvoorziening voor de aanleg van de Atlantikwall. Voor het winterprogramma 1942/43 — de eerste fase van de bouw van de duurzame versterkingen van de Atlantikwall — zijn volgens berekening 300.000 man benodigd. Dit aantal is nooit bereikt, alhoewel de O.T. zich veel moeite getroost het werk aan de bunkers aantrekkelijk te maken.
Hoge lonen, goede voorzieningen en diverse extra’s brengen veel arbeiders ertoe voor de O.T. te gaan werken. Het aantal Nederlanders dat rond juli 1944 wordt ingezet bij de opbouw van de kustverdediging is meer dan 50.000 man. Het zijn meest indirekte, via aannemers ingezette krachten.

De bouw van de bunkers is als opdracht gesplitst in alle denkbare deelwerkzaamheden, zoals graafwerk, timmerwerk, ijzervlechten, betongieten en inrichten. Die werkzaamheden zijn per kubieke, vierkante dan wel lopende meter zo precies mogelijk vastgesteld en voorzien van een vastgestelde vergoeding. Er is dus geen sprake van uurloon, maar van een vergoeding voor ieder geleverd stukgoed.
Van een ooggetuige vernemen wij dat de vergoeding voor het ingraven van een betonnen schuttersput ƒ 2,50 is.

De steunpuntsgroep Castricum

Vanwege de strategische ligging tussen de haven IJmuiden, de stad Alkmaar, een erg vlak achterland en een goede spoorweg-verbinding wordt Castricum in de loop van 1942 aangewezen tot ‘Stützpunktgruppe’ en wordt als zodanig uitgebouwd.

Zoals eerder genoemd is een steunpuntgroep een bundeling van diverse steunpunten en weerstandsnesten, kustbatterijen, radarstations en een commandopost. De gehele groep staat onder één commando. De verdediging kunnen we globaal opsplitsen in de kustverdediging, de radarinstallaties en de landverdediging.

De kustverdediging

De kustverdediging concentreert zich het meest rond de stran-dafgang ‘Castricum aan Zee’. Dit complex bevindt zich tussen paal 44 en 45; er zijn hier 105 bunkers gebouwd, voornamelijk ten noorden van de afgang.
2

 

 

 

2a

 

 


 


Een geschutsbunker of kanonkazemat, die op vele
plaatsen langs de kust is gebouwd; in Castricum
stonden er verscheidene.


De Kriegsmarine heeft hier 8 kanonkazematten en 8 open ge-schutsopstellingen aangelegd, die omringd zijn door tal van andere werken als berg- en woonschuilplaatsen, keukengebouwen en munitiebergplaatsen. Het complex is qua vorm en ontwerp identiek aan andere steunpuntsgroepen (o.a. Callantsoog) voor de kustverdediging. De kanonkazematten en de open geschutsopstellingen staan waaiervormig opgesteld, zodat ze elkaars schootsveld net iets overlappen. Centraal tussen deze geschutsopstellingen staat meestal de commandobunker, die de gevechtsakties coördineert en het bevel voert over alle handelingen tijdens de akties.

33a

 

 

 

 

 


 


 

De vuurleidingspost of Leitstand. In deze commandobunker werden de optische waarnemingen en de gegevens van de radar-installaties verwerkt.


Het bevel kan ook gevoerd worden vanuit een vuurleidingspost; dit is een grote bunker met meestal 2 verdiepingen, die zowel de functies heeft van commando-eenheid als die van optische waarnemingspost. Deze zogenaamde ‘Leitstand’ bevat behalve een parallax (hoek) meter ook een afstandsmeter. In Castricum staat de Leitstand opgesteld tussen de kanonkazematten en van daaruit wordt het bevel gevoerd over de gevechtssituaties van steunpuntgroep Castricum. Hier komen o.a. alle gegevens binnen die worden verstrekt door de verschillende radarinstallaties, die op de binnenduinen (Vogelduin) staan opgesteld en die bij vijandelijke aktiviteiten worden verwerkt tot een gevechtsplan. Dit is de commandopost van de Duitse Oberleutnant Kautz, Ortscommandant van Castricum, commandant kustartillerie der Duitse Wehrmacht.

