Klaar!

Schaapsherderswoning Klein Johanna’s Hof.

We zijn er mee klaar ! Ga naar fotobeeldbank van Werkgroep Oud-Castricum. Typ twee zoekwoorden KUNST 300 en geniet van de 815 afbeeldingen die getekend, geschilderd, geschetst zijn door en voor Castricummers en Bakkummers. Vorig jaar hebben 125 werken bij Streetscape gehangen in het kader van het project Castricumse Streken tgv 50 jaar Oud-Castricum. De werkgroepleden Jacques Schermer en Rino Zonneveld hebben alles beschreven. GENIET van de “Castricumse School”.

Enkele namen van kunstenaars: Alois Kapr, Cor Heeck, Frans Zaal, Geert Middelveld, Huib Hogenstijn, Ingrid de Haas, Jan Pasman, Jan Reinders, Kees Bakker, Lau Hoebe, Meinard Kloppenburg, Pé Zonneveld, Ton Revers, Wim de Goede, Sijf Portegies….

Bron: JBCA

 

‘Icoon van Bakkum’ is verkocht

Bakkum – Het pittoreske en sfeervolle ‘Witte Kerkje’ uit 1908 op landgoed Duin en Bosch kreeg onlangs een nieuwe eigenaar: publicist en voormalig beurscommentator bij RTLZ Willem Middelkoop. Wat is hij van plan met dit markante rijksmonument en wat ging er zoal aan vooraf?

Peter van Eerden

Het oorspronkelijke kerkje met entree aan de westzijde. Uit:’Duin en Bosch geschetst’, 2004

Oorspronkelijk was het geen wit kerkje en alleen bedoeld voor bewoners en personeel van het complex. Echter, voordat in 1951 in Bakkum de (intussen alweer gesloten) kerk ‘Maria ten Hemelopneming’ was gebouwd, hadden katholieke Bakkummers ook de mogelijkheid om naar het kerkje op Duin en Bosch (D&B) te gaan en daar te luisteren naar de pastoor. Naar de dominee mocht ook, want: “Het kan zoowel voor Katholieken als Protestantschen eredienst worden ingericht”, staat in het eerste verslag van het ‘Gesticht Duin en Bosch’ uit 1909. Dus oecumenisch gebruik avant la lettre én later ook multifunctioneel als onder meer trouwzaal en expositieruimte. In 2015 werd het kerkje samen met de watertoren op het terrein gekocht door de stichting Boei die zich inzet voor restaureren en herbestemmen van cultureel erfgoed. Dit jaar werd het kerkje doorverkocht en met de opbrengst wil Boei de restauratie van de watertoren bekostigen. De kerkdiensten zijn intussen verplaatst naar ‘De Oude Keuken’ in het voormalige Administratiegebouw.

WIT GESAUSD Het gesticht D&B, nu GGZ Dijk en Duin, kwam tot stand in 1904 en werd daarna steeds meer zelfvoorzienend met onder andere een wasserij, badhuis en begraafplaats. Het kerkje werd in 1908 gebouwd in traditionalistische stijl met robuuste steunberen. Op het zadeldak pronkt een houten klokkentoren bekroond met een haan. De architect was Poggenbeek, geestelijk vader van meer karakteristieke gebouwen op en rond het landgoed.

Het Witte Kerkje van Duin en Bosch verstild in de sneeuw, Bakkum 2000

Daarvan zijn er veel verdwenen maar het kerkje bleef behouden en is sinds 2001 een rijksmonument. Helaas heeft in 1969 een drastische renovatie plaatsgevonden naar de maatstaven van die tijd. De bakstenen gevels werden wit gesausd, de vensterindeling gewijzigd, alle oude kozijnen gesloopt, de entree verplaatst en het interieur ‘gemoderniseerd’. Later volgde nog een ingreep waarbij de kap en vijf spanten door een verlaagd plafond aan het zicht werden onttrokken. In 2010 vond nog een grondige renovatie plaats, maar nu volgt restauratie!