Tussen de geschutsopstellingen op de eerste duinenrij zijn erg veel woonschuilplaatsen voor het bedienend personeel gebouwd; deze bunkers zijn met elkaar verbonden door loopgraven die soms bedekt zijn met betonnen platen. Deze loopgraven van bakstenen lopen vaak tot aan de verschillende tobroeks, die nog voor de kanonkazematten zijn gebouwd om o.a. het strand onder vuur te kunnen nemen. Een tobroek is een kleine eenmansbunker bestaande uit een achthoekige ruimte en dient als observatiepost, mitrailleurnest of granaatwerper.

Een tobroek
Een tobroek

In de geschutsbunkers is het geschut in de centrale ruimte opgesteld en is de munitie in nissen achterin de bunker ondergebracht. De munitie wordt met paard en wagen aangevuld vanuit de munitiebunkers. De hele grote munitiebunker in de nabijheid van de commandopost heeft een lengte van 23,5 m en een breedte van 15,2 meter. Deze bunker zorgt voor de munitievoorraad van de grote geschutsbunkers. Voor de kleine munitie en voor de bevoorrading van de andere geschutsopstellingen zijn er nog enkele kleine munitiemagazijnen; één hiervan is een paar jaar geleden uitgegraven en gesloopt – er lagen nog vele granaten in.

Opmerkelijk is, dat tijdens de bouw van de bunkers het beton niet ter plaatse wordt gemengd, maar dat dit wordt gedaan op het huidige atletiekterrein van “De Duinloper”. Van het gehele bunkercomplex is tegenwoordig niet veel meer over, slechts enkele bergplaatsen en woonschuilplaatsen zijn onder het zand gewerkt en tot enkele jaren geleden stond er nog een kanonkazemat bij de strandafgang, maar ook deze is gesloopt.

5Behalve de bunkers is de gehele zeereep voorzien van prikkeldraad en mijnen met hier en daar een betonnen tankversperring. In 1942/43 is ook een versperring op het strand aangebracht; de opbouw van deze versperring is in de schets aangegeven. De zeewaarts geplaatste houten palen, al of niet van stalen punten, messen of mijnen voorzien, vormen één ononderbroken linie hindernissen rond de waterlijn. Op het strand zelf staan bij duinopgangen betonnen of stalen tetraëders of kraaiepoten om tanks te beletten de duinen in te rijden.

Dit betonnen blok kunnen we nog vaak in het duingebied aan-treffen, als wegwijzer of markering. Dit blok maakte deel uit van een versperring langs de kustlijn en vormde de kop van een uit houten palen bestaande driepoot.
Dit betonnen blok kunnen we nog vaak in het duingebied aantreffen, als wegwijzer of markering. Dit blok maakte deel uit van een versperring langs de kustlijn en vormde de kop van een uit houten palen bestaande driepoot.

 

Bij de noordelijk gelegen paal 43 is ook een verdedigingscomplex, dat tot doel heeft de erachter gelegen radarstations te verdedigen. Er staan hier o.a. enkele flankgeschutsbunkers om het strand onder vuur te kunnen nemen. Als we naar het zuiden afzakken tot paal 46, dan zijn we beland bij het zo bekende “Moffenpad”, dat leidt tot het huidige ‘stille strand’. De Duitsers hebben dit pad verhard om een betere begaanbaarheid te creëren tot hun stellingen. Van de 16 bunkers die zich hier rond het ‘Hazenduin’ bevinden, bestaat de bewapening slechts uit 5 open-geschutsopstellingen en 2 tobroeks. De rest zijn bergplaatsen en woonschuilplaatsen.