ONDERNEMER De nieuwe eigenaar is Willem Middelkoop, een lokale ondernemer die sinds 2000 op het landgoed woont in een voormalig paviljoen. Hij huurde tot voor kort het tegenover de kerk gelegen badhuisje dat intussen ook aan een particulier is verkocht. Hij wil het gebedshuis gaan gebruiken als woon- en kantoorruimte. Middelkoop: “Het wordt dus niet openbaar en is niet te huur, zeker niet voor feesten en partijen”. Hij zet zijn plan enthousiast uiteen: “De verbouwingen in het verleden hebben het originele ontwerp geen goed gedaan. Ik wil de kerk waar mogelijk terugbrengen in de oorspronkelijke staat, latere toevoegingen verwijderen en oude elementen weer zichtbaar maken. In het portaal komt een klein appartement met een vide afgescheiden door een glaswand. In de kerkruimte komen de verdieping en de vroegere vorm van de ramen terug. Dicht gezette boogramen worden weer van glas”. Dat wordt een kostbare operatie die even zal gaan duren? Middelkoop bevestigt dat het “wel wat gaat kosten” maar hoopt de verbouwing voor 2020 te hebben gerealiseerd, in het begin mogelijk gefaseerd: “Als het budget het toelaat wil ik in de laatste fase ook het plafond vernieuwen waardoor de constructie van de dakkap weer tot zijn recht komt”.

MONUMENT Volgens de website van de stichting Boei wacht het monument als woon- en kantoorruimte een goede bestemming met oog voor authenticiteit, duurzaamheid en kwaliteit:

“Het verhaal doorgeven”: Bakkummers in 1951 tijdens de mis in het kerkje van Duin en Bosch dat toen nog niet wit was

“Het krijgt een nieuw hoofdstuk in zijn bestaan met een exploitatie op basis van zelfredzaamheid. Maar, minstens zo belangrijk is de verstilde herinnering die weer tot leven komt en verhalen doorgeeft die raken aan de emoties van burgers en voorzien in een behoefte aan historische kennis en identiteit”. Dat is heel mooi gezegd en daarom geeft Middelkoop tot slot een geruststellende verzekering: “Alle plannen worden gemaakt in overleg met en goedkeuring van de Erfgoedcommissie, want het gaat om een historisch-functioneel en kostbaar onderdeel van het landgoed Duin en Bosch”.

Bron: Nieuwsblad voor Castricum – 13-12-2017

 

Corso theater 80 jaar

Van stomme films met ’pianino’ tot films van de harde schijf.

Sinds september 1937 beschikt Castricum over een eigen bioscoop, maar ook daarvoor keek men al graag naar films, zo blijkt uit een artikel van Niek Kaan van de Werkgroep Oud-Castricum. Kaan schreef het stuk vijf jaar geleden bij het 75-jarige bestaan van Corso Filmtheater. Hij beschikte daarbij over een unieke bron, de aantekeningen van Wim Kuijs (1909-1989), een markante ongetrouwde Castricummer, die met zijn vriend Dirk Schotvanger decennialang trouw bezoeker was van het Corsotheater.

Kinematograaf

Corso theater in 1938, een jaar na de opening. Foto: WOC

Kuijs beschreef hoe hij als kind, ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, films keek in wat toen nog geen bioscoop heette maar een ’kinematograaf’. Hij herinnerde zich een film die in 1916 in een café werd vertoond en die ’De vergiftigde bonbons’ heette.

De kinematografen vertoonden hun films tijdens kermissen. Een bekende was de firma Schinkel uit Purmerend die zijn tent per dekschuit liet aanvoeren. De reizende bioscoop had houten klapstoelen; die op het balkon waren bekleed met rood pluche. De films waren nog stom. In de zaal stond een meneer ’explicateur’ die de film uitlegde. De begeleiding vond plaats op de ’pianino’, een kruising tussen een piano en een orgel.