Ter hoogte van paal 47 vinden we de meest zuidelijk gelegen kustverdedigingswerken van steunpuntgroep Castricum. Het betreft hier de bunkers gebouwd rond de ‘Zuidernollen’. Dit complex is gebouwd langs de oorspronkelijke Oude Schulpweg, die tegenwoordig is afgesloten voor het publiek, maar die voor de Duitsers een goede aanvoerweg was. De in totaal 38 bunkers zijn opgesteld in 2 groepen;

– de eerste groep bevindt zich op de zeereep en is voorzien van de zware bewapening die bestaat uit 2 kanonkazematten en 3 open-geschutsopstellingen.

– de tweede groep formeert zich rond een iets oostelijker gelegen hoog duin, waarop zich een geschut, een tobroek en een zoeklichtopstelling bevindt.

Een aantal bunkers is met elkaar verbonden door middel van loopgraven. Veel van deze bunkers zijn ook nu nog onder de grond aanwezig, maar van de bunkers op de zeereep is vrijwel alles gesloopt; daarvan zijn nog wel grote kuilen en brokstukken te vinden op de plaatsen waar ze hebben gestaan.

De radarinstallaties in Castricum

Van alle in de duinen gelegen Duitse verdedigingscomplexen is het complex “Vogelduin” geheel gewijd en ingericht als radarpost.
De radartechniek die door de Duitsers vanaf 1940 operatief is gebruikt, bestaat in het begin van de oorlog alleen uit het uitzenden van radiosignalen. Aan de hand van deze radiosignalen kunnen de Duitse vliegtuigen zeer nauwkeurig naar de te bombarderen steden in Engeland vliegen.

Omdat de afstand tussen Engeland en Nederland gering is, is de Nederlandse kust ideaal voor het plaatsen van deze zenders, die slechts bestaan uit-een zendmast, een aggregaat en een trans-formator voor het leveren van de benodigde stroom. Deze in-stallaties zijn in Nederland vanaf 1940 aangelegd en vormen een onderdeel van de offensieve oorlogsvoering van de Duitsers.

In 1942 echter gaat het tij keren; de geallieerden beginnen met een sterk tegenoffensief. De overmacht van voornamelijk de luchtmacht is een feit en daarom wordt in de loop van 1942 door de Duitsers een effectief radardetectiesysteem ontwikkeld.

De verschillende radartypen die hieruit voortvloeien zijn te onderscheiden in apparaten die een grote reikwijdte hebben, maar onnauwkeurige metingen kunnen verrichten en apparaten, die binnen een keine reikwijdte goede exacte metingen van de afstand en de hoogte van vliegtuigen en schepen kunnen uitvoeren. Van deze twee groepen is de eerste groep het meest vertegenwoordigd; de meest bekende hiervan zijn de Mammut en de Wassermann radarinstallaties. De Mammut bestaat uit een star opgesteld rechthoekig antennerooster van ca. 16 x 30 m; het zoekveld is 100°. De Wassermann is een hoge, smalle toren met een draaibare antenne en kan zo een zoekveld van 360° bestrijken.

Op Castricums grondgebied zijn 2 radar installaties opgesteld: der kleine- en der grosze Elefant. De laatste is ca. 80 meter hoog en is geplaatst op het hoogste duin van het Castricumse binnen-duingebied, nabij de noordgrens van de gemeente, niet ver van de Oldenborghweg. De onderbouw bestaat uit een grote betonnen bunker (11 m x 11 m), waarin o.a. een dieselaggregaat staat om de toren van electriciteit te voorzien. Bovenop deze bunker is een houten constructie gebouwd, welke in een punt toeloopt en zo de toren vormt. De toren is hier star opgesteld en kan niet worden gedraaid.

De radarinstallatie 'der grosze Elefant'
De radarinstallatie ‘der grosze Elefant’

 

Der grosze Elefant is wat het electronisch detectiesysteem betreft zeer primitief. Op de toren zijn slechts enkele antennes geplaatst, die signalen kunnen opvangen, welke onderin de bunker worden verwerkt. Het kan geen nadere gegevens verschaffen via electronische middelen. Daarom is er op een platform ca. 20 meter onder de top een zogenaamde Peilstand gemonteerd. Deze Peilstand is een enorme grote kijker, waarmee je tot zeer ver over zee kan kijken en die op optische manier gegevens verschaft. Met de gegevens van 2 of meer Peilstande wordt exact de plaats berekend van de varende of vliegende doelen en dit wordt doorgegeven naar de vlakbij gelegen batterijen, zoals de kanonkazematten bij Castricum aan Zee, de geschutsopstellingen van Doornduin of nabij camping Castricum.

De onderbouw van der grosze Elefant
De onderbouw van der grosze Elefant

De geheel houten toren wordt begin 1942 onder het toeziend oog van vele Nederlandse arbeiders in een zeer korte tijd gebouwd. De onderdelen komen kant en klaar uit Duitsland en de toren wordt hier door een bepaalde groep Duitse vaklieden in elkaar gezet. De bouw heeft toch nog ca. 6 maanden geduurd, omdat bepaalde onderdelen om onbekende redenen te laat aankomen. Het technische gedeelte bestaat verder uit een transformatorgebouw en een aggregaatgebouw voor de in het complex benodigde stroom.

Rond dit huidige ‘uitzichtsduin’ staan 41 bunkers. Behalve een open-geschutsopstelling en 4 tobroeks, zijn hier woonschuilplaatsen, bergplaatsen en privaatgebouwen. Eén van de meest bijzondere bunkers van dit complex is het ontspanningsgebouw; bij de Castricumse bevolking beter bekend als de ‘bioscoopbunker’. In dit gebouw kan de Duitse bemanning van de steunpuntgroep Castricum terecht voor wat vertier, meestal in de vorm van een film.

Na de oorlog is dit het enige gebouw van dit complex wat niet meteen wordt gesloopt of ondergewerkt, maar intact blijft en als opslagruimte wordt gebruikt door PWN. Hedentendage is het niet meer aanwezig, want het is in de zomer van 1984 gesloopt. Wel is de onderbouw van de radartoren nog aanwezig, waarvan het gietbetonnen dak nog zichtbaar is (uitzichtsduin).

De 2e radartoren die op Castricums grondgebied staat is der kleine Elefant. Deze is opgesteld op een hoog plat duin, ongeveer ter hoogte van strandpaal 44 en staat op gelijke afstand tot de zee als der grosze Elefant.

Der kleine Elefant is precies achter de kanonkazematten van Castricum aan Zee gesitueerd en verschaft optische meetgegevens die gecombineerd worden met de gegevens van der grosze Elefant. De constructie van der kleine Elefant is bijna identiek aan die van der grosze Elefant, alleen is hij ongeveer de helft lager (40 m). De omvang van dit complex is niet groot; er zijn wat berg- en woonschuilplaatsen en slechts maar één tobroek, omdat het vrijwel geheel onder de bescherming van de batterijen Castricum aan Zee en camping Bakkum ligt.

Behalve deze 2 radarinstallaties is er 125 m ten noorden van Kijk Uit nog een andere radarinstallatie opgesteld. Deze installatie wordt pas in een heel laat stadium van de oorlog geplaatst. Het betreft hier een radarinstallatie van het type Freya. Deze Freya heeft een draaibaar opgesteld antennerooster van 4,7 x 6 m. Dit rooster bestaat uit 3 delen met o.a. een zendgedeelte en een ontvangstgedeelte. In verband met het feit, dat deze Freya pas in een laat stadium van de oorlog en op deze plaats is aangebracht, vermoeden wij dat hij hier is geplaatst als onderdeel van een geplande verdedigingsgordel die voor de nog in aanbouw zijnde VI basis bescherming moet bieden. Doordat de Duitsers in verband met het eindigen van de oorlog de VI basis niet konden benutten, is de Freya alleen gebruikt voor de open opstellingen, van rond Kijk Uit en voor de verschillende batterijen in het steunpunt Castricum.

Radarinstallatie 'Freya' op de Zanderij nabij Kijk Uit.
Radarinstallatie ‘Freya’ op de Zanderij nabij Kijk Uit.