Uiteindelijk was het de in Castricum destijds bekende aannemer Jan Res die het initiatief nam voor een vaste bioscoop. Hij ging een samenwerking aan met Roland Wefers Bettink uit Alkmaar, die bedrijfsleider/operateur was in de Alkmaarse bioscoop; het Roxy Theater. Bettink wilde graag voor zichzelf beginnen. Hij had kennis van bioscopen, Res had verstand van bouwen.

Het Corsotheater ging van start op 17 september 1937, in het gebouw aan de Dorpsstraat waar Corso nog altijd zit. Aanvankelijk was er een woning boven, dat is nu Zaal 2. Destijds beschikte het theater over 350 zitplaatsen met opklapbare stoelen verdeeld over vijf rangen. De eerste hoofdfilm die te zien was, was een Franse film met de titel ’Le Mioche’, vertaald als ’’t Jochie’.

Oranje Hein

In de oorlog werden Engelstalige films verboden. Alleen Duitse en Italiaanse films mochten nog vertoond worden. Uiteraard bepaalden de Duitsers de inhoud van het bioscoopjournaal. Als dat werd gedraaid, mocht niemand de zaal verlaten. Gewapende agenten hielden daarop toezicht. De laatste winter moest de bioscoop sluiten wegens een gebrek aan stroom, maar na de bevrijding ging Corso als een van de eerste filmzalen weer open. Vertoond werden ’Oranje Hein’ en ’It’s in the air’ met George Formby.

Corso theater in 2017. Foto: Koen van Eijk

Piet Bettink nam in 1972 de zaak over van zijn vader. Dat deed hij met zijn vrouw Jenny. Zij voerden diverse moderniseringen door. In 1996 onderging de grote zaal een ingrijpende verbouwing. Het toneel verdween, het filmdoek werd twee keer zo groot. Het aantal stoelen werd teruggebracht van 350 naar 162.
De stoelen waren gerieflijk. Bovendien kwam er boven een tweede zaal bij, met eveneens comfortabele stoelen.

Erik Weel is pas de derde eigenaar. Hij heeft Corso nu dertien jaar in bezit. Onder zijn leiding digitaliseerde de bioscoop. Geen filmrollen meer, maar films op de harde schijf.

Zoals onder Piet en Jenny Bettink al het geval was, zet ook Weel in op films van kwaliteit. Geen actie-films met knokken en schieten. Daar is in Castricum geen vraag naar. Jongeren zien dat soort films in Amsterdam en Haarlem. Corso mikt op de jongste jeugd, op 45-plussers en op ’vriendinnengroepen’. De bezoekers komen uit Castricum, maar ook uit de dorpen er omheen.

Bron: Noordhollands Dagblad 23 september 2017 – Koen van Eijk

Open Monumentendag 2017 – Geld beschikbaar dendrochronologisch onderzoek Stolpboerderijen

Een toepasselijkere dag kon er haast niet gekozen worden, Open Monumentendag, om aan voorzitter Peter Sibinga van Stichting Werkgroep Oud-Castricum een bedrag te overhandigen voor dendrochronologisch onderzoek van drie Stolpboerderijen in Castricum.

Blije gezichten bij het aanbieden van de cheque door wethouder Marcel Steeman aan voorzitter Werkgroep Oud-Castricum Peter Sibinga. (foto Aart Tóth)

Dat gebeurde dus afgelopen zaterdag 9 september door wethouder Marcel Steeman, met in zijn portefeuille Cultuurhistorie. Dit vond plaats tijdens het Open Monumentenweekend bij en in het gemeentelijk monument de boerderij ‘Finus coronat opus’ (1892) van de bollenkweker en bloemist familie Twisk in de Dorpsstraat 11. Dendrochronologie staat voor oudheidonderzoek, wat veelal bij bomen plaatsvindt en via de jaarringen de leeftijd kan worden bepaald. Dat kan ook van toepassing zijn op oude gebouwen waarin hout de constructie is, zoals bij deze gelegenheid op Stolpboerderijen. Zo kon tijdens de renovatie van de grote boerderij aan de Breedeweg 75/77 worden aangetoond dat het oudste deel van voor 1800 in Eikenhout uitgevoerd en het latere deel in Grenenhout. Nader onderzoek wees vervolgens uit dat de boom uit 1537 kwam en in 1563 werd gekapt in Zweden.