De gegevens van de radarinstallaties gaan naar de commando-bunker in Castricum aan Zee en met deze gegevens worden de gevechtsplannen verder uitgewerkt. Behalve naar deze commandobunker gaan de belangrijke gegevens ook naar het landelijke gevechtscentrum van de Luftwaffe in Arnhem, alwaar ook de gegevens van de overige 16 in Nederland gelegen radarcommandoposten binnenkomen.

Landsverdediging

Behalve de hiervoor genoemde kustverdediging en de radarinstallatie is meer landinwaarts een aantal weerstandsnesten gebouwd. Deze bunkerconcentraties kunnen per locatie enkele tot vele bunkers omvatten. In onze gemeente zijn verschillende complexen aan te wijzen. In Bakkum-Noord vinden we een rij van 5 bunkers ten oosten van de Hoogeweg. Naar het zuiden afzakkend is er een groot complex met 31 bunkers ten oosten van de Heereweg in de driehoek Duinweg, Doornduin en de jeugdherberg Koningsbosch. Op het kampeerterrein Bakkum en het direkt aangrenzende ge-bied ten zuiden van de Zeeweg staan 39 bunkers. Verder zijn er in of nabij het duingebied complexen op de Zanderij (14 bunkers), nabij Onderlangs (15), aan de Helmweg ten zuiden van Kijk Uit (35), rond de Brabantse Landbouw (28), op de Wildernis gelegen ten westen van camping Castricum (13) en het gebied ten zuiden van het Vitesse terrein (28 bunkers). De bunkers in elk complex zijn voor het overgrote deel bestemd voor woonschuilplaatsen en bergplaatsen, verder sanitairgebouwen, geschutsopstellingen of andere betonwerken. Buiten het duingebied treffen we alleen bunkercomplexen aan in de Oosterbuurt bij de kruising Doodweg – Cronenburgerlaantje (11 bunkers) en nabij de kruising Alkmaarderstraatweg en Brakersweg (16 bunkers).

Bunker complexen in het duingebied van Castricum.
Bunker complexen in het duingebied van Castricum.

Tankhindernissen

De draketandversperring aan de Beverwijkerstraatweg, dit jaar gesloopt.
De draketandversperring aan de Beverwijkerstraatweg, dit jaar gesloopt.

De keuze van de tankhindernissen is afhankelijk van de aard van het terrein. In het duingebied worden vooral de tankmuur en de draketandversperring toegepast. De tankmuren zijn in verschillende profielen gebouwd, zijn soms wel 2 meter hoog en hebben 1 meter dikke betonnen muren. De keuze voor de tankmuur boven een andere tankhindernis lijkt de Duitse genie ingegeven te zijn bij tamelijk vlakke duinterreinen met voldoende ruimte voor en achter de muur. Op de Zanderij naast de weg naar Onderlangs is hiervan een goed voorbeeld te vinden. In het geval van duintoppen worden zogenaamde draketanden aan de voet van de duintop aangelegd. In Castricum is een dergelijke versperring ten westen van de Beverwijkerstraatweg gebouwd; de laatste restanten hiervan zijn in mei/juni van dit jaar opgeruimd.

De tankmuur op de Zanderij.
De tankmuur op de Zanderij.

In het vlakke landschap is de tankgracht — ook tankval genoemd — de voornaamste hindernisvorm. De tankgracht is een ca. 8 meter brede V-vormige watergang. Bijna de gehele gemeente Castricum wordt door een dergelijke tankgracht in tweeën gespleten. De tankgracht sluit aan op de tankmuur bij de Duinenboschweg (achter het museumgebouwtje van Oud-Castricum) en loopt ten westen van de spoorlijn tot voorbij het viaduct over de Zeeweg. Daarna buigt de tankgracht naar het westen, stevent dwars door de weilanden af tot enkele honderden meters voor Doornduin en gaat vervolgens in noordoostelijke richting over de Zanddijk naar Egmond Binnen.