Breedeweg 75/77 (Foto Oud-Castricum)

Er blijken nog twee Stolpboerderijen in Castricum te staan en wel op de Breedeweg 80 en 72, die beide dateren van voor 1800. De Stichting Werkgroep Oud-Castricum is bereid de kosten van één boerderij op zich te nemen, waarna het college van B&W van Castricum bereid was subsidie te verlenen voor het overige deel, als blijk van waardering voor het cultuur-historisch werk. Verrassing deze zaterdagmorgen was echter dat wethouder Steeman de aanwezigen en voorzitter kon mededelen dat de gemeente Castricum geheel de financiering van onderzoek, te weten 2168 Euro, voor zijn rekening te nemen. Voorzitter Peter Sibinga en de Taakgroep Cultuurhistorie en Monumenten waren dan ook in de nopjes met de mogelijkheid nader onderzoek te verrichten naar de historie van Castricum.

Bron: Nieuwsblad voor Castricum – Aart Tóth

Paden op, lanen in

Mysterieuze laantjes tussen Breedeweg en Doodweg


In Castricum kun je meer paden op en lanen in dan je denkt. Twee privéweggetjes tussen de Breedeweg en de Doodweg blijken gewoon openbaar toegankelijk, ontdekte verslaggever Hans Boot. Al wordt het nut ervan betwijfeld door entertainer Hein Poel die aan de Doodweg woont.

Hein Poel pleegt onderhoud op zijn Kerkelaantje. (Foto Hans Boot)

Bijna iedereen die in de Oosterbuurt wandelt, heeft zich weleens afgevraagd hoe het nu precies zit met het Kerkelaantje en het Melklaantje. Deze weggetjes deden waarschijnlijk in een ver verleden dienst als verbindingspad tussen de Doodweg en de Breedeweg.

Kerkelaantje

Als je vanaf het Bonhoeffercollege op de Doodweg fietst richting de oostkant van Castricum, dan valt ten eerste, ter hoogte van de woning met huisnummer 2, het gele bordje aan de lantaarnpaal op. ’Kerkelaantje’ staat er op, en het wijst richting Breedeweg. Tegelijkertijd zie je op de grond een bordje met ‘Eigen weg’. Het blijkt van Hein Poel te zijn, alom bekend van zijn creatieve uitspattingen als Sinterklaas, Kerstman, aap, kip en clown. Hein is met zijn vrouw eigenaar/bewoner van het pand Doodweg 2 en vertelt: “Het Kerkelaantje is ook eigendom van ons, maar eigenlijk heb je er niks aan en mag ik het alleen maar onderhouden. Vroeger ging men er vanuit de Oosterbuurt veel doorheen om bijvoorbeeld naar de Pancratiuskerk te gaan.

Kerkelaantje. Zicht op de Pancratiuskerk vanaf de Doodweg. Foto: WOC.

Tegenwoordig maken wandelaars en fietsers er af en toe gebruik van, waaronder scholieren van het Bonhoeffer. Zelf nemen we het pad ook nog wel eens als we op de Breedeweg moeten zijn. Je kan er echter niet met de auto over, omdat het niet verhard is. Dat is wel het geval met het Melklaantje dat even verderop ligt en eigendom is van Piet van der Hulst die ook aan de Doodweg woont. Over dat pad gingen vroeger veel paard- en wagens.”

Monumentenraad

Alhoewel beide weggetjes er al eeuwenlang liggen, kwam de openbaarheid pas weer ter sprake vanaf eind 2008. Poel: “De gemeente heeft toen de straatnaambordjes aangebracht om te laten zien dat de paden openbaar zijn. Dat vond ik prima. Ik zorg ervoor dat het gras op het Kerkelaantje regelmatig wordt gemaaid en heb er alleen moeite mee als mensen daarop hun hond uitlaten, want dan kan ik de stront opruimen. Daarom heb ik er sinds kort een verbodsbordje voor honden neergezet en heb daarop tot nu toe geen commentaar gehad.”

De redenen voor het in beeld brengen van de openbare status van de twee laantjes worden toegelicht door een woordvoerder van de gemeentelijke Monumentenraad: “Wij hebben in november 2008 burgemeester en wethouders voorgesteld daar straatnaambordjes te plaatsen. In onze brief verwijzen we naar een raadsbesluit uit 1930, waarin staat dat de landwegen de namen Melklaantje en Kerkelaantje hebben gekregen. Daaruit blijkt dat ze beiden een openbare bestemming hebben en door het herplaatsen van straatnaambordjes wordt voorkomen dat de eigenaren in een onbewaakt ogenblik de openbaarheid opheffen. Daarbij is het makkelijk dat dit soort paden een naam hebben voor als er bijvoorbeeld ter plekke of in de buurt een ongeval gebeurt. Dat geldt ook voor het Buitendijkspad dat op verzoek van de politie een naam heeft gekregen.”

Plattegrond

Voortaan weet elke Castricummer dus hoe het zit met de twee laantjes tussen de Breedeweg en Doodweg. Het Kerkelaantje staat ook keurig ingetekend op de 21e editie van de plattegrond van de gemeente Castricum, zij het verkeerd gespeld. Het Melklaantje is men echter vergeten. Wie weet wordt ook die in een volgende editie meegenomen. (tekst Hans Boot)

Bron: Nieuwsblad voor Castricum

Raads- en carrouselleden bezoeken Duin en Bosch

Op uitnodiging van de Werkgroep Oud-Castricum en de Stichting Alkmaardermeeromgeving nam op zaterdag 4 maart een groot aantal raad- en carrouselleden deel aan een rondleiding over het landgoed Duin en Bosch. Men wilde zich graag ter plekke laten informeren over mooie maar ook minder gewenste ontwikkelingen. Het beoogde resultaat werd bereikt: meer betrokkenheid van de ‘politiek’!

Landgoed Duin en Bosch ondergaat een metamorfose. Sinds de wijziging van het bestemmingsplan in 2012 wordt de herontwikkeling voortvarend ter hand genomen. Paviljoens zijn of worden nog afgebroken en nieuwe gebouwd. Een aantal monumenten is verkocht, inpandig verbouwd en intussen bewoond. Twee woonclusters zijn gereed, het derde is bijna voltooid en op drie andere locaties zijn de bouwactiviteiten volop aan de gang. Er vinden echter meer ontwikkelingen plaats dan in de ‘structuurvisie’, het ‘ínrichtingsontwerp’ en het ‘beeldkwaliteitplan’ van 2009 is voorzien. Moet daarop niet scherper worden toegezien? Had daarvoor geen tussentijdse aanpassing van het document moeten plaatsvinden en gaat er niet te veel buiten de gemeenteraad om?

Ernst Mooij van de Werkgroep Oud-Castricum: “Eind vorig jaar ontstond er ongerustheid binnen de Werkgroep Oud-Castricum en de Stichting Alkmaardermeeromgeving, mede omdat het halfjaarlijks overleg met Parnassia niet meer aan de verwachtingen voldoet. Vele huizen worden al bewoond en bewonersvertegenwoordigers nemen aan het overleg deel. Er worden steeds meer vragen gesteld waarvoor ter beantwoording naar de gemeente wordt verwezen, terwijl de gemeente geen deelnemer is aan het overleg. Daarin willen we graag verandering zien.”