Een luchtfoto van begin 1945; duidelijk zijn de gesloopte huizen ten westen van de Beverwijkerstraatweg te herkennen; dit geldt ook voor de tankmuur, het begin van de tankgracht, de kantel-blokversperringen in de Vinkenbaan en de Beverwijkerstraat-weg.
Een luchtfoto van begin 1945; duidelijk zijn de gesloopte huizen ten westen van de Beverwijkerstraatweg te herkennen; dit geldt ook voor de tankmuur, het begin van de tankgracht, de kantel-blokversperringen in de Vinkenbaan en de Beverwijkerstraat-weg.
Op deze luchtfoto van begin 1945 is de loop van de tankgracht duidelijk te herkennen. Links onder het duinmeertje.
Op deze luchtfoto van begin 1945 is de loop van de tankgracht duidelijk te herkennen. Links onder het duinmeertje.

De tankhindernissen kunnen geen doorlopende linie vormen, omdat de wegen en spoorwegen naar de verdedigde terreinen open moeten blijven. Deze gaten in de verdedigingslinie worden opgevuld door middel van afsluitbare wegversperringen. De wegversperringen zijn in 2 categoriën te verdelen;

– de eerste categorie bestaat uit versperringen die met losse elementen ingericht kunnen worden. Stalen kraaiepoten en vier-vlakken (tetraëders), die normaal naast de weg staan opgesteld, kunnen in tijden van gevaar op de weg geplaatst worden. Het op deze wijze afsluiten van een weg doet echter wat primitief aan in vergelijking met de zware betonnen tankmuren en draketanden, die de permanente hindernis vormen.

– de tweede categorie versperringen is een vast onderdeel van de verdedigingslinie. Hieronder vallen de kantelblokversperringen (Walzkörpersperre).

13

Een kantelblokversperring: aan de Vinkenbaan en de Beverwij-kerstraatweg was een dergelijke versperring gebouwd. Laatstge-noemde wordt hier kort na de oorlog opgeblazen.
Een kantelblokversperring: aan de Vinkenbaan en de Beverwijkerstraatweg was een dergelijke versperring gebouwd. Laatstge-noemde wordt hier kort na de oorlog opgeblazen.

Deze versperring bestaat uit 2 kantelblokken, die in gesloten stand een verlengde vormen van een tankmuur en in open positie voldoende doorgang biedt voor tanks, vrachtwagens en personeel. Het openen en sluiten wordt bewerkstelligd door met de hand te bedienen lieren.

In Castricum hebben twee kantelblokversperringen gestaan; aan de Beverwijkerstraatweg bij de draketandversperring en aan de Vinkenbaan in Bakkum. Deze doorgangsposten zijn niet altijd op de juiste maat gemaakt. De kantelblokversperring aan de Beverwijkerstraatweg was ca. 30 cm te nauw, er konden geen tanks door. De Duitsers wezen inwoners van het dorp Castricum aan, die de tankpoort wat breder moesten maken.

Met een vlonder over de tankgracht om koeien te melken.
Met een vlonder over de tankgracht om koeien te melken.

Dit is slechts één van de vele voorbeelden dat de plaatselijke bevolking direkt belast werd bij de aanleg van de verdedigingswerken. Het feit dat Castricum door de Duitsers werd gekozen tot steunpuntsgroep resulteerde in de afbraak van vele huizen, die grensden aan het duingebied, in de bouw van honderden bunkers, in de volledige afsluiting van strand en duinen, in de opoffering van vele waardevolle stukken grond voor de aanleg van bunkers en tankgracht en in de legering van een aanzienlijke verdedigingsmacht. Al deze consequenties hebben alhier een drastische verstoring van het plaatselijke leven tot gevolg gehad

Wim van Bakel
Marcel de Jong

 

Bronnen:

Jones, R.V. Most Secret War-British Scientific Intelligence,
1939-1945.
de Jong, dr. L. Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede
Wereldoorlog, deel 6 en deel 7.
Rolf, Rudi Bunkers in Nederland, Den Helder, 1982.
Weel, G. van Castricum tijdens de tweede wereldoorlog.

Archief Werkgroep Oud-Castricum.

Bron: 8e Jaarboekje – Stichting Werkgroep Oud-Castricum – 1985