De deelnemers aan de rondleiding aan de start. (foto: Leon Bleize)

In november vorig jaar spraken beide Stichtingen in de krant en tijdens een onderhoud met wethouder Steeman gezamenlijk hun bezorgdheid uit over verschillende ontwikkelingen op het landgoed. De wethouder sprak de intentie uit de betrokkenheid van de gemeente te zullen vergroten bij de nieuwste woonwijk van Castricum! Als vervolg op het gesprek met wethouder Steeman werden alle raads- en carrouselleden uitgenodigd voor een rondleiding over het landgoed op 4 maart jl. Van dat aanbod werd goed gebruik gemaakt: vrijwel alle politieke partijen waren door raads- en carrouselleden vertegenwoordigd, waaronder meerdere fractievoorzitters. Mooij: “Wij hebben kennis kunnen nemen van de brief van het bewonersplatform die het college en de raad onlangs hebben ontvangen. Daaruit blijkt dat het front van ontevredenen over de gang van zaken met betrekking tot het landgoed breder is dan de beide stichtingen.”

Ernst Mooij vindt dat het landgoed in het algemeen naar tevredenheid wordt ontwikkeld. Hij wees daarbij in het bijzonder op het herstel van de oorspronkelijke gebouwenstructuur in het centrumdeel en de inrichting van het parkje tussen de Oude Keuken en het voormalige ‘economiegebouw’. “Ook de inrichting van de woonclusters en de bouwstijl van de meeste woningen verdienen waardering. Echter gebouwen als Marelsdal en De Clinghe zouden volgens de plannen worden gehandhaafd maar zijn inmiddels gesloopt. Sterker nog, er gaat herontwikkeling plaatsvinden!”

Raadslid De Haan wees het college eerder op een raadsbesluit uit 2010 waarin wordt verzocht om met eigenaar Parnassia in onderhandeling te gaan om ook de voormalige zusterflat Koekoeksduin te behouden en daarin sociale woningen te realiseren. Mooij: “De voorbereidende werkzaamheden voorafgaand aan de sloop van de flat zijn al begonnen. Het verweer van Parnassia was dat het gebouw er bouwtechnisch niet geschikt voor te maken was en sloop de enige optie. De bouw van duurdere woningen moet het totale bouwprogramma kostendekkend maken. De plek van de vroegere Clinghe wordt gezien als een alternatieve locatie voor sociale woningbouw, maar daarmee vindt ongewenste ‘penetratie’ plaats in het voor zorg bestemde westelijke deel van het landgoed”.

Aandachtig gehoor op locatie De Wisk. (foto: Gerard Blees)

Op de voorgenomen bouwplaats van de sociale woningen besprak Ernst Mooij een ander punt van zorg: de hoogte van de twee woongebouwen, één van drie bouwlagen en zelfs één van vier. “De vooruitgeschoven positie van deze gebouwen met 48 appartementen bedreigt de dominante positie van het A-gebouw waardoor de beeldkwaliteit van het landgoed ernstig wordt verstoord”. Mooij ontkende niet dat er op de voorgenomen locatie altijd bebouwing is geweest, maar dan wel met één bouwlaag en een kap. Voor dit plan moet trouwens wel een gedeeltelijke bestemmingsplanwijziging worden aangevraagd, waarop hij de raadsleden verzocht daarop hun invloed te laten gelden. “Een alternatieve locatie is volgens Oud-Castricum de locatie van het voormalige paviljoen De Wisk. Hiermee zou het bewoningsnoer vanaf duinresidentie Prinses zu Wied tot aan het cluster Koningsduin op een verantwoorde manier worden aangevuld en de belasting door verkeer op het terrein aanzienlijk worden verminderd. Bovendien ligt de toegangsweg er al!”

Werkgroeplid Peter van Eerden toonde vervolgens ‘een bedroefd stemmende aantasting van beeldkwaliteit’. “Kort na binnenkomst vanaf de Zeeweg vormden drie rijksmonumenten tot voor kort een fraai ‘ensemble’: het koetshuis, de koolschuur en het oude duinboerderijtje dat er al stond toen het landgoed werd ingericht. De drie monumenten zijn nu ‘ingepakt’ door de aangrenzende huizen van cluster 3 aan de achterzijde. Tegen het verstrekken van de omgevingsvergunning voor de in aanbouw zijnde megalomane woning aan de voorzijde is bezwaar gemaakt. Door de welstandscommissie werd om onbegrijpelijk redenen voor de tweede maal positief geadviseerd waardoor de in architectuur en materiaalgebruik sterk afwijkende woning alsnog kon worden gebouwd. Bovendien is een nabijgelegen kavel nog beschikbaar. Na invulling hiervan zal de aantasting van de beeldkwaliteit van het ‘ensemble’ volledig en onomkeerbaar zijn!” Het gezelschap kon die conclusie slechts met unaniem onbegrip onderschrijven: “Wat zonde, hoe heeft dit kunnen gebeuren, dit wist ik helemaal niet”, kon worden beluisterd.

Peter van Eerden houdt zijn pleidooi bij het graf van dokter Jacobi. (foto: Gerard Blees)

Grote zorg uitte Van Eerden over de deplorabele staat én de onzekere toekomst van de gesloten begraafplaats, volgens hem hét ondergeschoven kindje bij de herinrichting van Duin en Bosch. Hij beklemtoonde dat het niet alleen gaat om een rijksmonument maar ook om een belangrijk cultuurhistorisch element met een aantal bijzondere graven, waaronder dat van stichter dokter Jacobi en zijn zoon. “Veel grafstenen zijn echter door meerdere oorzaken beschadigd en het onderhoud wordt beperkt tot snoeien en maaien. In de beschrijving van het rijksmonument worden de padenstructuur en karakteristieke iepen genoemd, maar van de paden is weinig over en de bomen zijn vanwege iepziekte gerooid. Er worden geen nieuwe meer geplaatst want Parnassia wil van de begraafplaats af omdat zorg verlenen hun primaire taak is en niet het in stand houden van een gesloten begraafplaats”. Volgens Van Eerden is echter het uitgangspunt ‘met lusten en lasten’ destijds onderdeel van de overname van het landgoed geweest.

Fopma uit tijdens de rondleiding zijn zorgen over het toekomstig groenbeheer en het behoud van het landgoed als cultuurhistorische en landschappelijke eenheid. (foto: Leon Bleize).

Dick Fopma van de Stichting Almaardermeeromgeving uitte tijdens de rondleiding grote zorgen over het toekomstig groenbeheer en het behoud van het landgoed als cultuurhistorische en landschappelijke eenheid. “Het beheer raakt versnipperd. In plaats van het voorstel om het groenbeheer onder te brengen in één groenstichting, worden de groenzones rond de woonclusters per gebied als gezamenlijk bezit aan de bewoners toegewezen als ‘mandele gebieden’ met de opdracht de zorg voor het groenonderhoud onder te brengen in afzonderlijke groenstichtingen”. Volgens Fopma laat het zich raden waartoe dat kan leiden. “Een bron van zorg is daarnaast de toekomst van het zogeheten ‘stinsenbos’ dat Parnassia wil verkopen. Voorkomen moet worden dat dit prachtige gebied daardoor mogelijk in handen kan komen van iemand met heel andere plannen dan natuurbehoud.

Ook maakte hij de deelnemers er op attent dat een groot bos- en duingebied van het landgoed valt onder de Europese regeling Natura 2000. Parnassia zou voornemens zijn ook dit gebied te verkopen, mogelijk aan de provincie. Die stelt zich echter zeer terughoudend op omdat het duingebied al een beschermde status heeft waardoor voor aankoop geen dwingende reden bestaat”.

Kortom, tijdens de rondleiding én de geanimeerde nazit in de Oude Keuken bleken de deelnemers verrast door het grote aantal feiten en de ontwikkelingen waarvan men niet of nauwelijks weet had. De organisatoren vonden dat het beoogde resultaat is bereikt: grotere betrokkenheid van ‘de politiek’ bij de ontwikkelingen op het landgoed Duin en Bosch. Nu ook nog in de raadszaal! Mooij: “Er is voldoende aanleiding om in de vorm van een raadsactiviteit Parnassia uit te nodigen voor een voortgangsrapportage en die gelegenheid aan te grijpen om de vele vragen die er leven aan de orde te stellen.”

Tekst: Peter van Eerden/Ernst Mooij